Het avondgebed uit het kerkboek: tekst en uitleg
In het kort
Het avondgebed uit het kerkboek vraagt om rust voor lichaam en ziel aan het eind van de dag. Het belijdt de zonden van die dag, vraagt God ze te bedekken, bidt voor zieken en bedroefden en sluit af met het Onze Vader.
Aan het eind van de dag gaat het avondgebed uit het kerkboek over rust, slaap en vergeving. Het spreekt God aan als 'eeuwig Licht, schijnende in de duisternis' en legt de nacht in Zijn hand. Het gebed is kort, maar elke zin draagt veel. Hieronder staat de volledige tekst in drie delen, met uitleg, oude woorden verklaard en Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Deze pagina gaat over de klassieke tekst. Zoekt u een avondgebed in hedendaagse woorden, dan vindt u dat onder de gebeden op deze site. Onderaan staat hoe de tekst van het kerkboek is nagelezen.
Deel 1
Het eeuwige Licht en de rust van de nacht
O barmhartige God, eeuwig Licht, schijnende in de duisternis, Gij Die den nacht der zonden en alle blindheid des harten verdrijft; naardien Gij den nacht verordend hebt om te rusten, gelijk den dag om te arbeiden; zo bidden wij U, geef dat onze lichamen in vrede en stilheid rusten, opdat zij daarna bekwaam mogen zijn den arbeid dien zij dragen moeten, door te staan. Matig onzen slaap, dat die niet onordelijk zij, opdat wij aan lichaam en ziel onbevlekt mogen blijven, ja, dat onze slaap zelfs geschiede tot Uw eer. Verlicht de ogen van ons verstand, opdat wij in den dood niet ontslapen, maar altijd verwachten onze verlossing uit deze ellendigheid. Bescherm ons ook tegen alle aanvechting des duivels, ons in Uw heilig geleide nemende.
Uitleg
Het gebed spreekt God aan als 'eeuwig Licht, schijnende in de duisternis'. Die woorden herinneren aan Johannes 1, waar het Licht in de duisternis schijnt. Het donker van de avond wordt zo een beeld van iets diepers: 'den nacht der zonden en alle blindheid des harten'. Alleen God kan die verdrijven.
Daarna gaat het gebed uit van Gods ordening. God heeft 'den nacht verordend' om te rusten en de dag om te arbeiden. Verordend betekent: ingesteld, vastgesteld. Het gebed vraagt dat onze lichamen rusten 'in vrede en stilheid', zodat zij daarna hun arbeid weer kunnen volhouden. Dat bedoelt het met de woorden 'door te staan': doorstaan.
Opvallend is de bede: 'Matig onzen slaap, dat die niet onordelijk zij'. Matigen is binnen de perken houden. Het gebed vraagt om genoeg slaap, maar niet om luiheid. Zelfs de slaap mag 'tot Uw eer' geschieden. Rust is in dit gebed geen tijd buiten God, maar een gave van Hem.
Het deel eindigt met twee beden voor de nacht. De eerste sluit aan bij Psalm 13: 'Verlicht de ogen van ons verstand, opdat wij in den dood niet ontslapen'. Wie inslaapt, wordt herinnerd aan de laatste slaap. Daarom vraagt het gebed om een verwachting van de verlossing. De tweede bede vraagt bescherming 'tegen alle aanvechting des duivels'. Aanvechting is aanval of verzoeking.
Uit de Bijbel
“En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.”
Het Licht schijnt in de duisternis, de woorden waarmee het avondgebed God aanspreekt.
“De mens gaat dan uit tot zijn werk, en naar zijn arbeid tot den avond toe.”
De mens gaat uit tot zijn arbeid tot de avond toe, de orde van dag en nacht waar het gebed van uitgaat.
“Ik zal in vrede te zamen nederliggen en slapen; want Gij, o HEERE! alleen zult mij doen zeker wonen.”
David legt zich in vrede neer om te slapen, want de HEERE alleen doet hem zeker wonen.
“Aanschouw, verhoor mij, HEERE, mijn God; verlicht mijn ogen, opdat ik in de dood niet ontslape;”
David bidt om verlichte ogen, opdat hij in de dood niet ontslape, een bede die het gebed bijna letterlijk opneemt.
Deel 2
Bedekking van de zonden en voorbede
En naardien wij dezen dag niet doorgebracht hebben zonder tegen U grotelijks gezondigd te hebben, zo bidden wij U, wil onze zonden bedekken door Uw barmhartigheid, gelijk Gij alle dingen op aarde met de duisternis des nachts bedekt, opdat wij daarom van Uw aanschijn niet verstoten worden. Geef ook rust en troost aan alle kranken, bedroefden, en aangevochten harten, door onzen Heere Jezus Christus, Die ons alzo heeft leren bidden:
Uitleg
Het tweede deel is eerlijk over de dag die achter ons ligt. Het zegt dat wij die dag 'niet doorgebracht hebben zonder tegen U grotelijks gezondigd te hebben'. Grotelijks betekent: zwaar, in hoge mate. Het gebed maakt de zonde niet kleiner dan zij is.
Daarna volgt een beeld uit de avond zelf. God bedekt bij het vallen van de nacht alle dingen op aarde met duisternis. Zo vraagt het gebed dat Hij onze zonden bedekt 'door Uw barmhartigheid'. Bedekken is hier: vergeven en niet meer aanrekenen. Psalm 32 noemt hem welgelukzalig wiens zonde bedekt is. Het doel is dat wij niet 'van Uw aanschijn' verstoten worden. Aanschijn is aangezicht.
Het deel sluit met voorbede: rust en troost voor 'alle kranken, bedroefden, en aangevochten harten'. In de nacht kunnen pijn en zorgen zwaarder wegen. Zo denkt wie gaat slapen ook aan wie wakker ligt. Daarna gaat het gebed over in het Onze Vader, 'door onzen Heere Jezus Christus'.
Uit de Bijbel
“Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.”
David noemt hem welgelukzalig wiens zonde bedekt is, de achtergrond van de bede om bedekking van de zonden.
“Verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uw Heiligen Geest niet van mij.”
David bidt: verwerp mij niet van Uw aangezicht, zoals het gebed vraagt niet van Gods aanschijn verstoten te worden.
Deel 3
Het Onze Vader aan het eind van de dag
Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.
Amen.
Uitleg
Het avondgebed eindigt met het gebed dat Christus Zijn discipelen leerde. Na de schuldbelijdenis klinkt de vijfde bede met extra gewicht: 'En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren'. Wie gaat slapen, legt niet alleen de eigen schuld bij God neer, maar ook de wrok tegenover anderen. Paulus schrijft dat de zon niet moet ondergaan over onze toornigheid.
Ook de zesde bede past bij de nacht: 'En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze'. Dat sluit aan bij de bede om bescherming tegen de aanvechting des duivels. De Heidelbergse Catechismus legt in zondag 52 uit dat wij uit onszelf zo zwak zijn dat wij geen ogenblik kunnen bestaan.
Het gebed sluit met de lofprijzing en het Amen. Zo eindigt de dag niet bij onze zonden of zorgen, maar bij Gods Koninkrijk, kracht en heerlijkheid.
Uit de Bijbel
“En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.”
De vijfde bede, om vergeving van onze schulden, die na de schuldbelijdenis van dit gebed extra gewicht krijgt.
“Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid;”
Paulus wil dat de zon niet ondergaat over onze toornigheid, een goede vermaning bij het bidden aan het eind van de dag.
“Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;”
Petrus waarschuwt dat de duivel omgaat als een briesende leeuw, de reden om om bewaring tegen zijn aanvechting te bidden.
Veelgestelde vragen
Wat betekent 'matig onzen slaap' in het avondgebed?
Matigen betekent: binnen de perken houden. Het gebed vraagt dat onze slaap niet onordelijk is, dus niet te kort en ook niet te lang of uit luiheid. Slaap is een gave van God om de volgende dag weer te kunnen werken. Daarom vraagt het gebed zelfs dat onze slaap tot Gods eer mag zijn.
Wat betekent 'opdat wij in den dood niet ontslapen' in het avondgebed?
Deze woorden sluiten aan bij Psalm 13:4, waar David bidt dat God zijn ogen verlicht, opdat hij in de dood niet ontslape. Het avondgebed gebruikt de slaap als beeld van het sterven. Het vraagt om verlichte ogen van het verstand. Dan zinken wij, ook als wij gaan slapen of sterven, niet zonder hoop weg, maar blijven wij altijd onze verlossing verwachten.
Waarom vraagt het avondgebed God de zonden te bedekken?
Het gebed erkent dat wij geen dag doorbrengen zonder te zondigen. Zoals de nacht alles op aarde bedekt, vraagt het dat God onze zonden door Zijn barmhartigheid bedekt, dat wil zeggen: vergeeft en niet meer aanrekent. Psalm 32:1 noemt hem welgelukzalig wiens zonde bedekt is. Zo gaat de bidder met een gerust geweten slapen.
Wat betekent de aanvechting des duivels in het avondgebed?
Aanvechting is een aanval of verzoeking. Het gebed vraagt God ons te beschermen tegen alles waarmee de duivel ons wil aanvallen, zoals twijfel, angst, zondige gedachten of moedeloosheid. Petrus waarschuwt dat de duivel omgaat als een briesende leeuw. Daarom vraagt het gebed dat God ons in Zijn heilig geleide neemt.
Wat is het verschil tussen het avondgebed uit het kerkboek en een avondgebed in eigen woorden?
Het avondgebed uit het kerkboek is een vaste tekst van eeuwen oud, in oude taal. Een avondgebed in eigen woorden is persoonlijker en kan noemen wat die dag gebeurd is. Beide kunnen naast elkaar bestaan. Het oude gebed leert wat in een avondgebed een plaats mag krijgen. Denk aan dank voor de rust, belijdenis van zonden, bescherming in de nacht, voorbede en het Onze Vader.
Over deze tekst
Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.
Bronnen
- GBS Bijbel Online, De formulieren voor kerkelijke handelingen / Christelijke gebeden (Gereformeerde Bijbelstichting) (kopieerbron (spelling en tekst))
- De berijmde Psalmen (...) in gebruik bij de Gereformeerde Kerken in Nederland; alsmede hare Formulieren van Eenigheid (...) en hare Liturgie, naar den door die kerken vastgestelden tekst, onder medewerking van H. Bavinck en A. Kuyper, Middelharnis: Flakkeesche Boekdrukkerij, 1897 (scan Princeton Theological Seminary, archive.org) (controle, publiek domein (officiële Dordtse tekst))
- Het boek der psalmen, nevens de gezangen bij de Hervormde Kerk van Nederland in gebruik (...) mitsgaders de christelijke catechismus, formulieren en gebeden der Gereformeerde Kerken, Haarlem: Joh. Enschedé en Zonen, 1774 (DBNL, digitale uitgave van de vier kerkboeken) (controle, publiek domein (gangbare redactie, oude spelling))