Het huwelijksformulier: tekst en uitleg per deel
In het kort
Het huwelijksformulier is de vaste tekst die in gereformeerde kerken bij de kerkelijke bevestiging van een huwelijk wordt gelezen. Het leert dat God het huwelijk heeft ingesteld en noemt de plichten van man en vrouw. Daarna volgen het jawoord, de lezing uit Mattheüs 19, het gebed, Psalm 128 en de zegen.
Wie in een reformatorische of gereformeerde kerk een huwelijksdienst bijwoont, hoort vóór het jawoord een lange, plechtige tekst. Dat is het formulier om den huwelijken staat voor de gemeente van Christus te bevestigen, kortweg het huwelijksformulier. De predikant leest het voor aan het bruidspaar en de gemeente. Midden in die tekst spreken bruid en bruidegom hun jawoord uit, en het formulier eindigt met gebed, Psalm 128 en zegen.
Op deze pagina staat de volledige tekst, opgedeeld in tien delen. Gaat u zelf trouwen, lees de tekst dan vooraf samen door. Dan weet u in de dienst wat u gevraagd wordt en wat u belooft. Bij elk deel vindt u een korte uitleg, oude woorden verklaard en enkele Bijbelteksten uit de Statenvertaling. Zoekt u een trouwtekst voor de dienst of de kaart, kijk dan bij de Bijbelteksten voor een bruiloft. Onderaan staat waar de tekst vandaan komt en hoe hij is nagelezen.
Deel 1
De aanhef: kruis en zegen in het huwelijk
Overmits den gehuwden gemeenlijk velerhande tegenspoed en kruis vanwege de zonde overkomt; opdat gij, N. en N. (die uw echtelijke verbinding in Gods Naam openlijk alhier in de Kerk wilt laten bevestigen), in uw harten ook verzekerd zijn moogt van de gewisse hulpe Gods in uw kruis; zo hoort uit den Woorde Gods, hoe eerbaar de huwelijke staat is, en dat hij een inzetting Gods is, die Hem behaagt; waarom Hij ook de getrouwden wil zegenen, en hen bijstaan, gelijk Hij beloofd heeft; daarentegen de hoereerders en overspelers wil Hij oordelen en straffen.
Uitleg
Het formulier opent met een eerlijke zin. Getrouwde mensen krijgen 'velerhande tegenspoed en kruis' te dragen, en dat komt 'vanwege de zonde'. Het huwelijk is dus geen paradijs op aarde. Juist daarom moet het bruidspaar horen wat God over deze staat zegt. Dan kan het verzekerd zijn van Zijn hulp. 'Overmits' betekent: omdat. 'Gewisse' betekent: zekere.
Daarna noemt het formulier wat in de rest van de tekst uitgewerkt wordt. De huwelijke staat is eerbaar, hij is 'een inzetting Gods', en God wil de getrouwden zegenen en bijstaan. Een inzetting is een instelling: iets wat God Zelf heeft ingericht. Tegenover die zegen staat een ernstige waarschuwing. Hoereerders en overspelers wil God oordelen en straffen. Die woorden sluiten nauw aan bij Hebreeën 13:4.
Uit de Bijbel
“Het huwelijk is eerlijk onder allen, en het bed onbevlekt; maar hoereerders en overspelers zal God oordelen.”
Het huwelijk is eerlijk onder allen en God zal hoereerders en overspelers oordelen, precies de twee kanten van deze aanhef.
“Maar indien gij ook trouwt, gij zondigt niet; en indien een maagd trouwt, zij zondigt niet. Doch dezulken zullen verdrukking hebben in het vlees; en ik spare ulieden.”
Paulus zegt dat wie trouwt verdrukking in het vlees zal hebben, de tegenspoed waarmee het formulier begint.
Deel 2
God heeft het huwelijk ingesteld
En eerstelijk zult gij weten dat God, onze Vader, nadat Hij hemel en aarde, en alles wat daarin is, geschapen had, den mens schiep, naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis, opdat hij heerschappij zou hebben over de dieren der aarde, over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels; en nadat Hij den mens geschapen had, sprak Hij: Het is niet goed dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij. Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben en sloot derzelver plaats toe met vlees. En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw; en Hij bracht haar tot Adam. Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen en vlees van mijn vlees; men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is. Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven, en zij zullen tot één vlees zijn.
Daarom zult gij ook niet twijfelen, of de huwelijke staat behaagt aan God den Heere; overmits Hij Adam zijn huisvrouw geschapen, Zelf toegebracht, en hem tot een huisvrouw gegeven heeft; daarmede betuigende dat Hij nog heden ten dage aan een iegelijk zijn huisvrouw gelijk als met Zijn hand toebrengt. Daarom heeft ook de Heere Jezus Christus dien zo hoog geëerd, met Zijn tegenwoordigheid, giften en wondertekenen te Kana in Galiléa, om daarmede te betuigen dat de huwelijke staat behoort eerbaar gehouden te worden bij allen, en dat Hij den getrouwden Zijn hulp en bijstand altijd wil bewijzen, ook wanneer men zulks allerminst verwacht.
Uitleg
Het eerste wat het bruidspaar moet weten, is dat God het huwelijk heeft ingesteld. Het formulier vertelt daarvoor de geschiedenis uit Genesis 1 en 2 na. God schiep de mens naar Zijn beeld. Daarna zei Hij dat het niet goed was dat de mens alleen zou zijn. Hij maakte een hulp 'die als tegen hem over zij': iemand die bij hem past en tegenover hem staat.
Daarna vertelt het formulier hoe God de vrouw uit de rib van Adam bouwde en haar tot Adam bracht. Adam herkent haar als 'been van mijn benen en vlees van mijn vlees'. Het oude woord Manninne is een vrouwelijke vorm van man. Zo laat de tekst horen dat zij uit de man genomen is. Het slot is de grondregel van elk huwelijk: de man verlaat zijn vader en moeder, en zij worden één vlees.
De volgende alinea trekt de conclusie. God heeft Adam zijn vrouw niet alleen geschapen, maar haar ook Zelf toegebracht. Het formulier ziet daarin een blijvende les. God brengt nog altijd aan een iegelijk zijn huisvrouw 'gelijk als met Zijn hand' toe. Christus heeft het huwelijk geëerd door Zijn aanwezigheid op de bruiloft te Kana, waar Hij Zijn eerste teken deed. Zijn hulp komt ook 'wanneer men zulks allerminst verwacht'.
Uit de Bijbel
“En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.”
God schiep de mens naar Zijn beeld, man en vrouw, waarmee het formulier de geschiedenis van het huwelijk begint.
“Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.”
Het formulier neemt deze woorden over de hulpe die als tegen hem over zij letterlijk over.
“En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.”
God bracht de vrouw Zelf tot Adam, en daaruit leidt het formulier af dat Hij nog altijd man en vrouw samenbrengt.
“En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aldaar. En Jezus was ook genood, en Zijn discipelen, tot de bruiloft.”
Jezus was met Zijn discipelen genood tot de bruiloft te Kana, de tegenwoordigheid waarmee Hij volgens het formulier het huwelijk eerde.
Deel 3
De drie oorzaken van het huwelijk
Maar opdat gij in dezen staat godzaliglijk leven moogt, zo zult gij, ten andere, weten de oorzaken waarom God den huwelijken staat heeft ingezet.
De eerste oorzaak is, opdat de een den ander trouwelijk helpe en bijsta in alle dingen die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren. De andere, opdat zij hun kinderen die zij krijgen zullen, in de waarachtige kennis en vreze Gods, Hem ter eer, en tot hun zaligheid opbrengen. De derde, opdat een iegelijk, alle onkuisheid en boze lusten vermijdende, met een goede en geruste consciëntie moge leven. Want om hoererij te vermijden, zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben en een iegelijke vrouw haar eigen man; alzo dat allen die tot hun jaren gekomen zijn en de gave der onthouding niet hebben, naar het bevel Gods verbonden en schuldig zijn, zich tot den huwelijken staat, naar Christelijke ordening, met weten en wil hunner ouders, of voogden en vrienden, te begeven; opdat de tempel Gods, dat is ons lichaam, niet verontreinigd worde; want zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden.
Uitleg
Na de instelling volgen 'de oorzaken waarom God den huwelijken staat heeft ingezet'. Een oorzaak is hier een doel of reden. Het formulier noemt er drie.
De eerste reden is de wederzijdse hulp. Man en vrouw moeten elkaar trouw helpen in alles wat 'tot het tijdelijke en eeuwige leven' behoort. Het huwelijk is dus niet alleen een zaak van huis en werk, maar ook van het geloof. De tweede reden zijn de kinderen. Zij moeten worden opgevoed 'in de waarachtige kennis en vreze Gods', tot Gods eer en tot hun zaligheid. Opbrengen is het oude woord voor opvoeden.
De derde reden is de reinheid. Het huwelijk beschermt tegen 'onkuisheid en boze lusten', zodat man en vrouw met een goed geweten kunnen leven. Het formulier haalt daarvoor Paulus aan uit 1 Korinthe 7. Wie volwassen is en 'de gave der onthouding' niet heeft, hoort volgens het formulier te trouwen. Met die gave is het vermogen bedoeld om ongehuwd en toch rein te leven. Het formulier noemt dat dus een gave, zoals Paulus zegt dat ieder zijn eigen gave van God heeft (1 Korinthe 7:7).
Dat trouwen hoort te gebeuren 'naar Christelijke ordening', met weten en wil van ouders, of voogden en vrienden. Het formulier sluit af met een ernstig woord. Het noemt ons lichaam hier de tempel Gods; dat leert Paulus in 1 Korinthe 6:19. De slotwoorden, 'zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden', komen uit 1 Korinthe 3:17. God Zelf zal dus wie Zijn tempel schendt, verderven.
Uit de Bijbel
“Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid; Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.”
Twee zijn beter dan een, omdat de een de ander opricht, zoals de eerste oorzaak van het huwelijk zegt.
“En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.”
Kinderen opvoeden in de lering en vermaning des Heeren is de tweede oorzaak die het formulier noemt.
“Maar om der hoererijen wil zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben, en een iegelijke vrouw zal haar eigen man hebben.”
Het formulier neemt deze woorden van Paulus over bij de derde oorzaak, het vermijden van hoererij.
“Zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden; want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt.”
Met deze woorden over het schenden van de tempel Gods sluit het formulier de derde oorzaak af.
Deel 4
De plichten van de man
Daarna zult gij, ten derde, ook weten hoe zich de een jegens den ander naar Gods Woord schuldig is te houden.
Eerstelijk zult gij, man, weten dat God u gezet heeft tot een hoofd der vrouw, opdat gij haar naar uw vermogen verstandiglijk leidende, zoudt onderwijzen, troosten en beschermen, gelijk het hoofd het lichaam regeert, ja, gelijk Christus het Hoofd, de Wijsheid, de Troost en de Bijstand Zijner gemeente is. Bovendien zult gij uw huisvrouw liefhebben als uw eigen lichaam, gelijk Christus Zijn gemeente liefgehad heeft. Gij zult niet verbitterd tegen haar worden, maar bij haar wonen met verstand, en aan het vrouwelijke vat, als het zwakste, eer geven, als die ook mede-erfgenaam der genade des levens met haar zijt; opdat uw gebeden niet verhinderd worden. En naardien het Gods bevel is dat de man in het zweet zijns aanschijns brood zal eten, zo zult gij ook getrouwelijk en naarstiglijk in uw Goddelijk beroep arbeiden, opdat gij uw huisgezin met God en met ere moogt onderhouden, en ook daarenboven iets hebt om den nooddruftigen mede te delen.
Uitleg
Het derde wat het bruidspaar moet weten, is hoe man en vrouw zich 'naar Gods Woord' tegenover elkaar hebben te gedragen. Eerst spreekt het formulier de man aan. God heeft hem gezet 'tot een hoofd der vrouw'. Het formulier vult dat hoofdschap direct in met dienst. De man moet zijn vrouw verstandig leiden, onderwijzen, troosten en beschermen. Het voorbeeld is Christus, Die Hoofd, Wijsheid, Troost en Bijstand van Zijn gemeente is.
Daarna volgen woorden van Paulus en Petrus. De man moet zijn vrouw liefhebben als zijn eigen lichaam, zoals Christus Zijn gemeente heeft liefgehad. Hij mag niet 'verbitterd tegen haar' worden. Hij moet bij haar wonen met verstand en haar eer geven. Petrus zegt in hetzelfde vers dat man en vrouw samen mede-erfgenamen der genade des levens zijn. Dat de vrouw 'als het zwakste' vat eer moet ontvangen, betekent dus geen mindere plaats bij God. Het doel is dat hun gebeden niet verhinderd worden.
Ten slotte moet de man 'getrouwelijk en naarstiglijk' werken in zijn beroep. Het formulier grondt dat op Gods woord na de val, dat de man in het zweet zijns aanschijns brood zal eten (Genesis 3:19). Naarstig betekent ijverig. Het formulier noemt dat werk een Goddelijk beroep: een roeping van God. Het loon dient om het gezin 'met God en met ere' te onderhouden. Er moet ook iets overblijven voor wie het nodig heeft. Nooddruftig betekent arm of behoeftig. Ook in het huwelijk blijft de naaste dus in beeld.
Uit de Bijbel
“Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams.”
De man is het hoofd der vrouw zoals Christus het Hoofd der Gemeente is, de vergelijking die het formulier overneemt.
“Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft, die heeft zichzelven lief.”
De opdracht om de vrouw lief te hebben als het eigen lichaam staat bijna woordelijk in het formulier.
“Gij mannen, insgelijks, woont bij haar met verstand, aan het vrouwelijke vat, als het zwakste, eer gevende, als die ook medeerfgenamen der genade des levens met haar zijt; opdat uw gebeden niet verhinderd worden.”
Het wonen met verstand, het vrouwelijke vat en de verhinderde gebeden komen uit dit vers.
“Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft.”
Werken om iets te hebben voor wie nood heeft, is de achtergrond van de laatste plicht van de man.
Deel 5
De plichten van de vrouw
Desgelijks zult gij, vrouw, weten hoe gij u naar het Woord Gods houden zult jegens uw man. Gij zult uw wettigen man liefhebben, eren en vrezen, ook hem gehoorzaam zijn in alle dingen die recht en billijk zijn, als uw heer; gelijkerwijs het lichaam aan het hoofd, en de gemeente aan Christus onderdanig is. Gij zult geen heerschappij gebruiken over uw man, maar stil zijn. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva, Adam tot hulpe. En na den val heeft God tot Eva, en in haar persoon tot het ganse vrouwelijk geslacht gesproken: Tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben. Deze ordinantie Gods zult gij niet tegenstaan, maar veelmeer het gebod Gods gehoorzaam zijn, en het voorbeeld der heilige vrouwen navolgen, welke op God hoopten, en haar eigen mannen onderdanig waren; gelijkerwijs Sara haar man Abraham gehoorzaam geweest is, hem noemende haar heer. Gij zult ook uw man in alle goede en oprechte dingen behulpzaam zijn, op uw huishouding goede acht hebben, en in alle ingetogenheid en eerbaarheid, zonder wereldlijke pracht, wandelen, opdat gij anderen een goed voorbeeld van zedigheid moogt geven.
Uitleg
Daarna spreekt het formulier de vrouw aan. Zij moet haar man 'liefhebben, eren en vrezen' en hem gehoorzaam zijn 'in alle dingen die recht en billijk zijn'. Die laatste woorden trekken een grens. De gehoorzaamheid van de vrouw reikt niet verder dan wat recht is voor God. Vrezen betekent hier ontzag hebben, niet bang zijn.
Het formulier onderbouwt dit met drie Bijbelgedeelten. Paulus schrijft dat Adam eerst gemaakt is en daarna Eva. Na de val sprak God tot Eva over haar man: 'hij zal over u heerschappij hebben'. Het formulier noemt dit een ordinantie Gods, dat is een verordening van God. Als voorbeeld wijst het op de heilige vrouwen die op God hoopten, en op Sara, die Abraham haar heer noemde.
Ook de vrouw krijgt een opdracht die verder gaat dan gehoorzamen. Zij moet haar man 'in alle goede en oprechte dingen' helpen, goed zorgen voor het huishouden en ingetogen leven, 'zonder wereldlijke pracht'. Zo kan zij anderen een voorbeeld van zedigheid geven. Over de toepassing van deze woorden over hoofd en onderdanigheid wordt in de kerken verschillend gedacht. Het formulier zelf verbindt ze met de verhouding tussen Christus en Zijn gemeente.
Uit de Bijbel
“Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere;”
Paulus roept de vrouwen op hun mannen onderdanig te zijn, gelijk aan den Heere, waarop dit deel rust.
“Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.”
Uit deze verzen komen de woorden over geen heerschappij gebruiken, stil zijn en Adam die eerst gemaakt is.
“Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.”
Het formulier citeert dit woord van God tot Eva na de val en noemt het een ordinantie Gods.
“Want alzo versierden zichzelven eertijds ook de heilige vrouwen, die op God hoopten, en waren haar eigen mannen onderdanig; Gelijk Sara aan Abraham gehoorzaam is geweest, hem noemende heer, welker dochters gij geworden zijt, als gij weldoet, en niet vreest voor enige verschrikking.”
De heilige vrouwen die op God hoopten en Sara die Abraham heer noemde, komen uit deze verzen.
Deel 6
De vraag aan beiden en de gemeente als getuige
Daarom, gij N. en N., nadat gij verstaan hebt dat God den huwelijken staat ingezet heeft, en wat u daarin van Hem bevolen is; zijt gij des zins en willens in dezen heiligen staat alzo te leven, gelijk gij hier betuigt voor de Christelijke gemeente; en begeert gij dat deze uw huwelijke staat bevestigd worde?
Antwoord: Ja.
Daarna spreekt de dienaar tot de gemeente:
Ik neem u allen die hier nu vergaderd zijt, tot getuigen dat er geen wettige verhindering tegen dit huwelijk voorgekomen is.
Voorts tot de trouwenden:
Naardien het dan recht en behoorlijk is dat uw zaak voortgang hebbe, zo wille onze Heere God uw voornemen, hetwelk Hij u gegeven heeft, bevestigen; en uw beginsel zij in den Naam des Heeren, Die hemel en aarde geschapen heeft.
Uitleg
Na het onderwijs volgt de eerste vraag, aan beiden samen. Hebben zij begrepen wat God over het huwelijk zegt, en willen zij 'in dezen heiligen staat' zo leven? Begeren zij dat hun huwelijk bevestigd wordt? 'Des zins en willens' betekent: van plan en bereid. Bruid en bruidegom antwoorden met 'Ja'.
Dan spreekt de predikant de gemeente aan. Hij neemt alle aanwezigen tot getuigen dat er geen wettige verhindering tegen dit huwelijk bekend is geworden. Daarachter staat de oude afkondiging. In de uitgave van 1897, met de officiële tekst, begint het formulier met een afkondiging van de verloofden. Daarin vraagt de kerk de gemeente om gebed, en wie een bezwaar heeft, moet dat ordelijk en bijtijds melden. De gangbare redactie en de tekst op deze pagina hebben die afkondiging niet.
Daarna wenst de predikant het bruidspaar Gods hulp bij hun voornemen. Hun beginsel, dat is hun begin, mag zijn 'in den Naam des Heeren, Die hemel en aarde geschapen heeft'. Die woorden lijken op het slot van Psalm 124. Zo begint het huwelijk niet bij de beloften van twee mensen, maar bij de Naam van God.
Uit de Bijbel
“Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen, en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen.”
Boaz neemt Ruth tot vrouw en roept het volk in de poort tot getuigen, zoals de gemeente hier getuige is.
“Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft.”
Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft, de woorden waarop dit begin lijkt.
“Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden.”
Wie zijn werken op de HEERE wentelt, ziet zijn gedachten bevestigd, zoals hier om bevestiging van het voornemen gebeden wordt.
Deel 7
Het jawoord van bruidegom en bruid
Daarna zullen zij malkanderen de hand geven; en de dienaar spreekt eerstelijk tot den bruidegom:
N., bekent gij hier voor God en Zijn heilige gemeente, dat gij genomen hebt en neemt, tot uw wettige huisvrouw N., hier tegenwoordig; haar belovende dat gij haar nimmermeer zult verlaten; dat gij haar zult liefhebben, en trouwelijk onderhouden, gelijk een getrouw en godvrezend man aan zijn wettige vrouw schuldig is; dat gij ook heiliglijk met haar leven wilt, haar trouw en geloof houdende in alle dingen, naar uitwijzen van het Heilig Evangelie?
Antwoord: Ja.
Daarna tot de bruid:
N., bekent gij hier voor God en Zijn heilige gemeente, dat gij genomen hebt en neemt, tot uw wettigen man N., hier tegenwoordig; en belooft gij hem gehoorzaam te zijn, hem te dienen en te helpen, hem nimmermeer te verlaten, heiliglijk met hem te leven, hem trouw en geloof in alle dingen te houden, gelijk een vrome en getrouwe huisvrouw haar wettigen man schuldig is, naar uitwijzen van het Heilig Evangelie?
Antwoord: Ja.
Zo spreekt de dienaar:
De Vader der barmhartigheid, Die u door Zijn genade tot dezen heiligen staat des huwelijks geroepen heeft, verbinde u met rechte liefde en trouw, en geve u Zijn zegen.
Amen.
Uitleg
Nu volgt het eigenlijke jawoord. Bruid en bruidegom geven elkaar eerst de hand. Daarna stelt de predikant ieder afzonderlijk een vraag. Bekent u 'hier voor God en Zijn heilige gemeente' dat u de ander 'genomen hebt en neemt'? Die dubbele vorm is opvallend. Men kan dit zo verstaan dat de keuze al gemaakt is en hier openlijk voor God wordt uitgesproken.
De bruidegom belooft zijn vrouw nooit te verlaten, haar lief te hebben en trouw te onderhouden. De bruid belooft haar man gehoorzaam te zijn, hem te dienen en te helpen en hem nooit te verlaten. Beiden beloven heilig met elkaar te leven en elkaar trouw en geloof te houden, 'naar uitwijzen van het Heilig Evangelie'. Volgens een noot in de uitgave van 1897 betekent geloof hier getrouwheid.
Na beide antwoorden spreekt de predikant een zegenwens uit. 'De Vader der barmhartigheid' heeft het paar tot deze staat geroepen. Hij mag hen verbinden 'met rechte liefde en trouw' en hun Zijn zegen geven. Volgens dezelfde uitgave stond het geven van de hand in de officiële tekst pas na het antwoord van de bruid. In de gangbare uitgaven gaat het aan de vragen vooraf, zoals hier. Ook de uitgave van 1897 volgt hier die oude, gangbare volgorde.
Uit de Bijbel
“Gij nu zegt: Waarom? Daarom dat de HEERE een Getuige geweest is, tussen u en tussen de huisvrouw uwer jeugd, met dewelke gij trouwelooslijk handelt; daar zij toch uw gezellin, en de huisvrouw uws verbonds is.”
De HEERE is Getuige tussen man en vrouw, en daarom wordt het jawoord voor God uitgesproken.
“Die den leidsman harer jonkheid verlaat, en het verbond haars Gods vergeet;”
Volgens de kanttekening is het verbond haars Gods hier de beloofde huwelijkstrouw, waarvan God Zelf getuige is; zo ernstig is de belofte.
“Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden, en de God aller vertroosting;”
God heet hier de Vader der barmhartigheden, de naam waarmee de zegenwens na het jawoord begint.
Deel 8
Hoe sterk de band des huwelijks is
Hoort nu uit het Evangelie hoe sterk de band des huwelijks is, gelijk Matthéüs beschrijft, kap. 19:3-9:
En de farizeeën kwamen tot Hem, verzoekende Hem en zeggende tot Hem: Is het een mens geoorloofd zijn vrouw te verlaten om allerlei oorzaak? Doch Hij antwoordende zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw? En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn? Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar één vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. Zij zeiden tot Hem: Waarom heeft dan Mozes geboden een scheidbrief te geven en haar te verlaten? Hij zeide tot hen: Mozes heeft vanwege de hardigheid uwer harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van den beginne is het alzo niet geweest. Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel; en die de verlatene trouwt, doet ook overspel.
Gelooft deze woorden van den Heere Christus, en zijt daarvan verzekerd, dat onze Heere God u samengevoegd heeft tot dezen heiligen staat. En daarom zult gij ook alles wat u daarin overkomt, met geduld en dankzegging aannemen, als van de hand des Heeren; zo zal het u ook alles ten beste en ter zaligheid gedijen.
Uitleg
Na het jawoord laat het formulier Christus Zelf spreken over 'de band des huwelijks'. Het leest Mattheüs 19:3-9. De farizeeën vroegen of een man zijn vrouw mocht verlaten 'om allerlei oorzaak'. Christus wijst terug naar het begin. God maakte hen man en vrouw, en wat God samengevoegd heeft, mag de mens niet scheiden.
Mozes stond de scheidbrief toe 'vanwege de hardigheid uwer harten', maar zo was het van het begin niet bedoeld. Christus noemt één uitzondering: hoererij. Wie om een andere reden zijn vrouw verlaat en hertrouwt, doet overspel. Over wat deze uitzondering precies inhoudt, is in de kerkgeschiedenis veel nagedacht. Het formulier zelf legt haar niet uit en leest alleen de woorden van Christus. Wie zelf met een scheiding te maken heeft, kan met deze vragen bij zijn predikant of ouderling terecht.
Daarna volgt een vermaning. Het bruidspaar mag 'deze woorden van den Heere Christus' geloven en verzekerd zijn dat God hen heeft samengevoegd. Daarom moeten zij alles wat hun in het huwelijk overkomt, 'met geduld en dankzegging' aannemen als uit Gods hand. Dan zal het hun 'ten beste en ter zaligheid' gedijen. Zo keert het formulier terug naar de aanhef: ook tegenspoed en kruis komen uit Gods hand.
Uit de Bijbel
“Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.”
Het kernvers uit de lezing: wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.
“Doch den getrouwden gebiede niet ik, maar de Heere, dat de vrouw van den man niet scheide.”
Paulus herhaalt het gebod van de Heere dat de vrouw niet van de man scheide.
“En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.”
Alle dingen werken mee ten goede voor wie God liefhebben, wat het formulier ten beste en ter zaligheid noemt.
Deel 9
Het gebed voor het bruidspaar
Maar overmits wij van onszelven niets goeds hebben, en dat alle goede gaven van boven komen, zo vermaant de dienaar de getrouwden dat zij nederknielen, en vermaant ook de gemeente voor hen te bidden.
O almachtige God, Gij Die Uw goedheid en wijsheid in al Uw werken en ordeningen bewijst, en van den beginne gesproken hebt dat het niet goed is dat de mens alleen zij, en daarom hem een hulpe, die als tegenover hem zou zijn, geschapen hebt, en verordineerd hebt dat die twee waren, één zouden zijn, en ook alle onreinigheid straft; wij bidden U (aangezien Gij deze personen tot den heiligen staat des huwelijks geroepen, en samenverbonden hebt), dat Gij hun Uw Heiligen Geest wilt geven, opdat zij in een waarachtig en vast geloof heiliglijk leven, naar Uw Goddelijken wil, en alle boosheid tegenstaan. Wil ze alsdan ook zegenen, gelijk Gij de gelovige vaderen, Uw vrienden en getrouwe dienaars, Abraham, Izak en Jakob, gezegend hebt, opdat zij, als mede-erfgenamen des verbonds (hetwelk Gij met die vaderen opgericht hebt), de kinderen die het U belieft hun te geven, godzaliglijk opbrengen mogen, ter ere Uws heiligen Naams, tot stichting Uwer gemeente, en tot verbreiding Uws heiligen Evangelies.
Wil ons verhoren, o Vader van alle barmhartigheid, door Jezus Christus, Uw lieven Zoon, onzen Heere, in Wiens Naam wij onze gebeden aldus besluiten:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.
Amen.
Uitleg
Voor het gebed vraagt het formulier het bruidspaar neder te knielen. De reden staat erbij: wij hebben 'van onszelven niets goeds', en 'alle goede gaven' komen van boven. Daarom vraagt de predikant ook de gemeente om voor het paar te bidden.
Het gebed begint bij Gods werk in de schepping. Hij heeft gezegd dat het niet goed is dat de mens alleen zij, en Hij heeft verordineerd dat die twee één zouden zijn. Dan volgen de beden. God wordt gevraagd het paar Zijn Heilige Geest te geven. Zo kunnen zij 'in een waarachtig en vast geloof' heilig leven en 'alle boosheid tegenstaan'.
Daarna bidt de gemeente om zegen, zoals God 'Abraham, Izak en Jakob' gezegend heeft. Die aartsvaders heten hier Gods 'vrienden en getrouwe dienaars'. Het bruidspaar wordt gezien als 'mede-erfgenamen des verbonds'.
Het gebed vraagt dat zij 'de kinderen die het U belieft hun te geven', 'godzaliglijk opbrengen mogen'. Het formulier gaat er dus niet van uit dat kinderen vanzelfsprekend zijn. Dat opbrengen beloven ouders later opnieuw bij de doop van hun kinderen, zoals het doopformulier laat zien. Het doel reikt verder dan het eigen gezin: de eer van Gods Naam, de stichting van de gemeente en de verbreiding van het Evangelie.
Het gebed sluit met het Onze Vader. Volgens een noot in de uitgave van 1897 eindigt het gebed in de officiële tekst anders, met een lofprijzing van de drieënige God. De gangbare redactie volgt hier de oudere tekst uit de zestiende eeuw. Daarin komen na het gebed het Onze Vader en daarna Psalm 128.
Uit de Bijbel
“Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering.”
Alle goede gave is van boven, de grond waarop het formulier het bruidspaar laat knielen en bidden.
“Abraham nu was oud, en wel bedaagd; en de HEERE had Abraham in alles gezegend.”
De HEERE had Abraham in alles gezegend, de zegen die het gebed ook voor het bruidspaar vraagt.
“Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.”
Het gebed besluit met het Onze Vader, zoals Christus het Zijn discipelen leerde.
Deel 10
Psalm 128 en de zegen
Hoort nu de belofte Gods uit den 128sten psalm:
1. Welgelukzalig is een iegelijk die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt.
2. Want gij zult eten den arbeid uwer handen; welgelukzalig zult gij zijn, en het zal u welgaan.
3. Uw huisvrouw zal wezen als een vruchtbare wijnstok aan de zijden van uw huis, uw kinderen als olijfplanten rondom uw tafel.
4. Zie, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest.
5. De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen, al de dagen uws levens;
6. En gij zult uw kindskinderen zien. Vrede over Israël.
Onze lieve Heere God vervulle u met Zijn genade, en geve u dat gij in alle godzaligheid, liefde en enigheid, lang en heiliglijk, samen leven moogt.
Amen.
Uitleg
Na het gebed leest de predikant 'de belofte Gods' uit Psalm 128. De psalm begint met een zaligspreking: 'Welgelukzalig is een iegelijk die den HEERE vreest'. Daarna tekent hij een gezegend huis. De vrouw is als een vruchtbare wijnstok, de kinderen zijn als olijfplanten rondom de tafel. De zegen komt uit Sion, de plaats waar God bij Zijn volk woonde.
Let op wie de psalm zalig spreekt: de man 'die den HEERE vreest'. Het formulier belooft het bruidspaar dus geen zorgeloos leven. Het wijst op de vreze des HEEREN als de weg waarlangs God zegent. Ook het zien van kindskinderen is een gave en geen recht.
Het formulier eindigt met een zegenbede. 'Onze lieve Heere God' mag het paar vervullen met Zijn genade. Het mag 'in alle godzaligheid, liefde en enigheid' samen leven, 'lang en heiliglijk'. Enigheid betekent eensgezindheid. Heiliglijk betekent op een heilige wijze. Het laatste woord is Amen: zo zal het zijn.
Uit de Bijbel
“Hij zal zegenen, die den HEERE vrezen, de kleinen met de groten. De HEERE zal den zegen over ulieden vermeerderen, over ulieden en over uw kinderen.”
God zal zegenen wie Hem vrezen, en Zijn zegen over hen en hun kinderen vermeerderen, dezelfde belofte als in Psalm 128.
“Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; des buiks vrucht is een beloning.”
Kinderen zijn een erfdeel des HEEREN, en daarom bidt het formulier om de kinderen die het God belieft te geven.
“De God nu der hoop vervulle ulieden met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat gij overvloedig moogt zijn in de hoop, door de kracht des Heiligen Geestes.”
Paulus wenst dat de God der hoop de gelovigen vervulle, zoals de slotzegen bidt dat God het paar met Zijn genade vervulle.
Veelgestelde vragen
Wat zegt het huwelijksformulier over man en vrouw?
Het formulier zegt dat God man en vrouw elk een eigen plaats gegeven heeft. De man is hoofd van de vrouw, maar moet haar leiden, onderwijzen, troosten en beschermen, en haar liefhebben zoals Christus Zijn gemeente liefheeft. De vrouw moet haar man liefhebben en eren, hem gehoorzamen in alles wat recht en billijk is, en hem helpen. Het formulier grondt dit op Genesis 2 en 3, Efeze 5 en 1 Petrus 3. Over de toepassing wordt in de kerken verschillend gedacht.
Wat zijn de drie doelen van het huwelijk volgens het huwelijksformulier?
Het formulier noemt drie oorzaken waarom God het huwelijk heeft ingesteld. De eerste is dat man en vrouw elkaar trouw helpen in alles wat bij het tijdelijke en eeuwige leven hoort. De tweede is dat zij hun kinderen opvoeden in de kennis en vreze Gods. De derde is dat zij rein leven en onkuisheid vermijden. Daarbij haalt het formulier 1 Korinthe 7:2 aan, waar Paulus zegt dat ieder zijn eigen man of vrouw zal hebben.
Wat beloven bruid en bruidegom bij het jawoord?
De bruidegom belooft zijn vrouw nooit te verlaten, haar lief te hebben en trouw te onderhouden, en heilig met haar te leven. De bruid belooft haar man gehoorzaam te zijn, hem te dienen en te helpen, hem nooit te verlaten en heilig met hem te leven. Beiden beloven elkaar trouw en geloof te houden naar het Evangelie. Zij antwoorden ieder met ja, voor God en de gemeente.
Wat betekent trouw en geloof houden in het huwelijksformulier?
Het woord geloof heeft hier een oude betekenis. Volgens een noot in de uitgave van 1897 betekent het getrouwheid of trouw. Die uitgave hield de oude zegswijze vast, omdat geloof hier niet door het woord trouw vervangen kan worden, dat er al vlak voor staat. Bovendien wordt het in dit verband wel niet misverstaan. Bruid en bruidegom beloven elkaar dus volkomen trouw, in alle dingen.
Waarom wordt Psalm 128 gelezen bij een huwelijk?
Psalm 128 staat in het formulier als 'de belofte Gods' voor het bruidspaar. De psalm belooft zegen aan wie de HEERE vreest en tekent een huis met een vruchtbare wijnstok en kinderen als olijfplanten rond de tafel. Volgens een noot in de uitgave van 1897 stond de psalm al in de redactie van de zestiende eeuw. De officiële Dordtse tekst heeft hem niet, maar de gangbare redactie keerde naar die oudere tekst terug.
Wat zegt het huwelijksformulier over scheiden?
Het formulier leest Mattheüs 19:3-9, waar Christus zegt dat de mens niet mag scheiden wat God samengevoegd heeft. Mozes stond een scheidbrief toe vanwege de hardigheid van de harten, maar van het begin was het zo niet. Christus noemt hoererij als enige uitzondering. Het formulier legt die uitzondering niet verder uit. Het vraagt het bruidspaar te geloven dat God hen samengevoegd heeft, en alles in het huwelijk met geduld te dragen.
Wat betekent bevestigen in het huwelijksformulier?
Het formulier heet voluit het formulier om den huwelijken staat voor de gemeente van Christus te bevestigen. Bevestigen betekent hier: openlijk vastleggen en in Gods Naam bekrachtigen. Het bruidspaar laat zijn echtelijke verbinding in de kerk bevestigen en vraagt daarbij om Gods zegen. In de spreektaal heet dit vaak de kerkelijke inzegening van het huwelijk. In Nederland en België moet het huwelijk volgens de wet eerst op het gemeentehuis gesloten zijn; de kerkelijke bevestiging volgt daarna.
Belooft de bruid in het huwelijksformulier gehoorzaamheid?
Ja. De bruid belooft haar man 'gehoorzaam te zijn, hem te dienen en te helpen'. Het onderwijs vooraf begrenst die gehoorzaamheid tot 'alle dingen die recht en billijk zijn'. Het formulier vergelijkt haar met Sara en met de gemeente tegenover Christus. Ook de bruidegom belooft veel: hij zal haar nooit verlaten, haar liefhebben en trouw onderhouden. Het onderwijs vraagt dat hij haar liefheeft zoals Christus Zijn gemeente. Over de toepassing wordt in de kerken verschillend gedacht. Vragen hierover kunt u met uw predikant bespreken.
Over deze tekst
Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.
Bronnen
- GBS Bijbel Online, De formulieren voor kerkelijke handelingen / Christelijke gebeden (Gereformeerde Bijbelstichting) (kopieerbron (spelling en tekst))
- De berijmde Psalmen (...) in gebruik bij de Gereformeerde Kerken in Nederland; alsmede hare Formulieren van Eenigheid (...) en hare Liturgie, naar den door die kerken vastgestelden tekst, onder medewerking van H. Bavinck en A. Kuyper, Middelharnis: Flakkeesche Boekdrukkerij, 1897 (scan Princeton Theological Seminary, archive.org) (controle, publiek domein (officiële Dordtse tekst))
- Het boek der psalmen, nevens de gezangen bij de Hervormde Kerk van Nederland in gebruik (...) mitsgaders de christelijke catechismus, formulieren en gebeden der Gereformeerde Kerken, Haarlem: Joh. Enschedé en Zonen, 1774 (DBNL, digitale uitgave van de vier kerkboeken) (controle, publiek domein (gangbare redactie, oude spelling))
- liturgie.nu, klassieke versie (Effusion, naar de uitgave Jongbloed) (extra vergelijking (gangbare redactie in nieuwe spelling))
Waar wij afwijken van de kopieerbron
Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.
- Aanhef. Hier: ‘Overmits den gehuwden gemeenlijk’. Kopieerbron: ‘Overmits den gehuwden gewoonlijk’. Beide getuigen: "gemeenlijk"; "gewoonlijk" staat in geen getuige.
- Lezing uit Mattheüs 19. Hier: ‘dat Hij ze gemaakt heeft’. Kopieerbron: ‘dat Hij hen gemaakt heeft’. Beide getuigen en de SV (Matth. 19:4): "ze".
- Inleiding. Hier: ‘zo hoort uit den Woorde Gods, hoe eerbaar’. Kopieerbron: ‘zo hoort uit het Woord Gods, hoe eerbaar’. Beide getuigen.
- Aanwijzing bij de vragen. Hier: ‘Daarna zullen zij malkanderen de hand geven’. Kopieerbron: ‘Daarna zullen zij elkander de hand geven’. "elkander" staat in geen getuige.
- Lezing uit Mattheüs 19. Hier: ‘gelijk Matthéüs beschrijft, kap. 19:3-9’. Kopieerbron: ‘gelijk Matthéüs beschrijft, hfdst. 19:3-9’. Verwijzingsnotatie: "hfdst." staat in geen getuige.
- Gebed. Hier: ‘en ook alle onreinigheid straft’. Kopieerbron: ‘en ook alle onreinheid straft’. Beide getuigen.
- Gebed. Hier: ‘ter ere Uws heiligen Naams, tot stichting Uwer gemeente, en tot verbreiding Uws heiligen Evangelies.’. Kopieerbron: ‘tot eer Uws heiligen Naams, tot stichting Uwer gemeente, en tot verbreiding van Uw Heilig Evangelie.’. Beide getuigen.
- Psalm 128. Hier: ‘Hoort nu de belofte Gods uit’. Kopieerbron: ‘Hoort nu de belofte van God uit’. Beide getuigen.
- Zegen. Hier: ‘lang en heiliglijk, samen leven moogt’. Kopieerbron: ‘lang en heilig, samen leven moogt’. Beide getuigen.
Kantnoten en opmerkingen
- De uitgave 1897 begint met de afkondiging van de verloofden ("En eerstelijk, hoe men de verloofden tevoren zal afkondigen"). De kopieerbron en de gangbare redactie (1774) beginnen bij "Overmits den gehuwden"; de afkondiging staat hier niet.
- Volgens een noot in de uitgave 1897 sluit het gebed in de officiële tekst anders af. De gangbare redactie (1774), en ook de kopieerbron, volgt hier de oudere tekst uit de zestiende eeuw: het gebed eindigt met het Onze Vader, daarna volgen de belofte uit Psalm 128 en de zegen.