Ga naar hoofdinhoud

Het gebed na de kerkenraadsvergadering: tekst en uitleg

In het kort

Het gebed na de kerkenraadsvergadering sluit de bijeenkomst af met dankzegging en voorbede. Het dankt voor de vrije prediking en voor Gods leiding. Daarna bidt het om zegen over het werk, voor de dienaars en voor de overheid.

In het kerkboek heet dit gebed: Gebed na de handeling der kerkelijke bijeenkomsten. In oudere kerkboeken heet het gebed na de handeling des kerkenraads. Volgens een noot in de uitgave van 1897 is het, net als het gebed vóór, bedoeld voor alle kerkelijke vergaderingen. Het hoort bij het gebed vóór de vergadering. Dat gebed vroeg om de Heilige Geest en het Woord als enige regel. Dit gebed dankt dat God in het midden van de vergadering geweest is.

Wie de formuliergebeden naast elkaar legt, ziet dat dit gebed zinnen deelt met de gebeden na de predicatie. De voorbede voor de dienaars en de overheid komt bijna woordelijk overeen. Zo bidt de kerkenraad na zijn vergadering met dezelfde woorden als de gemeente na de preek. Op deze pagina staat de volledige tekst in vier delen, met uitleg en Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Deel 1

Dank voor de kerk, de vrije prediking en Gods leiding

Heere God, hemelse Vader, wij danken U van harte, dat het U behaagt hier in deze landen U een Kerk te verzamelen, en daartoe onzen dienst te gebruiken, ons de genade gevende dat wij vrij en onverhinderd Uw Heilig Evangelie prediken, en alle godzalige oefeningen gebruiken mogen; daarbenevens, dat Gij nu met Uw Heiligen Geest in het midden van deze onze vergadering geweest zijt, onze raadslagen naar Uw wil besturende, en onze harten in onderlingen vrede en eendrachtigheid verbindende.

Uitleg

Het gebed begint met dank in drie stappen. Eerst dat het God behaagt 'hier in deze landen U een Kerk te verzamelen'. De kerk is Gods werk, niet dat van de kerkenraad. Wel gebruikt God daartoe 'onzen dienst'.

Daarna dankt het gebed dat de gemeente 'vrij en onverhinderd' het Evangelie mag prediken en alle godzalige oefeningen mag gebruiken. Daarmee zijn vormen van godsdienst bedoeld, zoals samenkomen, bidden en de Schrift lezen. Het gebed noemt die vrijheid uitdrukkelijk als gave. Dat zij niet vanzelf spreekt, blijkt uit het lange gebed na de predicatie, dat bidt voor broeders die vervolging lijden.

Ten slotte dankt de kerkenraad dat God met Zijn Heilige Geest in het midden van de vergadering geweest is. Hij heeft de raadslagen naar Zijn wil bestuurd en 'onze harten in onderlingen vrede en eendrachtigheid' verbonden. Wat vóór de vergadering gevraagd werd, wordt na afloop met dank erkend.

Uit de Bijbel

  • Handelingen 2:47

    “En prezen God, en hadden genade bij het ganse volk. En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.”

    De Heere deed dagelijks tot de gemeente, wat het gebed belijdt als Gods eigen werk van verzamelen.

  • 2 Thessalonicenzen 3:1

    “Voorts, broeders, bidt voor ons, opdat het Woord des Heeren zijn loop hebbe, en verheerlijkt worde, gelijk ook bij u;”

    Paulus vraagt gebed opdat het Woord des Heeren zijn loop heeft, zoals de vrije prediking waarvoor het gebed dankt.

  • Psalm 133:1

    “Een lied Hammaaloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.”

    David bezingt hoe goed en liefelijk het is dat broeders samenwonen, de eendrachtigheid waarvoor gedankt wordt.

Deel 2

Bede om zegen over het voorgenomen werk

Wij bidden U, o getrouwe God en Vader, wil toch onzen voorgenomen arbeid genadiglijk zegenen, en Uw aangevangen werk krachtiglijk volvoeren; U altijd een rechte Kerk verzamelende, en die bij de zuivere leer en het recht gebruik der heilige sacramenten, en de naarstige oefening der tucht bewarende. Doe daarentegen teniet alle boze en listige raadslagen die tegen Uw Woord en Kerk bedacht worden.

Uitleg

Nu vraagt de kerkenraad dat God 'onzen voorgenomen arbeid' zegent en 'Uw aangevangen werk krachtiglijk' volvoert. Er staat dus niet ons werk, maar Uw werk. Wat de vergadering besloten heeft, kan alleen slagen als God het voltooit.

Het gebed noemt drie kenmerken van de 'rechte Kerk' die God moet bewaren. Dat zijn de zuivere leer, het rechte gebruik van de sacramenten en de naarstige oefening van de tucht. Naarstig betekent ijverig. Dezelfde drie kenmerken van de ware kerk noemt de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 29.

Daartegenover staat de bede dat God alle boze en listige raadslagen tegen Zijn Woord en Kerk tenietdoet. Die woorden staan ook in het korte gebed na de predicatie.

Uit de Bijbel

  • Filippenzen 1:6

    “Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus;”

    Paulus vertrouwt dat God het goede werk dat Hij begonnen is, zal voleindigen, zoals de bede om het aangevangen werk.

  • Psalm 90:17

    “En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods; zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat.”

    Mozes bidt dat God het werk van hun handen bevestigt, een bede om zegen over menselijke arbeid.

  • Handelingen 2:42

    “En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.”

    De eerste gemeente volhardde in de leer der apostelen en de breking des broods, de leer en sacramenten die het gebed noemt.

  • Jesaja 8:10

    “Beraadslaagt een raad, doch hij zal vernietigd worden; spreekt een woord, doch het zal niet bestaan; want God is met ons!”

    Een raad die tegen God beraadslaagd wordt, zal vernietigd worden, want God is met ons.

Deel 3

Voor de kerkendienaren en de overheid

Sterk ook alle kerkendienaren, opdat zij getrouwelijk en standvastelijk Uw heilig Woord mogen verkondigen; en de overheid Uws volks, opdat zij het wereldlijke zwaard met gerechtigheid en billijkheid moge voeren.

Geef dat hun ganse regering daarheen gericht zij, dat de Koning aller koningen over hen en hun onderdanen regeren moge, en het rijk des duivels (hetwelk een rijk is van alle schandelijkheden en ongerechtigheden) door hen, als Uw dienaars, hoe langer hoe meer verstoord en tenietgemaakt worde, en dat wij onder hen een gerust en stil leven leiden mogen, in alle godzaligheid en eerbaarheid.

Uitleg

De voorbede voor de kerkendienaren is dezelfde als in het korte gebed na de predicatie: dat zij Gods Woord 'getrouwelijk en standvastelijk' verkondigen. Getrouw en standvastig zijn de twee eisen die het gebed aan de prediking stelt.

Ook de overheid krijgt een plaats. Zij moet 'het wereldlijke zwaard met gerechtigheid en billijkheid' voeren. De tweede alinea vraagt, net als het lange gebed na de predicatie, dat de Koning aller koningen over de overheid en haar onderdanen regeert. Dan wordt het rijk van de duivel verstoord en kunnen wij een gerust en stil leven leiden in godzaligheid en eerbaarheid.

In de gangbare redactie van 1774 volgt hier nog een voorbede voor de overheden met namen en voor het stadsbestuur. De uitgave van 1897 laat de naam open. Die zin staat hier niet; zie Over deze tekst.

Uit de Bijbel

  • 1 Korinthe 4:2

    “En voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.”

    Van uitdelers wordt vereist dat elk getrouw bevonden wordt, de trouw die van de dienaars gevraagd wordt.

  • 1 Timotheüs 2:1-2

    “Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen; Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.”

    Paulus vraagt gebed voor koningen en allen in hoogheid, opdat wij een gerust en stil leven leiden.

  • Openbaring 17:14

    “Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Heere der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.”

    Het Lam is een Heere der heren en een Koning der koningen, de titel die het gebed boven de overheid stelt.

Deel 4

Het slot: verhoring door Christus

Verhoor ons, o God en Vader, door Jezus Christus Uw lieven Zoon, Die met U en den Heiligen Geest, de enige en waarachtige God, eeuwiglijk zijt te loven en te prijzen.

Amen.

Uitleg

Het gebed sluit met 'Verhoor ons, o God en Vader, door Jezus Christus Uw lieven Zoon'. Daarna volgt dezelfde lofprijzing als in het gebed vóór de vergadering. Christus is met de Vader en de Heilige Geest de enige en waarachtige God, eeuwig te loven.

Zo worden beide gebeden door dezelfde woorden omsloten. De vergadering begint en eindigt bij de drie-enige God. Net als het gebed vóór de vergadering heeft dit gebed geen Onze Vader.

Uit de Bijbel

  • 1 Johannes 5:14

    “En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort.”

    Johannes noemt de vrijmoedigheid dat God ons verhoort als wij bidden naar Zijn wil.

  • Romeinen 11:36

    “Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.”

    Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen, Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid.

Veelgestelde vragen

Waarvoor dankt het gebed na de kerkenraadsvergadering?

Het gebed dankt voor drie dingen. Dat God hier een kerk verzamelt en daarvoor de dienst van mensen gebruikt. Dat het Evangelie vrij en onverhinderd gepredikt mag worden. En dat God met Zijn Heilige Geest in de vergadering geweest is, de besluiten bestuurd heeft en de harten in vrede en eendracht verbonden heeft.

Wat zijn de kenmerken van de rechte Kerk in dit gebed?

Het gebed vraagt dat God de kerk bewaart bij de zuivere leer en het recht gebruik van de heilige sacramenten. Ook vraagt het om de naarstige oefening van de tucht. Dat zijn dezelfde drie kenmerken van de ware kerk die de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 29 noemt. De kerkenraad bidt dus om het bewaren van wat de kerk tot kerk maakt.

Waarom ontbreekt hier de voorbede voor de overheden met naam?

Beide oude drukken hebben hier een voorbede voor de overheid van dat moment. Het kerkboek van 1774 noemt namen, de uitgave van 1897 laat een open plek. Omdat de woorden per tijd en plaats verschillen, staat de zin hier niet. Volgens een noot in de uitgave van 1897 moet zo'n voorbede nu anders geformuleerd worden. In een classis of synode bidt men voor de gemeenschappelijke overheid, in de kerkenraad voor het bestuur van de plaats. Een kerkenraad kan daar dus zelf voor de overheid bidden.

Waarom lijkt dit gebed op de gebeden na de predicatie?

Verschillende zinnen komen bijna woordelijk overeen. De bede voor de kerkendienaren en de overheid staat ook in het korte gebed na de predicatie. De bede dat de Koning aller koningen over de overheid regeert, staat ook in het lange gebed na de predicatie. Het kerkboek verklaart die overeenkomst niet; de gebeden delen een vaste taal van voorbede.

Wat betekent godzalige oefeningen in het gebed na de kerkenraad?

Godzalig betekent: God toegewijd, vroom. Met godzalige oefeningen zijn vormen van godsdienst bedoeld, zoals samenkomen, bidden en de Schrift lezen; het gebed noemt ze niet afzonderlijk. Het gebed dankt dat de gemeente die vrij en onverhinderd mag gebruiken, naast de prediking van het Evangelie.

Over deze tekst

Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.

Bronnen

Kantnoten en opmerkingen

  • De gangbare redactie (1774) heeft na de bede voor de overheid nog: een voorbede voor de overheden "soo hooge als leege" en de magistraat van de stad. De uitgave 1897 laat de naam open ("Inzonderheid bidden wij U voor ..."), met een noot dat de officiële tekst de toenmalige overheden noemt. De kopieerbron laat de zin weg; hij staat hier ook niet.