Ga naar hoofdinhoud

Het avondmaalsformulier: tekst en uitleg per deel

In het kort

Bij de viering van het Heilig Avondmaal leest de predikant in veel gereformeerde gemeenten het avondmaalsformulier. Het roept op tot zelfbeproeving, houdt wie in ergerlijke zonden leeft af en troost zwakke gelovigen. Daarna volgen de gedachtenis van Christus' lijden, gebed, de geloofsbelijdenis, de uitdeling en de dankzegging.

In reformatorische en gereformeerde gemeenten wordt het Heilig Avondmaal enkele keren per jaar gevierd. Aan de tafel gaat dan in de regel een lange tekst vooraf: het formulier om het Heilig Avondmaal te houden. De predikant leest het voor in de dienst. Veel gemeenteleden kennen er zinnen uit, zoals de drie stukken van de zelfbeproeving en de oproep om de harten omhoog te heffen.

Op deze pagina staat de volledige tekst, opgedeeld in tien delen. Bij elk deel vindt u een korte uitleg, de betekenis van oude woorden en enkele Bijbelteksten uit de Statenvertaling. Onderaan leest u waar de tekst vandaan komt en hoe hij is nagelezen. Het verkorte avondmaalsformulier staat hier niet; waarom niet, leest u bij de vragen.

Deel 1

De woorden van de inzetting

Geliefden in den Heere Jezus Christus, hoort aan de woorden der inzetting van het Heilig Avondmaal van onzen Heere Jezus Christus, welke ons beschrijft de heilige apostel Paulus, 1 Kor. 11:23-29.

Ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht in welken Hij verraden werd, het brood nam, en als Hij gedankt had, brak Hij het en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker na het eten des Avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed; doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt. Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood en drinke van den drinkbeker. Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.

Uitleg

Het formulier begint niet met uitleg, maar met de Bijbel zelf. De predikant leest 'de woorden der inzetting' voor, zoals Paulus die doorgeeft in 1 Korinthe 11. Inzetting betekent hier: instelling. Christus Zelf heeft het avondmaal ingesteld, in de nacht waarin Hij verraden werd.

Paulus zegt dat hij deze woorden 'van den Heere ontvangen' heeft. Het avondmaal is dus geen bedenksel van de kerk. Brood en beker wijzen op het lichaam en het bloed van Christus. Wie eet en drinkt, verkondigt 'den dood des Heeren, totdat Hij komt'. Zo kijkt het avondmaal terug naar het kruis en vooruit naar de wederkomst.

Het slot van de lezing is ernstig. Wie onwaardig eet en drinkt, eet en drinkt zichzelf een oordeel. Daarom volgt direct de opdracht: 'de mens beproeve zichzelven'. Beproeven betekent hier: onderzoeken en toetsen. Op die woorden bouwt het eerste deel van het formulier verder.

Uit de Bijbel

  • 1 Korinthe 11:23-26

    “Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam; En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.”

    Uit deze brief komen de inzettingswoorden; het formulier leest door tot vers 29, en vers 28 staat hier bij de zelfbeproeving.

  • Lukas 22:19-20

    “En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.”

    Lukas beschrijft dezelfde instelling, met de woorden 'voor u gegeven' die het formulier later bij de gedachtenis gebruikt.

Deel 2

De zelfbeproeving in drie stukken

Opdat wij nu tot onzen troost des Heeren Avondmaal mogen houden, is ons vóór alle dingen nodig dat wij ons tevoren recht beproeven; ten andere, dat wij het tot dat einde richten, waartoe het de Heere Christus verordineerd en ingesteld heeft, namelijk tot Zijn gedachtenis.

De waarachtige beproeving van onszelven bestaat in deze drie stukken:

Ten eerste bedenke een iegelijk bij zichzelven zijn zonden en vervloeking, opdat hij zichzelven mishage, en zich voor God verootmoedige; aangezien de toorn Gods tegen de zonden zó groot is, dat Hij die (eer Hij ze ongestraft liet blijven) aan Zijn lieven Zoon Jezus Christus met den bitteren en smadelijken dood des kruises gestraft heeft.

Ten andere onderzoeke een iegelijk zijn hart of hij ook deze gewisse belofte Gods gelooft, dat hem al zijn zonden, alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus, vergeven zijn, en de volkomen gerechtigheid van Christus hem als zijn eigene toegerekend en geschonken is, ja, zo volkomen, alsof hij zelf in eigen persoon voor al zijn zonden betaald, en alle gerechtigheid volbracht had.

Ten derde onderzoeke een iegelijk zijn consciëntie of hij ook gezind is, voortaan met zijn ganse leven waarachtige dankbaarheid jegens God den Heere te bewijzen, en voor het aangezicht Gods oprechtelijk te wandelen; insgelijks of hij zonder enige geveinsdheid (alle vijandschap, haat en nijd van harte afleggende) een ernstig voornemen heeft, om van nu voortaan in waarachtige liefde en enigheid met zijn naasten te leven.

Uitleg

Om het avondmaal 'tot onzen troost' te houden, noemt het formulier twee dingen. Eerst moeten wij onszelf recht beproeven. Daarna moeten wij het avondmaal richten op het doel waarvoor Christus het gaf: Zijn gedachtenis. Dit deel werkt het eerste uit. Het tweede volgt verderop, bij de gedachtenis.

De beproeving heeft drie stukken. Men ziet daarin vaak de lijn van de drie delen van de Heidelbergse Catechismus: ellende, verlossing en dankbaarheid. Het eerste stuk is dat ieder zijn zonden en vervloeking bedenkt. Wie dat doet, gaat zichzelf mishagen en buigt zich voor God. Het formulier wijst daarbij op het kruis. Gods toorn tegen de zonde is zo groot, dat Hij haar aan Zijn Zoon gestraft heeft.

Het tweede stuk vraagt of iemand Gods 'gewisse belofte' gelooft. Gewis betekent zeker. Die belofte zegt dat al zijn zonden vergeven zijn, alleen om het lijden en sterven van Christus. De gerechtigheid van Christus wordt hem 'toegerekend en geschonken', alsof hij zelf alles betaald en volbracht had. Zo spreekt ook de Heidelbergse Catechismus in Zondag 23.

Het derde stuk is de dankbaarheid. Het formulier vraagt naar de consciëntie, dat is het geweten. Wil iemand voortaan met zijn hele leven God dankbaar zijn en oprecht voor Hem wandelen? En heeft hij zonder geveinsdheid, dus zonder huichelarij, het voornemen om in liefde en eenheid met zijn naaste te leven?

Uit de Bijbel

  • 1 Korinthe 11:28

    “Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.”

    Paulus roept ieder op zichzelf te beproeven voordat hij eet en drinkt, de opdracht die het formulier in drie stukken uitwerkt.

  • 2 Korinthe 5:21

    “Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.”

    Christus is voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij rechtvaardigheid Gods in Hem zouden worden, de kern van het tweede stuk.

  • Mattheüs 5:23-24

    “Zo gij dan uw gave zult op het altaar offeren, en aldaar gedachtig wordt, dat uw broeder iets tegen u heeft; Laat daar uw gave voor het altaar, en gaat heen, verzoent u eerst met uw broeder, en komt dan en offert uw gave.”

    Christus vraagt eerst verzoening met de broeder, zoals het derde stuk vraagt om vijandschap, haat en nijd af te leggen.

Deel 3

De nodiging en de afhouding

Allen dan die alzo gezind zijn, die wil God gewisselijk in genade aannemen, en voor waardige medegenoten van de tafel Zijns Zoons Jezus Christus houden. Daarentegen, die dit getuigenis in hun harten niet gevoelen, die eten en drinken zichzelven een oordeel. Waarom wij ook, naar het bevel van Christus en van den apostel Paulus, allen die zich met deze navolgende ergerlijke zonden besmet weten, vermanen van de tafel des Heeren zich te onthouden, en hun verkondigen dat zij geen deel in het Rijk van Christus hebben; als daar zijn: alle afgodendienaars; allen die verstorven heiligen, engelen of andere schepselen aanroepen; allen die den beelden eer aandoen; alle tovenaars en waarzeggers, die vee of mensen, mitsgaders andere dingen, zegenen, en die aan zulke zegening geloof hechten; alle verachters van God, van Zijn Woord, en van de heilige sacramenten; alle godslasteraars; allen die tweedracht, sekten en muiterij in kerken en wereldlijke regeringen begeren aan te richten; alle meinedigen; allen die hun ouders en overheden ongehoorzaam zijn; alle doodslagers, kijvers, en die in haat en nijd tegen hun naasten leven; alle echtbrekers, hoereerders, dronkaards, dieven, woekeraars, rovers, spelers, gierigaards, en al degenen die een ergerlijk leven leiden. Deze allen, zolang zij in zulke zonden blijven, zullen zich van deze spijze (welke Christus alleen voor Zijn gelovigen verordineerd heeft) onthouden, opdat hun gericht en verdoemenis niet des te zwaarder worde.

Uitleg

Na de beproeving volgt een belofte. Wie zo gezind is, 'die wil God gewisselijk in genade aannemen'. Zulke mensen zijn waardige medegenoten, dat is tafelgenoten, aan de tafel van Christus. Waardig zijn zij niet uit zichzelf, maar omdat God hen in genade aanneemt.

Daarna volgt een ernstige zin: wie 'dit getuigenis in hun harten niet gevoelen', eet en drinkt zichzelf een oordeel. Het gaat om wat de drie stukken vroegen: kennis van de zonde, geloof in Gods belofte en een oprecht voornemen om God dankbaar te leven. Hoe sterk dat gevoelen moet zijn, daarover wordt in reformatorische kring verschillend gesproken. Het formulier zegt direct daarna zelf dat het de verslagen harten niet kleinmoedig wil maken. Daarover gaat het volgende deel.

Daarna komt wat vaak de afhouding wordt genoemd. Wie zich met 'ergerlijke zonden' besmet weet, wordt vermaand van de tafel weg te blijven. Het formulier verkondigt hun ook dat zij 'geen deel in het Rijk van Christus hebben'. Het formulier doet dat 'naar het bevel van Christus en van den apostel Paulus'. Er volgt een lange lijst, die ongeveer de volgorde van de tien geboden aanhoudt: van afgoderij en beeldendienst tot doodslag, echtbreuk en diefstal.

Enkele woorden zijn verouderd. Muiterij is oproer. Meinedigen zijn mensen die een valse eed zweren. Kijvers zijn ruziemakers. Mitsgaders betekent: en ook. Woekeraars vragen een onrechtvaardig hoge rente, en spelers zijn gokkers. Ergerlijk betekent: aanstoot gevend voor anderen.

Belangrijk is de toevoeging 'zolang zij in zulke zonden blijven'. De afhouding sluit dus niet voor altijd uit. Ook het woord over het Rijk van Christus geldt zolang iemand in die zonden blijft. Zo is de afhouding een ernstige roep tot bekering, 'opdat hun gericht en verdoemenis niet des te zwaarder worde'. Het formulier zegt ook waarom: deze spijs heeft Christus alleen voor Zijn gelovigen verordineerd.

Uit de Bijbel

  • Efeze 5:5

    “Want dit weet gij, dat geen hoereerder, of onreine, of gierigaard, die een afgodendienaar is, erfenis heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.”

    Paulus zegt dat hoereerders en gierigaards geen erfenis hebben in het Koninkrijk van Christus, bijna de woorden van het formulier.

  • 1 Korinthe 6:9-10

    “Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beerven? Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beerven.”

    Deze lijst van wie het Koninkrijk Gods niet zullen beërven, klinkt door in veel namen van de afhouding.

  • 1 Korinthe 5:11

    “Maar nu heb ik u geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig een ook niet zult eten.”

    Paulus verbiedt te eten met een broeder die in openbare zonde leeft, een grond voor de vermaning om van de tafel weg te blijven.

Deel 4

Troost voor zwakke gelovigen

Maar dit wordt ons, geliefde broeders en zusters, niet voorgehouden om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken, alsof niemand tot het Avondmaal des Heeren gaan mocht, dan die zonder enige zonde ware. Want wij komen niet tot dit Avondmaal om daarmede te betuigen dat wij in onszelven volkomen en rechtvaardig zijn; maar integendeel, aangezien wij ons leven buiten onszelven in Jezus Christus zoeken, zo bekennen wij daarmede dat wij midden in den dood liggen. Daarom, al is het dat wij nog vele gebreken en ellendigheid in ons bevinden, als namelijk: dat wij geen volkomen geloof hebben, dat wij ons ook met zulken ijver om God te dienen niet begeven, als wij schuldig zijn; maar dagelijks met de zwakheid onzes geloofs, en de boze lusten onzes vleses te strijden hebben; nochtans, desniettegenstaande, overmits ons (door de genade des Heiligen Geestes) zulke gebreken van harte leed zijn, en wij begeren tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden Gods te leven; zo zullen wij gewis en zeker zijn dat geen zonde noch zwakheid, die nog (tegen onzen wil) in ons overgebleven is, ons kan hinderen dat ons God niet in genade zou aannemen, en alzo dezer hemelse spijze en drank waardig en deelachtig maken.

Uitleg

Direct na de afhouding komt de troost. Het formulier wil 'de verslagen harten der gelovigen' niet kleinmoedig maken. Kleinmoedig is moedeloos. Het formulier ontkent dat alleen mensen 'die zonder enige zonde' zouden zijn, aan het avondmaal mogen gaan. Zulke mensen bestaan niet.

Wie aan het avondmaal gaat, zegt daarmee niet dat hij volkomen en rechtvaardig is. Het is juist andersom. Wie zijn leven 'buiten onszelven in Jezus Christus' zoekt, belijdt dat hij 'midden in den dood' ligt. Het avondmaal is een maaltijd voor zondaren die hun leven in Christus zoeken.

Het formulier noemt eerlijk wat gelovigen in zichzelf vinden: geen volkomen geloof en te weinig ijver. Ze strijden dagelijks met de zwakheid van het geloof en met 'de boze lusten onzes vleses'. De vraag is niet of die gebreken er zijn. De vraag is of ze iemand 'van harte leed' zijn, en of hij tegen zijn ongeloof wil strijden en naar alle geboden Gods wil leven. Het formulier zegt erbij dat dit leedwezen er is 'door de genade des Heiligen Geestes'.

Wie zo staat, mag van Gods genade 'gewis en zeker' zijn. Geen zonde of zwakheid die 'tegen onzen wil' in hem overgebleven is, kan verhinderen dat hij door God in genade wordt aangenomen. Dit deel wil voorkomen dat een zwakke gelovige uit angst van de tafel wegblijft. Herkent u zich in deze strijd, dan is dit deel van het formulier juist voor u geschreven.

Uit de Bijbel

  • Jesaja 42:3

    “Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.”

    Het gekrookte riet breekt Hij niet, een beeld van de zachte omgang met de verslagen harten waarover het formulier spreekt.

  • Markus 9:24

    “En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.”

    De vader die om hulp bidt bij zijn ongelovigheid, laat zien wat het formulier bedoelt met strijden tegen ons ongeloof.

  • Romeinen 7:24-25

    “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere.”

    Paulus klaagt over zijn ellende en dankt God door Jezus Christus, dezelfde strijd die het formulier bij gelovigen kent.

Deel 5

De gedachtenis van Christus' lijden en sterven

Ten andere, laat ons nu ook overdenken waartoe ons de Heere Zijn Avondmaal heeft ingezet: namelijk, dat wij zulks doen zouden tot Zijn gedachtenis. Maar aldus zullen wij Zijner daarbij gedenken:

Eerstelijk, dat wij ganselijk in onze harten vertrouwen dat onze Heere Jezus Christus (naar luid van de beloften die den voorvaderen in het Oude Testament van den beginne af geschied zijn) van den Vader in deze wereld gezonden is, ons vlees en bloed heeft aangenomen, den toorn Gods (onder welken wij eeuwiglijk hadden moeten verzinken) van het begin Zijner menswording tot het einde Zijns levens op aarde voor ons heeft gedragen, en alle gehoorzaamheid en gerechtigheid der Goddelijke wet voor ons heeft vervuld; voornamelijk toen Hem de last van onze zonden, en van den toorn Gods, het bloedige zweet in den hof uitgedrukt heeft; waar Hij gebonden werd, opdat Hij ons zou ontbinden; daarna ontallijke smaadheden geleden heeft, opdat wij nimmermeer te schande zouden worden; onschuldig ter dood veroordeeld is, opdat wij voor het gericht Gods zouden vrijgesproken worden; ja, Zijn gezegend lichaam aan het kruis heeft laten nagelen, opdat Hij het handschrift onzer zonden daaraan zou hechten; en heeft alzo de vervloeking van ons op Zich geladen, opdat Hij ons met Zijn zegening vervullen zou; en heeft Zich vernederd tot in de allerdiepste versmaadheid en angst der hel, met lichaam en ziel, aan het hout des kruises, toen Hij riep met luider stem: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? opdat wij tot God zouden genomen, en nimmermeer van Hem verlaten worden; en heeft eindelijk met Zijn dood en bloedstorting het Nieuwe en eeuwige Testament, het verbond der genade en der verzoening, besloten, toen Hij zeide: Het is volbracht.

En opdat wij vastelijk zouden geloven dat wij tot dit genadeverbond behoren, nam de Heere Jezus in Zijn laatste Avondmaal het brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het Zijn discipelen en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks, na het Avondmaal, nam Hij den drinkbeker, en gedankt hebbende gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit; deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed, hetwelk voor u en voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden; doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis; dat is: zo dikwijls als gij van dit brood eet, en van dezen beker drinkt, zult gij daardoor, als door een gewisse gedachtenis en pand, vermaand en verzekerd worden van deze Mijn hartelijke liefde en trouw jegens u, dat Ik voor u (daar gij anders den eeuwigen dood hadt moeten sterven) Mijn lichaam aan het hout des kruises in den dood geve, en Mijn bloed vergiete, en uw hongerige en dorstige zielen met dit Mijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven spijze en lave, even zekerlijk als een iegelijk dit brood voor zijn ogen gebroken, en deze beker hem gegeven wordt, en gij die tot Mijn gedachtenis met uw mond eet en drinkt.

Uitleg

Nu komt het tweede wat nodig is: het avondmaal houden tot Zijn gedachtenis. Gedenken is meer dan zich herinneren. Het formulier zegt dat wij 'ganselijk in onze harten' vertrouwen op wat Christus deed. Ganselijk betekent: helemaal.

Het formulier loopt het hele leven van Christus langs. Hij is door de Vader gezonden, zoals aan de voorvaderen beloofd was, en nam ons vlees en bloed aan. Van Zijn menswording tot het einde van Zijn leven droeg Hij de toorn van God. Hij vervulde ook alle gehoorzaamheid aan de wet voor ons.

Daarna volgen enkele tegenstellingen. Hij werd gebonden 'opdat Hij ons zou ontbinden'. Hij werd veroordeeld, opdat wij vrijgesproken zouden worden. Hij droeg de vervloeking, opdat wij gezegend zouden worden. Hij werd verlaten, opdat wij 'nimmermeer van Hem verlaten' zouden worden. Wat Hij droeg, hoeven de Zijnen niet te dragen.

Het formulier spreekt van 'de allerdiepste versmaadheid en angst der hel'. Het formulier plaatst die angst 'aan het hout des kruises', toen Christus riep waarom God Hem verlaten had. De Heidelbergse Catechismus legt de nederdaling ter helle in Zondag 16 uit als de helse benauwdheid die Christus leed, aan het kruis en ook al daarvoor. Met Zijn dood en bloedstorting heeft Hij het nieuwe en eeuwige testament, het verbond der genade, besloten. Besloten betekent hier: gesloten en vastgemaakt. Daarbij riep Hij: 'Het is volbracht'.

Daarna herhaalt het formulier de inzettingswoorden, 'opdat wij vastelijk zouden geloven dat wij tot dit genadeverbond behoren'. De woorden 'Drinkt allen daaruit' en 'tot vergeving der zonden' komen uit Mattheüs 26. Er volgt een uitleg alsof Christus Zelf spreekt. Brood en beker zijn 'een gewisse gedachtenis en pand'. Een pand is een onderpand, een zekerheid. Zo zeker als ieder het brood ziet breken en de beker ontvangt, zo zeker voedt Christus de hongerige zielen tot het eeuwige leven.

Uit de Bijbel

  • Lukas 22:44

    “En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.”

    Het zweet als droppelen bloeds in de hof staat achter de woorden over het bloedige zweet.

  • Mattheüs 26:26-28

    “En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam. En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit; Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.”

    Uit deze inzetting komen de woorden 'Drinkt allen daaruit' en 'tot vergeving der zonden', die het formulier bij de herhaling gebruikt.

  • Galaten 3:13

    “Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.”

    Christus werd een vloek voor ons, waarop het formulier zich beroept bij de vervloeking die Hij op Zich laadde.

  • Mattheüs 27:46

    “En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!”

    De kreet van verlatenheid aan het kruis haalt het formulier aan als het diepste punt van Christus' lijden.

Deel 6

Gemeenschap met Christus en met elkaar

Uit deze inzetting des Heiligen Avondmaals van onzen Heere Jezus Christus zien wij, dat Hij ons geloof en betrouwen op Zijn volkomen offerande (die eenmaal aan het kruis geschied is) als op den enigen grond en fundament onzer zaligheid wijst, waar Hij onzen hongerigen en dorstigen zielen tot een waarachtige spijze en drank des eeuwigen levens geworden is. Want door Zijn dood heeft Hij de oorzaak van onzen eeuwigen honger en kommer, namelijk de zonde, weggenomen, en ons den levendmakenden Geest verworven; opdat wij door dien Geest (Die in Christus, als in het Hoofd, en in ons als Zijn lidmaten woont) met Hem waarachtige gemeenschap zouden hebben, en al Zijn goederen, het eeuwige leven, de gerechtigheid en de heerlijkheid, deelachtig worden.

Daarbenevens, dat wij ook door denzelfden Geest onder malkanderen, als lidmaten van één lichaam, in waarachtige broederlijke liefde verbonden worden; gelijk de heilige apostel spreekt: Eén brood is het, zo zijn wij velen één lichaam; dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn. Want gelijk uit vele graankorrels één meel gemalen en één brood gebakken wordt, en uit vele beziën, samengeperst zijnde, één wijn en drank vliet en zich ondereenvermengt; alzo zullen wij allen, die door het waarachtig geloof Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde, om Christus onzes lieven Zaligmakers wil, Die ons tevoren zo uitnemend heeft liefgehad, allen tezamen één lichaam zijn, en zulks niet alleen met woorden, maar ook met de daad jegens malkanderen bewijzen.

Daartoe helpe ons de almachtige, barmhartige God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, door Zijn Heiligen Geest.

Amen.

Uitleg

Uit de inzetting trekt het formulier een conclusie. Christus wijst ons geloof naar Zijn 'volkomen offerande', die 'eenmaal aan het kruis geschied is'. Dat offer is de enige grond van de zaligheid. Het avondmaal herhaalt dat offer niet, maar wijst ernaar terug.

Christus heeft de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer weggenomen: de zonde. Kommer betekent hier nood en ellende. Hij verwierf voor ons 'den levendmakenden Geest'. Die Geest woont in Christus als het Hoofd en in de gelovigen als Zijn leden. Door Hem hebben wij waarachtige gemeenschap met Christus en delen wij in Zijn goederen.

Dezelfde Geest verbindt de gelovigen ook met elkaar. Het formulier gebruikt daarvoor een bekend beeld. Uit vele graankorrels wordt één brood gebakken, uit vele beziën, dat zijn bessen of druiven, één wijn geperst. Zo vormen de gelovigen samen één lichaam. Die liefde moet blijken 'niet alleen met woorden, maar ook met de daad'.

Het deel sluit met een korte bede om hulp van de Vader door de Heilige Geest, en met Amen.

Uit de Bijbel

  • Hebreeën 10:14

    “Want met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.”

    Met één offerande heeft Christus de Zijnen volmaakt, daarom noemt het formulier Zijn offer volkomen en eenmalig.

  • Johannes 6:55

    “Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank.”

    Christus noemt Zijn vlees waarlijk spijs en Zijn bloed waarlijk drank, wat het formulier uitwerkt als spijs en drank van het eeuwige leven.

  • 1 Korinthe 10:17

    “Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn.”

    Het formulier haalt deze woorden over het ene brood en het ene lichaam aan.

Deel 7

Het gebed om genade en het Onze Vader

Opdat wij dan dit alles mogen verkrijgen, laat ons onszelven voor God verootmoedigen, en Hem met waarachtig geloof om Zijn genade aanroepen:

Barmhartige God en Vader, wij bidden U dat Gij in dit Avondmaal (waarin wij oefenen de heerlijke gedachtenis van den bitteren dood van Uw lieven Zoon Jezus Christus) door Uw Heiligen Geest in onze harten wilt bewerken dat wij ons met waarachtig vertrouwen aan Uw Zoon Jezus Christus hoe langer hoe meer overgeven, opdat onze bezwaarde en verslagen harten met Zijn waarachtig lichaam en bloed, ja, met Hem, waarachtig God en mens, het enige hemelse Brood, door de kracht des Heiligen Geestes gespijzigd en gelaafd worden; en dat wij niet meer in onze zonden, maar Hij in ons en wij in Hem leven, en zó waarachtiglijk het Nieuwe en eeuwige Testament en verbond der genade deelachtig zijn mogen, dat wij niet twijfelen of Gij zult eeuwiglijk onze genadige Vader zijn, ons onze zonden nimmermeer toerekenende, en met alle dingen aan lichaam en ziel verzorgende, als Uw lieve kinderen en erfgenamen.

Verleen ons ook Uw genade dat wij, getroost ons kruis op ons nemende, onszelven verloochenen, onzen Heiland belijden, en in alle droefenis met een opgeheven hoofd onzen Heere Jezus Christus uit den hemel verwachten, waar Hij onze sterfelijke lichamen aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkmaken, en ons tot Zich nemen zal in eeuwigheid.

Verhoor ons, o God en barmhartige Vader, door Jezus Christus, Die ons aldus heeft leren bidden:

Onze Vader, Die in de hemelen zijt,

Uw Naam worde geheiligd.

Uw Koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.

Uitleg

Voordat de gemeente aan tafel gaat, wordt er gebeden. Wat het formulier heeft uitgelegd, kan niemand zichzelf geven. Daarom zegt het: laat ons 'onszelven voor God verootmoedigen' en Hem om Zijn genade aanroepen.

Het gebed vraagt dat de Heilige Geest het vertrouwen op Christus 'hoe langer hoe meer' laat groeien. De bezwaarde harten mogen gevoed worden met Christus Zelf, 'het enige hemelse Brood'. Dat gebeurt 'door de kracht des Heiligen Geestes'. Zo belijdt ook de Nederlandse Geloofsbelijdenis het in artikel 35.

Verder bidt de gemeente om zekerheid: dat zij niet twijfelt of God eeuwig haar genadige Vader zal zijn. Ook vraagt zij genade om het kruis getroost op zich te nemen, zichzelf te verloochenen en Christus te belijden. Getroost betekent hier: gelaten en gewillig. Het gebed eindigt bij de verwachting van Christus uit de hemel.

Op die dag zal Hij onze sterfelijke lichamen aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkmaken. Dan klinkt midden in het gebed het Onze Vader. Het wordt ingeleid met de zin 'Verhoor ons, o God en barmhartige Vader, door Jezus Christus, Die ons aldus heeft leren bidden'.

Volgens de noten in de uitgave van 1897 ontbraken deze zestien woorden in de redactie die toen gangbaar was, zoals in het kerkboek van 1774. Daar eindigde de bede vóór het Onze Vader al met Amen. In de kerkboekuitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting, die hier gevolgd wordt, staan ze wel.

Uit de Bijbel

  • Johannes 6:51

    “Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.”

    Christus noemt Zich het levende Brood uit de hemel, wat het gebed belijdt met de woorden 'het enige hemelse Brood'.

  • Galaten 2:20

    “Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.”

    Paulus zegt dat niet meer hij, maar Christus in hem leeft, zoals het gebed vraagt dat Hij in ons en wij in Hem leven.

  • Filippenzen 3:20-21

    “Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus; Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.”

    Paulus verwacht de Zaligmaker uit de hemel, Die ons vernederd lichaam aan Zijn heerlijk lichaam gelijkvormig maakt.

  • Mattheüs 6:9-13

    “Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.”

    Het gebed vóór de viering bevat het gebed dat de Heere Zelf leerde, en het dankgebed na de viering sluit ermee af.

Deel 8

De belijdenis van het algemene christelijke geloof

Wil ons ook door dit Heilig Avondmaal sterken in het algemeen ongetwijfeld Christelijk geloof, waarvan wij belijdenis doen met mond en hart, sprekende:

Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onzen Heere; Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria; Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derden dage wederom opgestaan van de doden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders; vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in den Heiligen Geest. Ik geloof een heilige, algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleses; en een eeuwig leven.

Amen.

Uitleg

Na het Onze Vader vraagt de gemeente of God haar door het avondmaal wil sterken 'in het algemeen ongetwijfeld Christelijk geloof'. Algemeen betekent hier: van de hele kerk, overal en altijd. Ongetwijfeld betekent: zeker, zonder twijfel. Dan volgt de Apostolische Geloofsbelijdenis, de twaalf artikelen.

De gemeente belijdt dit geloof 'met mond en hart'. Het avondmaal brengt dus geen nieuwe leer, maar sterkt het oude geloof van de kerk. Dezelfde uitdrukking over het algemene, ongetwijfelde geloof staat in de Heidelbergse Catechismus, Zondag 7. Daar volgen de twaalf artikelen, die de Catechismus in de zondagen daarna uitlegt.

Het formulier komt straks op deze artikelen terug. Bij de oproep om de harten omhoog te heffen, zegt het dat de artikelen ons naar de hemel wijzen, waar Christus is.

Uit de Bijbel

  • Romeinen 10:9-10

    “Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden. Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.”

    Met het hart gelooft men en met de mond belijdt men, de achtergrond van belijden met mond en hart.

  • Hebreeën 10:23

    “Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw);”

    De oproep om de belijdenis der hoop onwankelbaar vast te houden, past bij de bede om een ongetwijfeld geloof.

Deel 9

De harten omhoog en de uitdeling

Opdat wij dan met het waarachtige hemelse Brood Christus gespijzigd mogen worden, zo laat ons met onze harten niet aan het uiterlijke brood en wijn blijven hangen; maar onze harten opwaarts in den hemel verheffen, waar Jezus Christus is, onze Voorspraak, ter rechterhand Zijns hemelsen Vaders, waarheen ons ook de artikelen van ons Christelijk geloof wijzen; niet twijfelende, of wij zullen zo waarachtiglijk door de werking des Heiligen Geestes met Zijn lichaam en bloed aan onze zielen gespijzigd en gelaafd worden, als wij het heilige brood en drank tot Zijn gedachtenis ontvangen.

Bij het breken en uitdelen des broods spreekt de dienaar:

Het brood dat wij breken, is de gemeenschap des lichaams van Christus. Neemt, eet, gedenkt en gelooft dat het lichaam onzes Heeren Jezus Christus gebroken is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

En als hij den drinkbeker geeft:

De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is de gemeenschap des bloeds van Christus. Neemt, drinkt allen daaruit, gedenkt en gelooft dat het dierbaar bloed onzes Heeren Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

Terwijl men communiceert, zal men stichtelijk zingen, of sommige kapittelen lezen, ter gedachtenis des lijdens van Christus dienende, als Jesaja 53, Johannes 6, 13-18, of dergelijke.

Uitleg

Vlak vóór de uitdeling waarschuwt het formulier tegen een misverstand. Wij moeten met onze harten 'niet aan het uiterlijke brood en wijn blijven hangen'. Onze harten moeten opwaarts, naar de hemel, waar Christus is als onze Voorspraak aan de rechterhand van de Vader. Een Voorspraak is een pleitbezorger. Dit doet denken aan de oude Latijnse oproep uit de kerkdienst, sursum corda: harten omhoog.

Brood en wijn blijven brood en wijn. Toch belooft het formulier iets groots. Zo waarachtig als wij brood en drank ontvangen, zo waarachtig worden onze zielen met Christus' lichaam en bloed gevoed. Dat gebeurt 'door de werking des Heiligen Geestes'. Zo spreekt de gereformeerde leer over de geestelijke gemeenschap met Christus.

Bij het breken en uitdelen spreekt de predikant twee korte teksten. Ze beginnen met woorden uit 1 Korinthe 10: het brood is 'de gemeenschap des lichaams van Christus', de beker de gemeenschap van Zijn bloed. Daarna volgt de opdracht om te nemen, te eten of te drinken, te gedenken en te geloven.

Volgens de noten in de uitgave van 1897 stonden in de oudste uitgaven alleen de woorden uit 1 Korinthe 10. De Dordtse synoden van 1574 en 1578 en de synode van Middelburg van 1581 lieten de opdracht toevoegen. Toch ontbrak die in de redactie die toen al ruim twee eeuwen gangbaar was, zoals in het kerkboek van 1774. In de kerkboekuitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting staat ze wel, en dus ook hier.

Onder de communie, het eten en drinken aan de tafel, wordt gezongen of gelezen. Het formulier noemt Jesaja 53 en Johannes 6 en 13 tot 18. Kapittelen zijn hoofdstukken.

Uit de Bijbel

  • Kolossenzen 3:1

    “Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.”

    Paulus roept op te zoeken wat boven is, waar Christus zit aan Gods rechterhand, zoals het formulier de harten opwaarts roept.

  • 1 Korinthe 10:16

    “De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus?”

    Uit dit vers komen de woorden die de predikant bij het brood en bij de beker spreekt.

  • Jesaja 53:5

    “Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.”

    Jesaja 53 is een van de hoofdstukken die het formulier noemt om onder de communie te lezen.

Deel 10

De dankzegging met Psalm 103

Na de voleinding der communicatie zal de dienaar spreken:

Geliefden in den Heere, dewijl de Heere nu aan Zijn tafel onze zielen gespijzigd heeft, zo laat ons altezamen Zijn Naam met dankzegging prijzen; en een iegelijk spreke in zijn hart aldus, Psalm 103:

1. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam.

2. Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;

3. Die al uw ongerechtigheid vergeeft, Die al uw krankheden geneest;

4. Die uw leven verlost van het verderf, Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden.

8. Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.

9. Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwiglijk den toorn behouden.

10. Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.

11. Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen die Hem vrezen.

12. Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.

13. Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen die Hem vrezen.

Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, en ons alles met Hem geschonken. Daarom, bevestigt God daarmede Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is als wij nog zondaars waren, zo zullen wij ook veel meer door Hem behouden worden van Zijn toorn, nadat wij door Zijn bloed gerechtvaardigd zijn. Want indien wij met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, toen wij nog vijanden waren, veel meer zullen wij behouden worden door Zijn leven, nadat wij met Hem verzoend zijn. Daarom zal mijn mond en hart des Heeren lof verkondigen, van nu aan tot in der eeuwigheid.

Amen.

O barmhartige God en Vader, wij danken U van ganser harte, dat Gij uit grondeloze barmhartigheid ons Uw eniggeboren Zoon tot een Middelaar en offer voor onze zonden, en tot een spijze en drank des eeuwigen levens geschonken hebt; en dat Gij ons geeft een waarachtig geloof, waardoor wij zulke Uw weldaden deelachtig worden. Gij hebt ons ook, tot sterking daarvan, door Uw lieven Zoon Jezus Christus het Heilig Avondmaal laten instellen en verordenen. Wij bidden U, o getrouwe God en Vader, dat Gij door de werking Uws Heiligen Geestes de gedachtenis van onzen Heere Jezus Christus en de verkondiging van Zijn dood, ons tot dagelijks toenemen in het rechte geloof, en in de zalige gemeenschap van Christus wilt laten gedijen; door Hem, Uw lieven Zoon Jezus Christus; in Wiens Naam wij onze gebeden besluiten, gelijk Hij ons geleerd heeft, zeggende:

Onze Vader, Die in de hemelen zijt,

Uw Naam worde geheiligd.

Uw Koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.

Amen.

Uitleg

Na de communie roept de predikant op om de Naam van de Heere met dankzegging te prijzen. Ieder spreekt in zijn hart woorden uit Psalm 103. Het formulier kiest de verzen over vergeving en ontferming: God doet ons niet naar onze zonden en ontfermt Zich als een vader over zijn kinderen.

Volgens de noten in de uitgave van 1897 staat vers 9 in de officiële tekst, maar was het in de toen gangbare redactie uitgevallen. Zo ontbreekt het in het kerkboek van 1774. Hier staat het wel, net als in de kerkboekuitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting. Na de psalm volgen woorden die volgens dezelfde noten bijna geheel uit de Schrift komen. Ze volgen Romeinen 8:32 en Romeinen 5:8-10.

God heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard. Heeft Hij ons verzoend toen wij nog vijanden waren, dan zal Hij ons nu des te meer behouden. Daarom besluit deze lofzegging: 'Daarom zal mijn mond en hart des Heeren lof verkondigen'.

Het laatste gebed dankt God dat Hij Zijn Zoon gaf 'tot een Middelaar en offer voor onze zonden'. Hij gaf Hem ook tot spijs en drank van het eeuwige leven. Het dankt ook voor het geloof waardoor wij die weldaden ontvangen. Daarna vraagt het dat de gedachtenis van Christus en de verkondiging van Zijn dood vrucht dragen.

Gedijen betekent: goed groeien en vrucht dragen. Het avondmaal is dus geen eindpunt. Het moet leiden tot 'dagelijks toenemen in het rechte geloof'. Net als het gebed vóór de viering sluit het formulier af met het Onze Vader.

Uit de Bijbel

  • Psalm 103:2-4

    “Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden; Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest; Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden;”

    Deze verzen over de weldaden van de HEERE spreekt ieder na de communie in zijn hart uit.

  • Romeinen 8:32

    “Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?”

    Het formulier neemt de woorden over God, Die Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, bijna letterlijk over.

  • Romeinen 5:8-10

    “Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren. Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn. Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.”

    Paulus redeneert van verzoening naar behoud, en die redenering vormt de rest van de lofzegging na de psalm.

Veelgestelde vragen

Wat staat er in het avondmaalsformulier?

Het formulier begint met de inzettingswoorden uit 1 Korinthe 11. Daarna volgen de zelfbeproeving in drie stukken, de afhouding van wie in ergerlijke zonden leeft en een troost voor zwakke gelovigen. Dan komen de gedachtenis van Christus' lijden en de gemeenschap met Hem en met elkaar. Een gebed, het Onze Vader en de Apostolische Geloofsbelijdenis gaan aan de uitdeling vooraf. Het formulier sluit met Psalm 103 en een dankgebed.

Wat zijn de drie stukken van de zelfbeproeving?

Het eerste stuk is dat ieder zijn zonden bedenkt, zichzelf mishaagt en zich voor God verootmoedigt. Het tweede is de vraag of iemand Gods belofte gelooft dat al zijn zonden om Christus' wil vergeven zijn. Het derde is de vraag of hij voortaan God dankbaar wil zijn en in liefde met zijn naaste wil leven. Vaak wordt opgemerkt dat dit aansluit bij de drie delen van de Heidelbergse Catechismus: ellende, verlossing en dankbaarheid.

Wat betekent de afhouding in het avondmaalsformulier?

De afhouding is het deel waarin wie met ergerlijke zonden besmet is, vermaand wordt van de tafel weg te blijven. Het formulier noemt een lange lijst, ongeveer in de volgorde van de tien geboden. Het voegt eraan toe dat dit geldt zolang iemand in zulke zonden blijft. De afhouding is dus een roep tot bekering, opdat het oordeel niet zwaarder wordt. Ze sluit niet voor altijd uit.

Wat zegt het avondmaalsformulier over een zwak geloof?

Het formulier ontkent uitdrukkelijk dat alleen wie zonder zonde zou zijn, aan het avondmaal mag gaan. Gelovigen vinden in zichzelf geen volkomen geloof en strijden dagelijks met hun zwakheid. Zijn die gebreken hun door de genade van de Heilige Geest van harte leed? Willen zij tegen hun ongeloof strijden en naar alle geboden Gods leven? Dan mogen zij zeker zijn dat geen zonde of zwakheid die tegen hun wil is overgebleven, God verhindert hen in genade aan te nemen. Leeft deze vraag bij u, dan kunt u haar ook bespreken met uw predikant of ouderling.

Wie heeft het avondmaalsformulier geschreven?

Het formulier is niet het werk van één bekende schrijver. Het groeide in de zestiende eeuw in de gereformeerde kerken van de Nederlanden. In de kern gaat het terug op de liturgie van de Palts, die Petrus Datheen in 1566 in het Nederlands uitgaf. Volgens de noten in de uitgave van 1897 ging er in de zestiende eeuw doorgaans een korte onderzoeking des geloofs aan vooraf. Na de Synode van Dordrecht (1618-1619) werd de officiële tekst vastgesteld. Dat werd de uitgave van 1611, met kleine wijzigingen van de reviseurs die de synode had benoemd.

Wat betekent zichzelf een oordeel eten en drinken in het avondmaalsformulier?

De woorden komen uit 1 Korinthe 11, die het formulier aan het begin voorleest. Het formulier past ze toe op wie 'dit getuigenis in hun harten niet gevoelen', dus wie zich in de drie stukken van de zelfbeproeving niet herkent. Ook wie in ergerlijke zonden blijft leven, wordt gewaarschuwd. Direct daarna zegt het formulier dat dit niet gezegd wordt 'om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken'. Zwakheid van geloof maakt niet onwaardig, als zij u van harte leed is. Twijfelt u hierover, spreek er dan over met uw predikant of ouderling.

Waarom staat het verkorte avondmaalsformulier hier niet?

Het verkorte formulier hoort niet bij de liturgie die de Synode van Dordrecht vaststelde. De vormen die nu gebruikt worden, zijn later en verschillen per kerkverband. Wij nemen een letterlijke tekst alleen op als wij hem met twee drukken van vóór 1900 hebben kunnen vergelijken. Voor het verkorte formulier lukte dat niet. Daarom staat hier alleen het volledige formulier.

Welke tekst van het avondmaalsformulier staat op deze pagina?

Het is de klassieke tekst in de spelling van het kerkboek, zoals de Gereformeerde Bijbelstichting die uitgeeft. Wij hebben hem woord voor woord vergeleken met twee oude drukken: de uitgave van 1897 met de officiële tekst en een kerkboek uit 1774. Waar de uitgave van de GBS woorden heeft die in geen van beide drukken staan, volgen wij de oude lezing. Die plaatsen staan hieronder bij de verantwoording.

Over deze tekst

Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.

Bronnen

Waar wij afwijken van de kopieerbron

Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.

  • Gemeenschap met elkaar. Hier: ‘onder malkanderen, als lidmaten’. Kopieerbron: ‘onder elkander, als lidmaten’. Beide getuigen: "malkanderen".
  • Gemeenschap met elkaar. Hier: ‘allen tezamen één lichaam zijn, en zulks niet alleen met woorden, maar ook met de daad jegens malkanderen bewijzen’. Kopieerbron: ‘altezamen één lichaam zijn, en zulks niet alleen met woorden, maar ook met de daad jegens elkander bewijzen’. Beide getuigen; "altezamen" en "elkander" staan in geen van beide.
  • Gedachtenis van het lijden. Hier: ‘daarna ontallijke smaadheden geleden heeft’. Kopieerbron: ‘daarna ontelbare smaadheden geleden heeft’. Beide getuigen: "ontallijke".
  • Uitdeling. Hier: ‘Bij het breken en uitdelen des broods spreekt de dienaar:’. Kopieerbron: ‘Bij het breken en uitdelen des broods spreekt de dienaar des Woords:’. "des Woords" staat in geen getuige.
  • Opheffing des harten. Hier: ‘het heilige brood en drank’. Kopieerbron: ‘het heilige brood en den heiligen drank’. "den heiligen" vóór "drank" staat in geen getuige.
  • Uitdeling. Hier: ‘het dierbaar bloed onzes Heeren Jezus Christus’. Kopieerbron: ‘het dierbaar bloed van onzen Heere Jezus Christus’. Officiële tekst (1897).
  • Onder de communie. Hier: ‘of sommige kapittelen lezen, ter gedachtenis des lijdens van Christus dienende,’. Kopieerbron: ‘of sommige hoofdstukken lezen, dienende ter gedachtenis aan het lijden van Christus,’. Beide getuigen hebben "kapittelen" en de genitief.
  • Na de communie. Hier: ‘Na de voleinding der communicatie zal de dienaar spreken:’. Kopieerbron: ‘Na de beëindiging der communicatie zal de dienaar des Woords spreken:’. Gangbare redactie (1774) ligt het dichtst bij GBS.