Ga naar hoofdinhoud

Het doopformulier: tekst en uitleg per deel

In het kort

Het doopformulier is de vaste tekst die in gereformeerde kerken bij de doop van kinderen wordt gelezen. Het legt eerst de leer van de doop uit, bidt voor het kind, stelt de ouders drie vragen en dankt God na de doop.

Wie in een reformatorische of gereformeerde kerk een kinderdoop meemaakt, hoort vóór de doop een lange, plechtige tekst. Dat is het formulier om den Heiligen Doop aan de kinderen te bedienen, kortweg het doopformulier. De predikant leest het voor in de eredienst. Daarna volgen de vragen aan de ouders, de doop zelf en een dankgebed.

Op deze pagina staat de volledige tekst, opgedeeld in acht delen. Bij elk deel vindt u een korte uitleg, oude woorden verklaard en enkele Bijbelteksten uit de Statenvertaling. Onderaan staat waar de tekst vandaan komt en hoe hij is nagelezen.

Deel 1

De hoofdsom en het eerste stuk: onze ellende

De hoofdsom van de leer des Heiligen Doops is in deze drie stukken begrepen:

Eerstelijk, dat wij met onze kinderen in zonden ontvangen en geboren en daarom kinderen des toorns zijn, zodat wij in het Rijk Gods niet kunnen komen, tenzij wij vannieuws geboren worden. Dit leert ons de ondergang en besprenging met het water, waardoor ons de onreinigheid onzer zielen wordt aangewezen; opdat wij vermaand worden een mishagen aan onszelven te hebben, ons voor God te verootmoedigen, en onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelven te zoeken.

Uitleg

Het formulier begint niet bij het kind, maar bij de leer. Het woord 'hoofdsom' betekent: de kern in het kort. Die kern bestaat uit drie stukken: onze ellende, Gods genade in Christus en onze dankbaarheid. Dezelfde drie vindt u terug in de opbouw van de Heidelbergse Catechismus.

Het eerste stuk zegt dat wij 'met onze kinderen in zonden ontvangen en geboren' zijn. Dat sluit aan bij Psalm 51, waar David belijdt dat zijn zonde al bij zijn ontvangenis begon. Daarom zijn wij 'kinderen des toorns', zoals Paulus schrijft in Efeze 2:3. Zonder dat wij opnieuw geboren worden, kunnen wij het Rijk Gods niet binnengaan.

Het water van de doop maakt dat zichtbaar. Met 'de ondergang en besprenging met het water' bedoelt het formulier de onderdompeling en de besprenkeling. Beide laten zien dat wij onrein zijn. Het doel is dat wij ons voor God verootmoedigen en onze reiniging en zaligheid 'buiten onszelven' zoeken.

Uit de Bijbel

  • Psalm 51:7

    “Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.”

    David belijdt dat hij in zonde ontvangen is, de grond onder de woorden 'in zonden ontvangen en geboren'.

  • Efeze 2:3

    “Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;”

    Hier komt de uitdrukking 'kinderen des toorns' vandaan, die het formulier gebruikt voor ouders en kinderen samen.

  • Johannes 3:5

    “Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.”

    Christus zegt dat niemand zonder wedergeboorte in het Koninkrijk Gods kan ingaan, wat het formulier 'vannieuws geboren worden' noemt.

Deel 2

Het tweede stuk: wat de doop betuigt en verzegelt

Ten tweede betuigt en verzegelt ons de Heilige Doop de afwassing der zonden door Jezus Christus. Daarom worden wij gedoopt in den Naam Gods, des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Want als wij gedoopt worden in den Naam des Vaders, zo betuigt en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht, ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt, en daarom van alle goed ons verzorgen, en alle kwaad van ons weren, of ten onzen beste keren wil. En als wij in den Naam des Zoons gedoopt worden, zo verzegelt ons de Zoon, dat Hij ons wast in Zijn bloed van al onze zonden, ons in de gemeenschap Zijns doods en Zijner wederopstanding inlijvende, alzo dat wij van onze zonden bevrijd, en rechtvaardig voor God gerekend worden. Desgelijks als wij gedoopt worden in den Naam des Heiligen Geestes, zo verzekert ons de Heilige Geest door dit heilig sacrament, dat Hij in ons wonen, en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toe-eigenende hetgeen wij in Christus hebben, namelijk de afwassing onzer zonden, en de dagelijkse vernieuwing onzes levens, totdat wij eindelijk onder de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden.

Uitleg

Het tweede stuk zegt wat God in de doop doet: Hij 'betuigt en verzegelt' de afwassing van de zonden door Jezus Christus. Betuigen is plechtig verzekeren. Verzegelen is bevestigen, zoals een zegel een brief of akte echt maakt. Het water zelf wast de zonden niet af; het wijst op het bloed van Christus en bevestigt Gods belofte.

Daarna gaat het formulier de drie Personen langs, omdat de doop gebeurt in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De Vader richt 'een eeuwig verbond der genade' op en neemt ons aan tot kinderen en erfgenamen. De Zoon wast ons in Zijn bloed en lijft ons in in de gemeenschap van Zijn dood en opstanding. De Heilige Geest wil in ons wonen en ons toe-eigenen wat wij in Christus hebben.

Toe-eigenen betekent: tot ons eigen bezit maken. Wat de Geest ons geeft, noemt het formulier zelf: de afwassing van de zonden en 'de dagelijkse vernieuwing onzes levens'. Het slot kijkt ver vooruit, naar de dag dat Gods kinderen 'onbevlekt' in het eeuwige leven zullen staan.

Uit de Bijbel

  • Handelingen 22:16

    “En nu, wat vertoeft gij? Sta op, en laat u dopen, en uw zonden afwassen, aanroepende den Naam des Heeren.”

    Ananias verbindt de doop met het afwassen van de zonden, het beeld waarmee dit stuk begint.

  • Romeinen 6:3-4

    “Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.”

    Paulus verbindt de doop met de gemeenschap aan Christus' dood en opstanding, zoals het formulier zegt bij de doop in de Naam des Zoons.

  • Titus 3:5

    “Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes;”

    Het bad der wedergeboorte en de vernieuwing des Heiligen Geestes vormen de achtergrond van wat het formulier over het werk van de Geest zegt.

Deel 3

Het derde stuk: de nieuwe gehoorzaamheid

Ten derde, overmits in alle verbonden twee delen begrepen zijn, zo worden wij ook weder van God door den Doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid, namelijk, dat wij dezen enigen God, Vader, Zoon en Heiligen Geest, aanhangen, betrouwen en liefhebben van ganser harte, van ganser ziele, van gansen gemoede en met alle krachten, de wereld verlaten, onze oude natuur doden, en in een nieuw, godzalig leven wandelen. En als wij somtijds uit zwakheid in zonden vallen, zo moeten wij aan Gods genade niet vertwijfelen, noch in de zonden blijven liggen, overmits de Doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is, dat wij een eeuwig verbond met God hebben.

Uitleg

Een verbond heeft twee kanten. Het formulier zegt dat in alle verbonden 'twee delen' begrepen zijn. Met delen worden hier de partijen bedoeld: God belooft, en de gedoopte wordt geroepen om te antwoorden. De doop is dus een gave en een roeping tegelijk.

Die roeping is 'een nieuwe gehoorzaamheid'. Het formulier noemt haar met woorden die aan het grote gebod herinneren: God liefhebben van ganser harte, ziele en gemoede en met alle krachten. Daarbij hoort de wereld verlaten, de oude natuur doden en wandelen 'in een nieuw, godzalig leven'.

Het stuk eindigt met troost voor wie struikelt. Wie 'uit zwakheid in zonden' valt, mag niet aan Gods genade wanhopen. Vertwijfelen betekent hier: de hoop opgeven. Tegelijk mag niemand in de zonde blijven liggen. De doop is 'een zegel en ontwijfelbaar getuigenis' dat wij een eeuwig verbond met God hebben.

Uit de Bijbel

  • Mattheüs 22:37

    “En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.”

    Het grote gebod klinkt door in de woorden over liefhebben van ganser harte, ziele en gemoede.

  • Kolossenzen 3:9-10

    “Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken, En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;”

    Paulus spreekt over het uitdoen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe, wat het formulier de oude natuur doden noemt.

  • 1 Johannes 2:1

    “Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;”

    Johannes wijst wie gezondigd heeft naar de Voorspraak bij de Vader, de troost die het formulier aan zwakke gelovigen geeft.

Deel 4

Waarom ook kinderen gedoopt worden

En hoewel onze kinderen deze dingen niet verstaan, zo mag men ze nochtans daarom van den Doop niet uitsluiten, aangezien zij ook zonder hun weten der verdoemenis in Adam deelachtig zijn, en alzo ook weder in Christus tot genade aangenomen worden; gelijk God spreekt tot Abraham, den vader aller gelovigen, en overzulks mede tot ons en onze kinderen, zeggende (Gen. 17:7): Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God en uw zaad na u. Dit betuigt ook Petrus, Hand. 2:39, met deze woorden: Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal. Daarom heeft God voormaals bevolen hen te besnijden, hetwelk een zegel des verbonds en der gerechtigheid des geloofs was; gelijk ook Christus hen omhelsd, de handen opgelegd en gezegend heeft; Mark. 10:16.

Dewijl dan nu de Doop in de plaats der Besnijdenis gekomen is, zo zal men de kinderen, als erfgenamen van het Rijk Gods en van Zijn verbond, dopen. En de ouders zullen gehouden zijn hun kinderen in het opwassen hiervan breder te onderwijzen.

Uitleg

Kleine kinderen begrijpen niets van wat hier gezegd wordt. Toch mogen zij volgens het formulier niet van de doop worden uitgesloten. De reden staat er direct bij. Zij zijn 'zonder hun weten' in Adam deelgenoot van de verdoemenis, en zo worden zij ook in Christus tot genade aangenomen. Zoals zij buiten hun weten in de schuld van Adam delen, zo geldt Gods belofte ook voor hen voordat zij die begrijpen.

Het formulier bewijst dat met twee Bijbelteksten. In Genesis 17 belooft God aan Abraham een God te zijn voor hem en voor zijn zaad. In Handelingen 2 zegt Petrus op de Pinksterdag dat de belofte ook voor de kinderen is. Daarom kregen de jongens in Israël het teken van de besnijdenis, en daarom zegende Christus de kinderen die bij Hem gebracht werden.

De doop is 'in de plaats der Besnijdenis gekomen'. De kinderen worden gedoopt 'als erfgenamen van het Rijk Gods en van Zijn verbond'. Daar hoort een opdracht aan de ouders bij: zij moeten hun kinderen, als die opgroeien, breder onderwijzen in wat de doop betekent. De doop staat dus aan het begin van een leven lang onderwijs.

Uit de Bijbel

  • Genesis 17:7

    “En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.”

    Het formulier citeert deze verbondsbelofte aan Abraham en betrekt haar uitdrukkelijk op de gelovigen en hun kinderen.

  • Handelingen 2:39

    “Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.”

    Petrus zegt dat de belofte ook de kinderen toekomt, het tweede bewijs dat het formulier aanhaalt.

  • Kolossenzen 2:11-12

    “In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus; Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft.”

    Paulus verbindt de besnijdenis van Christus met het begraven worden in de doop, de achtergrond van de doop in plaats van de besnijdenis.

Deel 5

Het gebed vóór de doop

Opdat wij dan deze heilige ordening Gods, tot Zijn eer, tot onzen troost, en tot stichting der gemeente uitrichten mogen, zo laat ons Zijn heiligen Naam aldus aanroepen:

O almachtige, eeuwige God; Gij Die naar Uw streng oordeel de ongelovige en onboetvaardige wereld met den zondvloed gestraft hebt, en den gelovigen Noach zijn acht zielen uit Uw grote barmhartigheid behouden en bewaard; Gij Die den verstokten Farao met al zijn volk in de Rode Zee verdronken hebt, en Uw volk Israël droogvoets daardoor geleid, door hetwelk de Doop beduid werd; wij bidden U, bij Uw grondeloze barmhartigheid, dat Gij dit Uw kind genadiglijk wilt aanzien, en door Uw Heiligen Geest Uw Zoon Jezus Christus inlijven; opdat het met Hem in Zijn dood begraven worde, en met Hem moge opstaan in een nieuw leven; opdat het zijn kruis, Hem dagelijks navolgende, vrolijk dragen moge, Hem aanhangende met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde; opdat het dit leven (hetwelk toch niet anders is dan een gestadige dood) om Uwentwil getroost verlate, en ten laatsten dage voor den rechterstoel van Christus, Uw Zoon, zonder verschrikken moge verschijnen, door Hem, onzen Heere Jezus Christus, Uw Zoon, Die met U en den Heiligen Geest, één enig God, leeft en regeert in eeuwigheid.

Amen.

Uitleg

Voordat het water wordt gebruikt, bidt de gemeente. Dit gebed wordt vaak het zondvloedgebed genoemd, naar de twee geschiedenissen waarmee het opent. God strafte de ongelovige wereld met de zondvloed en behield Noach met de zijnen. Hij verdronk Farao in de Rode Zee en leidde Israël er droogvoets doorheen. In beide wordt volgens het gebed 'de Doop beduid', dat wil zeggen: uitgebeeld.

Het gebed vraagt of God het kind genadig wil aanzien en het door de Heilige Geest in Christus wil inlijven. Daarna volgen de beden voor het hele leven. Het kind mag met Christus begraven worden en opstaan in een nieuw leven, het kruis 'vrolijk dragen' en Hem aanhangen met geloof, hoop en liefde.

Opvallend is de zin over 'dit leven (hetwelk toch niet anders is dan een gestadige dood)'. Gestadig betekent voortdurend. Het gebed kijkt bij een pasgeboren kind al naar het sterven en naar de rechterstoel van Christus. Het vraagt dat het kind daar 'zonder verschrikken' mag verschijnen.

Op de kant van de officiële tekst staat een aantekening voor het geval er meer kinderen tegelijk gedoopt worden. Dan wordt het enkelvoud in dit gebed, in de derde vraag en in de dankzegging in het meervoud gelezen.

Uit de Bijbel

  • 1 Petrus 3:20-21

    “Die eertijds ongehoorzaam waren, wanneer de lankmoedigheid Gods eenmaal verwachtte, in de dagen van Noach, als de ark toebereid werd; waarin weinige (dat is acht) zielen behouden werden door het water. Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is der vuiligheid des lichaams, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus;”

    Petrus noemt de acht zielen in de ark en de doop als tegenbeeld, precies de lijn van het zondvloedgebed.

  • 1 Korinthe 10:1-2

    “En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee;”

    Paulus zegt dat Israël in de wolk en in de zee gedoopt is, de tweede geschiedenis in het gebed.

  • Markus 10:14-16

    “Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods. Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan. En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve.”

    Christus zegent de kinderen die tot Hem gebracht worden, waarop het formulier zich bij de kinderdoop beroept.

Deel 6

De vermaning aan de ouders en de drie doopvragen

Vermaning aan de ouders en die mede ten Doop komen

Geliefden in den Heere Christus, gij hebt gehoord dat de Doop een ordening Gods is, om ons en ons zaad Zijn verbond te verzegelen; daarom moeten wij hem tot dat einde, en niet uit gewoonte of bijgelovigheid gebruiken. Opdat het dan openbaar worde dat gij alzo gezind zijt, zult gij van uwentwege hierop ongeveinsdelijk antwoorden:

Eerstelijk, hoewel onze kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn, en daarom aan allerhande ellendigheid, ja, aan de verdoemenis zelve onderworpen, of gij niet bekent dat zij in Christus geheiligd zijn, en daarom als lidmaten Zijner gemeente behoren gedoopt te wezen?

Ten andere, of gij de leer die in het Oude en Nieuwe Testament, en in de artikelen des Christelijken geloofs begrepen is, en in de Christelijke Kerk alhier geleerd wordt, niet bekent de waarachtige en volkomen leer der zaligheid te wezen?

Ten derde, of gij niet belooft en voor u neemt, dit kind, als het tot zijn verstand zal gekomen zijn, waarvan gij vader of getuige zijt, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen, of te doen en te helpen onderwijzen?

Antwoord: Ja.

Uitleg

Nu richt de predikant zich tot de ouders. De doop mag niet 'uit gewoonte of bijgelovigheid' gevraagd worden. Er hoort een oprecht hart bij. Daarom moeten de ouders 'ongeveinsdelijk' antwoorden: eerlijk, zonder iets voor te wenden.

De eerste vraag gaat over het kind. Erkennen de ouders dat hun kinderen in zonde geboren zijn en toch 'in Christus geheiligd', en daarom als leden van de gemeente gedoopt behoren te worden? Over de precieze betekenis van die woorden is in de gereformeerde kerken veel gesproken. In het licht van 1 Korinthe 7:14 gaat het in elk geval om kinderen die God als de Zijnen apart zet in Zijn verbond.

De tweede vraag gaat over de leer. Erkennen de ouders de leer van het Oude en Nieuwe Testament, samengevat in de artikelen van het christelijk geloof, als 'de waarachtige en volkomen leer der zaligheid'?

De derde vraag is een belofte. De ouders beloven hun kind in die leer te onderwijzen, of het te laten onderwijzen en daarbij te helpen. De oude woorden 'voor u neemt' betekenen: u neemt zich voor. Op de drie vragen antwoorden de ouders met 'Ja'.

Uit de Bijbel

  • 1 Korinthe 7:14

    “Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door den man; want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.”

    Paulus noemt de kinderen van een gelovige ouder heilig, wat licht werpt op de woorden 'in Christus geheiligd' in de eerste vraag.

  • Deuteronomium 6:6-7

    “En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.”

    De opdracht om Gods woorden aan de kinderen in te scherpen is de oude grond onder de belofte van de derde vraag.

  • Efeze 6:4

    “En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.”

    Ouders moeten hun kinderen opvoeden in de lering en vermaning des Heeren, en dat beloven zij bij de doop.

Deel 7

De bediening van de doop

Daarna bij het dopen spreekt de dienaar des Goddelijken Woords aldus:

N., ik doop u in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes.

Uitleg

Na het jawoord volgt de doop zelf. De predikant noemt het kind bij zijn naam; daarvoor staat de N. in de tekst. Daarna spreekt hij de woorden die Christus Zelf bij het doopbevel gaf: dopen 'in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes'.

Het formulier zegt niet hoe het water gebruikt wordt. In het eerste stuk noemde het al zowel onderdompeling als besprenkeling. In gereformeerde kerken in Nederland is de besprenkeling gebruikelijk.

Uit de Bijbel

  • Mattheüs 28:19

    “Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.”

    De doopwoorden van het formulier volgen het doopbevel van Christus aan Zijn discipelen.

  • Galaten 3:27

    “Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.”

    Wie in Christus gedoopt is, heeft Christus aangedaan; zo ver reikt wat bij deze woorden betekend wordt.

Deel 8

De dankzegging

Dankzegging

Almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken en loven U dat Gij ons en onzen kinderen, door het bloed van Uw lieven Zoon Jezus Christus, al onze zonden vergeven, en ons door Uw Heiligen Geest tot lidmaten van Uw eniggeboren Zoon, en alzo tot Uw kinderen aangenomen hebt, en ons dit met den Heiligen Doop bezegelt en bekrachtigt. Wij bidden U ook, door Hem, Uw lieven Zoon, dat Gij dit kind met Uw Heiligen Geest altijd wilt regeren, opdat het christelijk en godzaliglijk opgevoed worde, en in den Heere Jezus Christus wasse en toeneme, opdat het Uw Vaderlijke goedheid en barmhartigheid, die Gij hem en ons allen bewezen hebt, moge bekennen, en in alle gerechtigheid, onder onzen enigen Leraar, Koning en Hogepriester, Jezus Christus, leve, en vromelijk tegen de zonde, den duivel en zijn ganse rijk strijden en overwinnen moge, om U en Uw Zoon Jezus Christus, mitsgaders den Heiligen Geest, den enigen en waarachtigen God, eeuwiglijk te loven en te prijzen.

Amen.

Uitleg

Het formulier sluit af met dank. God wordt gedankt dat Hij 'ons en onzen kinderen' de zonden vergeven heeft door het bloed van Christus. Hij heeft ons door de Heilige Geest tot Zijn kinderen aangenomen. Het gebed zegt dat God 'ons dit met den Heiligen Doop bezegelt en bekrachtigt'.

Daarna wordt er gebeden voor de toekomst van het kind: dat het 'christelijk en godzaliglijk opgevoed worde' en in Christus zal groeien. Christus wordt genoemd als 'onzen enigen Leraar, Koning en Hogepriester', de drie ambten waarover ook de Heidelbergse Catechismus spreekt.

Het gedoopte kind wordt gezien als een strijder. Het moet 'vromelijk', dat is dapper, strijden tegen de zonde, de duivel en zijn rijk. Het doel van alles is dat het kind de drieënige God eeuwig zal loven en prijzen. 'Mitsgaders' betekent: en ook.

Uit de Bijbel

  • Efeze 1:5

    “Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.”

    God heeft de Zijnen verordineerd tot aanneming tot kinderen, waarvoor de dankzegging God looft.

  • Efeze 6:11

    “Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.”

    De wapenrusting Gods tegen de listen des duivels past bij de bede dat het kind de duivel zal weerstaan.

Veelgestelde vragen

Wat betekent het doopformulier over de kinderen?

Het formulier zegt dat kinderen de doop niet begrijpen, maar er toch niet van uitgesloten mogen worden. Zij delen zonder hun weten in de schuld van Adam en worden zo ook in Christus tot genade aangenomen. Het formulier wijst daarvoor op Gods verbond met Abraham en zijn zaad (Genesis 17:7) en op de belofte voor de kinderen in Handelingen 2:39. De doop komt in de plaats van de besnijdenis. De ouders moeten hun kinderen later breder onderwijzen in wat de doop betekent.

Wat zijn de drie doopvragen?

De eerste vraag is of de ouders erkennen dat hun kinderen in zonde geboren zijn en toch in Christus geheiligd, en daarom gedoopt behoren te worden. De tweede is of zij de leer van de Bijbel aanvaarden als de ware en volkomen leer der zaligheid. De derde is of zij beloven hun kind in die leer te onderwijzen of te laten onderwijzen. De ouders antwoorden met ja.

Wat betekent ondergang en besprenging in het doopformulier?

Ondergang betekent hier onderdompeling, besprenging is besprenkeling. Het formulier noemt dus twee manieren van dopen. Volgens de noot in de uitgave van 1897 gaf het oude woord ondergang in dit verband geen misverstand en is het daarom gehandhaafd. Beide vormen beelden hetzelfde uit: dat wij onrein zijn en reiniging buiten onszelf moeten zoeken.

Waarom heet het gebed vóór de doop het zondvloedgebed?

Het gebed begint met de zondvloed, waarin God de ongelovige wereld strafte en Noach met zijn gezin behield. Daarna noemt het de doortocht door de Rode Zee. In beide geschiedenissen ziet het gebed een beeld van de doop. Petrus legt in 1 Petrus 3:20-21 hetzelfde verband tussen de ark en de doop.

Wie heeft het doopformulier geschreven?

Het formulier heeft geen enkele schrijver. Het groeide in de zestiende eeuw in de gereformeerde kerken van de Nederlanden. Volgens de noten in de uitgave van 1897 kreeg het op de Synode van Dordrecht van 1574 een veel kortere vorm, die bijna onveranderd bleef. De Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619) stelde de tekst van de liturgie vast. Sindsdien wordt deze tekst in reformatorische kerken gelezen.

Welke tekst van het doopformulier staat op deze pagina?

Het is de klassieke tekst in de spelling van het kerkboek, zoals de Gereformeerde Bijbelstichting die uitgeeft. Wij hebben hem woord voor woord vergeleken met twee oude drukken: de uitgave van 1897 met de officiële tekst en een kerkboek uit 1774. Op vijf plaatsen volgen wij een lezing uit die oude drukken. Die plaatsen staan hieronder bij de verantwoording.

Over deze tekst

Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.

Bronnen

Waar wij afwijken van de kopieerbron

Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.

  • Eerste stuk van de leer. Hier: ‘de onreinigheid onzer zielen’. Kopieerbron: ‘de onreinheid onzer zielen’. GBS-lezing "onreinheid" staat in geen getuige van vóór 1900.
  • Gebed vóór de doop. Hier: ‘dat Gij dit Uw kind genadiglijk wilt aanzien’. Kopieerbron: ‘dat Gij dit kind genadiglijk wilt aanzien’. Officiële tekst (1897): "dit uw kind"; GBS laat "uw" weg.
  • Derde doopvraag. Hier: ‘en voor u neemt, dit kind, als het tot zijn verstand zal gekomen zijn, waarvan gij vader of getuige zijt, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen, of te doen en te helpen onderwijzen?’. Kopieerbron: ‘en voor u neemt, dit kind, als het tot zijn verstand zal gekomen zijn, waarvan gij vader en moeder (of: getuige) zijt, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen, te doen en te helpen onderwijzen?’. "vader en moeder" en het ontbreken van "of" vóór "te doen" staan in geen getuige van vóór 1900. "voor u neemt" is de officiële lezing (1897, noot) en de gangbare (1774).
  • Aanwijzing bij de doop. Hier: ‘Daarna bij het dopen spreekt de dienaar des Goddelijken Woords aldus:’. Kopieerbron: ‘Daarna bij het dopen spreekt de dienaar des Woords aldus:’. "dienaar des Woords" staat in geen getuige; de gangbare redactie ligt het dichtst bij GBS.
  • Dankzegging. Hier: ‘barmhartigheid, die Gij hem en ons allen bewezen hebt’. Kopieerbron: ‘barmhartigheid, die Gij dit kind en ons allen bewezen hebt’. Officiële tekst (enkelvoud): "hem"; GBS herhaalt "dit kind".

Bekende verschillen tussen de drukken

  • Eerste stuk: ‘niet kunnen komen’. Officiële tekst: niet mogen komen (1897, noot: "mogen" hier in de oude betekenis van "kunnen"). Gangbare redactie: niet en mogen komen (1774).
  • Tweede stuk: ‘in den Naam Gods, des Vaders’. Officiële tekst: in den naam Gods, des Vaders (1897, noot: "Gods" komt uit de oudste redactie). Gangbare redactie: in den name des Vaders (1774).
  • Tweede stuk: ‘van al onze zonden’. Officiële tekst: van onze zonden (1897, noot: de gangbare redactie voegt "al" toe). Gangbare redactie: van alle onse sonden (1774).
  • Tweede stuk: ‘dat Hij in ons wonen (...) wil’. Officiële tekst: in ons wonen (1897, noot: de gangbare redactie heeft "bij"). Gangbare redactie: by ons woonen (1774).
  • Derde stuk: ‘in een nieuw, godzalig leven’. Officiële tekst: in een godzalig leven (1897, noot: de gangbare redactie zet "nieuw" terug uit de redactie van 1574). Gangbare redactie: in een nieuwe Godtsaligh leven (1774).
  • Derde stuk: ‘een eeuwig verbond met God’. Officiële tekst: een eeuwig verbond met God (1897). Gangbare redactie: een eeuwigh verbont der genade met Godt (1774; 1897, noot).
  • Kinderen in het verbond: ‘En hoewel onze kinderen’. Officiële tekst: onze kinderen (1897). Gangbare redactie: onse jonge kinderen (1774; 1897, noot).

Kantnoten en opmerkingen

  • Bij het gebed vóór de doop, de derde vraag en de dankzegging staat in de officiële tekst op de kant: of deze kinderen. Het enkelvoud wordt dan in het meervoud veranderd.