Ga naar hoofdinhoud

Het formulier voor de bevestiging van predikanten: tekst en uitleg

In het kort

Het bevestigingsformulier voor predikanten wordt gelezen wanneer een dienaar des Woords in een gemeente in zijn ambt wordt bevestigd. Het beschrijft eerst het ambt van de herders en stelt de predikant drie vragen. Daarna volgen de handoplegging, een vermaning aan predikant en gemeente en een dankzegging met gebed.

Wanneer een gemeente een nieuwe predikant krijgt, wordt hij in een kerkdienst in zijn ambt bevestigd. Daarbij leest een predikant het formulier om te bevestigen de dienaars des Goddelijken Woords. Het hoort bij de liturgie die de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619) vaststelde. In reformatorische kerken wordt het nog steeds gelezen.

Op deze pagina staat de volledige tekst, opgedeeld in tien delen. Bij elk deel vindt u een korte uitleg, de betekenis van oude woorden en enkele Bijbelteksten uit de Statenvertaling. De bevestiging van ouderlingen en diakenen heeft een eigen formulier. Onderaan staat waar de tekst vandaan komt en hoe hij is nagelezen.

Deel 1

De voorstelling en de opening

Na de voleinding van de predicatie en van het gewone gebed zal de dienaar aldus spreken tot het volk:

Geliefde broeders, het is u bekend hoe wij nu tot drie onderscheiden reizen den naam van onzen medebroeder N., hier tegenwoordig, openlijk voorgesteld hebben, om te vernemen of iemand wat had, hetzij zijn leer of zijn leven aangaande, waarom hij niet zou mogen bevestigd worden in den dienst des Woords. Het is nu alzo dat ons niemand is verschenen die iets wettigs voorgebracht heeft tegen zijn persoon; waarom wij thans in den Naam des Heeren zullen voortvaren tot zijn bevestiging.

Daartoe zult gij, N., en allen die hier tegenwoordig zijt, vóór alle dingen aanhoren uit den Woorde Gods een korte verklaring van de inzetting en het ambt der herders of dienaren des Woords.

Uitleg

Het formulier wordt gelezen na de preek en het gewone gebed. De predikant die de dienst leidt, spreekt eerst de gemeente aan. Hij herinnert eraan dat de naam van de nieuwe dienaar 'tot drie onderscheiden reizen' openlijk is voorgesteld. Reizen betekent hier: keren. De naam is dus drie keer aan de gemeente bekendgemaakt. Op de plaats van de N. noemt de predikant de naam.

Dat had een duidelijk doel. Ieder kreeg de gelegenheid iets in te brengen tegen 'zijn leer of zijn leven'. Er is niemand gekomen 'die iets wettigs voorgebracht heeft', dat wil zeggen: een gegronde bedenking. Daarom kan de gemeente 'in den Naam des Heeren' verdergaan. Zo is de hele gemeente bij de bevestiging betrokken.

Voordat de vragen komen, moeten de nieuwe dienaar en alle aanwezigen eerst horen wat het ambt inhoudt. Het formulier noemt dat 'een korte verklaring van de inzetting en het ambt der herders of dienaren des Woords'. Inzetting betekent: instelling. Herder en dienaar des Woords zijn twee namen voor hetzelfde ambt.

Uit de Bijbel

  • 1 Timotheüs 5:22

    “Leg niemand haastelijk de handen op, en heb geen gemeenschap aan anderer zonden; bewaar uzelven rein.”

    Paulus waarschuwt niemand haastelijk de handen op te leggen, wat de zorgvuldige voorstelling vóór de bevestiging verklaart.

  • Handelingen 6:3

    “Ziet dan om, broeders, naar zeven mannen uit u, die goede getuigenis hebben, vol des Heiligen Geestes en der wijsheid, welke wij mogen stellen over deze nodige zaak.”

    Bij de keuze van de zeven zocht de gemeente mannen met een goede getuigenis, zoals hier naar leer en leven gevraagd wordt.

Deel 2

God gebruikt mensen: het herdersambt

Alwaar eerstelijk valt op te merken dat God, onze hemelse Vader, willende uit het verdorven menselijk geslacht een gemeente roepen en vergaderen ten eeuwigen leven, door een bijzondere genade daartoe gebruikt den dienst van mensen. Hierom zegt Paulus, Éfeze 4, dat de Heere Christus gegeven heeft sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus. Daar zien wij dat de heilige apostel onder andere zegt dat het herdersambt een instelling van Jezus Christus is.

Wat nu dit heilig ambt medebrengt, kunnen wij lichtelijk uit den naam zelven afleiden. Want gelijkerwijs het werk van een gewonen herder is, de kudde (die hem bevolen is) te weiden, te leiden, voor te staan en te regeren; alzo gaat het ook toe met deze geestelijke herders, die gesteld zijn over de gemeente, die God roept tot de zaligheid, en houdt ze als voor schapen Zijner weide. Nu is de weide waarmede deze schapen geweid worden, niet anders dan de verkondiging des Goddelijken Woords, met de aanklevende bediening der gebeden en der heilige sacramenten. Hetzelfde Woord Gods is ook de staf waarmede deze kudde geleid en geregeerd wordt.

Dienvolgens is het openbaar dat het ambt der herders of der dienaren des Woords is:

Uitleg

De verklaring begint bij God. Hij wil uit het 'verdorven menselijk geslacht' een gemeente roepen voor het eeuwige leven. Daarvoor gebruikt Hij, 'door een bijzondere genade', de dienst van mensen. Het formulier ziet het dus als genade dat God mensen inschakelt om Zijn Woord te brengen.

Als bewijs noemt het Efeze 4. Christus heeft sommigen gegeven tot apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars, tot opbouwing van het lichaam van Christus. Daaruit blijkt dat het herdersambt door Christus Zelf is ingesteld. Volgens een noot in de uitgave van 1897 ontbreken in de officiële tekst de woorden over de apostelen. Die uitgave houdt dat vermoedelijk voor een schrijf- of drukfout. De tekst op deze pagina heeft de woorden wel, zoals de uitgave van 1897 en het kerkboek van 1774.

Daarna legt het formulier het woord herder uit. Een gewone herder moet de kudde 'te weiden, te leiden, voor te staan en te regeren'. Zo is het ook met de geestelijke herders van de gemeente. De weide is de verkondiging van Gods Woord, 'met de aanklevende bediening der gebeden en der heilige sacramenten'. Aanklevend betekent: daarbij horend.

Hetzelfde Woord is ook de staf waarmee de kudde geleid wordt. Het korte slot van dit deel kondigt de opsomming aan. Dienvolgens, dat is: daarom, is duidelijk wat het ambt inhoudt. Er volgen vier taken.

Uit de Bijbel

  • Efeze 4:11-12

    “En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus;”

    Het formulier haalt deze verzen aan als bewijs dat Christus Zelf herders en leraars aan Zijn gemeente geeft.

  • Psalm 100:3

    “Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.”

    Gods volk heet hier de schapen Zijner weide, dezelfde woorden die het formulier voor de gemeente gebruikt.

  • Jeremia 3:15

    “En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.”

    God belooft herders naar Zijn hart, die het volk weiden met wetenschap en verstand.

Deel 3

De eerste taak: het Woord bedienen

Eerstelijk, dat zij des Heeren Woord, door de Schriften der Profeten en Apostelen geopenbaard, grondig en oprechtelijk aan hun volk zullen voordragen, en het toe-eigenen, zo in het gemeen als in het bijzonder, tot nuttigheid der toehoorders, met onderwijzen, vermanen, vertroosten en bestraffen, naar eens iegelijks behoefte, verkondigende de bekering tot God, en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus, en wederleggende met de Heilige Schrift alle dwalingen en ketterijen, die tegen deze zuivere leer strijden. Dit alles wordt ons klaarlijk te kennen gegeven in de Heilige Schrift; want de apostel Paulus zegt dat dezen arbeiden in het Woord; en elders leert hij dat zulks moet geschieden naar de mate of regel des geloofs. Hij schrijft ook dat een herder aan het getrouwe of oprechte woord, dat naar de leer is, moet vasthouden, en dat recht snijden; insgelijks: die profeteert (dat is Gods Woord predikt), spreekt den mensen stichting en vermaning en vertroosting. Op een andere plaats stelt hij zichzelven aan de herders voor tot een voorbeeld, verklarende dat hij, in het openbaar en bij de huizen, geleerd en betuigd heeft de bekering tot God en het geloof in Jezus Christus. Maar inzonderheid hebben wij een zuivere beschrijving van het ambt van een dienaar des Evangelies 2 Kor. 5:18, 19, 20, waar de apostel aldus spreekt: Al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons (namelijk den apostelen en herders) de bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende, en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten (of ambassadeurs) van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen. Belangende de wederlegging der onzuivere leer, zegt dezelfde apostel, Tit. 1:9, dat een dienaar aan het Woord Gods moet vasthouden, om de tegensprekers te wederleggen en den mond te stoppen.

Uitleg

De eerste en langste taak is de prediking. De predikant moet het Woord, geopenbaard 'door de Schriften der Profeten en Apostelen', grondig en oprecht voordragen. Hij moet het ook toe-eigenen, 'zo in het gemeen als in het bijzonder'. Dat betekent: de boodschap toepassen op de hele gemeente en op ieder persoonlijk.

Het formulier noemt vier manieren: onderwijzen, vermanen, vertroosten en bestraffen, 'naar eens iegelijks behoefte'. De inhoud is de bekering tot God en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus. Daarbij hoort ook het weerleggen van dwalingen en ketterijen die tegen de zuivere leer ingaan.

Paulus wordt een paar keer aangehaald. Herders arbeiden in het Woord. Zij moeten het 'recht snijden', dat is: zuiver uitleggen en juist toepassen. Paulus noemt zichzelf als voorbeeld, omdat hij 'in het openbaar en bij de huizen' de bekering en het geloof leerde. Het werk van de herder gaat dus verder dan de preekstoel.

De kern staat in 2 Korinthe 5. God heeft 'de bediening der verzoening' gegeven. Een dienaar des Woords is een gezant van Christus, 'alsof God door ons bade'. Het formulier verklaart het woord gezanten zelf met ambassadeurs. Wie preekt, spreekt dus namens een Ander. Ten slotte noemt het Titus 1: de dienaar moet de tegensprekers weerleggen en 'den mond te stoppen'.

Uit de Bijbel

  • 2 Korinthe 5:18-20

    “En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.”

    Het formulier noemt deze verzen een zuivere beschrijving van het ambt van een dienaar des Evangelies.

  • Titus 1:9

    “Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te wederleggen.”

    Een opziener moet vasthouden aan het getrouwe woord om de tegensprekers te weerleggen, waarnaar het formulier verwijst.

  • 2 Timotheüs 2:15

    “Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.”

    Hier staat het recht snijden van het Woord der waarheid, een uitdrukking die het formulier overneemt.

  • Handelingen 20:20-21

    “Hoe ik niets achtergehouden heb van hetgeen nuttig was, dat ik u niet zou verkondigd en u geleerd hebben, in het openbaar en bij de huizen; Betuigende, beiden Joden en Grieken, de bekering tot God en het geloof in onzen Heere Jezus Christus.”

    Paulus leerde in het openbaar en bij de huizen de bekering tot God en het geloof, het voorbeeld dat het formulier noemt.

Deel 4

De tweede en derde taak: gebed en sacramenten

Ten tweede is het ambt der herders, de openbare aanroeping van Gods Naam te doen vanwege de gehele gemeente. Want hetgeen de apostelen zeggen, Hand. 6:4: Wij zullen volharden in het gebed en in de bediening des Woords, dat hebben deze herders met de apostelen gemeen. Waarop de heilige Paulus ziende, tot Timótheüs aldus spreekt: Ik vermaan dan vóór alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen voor alle mensen, voor koningen en allen die in hoogheid zijn; enz.

Ten derde is hun ambt de sacramenten te bedienen, die de Heere heeft ingesteld tot zegelen Zijner genade; gelijk blijkt uit het bevel, den apostelen door Christus gegeven, en den herders ook aangaande, Matth. 28:19: Doopt hen in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Insgelijks 1 Kor. 11:23: Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht in welken Hij verraden werd, het brood nam; enz.

Uitleg

De tweede taak is 'de openbare aanroeping van Gods Naam' namens de hele gemeente. De predikant bidt in de eredienst voor en met de gemeente. Het formulier wijst op de apostelen, die wilden volharden in het gebed en in de bediening van het Woord. Wat de apostelen zeiden, hebben de herders volgens het formulier met hen gemeen.

Daarbij haalt het formulier de vermaning aan Timotheüs aan: smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen 'voor alle mensen, voor koningen en allen die in hoogheid zijn'. Het gebed van de predikant reikt dus verder dan de eigen gemeente. Ook de overheid hoort erin.

De derde taak is de bediening van de sacramenten. De Heere heeft ze ingesteld 'tot zegelen Zijner genade'. Een zegel bevestigt wat beloofd is. Het formulier noemt het doopbevel uit Mattheüs 28 en de instelling van het avondmaal in 1 Korinthe 11. Het bevel aan de apostelen geldt volgens het formulier ook de herders.

Uit de Bijbel

  • Handelingen 6:4

    “Maar wij zullen volharden in het gebed, en in de bediening des Woords.”

    De apostelen willen volharden in het gebed en de bediening des Woords, wat de herders volgens het formulier met hen gemeen hebben.

  • 1 Timotheüs 2:1-2

    “Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen; Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.”

    Paulus vermaant tot gebeden en dankzeggingen voor alle mensen en voor de overheid, zoals het formulier aanhaalt.

  • Mattheüs 28:19

    “Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.”

    Het doopbevel aan de apostelen geldt volgens het formulier ook de herders die nu de sacramenten bedienen.

  • 1 Korinthe 11:23

    “Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam;”

    Paulus geeft door wat hij van de Heere ontvangen heeft over het avondmaal, het tweede bewijs voor deze taak.

Deel 5

De vierde taak: tucht en orde

Ten laatste is het werk van de dienaren des Woords, de gemeente Gods in goede tucht en orde te houden en te regeren, op zulke manier als de Heere geordineerd heeft. Want Christus, Matth. 18:18, gesproken hebbende van de christelijke straf, zegt tot Zijn apostelen aldus: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in den hemel gebonden wezen. En Paulus wil dat de dienaars hun eigen huis wel weten te regeren, dewijl zij anders niet voor de gemeente Gods zouden kunnen zorg dragen, noch die regeren. Dit is de oorzaak waarom de herders in de Schrift ook genoemd worden huisverzorgers Gods, en bisschoppen, dat is, opzieners en wachters; want zij hebben opzicht over het huis Gods, waarin zij verkeren; teneinde aldaar alles met goede orde en betamelijkheid moge toegaan, en dat met de sleutelen des hemelrijks, die hun bevolen zijn, ontsluiting en toesluiting gedaan worde, volgens den last, hun van God gegeven.

Uitleg

De laatste taak is de gemeente 'in goede tucht en orde te houden en te regeren'. Het formulier spreekt van 'de christelijke straf', de vermaning van wie in leer of leven afdwaalt. Christus gaf Zijn apostelen de macht te binden en te ontbinden. Wat op aarde gebonden wordt, zal in de hemel gebonden zijn.

Paulus eist dat een dienaar zijn eigen huis goed weet te regeren. Wie dat niet kan, kan ook niet voor de gemeente van God zorgen. Daarom noemt de Schrift de herders 'huisverzorgers Gods': rentmeesters die over het huis van een Ander gaan.

Ook het woord bisschop komt voorbij. Het formulier legt het zelf uit als 'opzieners en wachters'. Hun opzicht dient ertoe dat alles 'met goede orde en betamelijkheid' gaat. Daarbij hoort het gebruik van 'de sleutelen des hemelrijks', het openen en sluiten van het Koninkrijk. De Heidelbergse Catechismus noemt in zondag 31 twee sleutels: de verkondiging van het heilig Evangelie en de christelijke ban.

Uit de Bijbel

  • Mattheüs 18:18

    “Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen.”

    Het formulier haalt dit woord van Christus over binden en ontbinden aan als grond voor de tucht.

  • 1 Timotheüs 3:4-5

    “Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid; (Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?)”

    Wie zijn eigen huis niet weet te regeren, kan niet voor de gemeente zorgen, zoals het formulier van de dienaars zegt.

  • Titus 1:7

    “Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker;”

    Een opziener heet hier een huisverzorger Gods, de naam die het formulier aan de herders geeft.

Deel 6

Een blijvend ambt en de overgang naar de vragen

Uit deze dingen kan men zien welk een heerlijk werk het herdersambt is, nademaal zo grote dingen daardoor uitgericht worden; ja, hoe gans noodzakelijk het is om de mensen ter zaligheid te brengen. Hetwelk ook de oorzaak is waarom de Heere wil dat zulk een ambt altijd zal blijven. Want aldus spreekt Christus, Zijn apostelen uitzendende om deze heilige bediening te doen: Zie, Ik ben met ulieden tot de voleinding der wereld; alwaar men ziet dat het Zijn wil is dat deze heilige dienst (want de personen die Hij daar aanspreekt, konden niet leven tot de voleinding der wereld) te allen tijde op aarde onderhouden worde. En hierom vermaant Paulus Timótheüs, hetgeen hij van hem gehoord had, aan getrouwe mensen te betrouwen, welke bekwaam zijn om anderen te leren; gelijk hij ook dienvolgens Titus geordineerd hebbende tot een herder, hem voorts beveelt van stad tot stad ouderlingen en opzieners te stellen.

Dewijl dan ook wij, om dezen dienst in de Kerke Gods te onderhouden, nu een nieuwen dienaar des Woords in den dienst instellen, en tot nog toe genoeg van het ambt der zodanigen gesproken hebben; zo zult gij, N., antwoorden op hetgeen u voorgehouden zal worden, teneinde een iegelijk moge horen dat gij gezind zijt den voorzeiden dienst, zoals het behoorlijk is, aan te nemen.

Uitleg

Uit de vier taken trekt het formulier een conclusie. Het herdersambt is 'een heerlijk werk', omdat God er zulke grote dingen door doet. Het is zelfs 'gans noodzakelijk' om mensen tot de zaligheid te brengen. Daarom wil de Heere dat dit ambt altijd blijft.

Het bewijs is de belofte van Christus bij de uitzending van de apostelen: Hij is met hen tot de voleinding van de wereld. Het formulier merkt nuchter op dat de apostelen zelf niet zo lang konden leven. De belofte geldt dus de dienst, die op aarde moet blijven tot het einde.

Daarom moest Timotheüs wat hij van Paulus gehoord had, toevertrouwen aan getrouwe mensen die bekwaam zijn om anderen te leren. Titus kreeg de opdracht om van stad tot stad ouderlingen en opzieners aan te stellen. Zo gaat de dienst van geslacht op geslacht door.

Dan richt de voorganger zich tot de nieuwe dienaar. De gemeente stelt hem aan 'om dezen dienst in de Kerke Gods te onderhouden'. Hij moet antwoorden, zodat ieder kan horen dat hij het ambt aanvaardt 'zoals het behoorlijk is'. Voorzeid betekent: hiervoor genoemd.

Uit de Bijbel

  • Mattheüs 28:20

    “En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.”

    Christus belooft met Zijn discipelen te zijn tot de voleinding der wereld, waaruit het formulier afleidt dat het ambt blijft.

  • 2 Timotheüs 2:2

    “En hetgeen gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, betrouw dat aan getrouwe mensen, welke bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren.”

    Paulus laat Timotheüs het geleerde toevertrouwen aan getrouwe mensen die anderen kunnen leren.

  • Titus 1:5

    “Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb:”

    Titus moet van stad tot stad ouderlingen stellen, het tweede voorbeeld van een dienst die doorgaat.

Deel 7

De drie vragen aan de predikant

En eerstelijk vraag ik u, of gij gevoelt in uw hart dat gij wettiglijk van Gods gemeente, en mitsdien van God Zelven, tot dezen heiligen dienst geroepen zijt.

Ten tweede, of gij de Schriften des Ouden en Nieuwen Testaments voor het enige Woord Gods en de volkomen leer der zaligheid houdt, en alle leringen verwerpt die daartegen strijden.

Ten derde, of gij belooft uw ambt, gelijk dit voorheen beschreven is, naar deze leer getrouwelijk te bedienen, en uw lering te versieren met een godzalig leven; mede u onderwerpende aan de kerkelijke vermaning, volgens de gemene ordening der Kerken, indien gij in leer of leven u kwaamt te ontgaan.

Hierop zal hij antwoorden:

Ja ik, van ganser harte.

Uitleg

De eerste vraag gaat over de roeping. Voelt hij in zijn hart dat hij 'wettiglijk van Gods gemeente, en mitsdien van God Zelven' geroepen is? Mitsdien betekent: daardoor. De roeping loopt via de gemeente, en juist zo komt zij van God. Het formulier vraagt dus twee dingen samen: een wettig beroep en een innerlijke overtuiging.

De tweede vraag gaat over de leer. Houdt hij de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament voor 'het enige Woord Gods en de volkomen leer der zaligheid'? En verwerpt hij alle leringen die daartegen strijden? Volkomen betekent: volledig, zodat er niets aan ontbreekt.

De derde vraag is een belofte. Hij belooft zijn ambt trouw te bedienen zoals het zojuist beschreven is, en zijn leer 'te versieren met een godzalig leven'. Hij onderwerpt zich ook aan de kerkelijke vermaning, mocht hij in leer of leven misgaan. Met 'de gemene ordening der Kerken' is de gemeenschappelijke kerkorde bedoeld.

De predikant antwoordt: 'Ja ik, van ganser harte'. Het is een persoonlijk en volmondig ja, uitgesproken voor God en de gemeente.

Uit de Bijbel

  • Hebreeën 5:4

    “En niemand neemt zichzelven die eer aan, maar die van God geroepen wordt, gelijkerwijs als Aaron.”

    Niemand neemt zichzelf deze eer aan, maar wie van God geroepen wordt, de gedachte achter de eerste vraag.

  • 2 Timotheüs 3:16

    “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;”

    Al de Schrift is van God ingegeven, de grond onder de tweede vraag over het enige Woord Gods.

  • Titus 2:7

    “Betoon uzelven in alles een voorbeeld van goede werken, betoon in de leer onvervalstheid, deftigheid, oprechtheid;”

    Paulus vraagt Titus een voorbeeld te zijn in goede werken en in de leer, zoals de derde vraag leer en leven verbindt.

Deel 8

De handoplegging en de zegenbede

En daarna zal de dienaar die hem dit afgevraagd heeft (of een andere dienaar, zo er meer dienaars zijn), hem de hand op het hoofd leggen (deze ceremonie zal men niet gebruiken bij de bevestiging dergenen die tevoren gediend hebben), en aldus spreken:

God, onze hemelse Vader, Die u geroepen heeft tot dezen heiligen dienst, verlichte u door Zijn Geest, versterke u door Zijn hand, en regere u zó in uw bediening, dat gij daarin behoorlijk en vruchtbaar moogt wandelen, tot grootmaking Zijns Naams, en tot uitbreiding van het Rijk Zijns Zoons Jezus Christus. Amen.

Uitleg

Na het jawoord legt de predikant die de vragen stelde, of een andere predikant, de nieuwe dienaar de hand op het hoofd. Dat gebaar kent de Bijbel bij het aanstellen in een dienst. In Antiochië werden Barnabas en Saulus met vasten, gebed en handoplegging uitgezonden. Paulus herinnert Timotheüs aan de gave die hij met oplegging der handen ontving.

Tussen haakjes staat een beperking: deze ceremonie wordt niet gebruikt 'bij de bevestiging dergenen die tevoren gediend hebben'. Een predikant die uit een andere gemeente komt, krijgt dus geen handoplegging meer. Volgens een noot in de uitgave van 1897 voegde de officiële titel toe dat het formulier gold voor dienaren die nooit tevoren gediend hadden. Uit deze aantekening blijkt volgens die noot dat het ook voor de anderen bedoeld is.

De woorden bij de handoplegging zijn een zegenbede. God, Die hem geroepen heeft, 'verlichte u door Zijn Geest, versterke u door Zijn hand'. Dat zijn wensvormen: moge God u verlichten, versterken en regeren. Het doel is dat hij 'behoorlijk en vruchtbaar' wandelt, tot eer van Gods Naam en uitbreiding van het Rijk van Christus.

Uit de Bijbel

  • 1 Timotheüs 4:14

    “Verzuim de gave niet, die in u is, die u gegeven is door de profetie, met oplegging der handen des ouderlingschaps.”

    Paulus spreekt over de gave die Timotheüs ontving met oplegging der handen des ouderlingschaps.

  • Handelingen 13:3

    “Toen vastten en baden zij, en hun de handen opgelegd hebbende, lieten zij hen gaan.”

    Barnabas en Saulus worden na vasten en gebed met handoplegging uitgezonden, een voorbeeld van dit gebaar bij een roeping.

Deel 9

De vermaning aan de predikant en de gemeente

Daarna zal de dienaar van den stoel den bevestigden dienaar, en vervolgens de ganse gemeente, aldus vermanen:

Zo heb dan nu, geliefde broeder en mededienaar in Christus, acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot een opziener gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Heb Christus lief, en weid Zijn schapen, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als een voorbeeld der kudde geworden zijnde. Wees een voorbeeld der gelovigen in het woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinigheid. Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren; en verzuim de gave niet die u gegeven is. Bedenk deze dingen, en wees hierin bezig, opdat uw toenemen openbaar zij in alles. Heb acht op de leer, en volhard daarin. Lijd geduldiglijk alle lijden en verdrukking, als een goed krijgsknecht van Christus. Deze dingen doende, zult gij én uzelven behouden, én die u horen. En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.

En gijlieden ook, geliefde Christenen, ontvangt dezen uw dienaar in den Heere met alle blijdschap, en houdt de zodanigen in grote waarde. Gedenkt dat God Zelf u door hem aanspreekt en bidt. Neemt dan het woord aan, hetwelk hij u volgens de Heilige Schrift zal verkondigen, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord. Laat u lieflijk en aangenaam zijn de voeten dergenen die vrede verkondigen, die het goede verkondigen. Zijt uw voorgangeren gehoorzaam; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde, en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig. Dit doende, zal het geschieden dat de vrede Gods zal komen in uw huizen, en dat gijlieden, die dezen aanneemt in den naam eens profeten, eens profeten loon zult ontvangen, en door zijn woord in Christus gelovende, door Christus zult beërven het eeuwige leven.

Uitleg

Daarna spreekt 'de dienaar van den stoel', dat is de predikant die vanaf de preekstoel spreekt, eerst de bevestigde dienaar en dan de gemeente aan. Volgens een noot in de uitgave van 1897 bestaan beide alinea's bijna geheel uit Schriftplaatsen. De officiële tekst volgde de Bijbelvertaling die toen het meest gebruikt werd. De uitgave van 1897 zette ze naar de Statenvertaling.

De predikant hoort de woorden die Paulus tot de ouderlingen van Efeze sprak. Hij moet acht hebben op zichzelf en op de hele kudde, die God 'verkregen heeft door Zijn eigen bloed'. Daarna volgen woorden uit 1 Petrus 5. Hij moet weiden met een bereid hart, zonder 'vuil gewin' te zoeken en zonder heerschappij te voeren. Vuil gewin is oneerlijk voordeel.

Uit de brieven aan Timotheüs komen de opdrachten om een voorbeeld te zijn en aan te houden in lezen, vermanen en leren. Hij moet ook volharden in de leer. Ook het lijden hoort erbij, 'als een goed krijgsknecht van Christus'. Het slot is een belofte: wanneer 'de overste Herder' verschijnt, ontvangt de trouwe herder 'de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid'.

Dan de gemeente. Wie de bevestiging bijwoont, wordt dus zelf ook aangesproken. De gemeente belooft niets hardop, maar het formulier vraagt haar de nieuwe herder te ontvangen. In het slotgebed wordt ook voor de gemeente gebeden. Zij moet de nieuwe dienaar 'met alle blijdschap' ontvangen en hem in grote waarde houden. Het formulier zegt dat God 'Zelf u door hem aanspreekt en bidt'. Daarom neemt de gemeente zijn prediking aan als Gods Woord, 'gelijk het waarlijk is'. Ook gehoorzaamheid aan de voorgangers hoort erbij, omdat zij voor de zielen waken.

De belofte voor de gemeente sluit aan bij Mattheüs 10. Wie een profeet ontvangt 'in den naam eens profeten', ontvangt ook het loon van een profeet. Wie door het woord van de predikant in Christus gelooft, zal het eeuwige leven beërven.

Uit de Bijbel

  • Handelingen 20:28

    “Zo hebt dan acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.”

    Paulus vermaant de opzieners van Efeze acht te hebben op zichzelf en de kudde, de woorden waarmee de vermaning opent.

  • 1 Petrus 5:2-4

    “Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde. En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.”

    Petrus beschrijft het weiden zonder dwang en zonder vuil gewin en belooft de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid.

  • 1 Thessalonicenzen 2:13

    “Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft.”

    De gemeente nam de prediking aan als Gods Woord en niet als mensenwoord, wat het formulier van de hoorders vraagt.

  • Hebreeën 13:17

    “Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig.”

    De opdracht om de voorgangeren gehoorzaam te zijn, omdat zij voor de zielen waken, staat hier.

Deel 10

Dankzegging, gebed en het Onze Vader

Doch aangezien niemand tot iets van al deze dingen van zichzelven bekwaam is, zo laat ons God aldus met dankzegging bidden:

Barmhartige Vader, wij danken U dat het U belieft uit het verloren menselijk geslacht, door den dienst der mensen U een gemeente te vergaderen ten eeuwigen leven; en dat Gij de Kerk hier ter plaatse nog zo genadiglijk voorzien hebt met een getrouwen dienaar. Wij bidden U, wil hem door Uw Geest hoe langer hoe bekwamer maken tot den dienst waartoe Gij hem bereid en geroepen hebt, hem openende het verstand, om Uw Heilige Schrift te verstaan, en hem sprake gevende tot opening zijns monds, om met vrijmoedigheid de verborgenheden des Evangelies te kennen te geven en te bedienen. Begaaf hem met wijsheid en kloekheid, om het volk waarover hij gesteld is, recht te regeren, en in christelijken vrede te onderhouden, teneinde Uw Kerk onder zijn bediening, en door zijn goeden voorgang, toeneme in menigte en in deugden. Verleen hem kloekmoedigheid in alle voorvallende moeiten en zwarigheden, die hem in zijn dienst zullen ontmoeten; opdat hij, door den troost Uws Geestes gesterkt zijnde, en ten einde toe standvastig blijvende, met de getrouwe dienstknechten ontvangen worde in de vreugde zijns Heeren.

Wil ook aan dit volk en deze gemeente Uw genade verlenen, dat zij zich behoorlijk gedragen jegens dezen hun herder, hem erkennende als van U gezonden, zijn leer aannemende met allen eerbied, en aan zijn vermaning zich onderwerpende; teneinde zij, door zijn woord in Christus gelovende, des eeuwigen levens deelachtig mogen worden. Verhoor ons, o Vader, door Uw lieven Zoon, Die ons aldus heeft leren bidden:

Onze Vader, Die in den hemelen zijt,

Uw Naam worde geheiligd.

Uw Koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.

Amen.

Uitleg

Het formulier eindigt met een gebed. Het zegt ook waarom: 'niemand tot iets van al deze dingen van zichzelven bekwaam is'. Dat geldt voor de predikant en voor de gemeente. Het gebed begint met dank. Het behaagt God om door de dienst van mensen een gemeente te vergaderen. Hij heeft deze gemeente 'nog zo genadiglijk' van een getrouwe dienaar voorzien.

Daarna volgen de beden voor de predikant. De gemeente bidt dat God de predikant 'hoe langer hoe bekwamer' maakt. Hij mag zijn verstand openen voor de Schrift en hem woorden geven om met vrijmoedigheid te spreken. Het woordje wil is hier oud Nederlands voor een verzoek: maak hem toch. Het is een bede, geen mededeling over wat God wil. Begaaf hem betekent: geef hem als gave. Kloekheid is verstandig beleid, kloekmoedigheid is moed en zwarigheden zijn moeilijkheden.

Het einddoel ligt in de toekomst. Hij mag standvastig blijven tot het einde en met de getrouwe dienstknechten ontvangen worden 'in de vreugde zijns Heeren'. Die woorden herinneren aan de gelijkenis van de talenten.

Ook voor de gemeente wordt gebeden. Zij mag haar herder erkennen 'als van U gezonden', zijn leer met eerbied aannemen en zich aan zijn vermaning onderwerpen. Het gebed sluit af met het Onze Vader, het gebed dat Christus Zelf Zijn discipelen leerde.

Uit de Bijbel

  • 2 Korinthe 3:5

    “Niet dat wij van onszelven bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelven; maar onze bekwaamheid is uit God;”

    Paulus zegt dat onze bekwaamheid uit God is, de grond onder de woorden dat niemand van zichzelf bekwaam is.

  • Lukas 24:45

    “Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.”

    Christus opende het verstand van de discipelen om de Schriften te verstaan, waarom het gebed ook voor de predikant vraagt.

  • Efeze 6:19

    “En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;”

    Paulus vraagt gebed om de opening zijns monds met vrijmoedigheid, woorden die het gebed bijna letterlijk overneemt.

  • Mattheüs 6:9-13

    “Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.”

    Met dit gebed, dat Christus Zijn discipelen leerde, sluit het formulier af.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er bij de bevestiging van een predikant?

Na de preek en het gewone gebed leest een predikant het bevestigingsformulier. Eerst wordt uitgelegd wat het ambt van een dienaar des Woords inhoudt. Daarna beantwoordt de nieuwe predikant drie vragen met 'Ja ik, van ganser harte'. Een predikant legt hem de hand op het hoofd en spreekt een zegenbede uit. Dan volgen een vermaning aan de predikant en aan de gemeente, en een dankzegging en gebed met het Onze Vader. Over de intrede, de eerste preek van de nieuwe predikant in zijn gemeente, zegt het formulier niets. Hoe die bij de bevestiging gepland wordt, verschilt per gemeente.

Wat betekent de handoplegging bij de bevestiging van een predikant?

De handoplegging is een gebaar uit de Bijbel bij het aanstellen in een dienst. Barnabas en Saulus werden met gebed en handoplegging uitgezonden, en Timotheüs ontving zijn gave met oplegging der handen. Het formulier zelf legt het gebaar niet uit. Het verbindt het met een zegenbede: dat God de nieuwe dienaar verlicht door Zijn Geest, versterkt door Zijn hand en regeert in zijn bediening.

Waarom krijgt een predikant die al eerder diende geen handoplegging?

Het formulier zegt tussen haakjes dat de ceremonie niet gebruikt wordt bij wie tevoren gediend heeft. Een reden geeft het niet. De handoplegging hoort dus bij de eerste bevestiging in het ambt en wordt bij een volgende gemeente niet herhaald. De rest van het formulier wordt wel gelezen. Volgens een noot in de uitgave van 1897 blijkt juist uit deze aantekening dat het formulier ook bedoeld is voor predikanten die al eerder dienden.

Welke vragen krijgt een predikant bij zijn bevestiging?

Er zijn drie vragen. De eerste is of hij in zijn hart voelt dat hij wettig door de gemeente, en daardoor door God Zelf, geroepen is. De tweede is of hij de Schriften houdt voor het enige Woord Gods en de volkomen leer der zaligheid. De derde is of hij belooft trouw te dienen, zijn leer met een godzalig leven te versieren en zich aan de kerkelijke vermaning te onderwerpen.

Wat zijn volgens het formulier de taken van een dienaar des Woords?

Het formulier noemt vier taken. De eerste is het Woord grondig en oprecht verkondigen en toepassen, met onderwijzen, vermanen, vertroosten en bestraffen, en dwalingen weerleggen. De tweede is de openbare aanroeping van Gods Naam namens de gemeente. De derde is de bediening van doop en avondmaal. De vierde is de gemeente in goede tucht en orde houden, met de sleutelen des hemelrijks.

Wat vraagt het bevestigingsformulier van de gemeente?

De gemeente moet de nieuwe predikant met blijdschap ontvangen en hem hoog achten. Zij moet zijn prediking volgens de Schrift aannemen als Gods Woord, omdat God door hem spreekt. Ook moet zij haar voorgangers gehoorzaam zijn, want zij waken voor de zielen. Het formulier belooft daarbij de vrede Gods in de huizen en het eeuwige leven voor wie door zijn woord in Christus gelooft.

Waarom bestaat de vermaning in het formulier bijna helemaal uit Bijbelteksten?

De vermaningen aan predikant en gemeente zijn samengesteld uit woorden van Paulus en Petrus. Ze komen onder meer uit Handelingen 20, 1 Petrus 5, de brieven aan Timotheüs en Hebreeën 13. Volgens een noot in de uitgave van 1897 volgde de officiële tekst daarbij de Bijbelvertaling die toen het meest gebruikt werd. De uitgave van 1897 zette deze alinea's naar de Statenvertaling. Volgens dezelfde noot hadden alle uitgaven tot dan toe de oude vertaling grotendeels laten staan; in oudere kerkboeken luiden deze alinea's daarom anders. De tekst op deze pagina volgt haar daarin.

Welke tekst van het bevestigingsformulier voor predikanten staat hier?

Het is de klassieke tekst in de spelling van het kerkboek. Wij hebben hem nagelezen in twee oude drukken: de uitgave van 1897 met de officiële tekst en een kerkboek uit 1774. In zes gevallen volgen wij een lezing uit die oude drukken, bijvoorbeeld 'dienaren des Woords' en 'in reinigheid'. Die plaatsen staan hieronder onder Over deze tekst.

Over deze tekst

Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.

Bronnen

Waar wij afwijken van de kopieerbron

Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.

  • Inleiding. Hier: ‘aanhoren uit den Woorde Gods een korte verklaring’. Kopieerbron: ‘aanhoren uit het Woord Gods een korte verklaring’. Beide getuigen.
  • Uitleg van het ambt (3x). Hier: ‘dienaren des Woords’. Kopieerbron: ‘dienaars des Woords’. Beide getuigen: "dienaren".
  • Uitleg van het ambt. Hier: ‘tot opbouwing des lichaams van Christus’. Kopieerbron: ‘tot opbouwing van het lichaam van Christus’. Beide getuigen en de SV (Ef. 4:12).
  • Vermaning aan de predikant. Hier: ‘in geloof, in reinigheid.’. Kopieerbron: ‘in geloof, in reinheid.’. Beide getuigen.
  • Vermaning aan de gemeente. Hier: ‘Zijt uw voorgangeren gehoorzaam’. Kopieerbron: ‘Zijt uw voorgangers gehoorzaam’. Beide getuigen en de SV (Hebr. 13:17).
  • Gebed. Hier: ‘Begaaf hem met wijsheid’. Kopieerbron: ‘Begiftig hem met wijsheid’. Beide getuigen.

Kantnoten en opmerkingen

  • Volgens een noot in de uitgave 1897 volgde de officiële tekst in de vermaning aan predikant en gemeente de Bijbelvertaling die toen het meest gebruikt werd; 1897 zet die alinea's naar de Statenvertaling. De kopieerbron volgt hier de tekst van 1897.