Het formulier van wederopneming: tekst en uitleg per deel
In het kort
Het formulier van wederopneming wordt gelezen wanneer iemand die van de gemeente was afgesneden, zich bekeerd heeft en terugkeert. Het kondigt de wederopneming eerst aan, stelt de teruggekeerde één vraag, ontbindt hem van de ban en sluit met een dankgebed en het Onze Vader.
De kerkelijke tucht kent in gereformeerde kerken een uiterste stap: de afsnijding, ook wel de ban genoemd. Wie lang in een ernstige zonde volhardt, wordt na vele vermaningen buiten de gemeente gesteld. Maar het doel daarvan is altijd terugkeer. Voor het moment waarop zo iemand zich bekeert en terug wil komen, hebben de kerken een eigen tekst: het formulier van wederopneming der afgesnedenen.
Op deze pagina staat de volledige tekst, opgedeeld in tien delen. Bij elk deel vindt u een korte uitleg, verklaring van oude woorden en Bijbelteksten uit de Statenvertaling. Wilt u weten hoe de afsnijding zelf verloopt, lees dan ook het formulier van de ban. Onderaan staat waar de tekst vandaan komt en hoe hij is nagelezen.
Deel 1
De aankondiging aan de gemeente
Geliefden in den Heere, ulieden is bekend dat een zekeren tijd geleden onze medelidmaat N. van de gemeente van Christus afgesneden is geweest. Nu kunnen wij u niet verbergen hoe hij door de voornoemde remedie, mitsgaders door het middel van goede vermaningen, en uw christelijke gebeden, zo ver is gekomen dat hij zich over zijn zonde schaamt, begerende van ons, tot de gemeenschap der Kerk weder opgenomen te worden.
Alzo wij dan vanwege het bevel Gods schuldig zijn de zodanigen met blijdschap te ontvangen, en het toch nodig is dat goede orde daarin gebruikt worde; zo geven wij u mits dezen te verstaan, dat wij den voorschreven afgesneden persoon ten naasten reize, door Gods genade, wanneer men des Heeren Avondmaal zal houden, van den band der afsnijding wederom ontbinden, en tot de gemeenschap der Kerk ontvangen zullen, tenware iemand van u middelerwijl iets wettigs had waarom zulks niet zou behoren te geschieden, hetwelk gijlieden ons intijds aanzeggen zult. Intussen zal een iegelijk den Heere danken voor de weldaad, aan dezen armen zondaar bewezen, Hem biddende dat Hij Zijn werk aan hem wille uitvoeren tot zijn eeuwige zaligheid.
Amen.
Uitleg
Het formulier begint met een aankondiging, enige tijd vóór de wederopneming zelf. De gemeente hoort dat een lidmaat die 'van de gemeente van Christus afgesneden' was, zich over zijn zonde schaamt. Hij vraagt zelf om weer in de gemeenschap van de kerk te worden opgenomen. Afsnijden is het oude woord voor de ban: iemand wordt buiten de gemeente gesteld.
Het formulier noemt drie middelen waardoor het zover gekomen is: 'de voornoemde remedie', de vermaningen en de gebeden van de gemeente. Remedie betekent geneesmiddel. Zo noemt het formulier de afsnijding zelf. De ban is in deze gedachte geen wraak, maar een middel dat moet genezen. Mitsgaders betekent: en ook.
God beveelt zulke mensen 'met blijdschap te ontvangen', maar het moet in goede orde gaan. Daarom krijgt de gemeente tijd. Wie 'iets wettigs' weet waarom de wederopneming niet zou mogen, moet dat intijds, dat is op tijd, melden. De opneming zelf gebeurt 'ten naasten reize', de eerstvolgende keer dat het Heilig Avondmaal gehouden wordt. Tenware betekent tenzij, middelerwijl betekent intussen.
Tot die tijd vraagt het formulier geen wantrouwen, maar dank. Iedereen zal 'den Heere danken voor de weldaad' die aan deze zondaar bewezen is. Daarbij bidt de gemeente dat God 'Zijn werk aan hem wille uitvoeren' tot zijn eeuwige zaligheid.
Uit de Bijbel
“Broeders, indien ook een mens vervallen ware door enige misdaad, gij, die geestelijk zijt, brengt den zodanige te recht met den geest der zachtmoedigheid; ziende op uzelven, opdat ook gij niet verzocht wordt.”
Paulus roept op om wie gevallen is met zachtmoedigheid terecht te brengen, het doel van de vermaningen die het formulier noemt.
“Broeders, indien iemand onder u van de waarheid is afgedwaald, en hem iemand bekeert, Die wete, dat degene, die een zondaar van de dwaling zijns wegs bekeert, een ziel van den dood zal behouden, en menigte der zonden zal bedekken.”
Wie een afgedwaalde zondaar bekeert, behoudt een ziel van de dood, en daarom dankt de gemeente God voor deze weldaad.
“Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.”
Alle dingen moeten eerlijk en met orde geschieden, zoals het formulier wil dat de wederopneming in goede orde gebeurt.
Deel 2
Het begin van de handeling
Daarna, indien geen verhindering voorkomt, zal de dienaar des Woords tot wederopneming van den afgesneden zondaar voortgaan op de navolgende wijze:
Geliefde Christenen, wij hebben u laatstmaal voorgehouden van de bekering van onzen medebroeder (of: van onze medezuster) N., om met uw voorweten wederom tot de gemeente van Christus opgenomen te worden. Alzo dan niemand iets voorgebracht heeft waarom de voorzeide wederopneming niet zou behoren te geschieden, zo willen wij nu tegenwoordiglijk daartoe voortvaren.
Uitleg
Tussen de aankondiging en de handeling staat een aanwijzing. De dienaar des Woords, dat is de predikant, gaat pas verder 'indien geen verhindering voorkomt'. Er mogen dus geen gegronde bezwaren zijn ingebracht.
De predikant herinnert de gemeente aan wat hij de vorige keer heeft gezegd. Met 'uw voorweten' bedoelt het formulier: met uw voorkennis. De gemeente wordt niet overvallen. Zij wist ervan en had kunnen spreken. Omdat niemand iets heeft ingebracht, gaat de predikant 'tegenwoordiglijk', dat wil zeggen nu, tot de handeling over. Voortvaren betekent verdergaan.
Het formulier houdt rekening met een broeder en met een zuster. Op deze plaats staat tussen haakjes 'van onze medezuster'. In de rest van de tekst staat alleen de mannelijke vorm.
Uit de Bijbel
“En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar.”
Christus betrekt de gemeente zelf bij de tucht, en zo kent het formulier de gemeente ook een stem toe bij de wederopneming.
Deel 3
Wat gebonden is, kan ook ontbonden worden
De Heere Christus, Matthéüs 18, bevestigd hebbende het vonnis Zijner Kerk in de afsnijding der onboetvaardige zondaren, verklaart terstond daarbij dat al wat Zijn dienaars ontbinden zouden op de aarde, ontbonden zou zijn in den hemel. Waarmede Hij te kennen geeft dat, wanneer iemand van Zijn Kerk afgesneden is, hem alsdan alle hoop der zaligheid niet ontnomen is, maar dat hij van de banden der verdoemenis weder ontslagen kan worden. Daarom, aangezien God in Zijn Woord verklaart geen lust te hebben in den dood des zondaars, maar daarin dat hij zich bekere en leve; zo heeft ook de Kerk nog altijd hoop op de bekering des afgeweken zondaars, en houdt haar schoot open, om den bekeerde wederom te ontvangen. Dienvolgens heeft de heilige Paulus den Korinthiër (dien hij verklaard had dat van de Kerk afgedaan behoorde te worden) wederom bevolen op te helpen en te vertroosten, nadat hij, van velen bestraft zijnde, tot inzicht was gekomen; opdat hij door een al te overvloedige droefheid niet zou verslonden worden.
Uitleg
Nu volgt de leer. Het formulier gaat uit van Mattheüs 18. Daar bevestigt Christus het vonnis van Zijn kerk over wie onboetvaardig blijft. Maar direct daarna zegt Hij ook dat wat op aarde ontbonden wordt, in de hemel ontbonden zal zijn. De Heidelbergse Catechismus spreekt in zondag 31 over de sleutelen van het hemelrijk, die het rijk sluiten en openen.
Wie afgesneden is, heeft daarom niet 'alle hoop der zaligheid' verloren. Hij kan 'van de banden der verdoemenis weder ontslagen' worden. Het formulier grondt dat op Gods eigen woord. God heeft geen lust in de dood van de zondaar, maar daarin dat hij zich bekeert en leeft. Daarom 'houdt haar schoot open' de kerk. De schoot is de plek waar een kind veilig wordt opgevangen.
Als voorbeeld noemt het formulier de man in Korinthe die Paulus van de gemeente had laten afdoen. Toen hij tot inzicht kwam, moest de gemeente hem weer opbeuren en vertroosten. Paulus wilde niet dat hij door 'een al te overvloedige droefheid' verslonden zou worden. Dienvolgens betekent: in overeenstemming daarmee.
Het formulier gaat ervan uit dat 2 Korinthe 2 over dezelfde man spreekt als 1 Korinthe 5. Veel uitleggers lezen het zo. Anderen menen dat Paulus in 2 Korinthe 2 iemand anders bedoelt.
Uit de Bijbel
“Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen.”
Christus verbindt het binden en ontbinden op aarde met wat in de hemel geldt, de grond van het hele formulier.
“Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?”
God heeft geen lust in de dood van de goddeloze maar in zijn bekering, wat het formulier bijna woordelijk overneemt.
“Den zodanige is deze bestraffing genoeg, die van velen geschied is. Alzo dat gij daarentegen hem liever moet vergeven en vertroosten, opdat de zodanige door al te overvloedige droefheid niet enigszins worde verslonden. Daarom bid ik u, dat gij de liefde aan hem bevestigt.”
Paulus vraagt de gemeente de bestrafte te vergeven en te vertroosten, opdat hij niet door al te overvloedige droefheid verslonden wordt.
Deel 4
Het vonnis van ontbinding is vast
Ten andere leert Christus in de voorzeide uitspraak, dat het vonnis der ontbinding, hetwelk uitgesproken wordt over zulk een bekeerden zondaar, volgens Gods Woord, voor bondig en vast gehouden wordt door den Heere; waarom niemand die zich oprechtelijk bekeert, enigszins behoort te twijfelen, of hij is gewisselijk van God in genade aangenomen, gelijk Christus elders zegt: Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven.
Uitleg
Het tweede wat Christus volgens het formulier leert, is dat de ontbinding geen menselijke formaliteit is. Wanneer de kerk iemand naar Gods Woord ontbindt, houdt de Heere dat vonnis 'voor bondig en vast'. Bondig betekent hier: geldig en bindend.
Daaruit trekt het formulier een troostrijke conclusie. Wie zich oprecht bekeert, hoeft er niet aan te twijfelen of hij door God in genade is aangenomen. Gewisselijk betekent zeker. Het woord van Christus dat het formulier daarbij aanhaalt, staat in Johannes 20:23. Daar zegt Hij tot Zijn discipelen: "Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven".
Het formulier wil dus dat de bekeerde zondaar mag rusten op het woord van Christus, dat de kerk hem namens Hem toezegt. Zijn zekerheid hangt niet aan zijn eigen gevoel, maar aan wat Christus Zelf heeft beloofd.
Uit de Bijbel
“Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden.”
Dit is het woord van Christus dat het formulier letterlijk aanhaalt om de bekeerde van Gods vergeving te verzekeren.
Deel 5
De vraag aan de teruggekeerde
Om nu tot de voorgenomen handeling te komen, zo vraag ik u, N.:
Of gij voor God en Zijn gemeente alhier van ganser harte verklaart, dat gij oprecht berouw hebt van de zonde en hardnekkigheid om welke gij rechtvaardiglijk van de gemeente afgesneden zijt geweest; of gij ook waarachtiglijk gelooft dat u de Heere uw zonden vergeven heeft en vergeeft om Christus’ wil, en mitsdien begeert tot de gemeente van Christus alhier weder opgenomen te worden, belovende van nu voortaan u in alle godzaligheid te gedragen naar het gebod des Heeren.
Antwoord: Ja ik.
Uitleg
Daarna spreekt de predikant de teruggekeerde zelf aan, bij zijn naam. Er is één vraag, maar die heeft drie delen. Hij antwoordt 'voor God en Zijn gemeente alhier', dus openlijk en ten overstaan van God.
Het eerste deel gaat over berouw. Heeft hij 'oprecht berouw' van de zonde en de hardnekkigheid waarom hij afgesneden werd? Niet alleen de zonde zelf, maar ook het volharden erin wordt genoemd. Het formulier noemt de afsnijding uitdrukkelijk rechtvaardig.
Het tweede deel gaat over geloof. Gelooft hij dat zijn zonden door de Heere vergeven zijn en vergeven worden, om de wil van Christus? Het formulier zegt: 'vergeven heeft en vergeeft'. Let op de twee tijden. Vergeving ligt niet alleen in het verleden, maar wordt steeds opnieuw geschonken.
Het derde deel is een begeerte en een belofte. Hij vraagt weer opgenomen te worden en belooft zich voortaan 'in alle godzaligheid te gedragen'. Mitsdien betekent daarom. Het antwoord is kort en persoonlijk: Ja ik.
Uit de Bijbel
“Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela.”
David maakt zijn zonde bekend aan de HEERE en ontvangt vergeving, de weg die ook de teruggekeerde gaat.
“Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.”
De droefheid naar God werkt een bekering tot zaligheid, en zulk oprecht berouw vraagt het formulier.
“Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.”
Wie zijn overtredingen bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen, wat het belijden en de belofte van de teruggekeerde verbindt.
Deel 6
De ontbinding en de opneming
Hierop zal de dienaar verder aldus spreken:
Wij dan, alhier vergaderd in den Naam en de macht des Heeren Christus, verklaren u, N., ontbonden te zijn van de banden der afsnijding; ontvangen u wederom in de gemeente des Heeren; en verkondigen u dat gij staat in de gemeenschap van Christus, van de heilige sacramenten, en van alle geestelijke zegeningen en weldaden Gods, die Hij aan Zijn gemeente belooft en bewijst; waarin u de eeuwige God tot den einde toe behouden wil door Zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus.
Amen.
Uitleg
Op het jawoord volgt de eigenlijke handeling. De predikant spreekt in de wij-vorm, als dienaar van de kerk, en niet op eigen gezag. Het gebeurt 'in den Naam en de macht des Heeren Christus'.
Drie dingen worden gezegd. De teruggekeerde wordt ontbonden 'van de banden der afsnijding'. Hij wordt weer ontvangen in de gemeente des Heeren. En hem wordt verkondigd dat hij staat in de gemeenschap van Christus, van de heilige sacramenten en van alle geestelijke zegeningen.
Dat laatste is belangrijk. Wie afgesneden is, mag niet aan het Heilig Avondmaal komen. Met de wederopneming is die toegang hersteld. Het past daarom dat de aankondiging de wederopneming verbindt met de eerstvolgende viering van het avondmaal.
Het slot is een zegenbede: dat hij door de eeuwige God 'tot den einde toe' behouden wordt, door Zijn eniggeboren Zoon. Volharding ligt dus niet in eigen kracht, maar in Gods bewaring. Het deel sluit met Amen.
Uit de Bijbel
“God is getrouw, door Welken gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onzen Heere.”
God roept de Zijnen tot de gemeenschap van Zijn Zoon, de gemeenschap waarin de teruggekeerde volgens het formulier weer staat.
“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.”
God zegent de Zijnen met alle geestelijke zegening in Christus, waarnaar het formulier verwijst met de geestelijke zegeningen en weldaden Gods.
“Hem nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren, en onstraffelijk te stellen voor Zijn heerlijkheid, in vreugde,”
God is machtig van struikelen te bewaren, de grond onder de bede dat Hij de teruggekeerde tot het einde behoudt.
Deel 7
Een woord aan de opgenomen broeder
Zo wees dan verzekerd, mijn lieve broeder, in uw hart, dat u de Heere heeft opgenomen in genade; wees naarstig om u voortaan te wachten voor de listigheid des satans en de boosheid der wereld, teneinde gij niet weder vervalt in de zonde; heb Christus zeer lief, want u zijn vele zonden vergeven.
Uitleg
Daarna krijgt de opgenomen broeder drie korte vermaningen. De eerste is een verzekering. Hij mag in zijn hart weten 'dat u de Heere heeft opgenomen in genade'. Het formulier begint dus niet met eisen, maar met troost.
De tweede is een waarschuwing. Hij moet zich wachten 'voor de listigheid des satans en de boosheid der wereld', zodat hij niet opnieuw in zonde valt. Naarstig betekent ijverig. Wie eenmaal gevallen is, weet hoe sluw de verleiding kan zijn.
De derde vermaning gaat over liefde: 'heb Christus zeer lief, want u zijn vele zonden vergeven'. Die woorden herinneren aan Lukas 7, waar Christus spreekt over de vrouw die Zijn voeten zalfde. Daar zegt Hij dat wie weinig vergeven wordt, weinig liefheeft. Bij wie veel vergeven is, past veel liefde. Zo wordt dankbaarheid de drijfveer van het nieuwe leven.
Uit de Bijbel
“Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief.”
Christus verbindt veel vergeving met veel liefde, zoals het formulier de broeder oproept Christus zeer lief te hebben.
“Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;”
De duivel gaat om als een briesende leeuw, waarom het formulier waarschuwt voor de listigheid des satans.
Deel 8
Een woord aan de gemeente
En gij, geliefde Christenen, ontvangt dezen uw broeder met toegenegenheid des harten; zijt vrolijk, dat hij dood was en weder levend is geworden, verloren was en gevonden is; verheugt u met de engelen des hemels over dezen zondaar, die zich bekeert; houdt hem niet langer voor een die vreemd is, maar voor een medeburger der heiligen en huisgenoot Gods.
Uitleg
Ook de gemeente krijgt een opdracht. Zij moet de broeder ontvangen 'met toegenegenheid des harten', dat is met hartelijke genegenheid. Het formulier gebruikt hier de woorden van de vader uit de gelijkenis van de verloren zoon. De gemeente mag blij zijn dat hij 'dood was en weder levend is geworden, verloren was en gevonden is'.
In diezelfde gelijkenis staat ook een oudere broer, die niet mee wil vieren. Het formulier noemt hem niet, maar wie aan hem denkt, begrijpt waarom het formulier de gemeente zo uitdrukkelijk tot blijdschap oproept.
Verder mag de gemeente zich verheugen 'met de engelen des hemels'. Volgens Lukas 15 is er blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar die zich bekeert. Tot slot mag de teruggekeerde niet langer als een vreemde behandeld worden. Hij is weer 'een medeburger der heiligen en huisgenoot Gods', woorden die Paulus in Efeze 2 voor de gemeente gebruikt.
Uit de Bijbel
“Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.”
De vader in de gelijkenis zegt dat zijn zoon dood was en weer levend geworden, woorden die het formulier overneemt.
“Alzo, zeg Ik ulieden, is er blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert.”
Er is blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar die zich bekeert, en daarin mag de gemeente delen.
“Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;”
De gelovigen zijn geen vreemdelingen meer maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, zoals de teruggekeerde weer genoemd wordt.
Deel 9
Het dankgebed
En alzo wij niets goeds kunnen hebben van onszelven, zo laat ons, den Heere almachtig lovende en dankende, Hem om Zijn genade aldus aanroepen:
Goedertieren God en Vader, wij danken U door Jezus Christus, dat Gij dezen onzen medebroeder bekering hebt gegeven ten leven, en ons oorzaak verleent om in zijn wederkering verheugd te zijn. Wij bidden U, bewijs hem Uw genade, om van de vergeving zijner zonden meer en meer verzekerd te zijn in zijn gemoed, en daaruit te scheppen een onuitsprekelijke blijdschap en lust om U te dienen. En gelijkerwijs hij tevoren vele mensen heeft geërgerd door zijn zonde, wil hem alzo wederom verlenen, vele mensen door zijn bekering te stichten. Geef hem tot den einde toe volstandiglijk te wandelen in Uw wegen; en laat ons leren uit dit voorbeeld, dat bij U is genade, opdat Gij gevreesd wordt; teneinde wij, hem houdende voor onzen medebroeder en mede-erfgenaam des eeuwigen levens, U tezamen mogen dienen met een kinderlijke vreze en gehoorzaamheid al de dagen onzes levens, door onzen Heere Jezus Christus; in Wiens Naam wij ons gebed besluiten:
Uitleg
Het gebed begint met een belijdenis: 'wij niets goeds kunnen hebben van onszelven'. Ook de bekering van de broeder is geen eigen prestatie. Daarom dankt de gemeente God dat Hij hem 'bekering hebt gegeven ten leven'. Die uitdrukking komt uit Handelingen 11, waar de gelovigen in Jeruzalem God verheerlijken omdat Hij ook de heidenen bekering gaf.
Dan volgen de beden. De broeder mag 'meer en meer verzekerd' worden van de vergeving en daaruit blijdschap en lust putten om God te dienen. Het gebed is eerlijk over het verleden: hij heeft vele mensen 'geërgerd door zijn zonde'. Ergeren betekent hier aanstoot geven. Nu bidt de gemeente dat hij anderen door zijn bekering mag stichten, dat is opbouwen in het geloof.
Volstandiglijk betekent standvastig. De gemeente bidt ook voor zichzelf. Zij wil uit dit voorbeeld leren 'dat bij U is genade, opdat Gij gevreesd wordt'. Dat is bijna Psalm 130:4, waar de Statenvertaling vergeving heeft in plaats van genade. Met kinderlijke vreze is eerbied vol vertrouwen bedoeld, zoals een kind die voor zijn vader heeft.
Uit de Bijbel
“En als zij dit hoorden, waren zij tevreden, en verheerlijkten God, zeggende: Zo heeft dan God ook den heidenen de bekering gegeven ten leven!”
De gemeente verheerlijkt God omdat Hij bekering ten leven geeft, de woorden waarmee het dankgebed opent.
“Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.”
Bij God is vergeving opdat Hij gevreesd wordt, de psalmregel die het gebed bijna letterlijk overneemt.
Deel 10
Het Onze Vader
Onze Vader, Die in den hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.
Amen.
Uitleg
Het gebed eindigt, net als het gebed in het formulier van de ban, met het gebed dat Christus Zijn discipelen leerde. Hier krijgt het een eigen klank. De gemeente bidt 'vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren' direct nadat zij een broeder vergeving heeft toegezegd. Wie zelf van vergeving leeft, kan haar een ander niet weigeren.
Ook de bede om bewaring past bij deze dienst. Na de val en het herstel van één lidmaat bidt de hele gemeente: 'leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze'. Niemand staat hier boven de ander. Zo eindigt de wederopneming niet bij één persoon, maar bij een gemeente die samen om genade bidt.
Uit de Bijbel
“En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.”
De vijfde bede verbindt Gods vergeving met onze vergeving aan anderen, wat bij een wederopneming bijzonder klinkt.
“En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.”
De bede om bewaring voor verzoeking sluit aan bij de waarschuwing aan de opgenomen broeder om niet opnieuw te vallen.
Veelgestelde vragen
Wat betekent wederopneming in de kerk?
Wederopneming is het weer opnemen in de gemeente van iemand die door de kerkelijke tucht was afgesneden. Dat gebeurt wanneer hij zich bekeerd heeft en zelf vraagt om terug te komen. De kerk verklaart hem dan in de Naam van Christus ontbonden van de ban. Daarmee heeft hij weer deel aan de sacramenten, ook aan het Heilig Avondmaal, en hoort hij weer volledig bij de gemeente.
Hoe gaat een wederopneming in de kerk in zijn werk?
Volgens het formulier gaat het in twee stappen. Eerst hoort de gemeente dat de afgesnedene zich bekeerd heeft en terug wil komen. Wie een wettige reden tegen de wederopneming heeft, kan dat op tijd melden. Is er geen verhindering, dan volgt de handeling zelf, de eerstvolgende keer dat het avondmaal gehouden wordt. Daarbij horen de leer van binden en ontbinden en één vraag. Dan volgen de ontbinding, een woord aan de broeder en aan de gemeente, en een dankgebed met het Onze Vader.
Wat is het verschil tussen het formulier van de ban en het formulier van wederopneming?
Het formulier van de ban wordt gelezen als iemand na vele vermaningen onboetvaardig blijft en van de gemeente wordt afgesneden. Het formulier van wederopneming is het tegenstuk. Het wordt gelezen als zo iemand zich bekeerd heeft en weer wordt opgenomen. Beide beroepen zich op de macht om te binden en te ontbinden die Christus volgens Mattheüs 18 aan Zijn kerk gaf. Beide eindigen met een gebed en het Onze Vader.
Waarom wordt de gemeente vooraf ingelicht over een wederopneming?
Het formulier zegt dat de kerk een bekeerde met blijdschap moet ontvangen, maar dat het in goede orde moet gebeuren. De gemeente krijgt daarom tijd om een wettige reden tegen de wederopneming te melden. Zo gebeurt er niets buiten haar om. In die tussentijd vraagt het formulier de gemeente om God te danken voor de bekering en te bidden dat Hij Zijn werk voltooit.
Welke vraag krijgt iemand bij de wederopneming?
Er is één vraag in drie delen. Heeft hij oprecht berouw van de zonde en de hardnekkigheid waarom hij afgesneden werd? Gelooft hij dat zijn zonden door de Heere vergeven zijn en vergeven worden, om de wil van Christus? Begeert hij weer opgenomen te worden en belooft hij voortaan godzalig te leven? Het antwoord is kort: Ja ik.
Is iemand die in de ban is gedaan alle hoop op zaligheid kwijt?
Nee, dat zegt het formulier uitdrukkelijk. Christus gaf Zijn kerk niet alleen de macht om te binden, maar ook om te ontbinden. Daarom is iemand die afgesneden is volgens het formulier niet alle hoop der zaligheid ontnomen. God heeft geen lust in de dood van de zondaar, maar in zijn bekering. Daarom houdt de kerk haar schoot open voor wie terugkeert.
Mag iemand die wederopgenomen is zeker zijn van Gods vergeving?
Het formulier zegt van wel, en legt daar juist de nadruk op. Het vonnis der ontbinding is geen menselijke formaliteit. Het formulier zegt dat dit vonnis 'voor bondig en vast gehouden wordt door den Heere'. Wie zich oprecht bekeert, hoeft er daarom niet aan te twijfelen dat hij door God in genade is aangenomen. Het formulier grondt dat op het woord van Christus in Johannes 20:23. Na de ontbinding hoort de broeder: 'wees dan verzekerd, mijn lieve broeder, in uw hart, dat u de Heere heeft opgenomen in genade'. Zijn zekerheid rust op wat Christus beloofd heeft, niet op zijn eigen gevoel.
Welke tekst van het formulier van wederopneming staat op deze pagina?
U leest de klassieke tekst van de Dordtse liturgie in de kerkboekspelling van de Gereformeerde Bijbelstichting. Elk woord is nagelezen in twee oude drukken: de uitgave van 1897, die de officiële tekst geeft, en een kerkboek uit 1774. Op vijf plaatsen volgt deze tekst die oude drukken en niet de uitgave van de GBS. Zo staat er tot den einde toe in plaats van tot het einde toe. Bij de verantwoording onderaan staan ze alle vijf.
Over deze tekst
Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.
Bronnen
- GBS Bijbel Online, De formulieren voor kerkelijke handelingen / Christelijke gebeden (Gereformeerde Bijbelstichting) (kopieerbron (spelling en tekst))
- De berijmde Psalmen (...) in gebruik bij de Gereformeerde Kerken in Nederland; alsmede hare Formulieren van Eenigheid (...) en hare Liturgie, naar den door die kerken vastgestelden tekst, onder medewerking van H. Bavinck en A. Kuyper, Middelharnis: Flakkeesche Boekdrukkerij, 1897 (scan Princeton Theological Seminary, archive.org) (controle, publiek domein (officiële Dordtse tekst))
- Het boek der psalmen, nevens de gezangen bij de Hervormde Kerk van Nederland in gebruik (...) mitsgaders de christelijke catechismus, formulieren en gebeden der Gereformeerde Kerken, Haarlem: Joh. Enschedé en Zonen, 1774 (DBNL, digitale uitgave van de vier kerkboeken) (controle, publiek domein (gangbare redactie, oude spelling))
- liturgie.nu, klassieke versie (Effusion, naar de uitgave Jongbloed) (extra vergelijking (gangbare redactie in nieuwe spelling))
Waar wij afwijken van de kopieerbron
Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.
- Aanspraak. Hier: ‘laatstmaal voorgehouden van de bekering van onzen medebroeder’. Kopieerbron: ‘laatstmaal voorgehouden de bekering van onzen medebroeder’. Beide getuigen.
- Aanspraak. Hier: ‘hoop op de bekering des afgeweken zondaars’. Kopieerbron: ‘hoop op de bekering van den afgeweken zondaar’. Beide getuigen: genitief.
- Aanspraak. Hier: ‘dien worden zij vergeven’. Kopieerbron: ‘dien worden ze vergeven’. Officiële tekst (1897).
- Ontbinding. Hier: ‘de eeuwige God tot den einde toe behouden wil’. Kopieerbron: ‘de eeuwige God tot het einde toe behouden wil’. Beide getuigen.
- Dankzegging. Hier: ‘Geef hem tot den einde toe volstandiglijk’. Kopieerbron: ‘Geef hem tot het einde toe volstandiglijk’. Beide getuigen.