Ga naar hoofdinhoud

Het gebed vóór de vergadering der diakenen: tekst en uitleg

In het kort

Het gebed vóór de vergadering der diakenen vraagt om wijsheid en trouw in de zorg voor de armen. Het bidt om de Geest der onderscheiding, om milde gevers in de gemeente en om de gave de armen ook met Gods Woord te troosten.

In het kerkboek heet dit gebed: Een gebed vóór de vergadering der diakenen. Het is bedoeld voor de diakenen als zij samenkomen om over hun dienst aan de armen te spreken.

Dit gebed heeft een eigen geschiedenis. Volgens een noot in de uitgave van 1897 hoort het niet bij de officiële tekst van de liturgie. Een uitgever nam het kort na de vaststelling op, en sindsdien staat het in bijna alle uitgaven. De uitgave van 1897 drukt het daarom tussen vierkante haken.

Op deze pagina staat de volledige tekst in twee delen, met uitleg en Bijbelteksten uit de Statenvertaling. Onderaan staat waar de tekst vandaan komt en hoe hij is nagelezen.

Deel 1

Het ambt van diaken en de Geest der onderscheiding

Barmhartige God en Vader, Gij Die niet alleen ons gezegd hebt, dat wij altijd armen bij ons hebben zullen, maar ook hebt bevolen hen bij te staan, en tot dat einde in Uw gemeente ingesteld hebt den dienst der diakenen, door welke zij geholpen zouden kunnen worden; nademaal wij, die in deze gemeente tot het ambt van diakenen geroepen zijn, alhier thans in Uw Naam zijn vergaderd, om van onze bediening met malkanderen te spreken; zo bidden wij U ootmoediglijk, om Jezus Christus' wil, dat Gij bij ons wilt wezen met den Geest der onderscheiding, teneinde wij goed onderscheid mogen maken tussen de rechte armen en de onrechte; en dat wij met alle blijmoedigheid en getrouwigheid de aalmoezen die door ons verzameld zijn, aan een iegelijk uitdelen naar eis van zijn nood, niet ongetroost latende de behoeftige lidmaten van Uw lieven Zoon, ook niet gevende dengenen die het niet nodig hebben.

Uitleg

Het gebed begint bij een woord van Christus: dat wij 'altijd armen bij ons hebben zullen'. Christus zei dat in Bethanië, toen een vrouw Hem zalfde. Het gebed haalt het niet aan als berusting, maar als opdracht. God heeft ook 'bevolen hen bij te staan'. Daarom heeft Hij in de gemeente de dienst der diakenen ingesteld.

De diakenen komen samen 'om van onze bediening met malkanderen te spreken'. Malkanderen is een oude vorm van elkaar. Zij vragen om den Geest der onderscheiding. Het doel noemt het gebed ronduit: goed onderscheid maken 'tussen de rechte armen en de onrechte'. Rechte armen zijn mensen die werkelijk in nood zijn. Paulus maakt een vergelijkbaar onderscheid bij de weduwen die waarlijk weduwen zijn.

Dat onderscheid komt niet voort uit wantrouwen, maar uit trouw. Het gebed vraagt dat de diakenen de aalmoezen 'met alle blijmoedigheid en getrouwigheid' uitdelen, aan ieder 'naar eis van zijn nood'. Aalmoezen zijn de gaven die voor de armen zijn ingezameld. Twee fouten worden vermeden: behoeftige lidmaten van Christus ongetroost laten, en geven aan wie het niet nodig heeft.

Uit de Bijbel

  • Mattheüs 26:11

    “Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.”

    Christus zegt dat de armen altijd met ons zijn, het woord waarmee het gebed begint.

  • Deuteronomium 15:11

    “Want de arme zal niet ophouden uit het midden des lands; daarom gebiede ik u, zeggende: Gij zult uw hand mildelijk opendoen aan uw broeder, aan uw bedrukten en aan uw armen in uw land.”

    Omdat de arme niet ophoudt uit het land, gebiedt God de hand mildelijk open te doen voor de armen.

  • Handelingen 6:3

    “Ziet dan om, broeders, naar zeven mannen uit u, die goede getuigenis hebben, vol des Heiligen Geestes en der wijsheid, welke wij mogen stellen over deze nodige zaak.”

    De apostelen laten zeven mannen kiezen, vol des Heiligen Geestes en der wijsheid, voor de zorg voor de behoeftigen.

  • 1 Timotheüs 5:3

    “Eer de weduwen, die waarlijk weduwen zijn.”

    Paulus vraagt de weduwen te eren die waarlijk weduwen zijn, een onderscheid zoals tussen rechte en onrechte armen.

Deel 2

Milde gevers, trouwe diakenen en troost uit het Woord

Ontsteek de harten der mensen met een vurige liefde tot de armen, opdat zij milde handreiking doen van hun tijdelijke goederen, waarover Gij hen tot rentmeesters hebt gesteld; en dat wij, de middelen in handen hebbende om de behoeftigen te helpen, ons ambt getrouwelijk, zonder verdriet, en met onbekrompen hart mogen bedienen. Verleen ons mede de gaven, om niet alleen met de uiterlijke gift, maar ook met Uw heilig Woord, de ellendigen te vertroosten. En aangezien de mens niet alleen van brood leeft, maar van alle woord dat uit Uw mond komt, zo wil ook Uw zegen uitstrekken over onze uitdeling, en het brood der armen vermenigvuldigen, opdat zij en wij oorzaak mogen hebben om U te loven en te danken; verwachtende de zalige komst van Uw lieven Zoon Jezus Christus, Die om onzentwil arm geworden is, om ons rijk te maken in der eeuwigheid.

Amen.

Uitleg

Het tweede deel kijkt eerst naar de gemeente. God moet 'de harten der mensen' ontsteken met een vurige liefde tot de armen, zodat zij mild geven van hun tijdelijke goederen. Het gebed voegt toe dat God hen over die goederen tot rentmeesters heeft gesteld. Een rentmeester beheert wat van een ander is. Wat iemand bezit, heeft hij van God in beheer gekregen.

Daarna bidden de diakenen voor zichzelf: dat zij hun ambt trouw bedienen, 'zonder verdriet, en met onbekrompen hart'. Zonder verdriet wil hier zeggen: zonder tegenzin of ergernis. Onbekrompen betekent ruimhartig. Paulus zegt dat God een blijmoedige gever liefheeft.

Een diaken geeft meer dan geld of goederen. Het gebed vraagt de gave om de ellendigen niet alleen met de uiterlijke gift te troosten, maar ook met Gods heilig Woord. De grond is het woord dat Christus in de woestijn sprak: de mens leeft niet bij brood alleen, maar bij alle woord uit Gods mond.

Het gebed eindigt met een vergezicht. God moet 'het brood der armen vermenigvuldigen', zodat armen en diakenen samen reden hebben om Hem te loven. Intussen wacht de gemeente op Christus, 'Die om onzentwil arm geworden is, om ons rijk te maken'. Dat is de woordkeus van 2 Korinthe 8. De zorg voor de armen weerspiegelt zo wat Christus voor de Zijnen deed.

Uit de Bijbel

  • 2 Korinthe 9:7

    “Een iegelijk doe, gelijk hij in zijn hart voorneemt; niet uit droefheid, of uit nooddwang; want God heeft een blijmoedigen gever lief.”

    God heeft een blijmoedigen gever lief, de houding waarom het gebed voor gevers en diakenen vraagt.

  • 1 Petrus 4:10

    “Een iegelijk, gelijk hij gave ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods.”

    Petrus noemt gelovigen uitdelers van wat zij van God ontvingen, wat het gebed rentmeesters noemt.

  • Mattheüs 4:4

    “Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.”

    Christus zegt dat de mens niet bij brood alleen leeft, maar bij alle woord uit de mond Gods.

  • 2 Korinthe 8:9

    “Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.”

    Christus is om onzentwil arm geworden, opdat wij door Zijn armoede rijk zouden worden.

Veelgestelde vragen

Hoort het gebed vóór de vergadering der diakenen bij de officiële liturgie?

Volgens een noot in de uitgave van 1897 niet. Het gebed is kort na de vaststelling van de liturgie door een uitgever opgenomen en daarna in bijna alle uitgaven overgenomen. De uitgave van 1897 drukt het daarom tussen vierkante haken. Omdat het zowel in 1897 als in de gangbare redactie van 1774 staat, is het hier wel opgenomen.

Wat bedoelt het diakengebed met rechte armen en onrechte armen?

Rechte armen zijn mensen die werkelijk in nood zijn. Onrechte armen zijn zij die hulp vragen terwijl zij die niet nodig hebben. Het gebed vraagt de Geest der onderscheiding om dat verschil goed te zien. Het doel is niet om mensen af te wijzen, maar om de gaven van de gemeente trouw te besteden. Dan blijft niemand die werkelijk nood heeft ongetroost.

Waarom noemt het gebed de gevers rentmeesters?

Een rentmeester beheert goederen die van een ander zijn. Het gebed zegt dat God de mensen over hun tijdelijke goederen tot rentmeesters heeft gesteld. Wat iemand bezit, is dus aan hem toevertrouwd en niet alleen voor eigen gebruik bedoeld. Daarom vraagt het gebed dat God de harten ontsteekt met liefde tot de armen.

Waarom moet een diaken de armen ook met Gods Woord troosten?

Het gebed beroept zich op het woord van Christus dat de mens niet alleen van brood leeft, maar van alle woord uit Gods mond. Armoede raakt meer dan het lichaam. Daarom vraagt het gebed de gave om de ellendigen niet alleen met een uiterlijke gift te helpen, maar ook met Gods heilig Woord te vertroosten.

Wat doet een diaken volgens dit gebed?

Volgens het gebed komen de diakenen samen om over hun dienst te spreken. Zij maken onderscheid tussen wie werkelijk in nood is en wie niet. Zij delen de ingezamelde gaven blijmoedig en trouw uit, aan ieder naar zijn nood. Zij troosten de armen niet alleen met een gift, maar ook met Gods Woord. En zij bidden om milde gevers in de gemeente. Het formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen beschrijft het ambt uitvoeriger.

Over deze tekst

Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.

Bronnen

Waar wij afwijken van de kopieerbron

Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.

  • Aanhef. Hier: ‘dat wij altijd armen bij ons hebben zullen’. Kopieerbron: ‘dat wij altijd de armen bij ons hebben zullen’. Beide getuigen zonder lidwoord.
  • Aanhef. Hier: ‘om van onze bediening met malkanderen te spreken’. Kopieerbron: ‘om van onze bediening met elkander te spreken’. Beide getuigen.

Kantnoten en opmerkingen

  • Volgens een noot in de uitgave 1897 behoort dit gebed niet tot de officiële tekst van de liturgie, maar is het kort na de vaststelling door een uitgever opgenomen en sindsdien in bijna alle uitgaven overgenomen. 1897 drukt het tussen vierkante haken.