Ga naar hoofdinhoud

Het formulier van de ban: tekst en uitleg per deel

In het kort

Het formulier van de ban wordt gelezen wanneer een kerklid na lange vermaning van de gemeente wordt afgesneden. Het legt uit waarom dat gebeurt, roept de gemeente op tot zelfonderzoek en bidt om de bekering van de afgesnedene. Het eerste doel is niet verstoting, maar herstel.

Kerkelijke tucht is in gereformeerde kerken een gevoelig onderwerp. Het formulier van den ban of de afsnijding van de gemeente van Christus hoort bij de zwaarste stap daarin. Die stap staat aan het eind van een lange weg. Het formulier noemt zelf vermaningen onder vier ogen, voor getuigen en in tegenwoordigheid van velen, en de gebeden van de gemeente. Pas als een lid bij een ernstige zonde volhardt en geen berouw toont, volgt de afsnijding.

Op deze pagina staat de volledige tekst, opgedeeld in acht delen. Bij elk deel vindt u een korte uitleg, oude woorden verklaard en Bijbelteksten uit de Statenvertaling. De uitleg wil nuchter laten zien wat het formulier zelf zegt. Het formulier van wederopneming hoort er nauw bij, want de deur blijft open voor wie terugkeert.

Deel 1

De lange weg van vermaning

Geliefden in den Heere Jezus Christus, het is u bekend dat wij nu op onderscheiden tijden bij zekere trappen u voorgehouden hebben, welk een grote zonde en zware ergernis onze medelidmaat N. gedaan en gegeven heeft; teneinde hij, door uw christelijke vermaningen en gebeden, tot God zich mocht bekeren, en uit den strik des duivels (die hem gevangen houdt tot zijn wil) los geworden zijnde, ontwaken mocht tot den wil des Heeren.

Uitleg

Het formulier begint niet met een oordeel, maar met een terugblik. De gemeente heeft al eerder gehoord welke zonde dit lid heeft gedaan. Dat gebeurde 'op onderscheiden tijden bij zekere trappen'. Trappen zijn hier stappen: de kerkenraad heeft de zaak niet in één keer bekendgemaakt, maar stap voor stap. Op de plaats van de N. wordt de naam van het lid genoemd. Een medelidmaat is een medelid van de gemeente.

Het doel van die bekendmakingen staat er direct bij. De gemeente moest met 'christelijke vermaningen en gebeden' meehelpen, zodat het lid zich tot God zou bekeren. Het formulier gebruikt daarvoor woorden van Paulus aan Timotheüs. De zondaar zit vast in 'den strik des duivels', die hem gevangen houdt tot zijn wil. Bekering is dan een ontwaken: loskomen uit die strik en weer leven naar de wil des Heeren.

Wie dit leest, ziet dat de tucht volgens het formulier geen wraak is. Van het begin af gaat het om de redding van de zondaar, en de hele gemeente wordt daarbij betrokken.

Uit de Bijbel

  • 2 Timotheüs 2:25-26

    “Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan; of hun God te eniger tijd bekering gave tot erkentenis der waarheid; En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen waren tot zijn wil.”

    Paulus spreekt over ontwaken uit de strik des duivels; het formulier neemt die woorden over voor het doel van de vermaning.

  • Mattheüs 18:15-16

    “Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen. Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u; opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord besta.”

    Christus noemt de eerste stappen: eerst onder vier ogen, dan met een of twee getuigen, zoals het formulier de vermaningen beschrijft.

Deel 2

Waarom de kerkenraad nu verder gaat

Maar wij kunnen u met grote droefheid niet verbergen dat ons tot nog toe niemand is verschenen, die in het minst te verstaan gegeven heeft dat hij, door de menigvuldige vermaningen aan hem gedaan (zo in het bijzonder, als voor getuigen, en in tegenwoordigheid van velen), gekomen zou zijn tot enig berouw over zijn zonde, of enig teken van ware boetvaardigheid aan zich heeft laten merken. Dewijl hij dan zijn overtreding, op zichzelve niet klein zijnde, door zijn hardnekkigheid dagelijks nog groter maakt, en wij u laatstmaal aangezegd hebben dat wij, ingeval hij, na zo lang geduld dat de Kerk met hem gehad heeft, zich niet bekeerde, gedwongen zouden zijn ons verder over hem te bedroeven, en tot de uiterste remedie te komen; zo zijn wij genoodzaakt nu tegenwoordiglijk voort te varen tot zijn afsnijding, volgens het bevel en den last, ons gegeven in Gods heilig Woord, teneinde hij hierdoor (zo het mogelijk is) tot schaamte over zijn zonden gebracht worde; opdat men ook door dit verrottende en tot nog toe ongeneeslijke lid het gehele lichaam der gemeente niet in gevaar stelle, en de Naam Gods niet gelasterd worde.

Uitleg

De tweede alinea zegt met 'grote droefheid' dat al die vermaningen niets hebben uitgewerkt. Niemand heeft gemeld dat het lid berouw toont of 'enig teken van ware boetvaardigheid' laat zien. Boetvaardigheid is oprecht berouw dat tot verandering van leven leidt.

De zonde zelf was 'op zichzelve niet klein'. Toch legt het formulier de nadruk op iets anders. De hardnekkigheid maakt de overtreding 'dagelijks nog groter'. De afsnijding is dus niet de straf voor één misstap. Zij volgt op het blijvend weigeren om naar vermaning te luisteren, en dat na 'zo lang geduld'. Het formulier noemt haar 'de uiterste remedie', het laatste geneesmiddel.

Daarna noemt het drie doelen. Het eerste is dat het lid tot schaamte over zijn zonden komt, met de voorzichtige toevoeging 'zo het mogelijk is'. Het tweede is de bescherming van de gemeente. Het beeld van het 'verrottende en tot nog toe ongeneeslijke lid' komt uit de geneeskunde: één ziek lid kan het hele lichaam in gevaar brengen. De woorden 'tot nog toe' laten ruimte voor genezing later. Het derde doel is dat de Naam Gods niet gelasterd wordt.

Uit de Bijbel

  • 1 Korinthe 5:6

    “Uw roem is niet goed. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt?”

    Een weinig zuurdesem maakt het hele deeg zuur; dezelfde zorg voor de gemeente staat achter het beeld van het zieke lid.

  • Romeinen 2:24

    “Want de Naam van God wordt om uwentwil gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven is.”

    Paulus zegt dat Gods Naam om de zonde van Zijn volk gelasterd wordt, het derde doel dat het formulier noemt.

Deel 3

De verklaring van de afsnijding

Daarom wij, dienaars en voorstanders der gemeente Gods alhier, vergaderd zijnde in den Naam en de macht van onzen Heere Jezus Christus, verklaren voor u allen dat N., om de voorzeide oorzaak, uitgesloten is, en wordt uitgesloten mits dezen, buiten de gemeente des Heeren, en vreemd is aan de gemeenschap van Christus, van de heilige sacramenten, en van alle geestelijke zegeningen en weldaden Gods, die Hij aan Zijn gemeente belooft en bewijst, zolang hij hardnekkig en onboetvaardig blijft in zijn zonden, en is daarom door ulieden te houden als de heiden en tollenaar, naar het bevel van Christus, Die zegt, in den hemel gebonden te zijn, al wat Zijn dienaars binden op de aarde.

Uitleg

Dit is het zwaarste moment van het formulier. De kerkenraad spreekt uit dat het lid buiten de gemeente is gesloten. De ambtsdragers heten hier 'dienaars en voorstanders der gemeente Gods'. Voorstanders zijn zij die de gemeente voorgaan en leiden. Zij spreken 'in den Naam en de macht van onzen Heere Jezus Christus', met woorden die aan 1 Korinthe 5 herinneren. Waar het formulier macht heeft, staat in de Statenvertaling kracht; de betekenis is dezelfde. De uitdrukking mits dezen betekent: hierbij, met deze woorden.

Het formulier zegt nauwkeurig waarvan het lid wordt uitgesloten. Het gaat om de gemeenschap van Christus, de heilige sacramenten en de geestelijke zegeningen die God aan Zijn gemeente belooft. Daarbij staat een belangrijke beperking: 'zolang hij hardnekkig en onboetvaardig blijft in zijn zonden'. De ban is dus geen eindoordeel over iemands eeuwige staat. Hij geldt zolang de onboetvaardigheid duurt.

De gemeente moet hem houden 'als de heiden en tollenaar'. Dat zijn woorden van Christus Zelf in Mattheüs 18. Het formulier beroept zich ook op de belofte dat wat Christus' dienaars op aarde binden, in de hemel gebonden is. De Heidelbergse Catechismus behandelt deze macht in zondag 31 onder de naam sleutels van het hemelrijk.

Uit de Bijbel

  • Mattheüs 18:17-18

    “En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar. Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen.”

    Hier staan de woorden over de heiden en de tollenaar en over het binden op aarde, waarop het formulier zich beroept.

  • 1 Korinthe 5:4-5

    “In den Naam van onzen Heere Jezus Christus, als gijlieden en mijn geest samen vergaderd zullen zijn, met de kracht van onzen Heere Jezus Christus, Denzulken over te geven aan den satan, tot verderf des vleses, opdat de geest behouden moge worden in den dag van den Heere Jezus.”

    Paulus wil dat de gemeente vergaderd is in den Naam en met de kracht van Christus, met als doel dat de geest behouden wordt.

Deel 4

Geen vijand, maar een broeder

Voorts vermanen wij u, geliefde Christenen, dat gij u niet vermengt met hem, opdat hij beschaamd worde; nochtans hem niet houdende als vijand, maar bijwijlen vermanende, gelijk men een broeder doet.

Uitleg

Na de verklaring zegt het formulier hoe de gemeente met de afgesnedene moet omgaan. Twee dingen staan naast elkaar. Het eerste is 'dat gij u niet vermengt met hem, opdat hij beschaamd worde'. Vermengen betekent hier vertrouwelijk met iemand omgaan, alsof er niets gebeurd is. Het tweede is 'nochtans hem niet houdende als vijand'. De gemeente moet hem 'bijwijlen', dat is af en toe, vermanen zoals men een broeder doet.

Deze woorden komen bijna letterlijk uit 2 Thessalonicenzen 3. Ze maken duidelijk dat de afsnijding geen haat of verachting toestaat. De afgesnedene blijft iemand voor wie de gemeente zich verantwoordelijk weet. Hoe dit uitwerkt in een gezin, in een familie of op het werk, regelt het formulier niet. Het houdt alleen beide kanten vast: afstand en liefde. Wie daar zelf mee worstelt, doet er goed aan het gesprek te zoeken met een predikant of ouderling.

Uit de Bijbel

  • 2 Thessalonicenzen 3:14-15

    “Maar indien iemand ons woord, door deze brief geschreven, niet gehoorzaam is, tekent dien; en vermengt u niet met hem, opdat hij beschaamd worde; En houdt hem niet als een vijand, maar vermaant hem als een broeder.”

    Paulus zegt: vermengt u niet met hem, maar houdt hem niet als een vijand; het formulier volgt deze woorden bijna letterlijk.

  • Galaten 6:1

    “Broeders, indien ook een mens vervallen ware door enige misdaad, gij, die geestelijk zijt, brengt den zodanige te recht met den geest der zachtmoedigheid; ziende op uzelven, opdat ook gij niet verzocht wordt.”

    Wie een gevallen broeder terechtbrengt, doet dat met zachtmoedigheid en ziet daarbij op zichzelf.

Deel 5

Een spiegel voor ieder lid

Intussen spiegele zich een iegelijk aan dit en dergelijke voorbeelden, om den Heere te vrezen, en naarstiglijk voor zich toe te zien, indien hij meent te staan, dat hij niet valle, maar ware gemeenschap hebbende met den Vader en Zijn Zoon Christus, mitsgaders met alle gelovige Christenen, daarin volstandig blijve tot den einde toe, en alzo de eeuwige zaligheid verkrijge.

Uitleg

Nu keert het formulier zich naar de gemeente zelf. Wat gebeurd is, moet een spiegel zijn: 'spiegele zich een iegelijk aan dit en dergelijke voorbeelden'. Niemand mag op de afgesnedene neerkijken. Wie meent te staan, moet toezien dat hij niet valt. Dat zijn woorden van Paulus in 1 Korinthe 10.

Het formulier wijst ook de weg om staande te blijven. Dat is 'ware gemeenschap' met de Vader en Zijn Zoon Christus en met alle gelovigen. Volstandig betekent standvastig, en mitsgaders betekent: en ook. Wie in die gemeenschap blijft tot het einde, ontvangt de eeuwige zaligheid. Zo wordt een moment van tucht ook een moment van vermaning en troost voor de hele gemeente.

Uit de Bijbel

  • 1 Korinthe 10:12

    “Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.”

    De woorden over wie meent te staan en toeziet dat hij niet valt, staan bijna letterlijk in het formulier.

  • 1 Johannes 1:3

    “Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.”

    Johannes spreekt over gemeenschap met den Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus, de gemeenschap waarin het formulier wil doen volharden.

Deel 6

Waakt over uzelf

Gij hebt gezien, lieve broeders en zusters, op welke wijze deze onze afgesneden broeder heeft begonnen te vervallen, en allengskens meer en meer gekomen is tot den val. Merkt dan aan hem hoe listig de satan is, om den mens te brengen tot het verderf en af te trekken van alle heilzame middelen ter zaligheid. Zo wacht u dan mede voor de minste beginselen des kwaads en, naar de vermaning des apostels, afleggende allen last, en de zonde die ons lichtelijk omringt, loopt met lijdzaamheid de loopbaan die ons is voorgesteld, ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus. Zijt nuchter, waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking valt. Heden, zo gij de stem des Heeren hoort, verhardt uw hart niet; maar werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven; en een iegelijk hebbe berouw van zijn zonde; opdat onze God ons niet wederom vernedere, en dat wij rouw zouden moeten hebben over iemand van ulieden; maar dat gij, eendrachtelijk in godzaligheid levende, onze kroon en blijdschap moogt wezen in den Heere.

Doch aangezien het God is, Die in ons werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen, zo laat ons Zijn heiligen Naam, met belijdenis onzer zonden, aldus aanroepen:

Uitleg

Het formulier spreekt de gemeente nu aan als 'lieve broeders en zusters'. Zij hebben gezien hoe het lid begon 'te vervallen' en 'allengskens', dat is geleidelijk, tot de val kwam. Daarin ligt een les over de satan. Hij werkt listig en stap voor stap, en trekt een mens af van de middelen die God tot zaligheid geeft.

Daarom volgen enkele vermaningen, bijna geheel in woorden uit de Bijbel. Wacht u voor 'de minste beginselen des kwaads'. Leg af 'allen last, en de zonde die ons lichtelijk omringt', en loop de loopbaan, ziende op Jezus. Wees nuchter, waak en bid. Verhard uw hart niet nu u Gods stem hoort. Werk uw zaligheid uit met vreze en beven.

Het slot is persoonlijk. De dienaars willen niet opnieuw rouw hoeven dragen over iemand uit de gemeente. Zij hopen dat de gemeente, 'eendrachtelijk in godzaligheid levende', hun 'kroon en blijdschap' in den Heere zal zijn.

De laatste zin vormt de brug naar het gebed. Het is God Die het willen en het werken geeft. Daarom kan de gemeente niet op eigen kracht staan. Zij roept Hem aan, en begint met de belijdenis van haar eigen zonden.

Uit de Bijbel

  • Hebreeën 12:1-2

    “Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God.”

    Het afleggen van allen last en het lopen van de loopbaan, ziende op Jezus, neemt het formulier bijna woordelijk over.

  • Mattheüs 26:41

    “Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.”

    Christus' woord in de hof, waakt en bidt, klinkt door in de vermaning om nuchter te zijn en te waken.

  • Hebreeën 3:7-8

    “Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, Zo verhardt uw harten niet, gelijk het geschied is in de verbittering, ten dage der verzoeking, in de woestijn;”

    De oproep om het hart niet te verharden wanneer men Gods stem hoort, staat hier als woord van de Heilige Geest.

  • Filippenzen 2:12-13

    “Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven; Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.”

    Paulus roept op de zaligheid te werken met vreze en beven, omdat God het willen en het werken geeft.

Deel 7

Het gebed: schuldbelijdenis en bede om bekering

O rechtvaardige God, barmhartige Vader, wij klagen onszelven aan vanwege onze zonden voor Uw hoge Majesteit, en bekennen wel verdiend te hebben de droefheid en smart die ons is aangedaan in de afsnijding van dezen onzen gewezen medelidmaat, ja, wij zijn allen waardig om van U afgesneden en verbannen te worden, om onzer grote overtreding wil, zo Gij met ons in het gericht wilt treden.

Maar, o Heere, wees ons genadig om Christus’ wil, vergeef ons onze misdaden, want zij zijn ons van harte leed, en werk in onze harten hoe langer hoe meer leedwezen daarover, opdat wij, Uw oordelen vrezende, die Gij laat gaan over de hardnekkigen, ons mogen benaarstigen om U te behagen. Geef dat wij ons wachten voor alle besmetting der wereld, en dergenen die van de gemeenschap der Kerk zijn afgesneden; opdat wij ons hunner zonden niet deelachtig maken, en dat de afgesnedene beschaamd worde over zijn zonden. En aangezien Gij geen lust hebt in den dood des zondaars, maar daarin dat hij zich bekere en leve; en de schoot Uwer Kerk altijd openstaat voor degenen die wederkeren; zo ontsteek ons toch met een goeden ijver, dat wij met goede christelijke vermaningen en voorbeelden zoeken wederom terecht te brengen dezen afgesneden persoon, mitsgaders al degenen die door ongeloof of roekeloosheid des levens afwijken. Geef Uw zegen tot onze vermaningen, teneinde wij daardoor oorzaak mogen hebben ons weder te verblijden in degenen waarover wij nu rouw moeten dragen, en dat alzo Uw heilige Naam geprezen worde, door onzen Heere Jezus Christus, Die ons aldus heeft leren bidden:

Uitleg

Het gebed begint opvallend. De gemeente klaagt niet de afgesnedene aan, maar 'onszelven'. Zij erkent dat zij de droefheid van deze afsnijding verdiend heeft. Ze gaat nog verder: 'wij zijn allen waardig om van U afgesneden en verbannen te worden', als God met ons in het gericht zou treden. Zo staat de gemeente niet boven de gevallen broeder, maar naast hem voor God.

Daarna vraagt zij om vergeving en om meer leedwezen over haar eigen zonden. Zij bidt om bewaring voor 'alle besmetting der wereld'. Ook vraagt zij dat zij zich 'hunner zonden niet deelachtig' maakt, dat wil zeggen: niet meedoet aan het kwaad van wie afgesneden zijn.

Het hart van het gebed is hoop. God heeft geen lust in 'den dood des zondaars', maar wil dat hij zich bekere en leve, zoals de Heere bij Ezechiël zegt. En 'de schoot Uwer Kerk' staat altijd open voor wie terugkeert. Daarom bidt de gemeente om een goede ijver om de afgesnedene terug te brengen, en ook allen die afdwalen.

Het gebed eindigt met het verlangen om zich straks weer over hem te verblijden. Voor die terugkeer is er een eigen formulier, het formulier van wederopneming.

Uit de Bijbel

  • Psalm 143:2

    “En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.”

    David bidt dat God niet in het gericht gaat met Zijn knecht; zo erkent ook de gemeente dat niemand voor God bestaat.

  • Ezechiël 33:11

    “Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?”

    De Heere zegt dat Hij geen lust heeft in de dood van de goddeloze, maar in zijn bekering; daarop rust de hoop van het gebed.

  • Jakobus 5:19-20

    “Broeders, indien iemand onder u van de waarheid is afgedwaald, en hem iemand bekeert, Die wete, dat degene, die een zondaar van de dwaling zijns wegs bekeert, een ziel van den dood zal behouden, en menigte der zonden zal bedekken.”

    Wie een afgedwaalde terugbrengt, behoudt een ziel van den dood; daarom bidt de gemeente om ijver in het vermanen.

  • 2 Korinthe 2:6-8

    “Den zodanige is deze bestraffing genoeg, die van velen geschied is. Alzo dat gij daarentegen hem liever moet vergeven en vertroosten, opdat de zodanige door al te overvloedige droefheid niet enigszins worde verslonden. Daarom bid ik u, dat gij de liefde aan hem bevestigt.”

    Paulus vraagt de gemeente een bestrafte broeder die berouw toont te vergeven en te vertroosten, de weg van de wederopneming.

Deel 8

Het Onze Vader

Onze Vader, Die in de hemelen zijt,

Uw Naam worde geheiligd.

Uw Koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.

Amen.

Uitleg

Het formulier eindigt met het gebed dat Christus Zijn discipelen leerde, uit Mattheüs 6. In deze samenhang krijgt vooral de vijfde bede gewicht: 'vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren'. De gemeente die zojuist een lid heeft moeten afsnijden, bidt zelf om vergeving.

Daarmee spreekt zij ook uit dat zij bereid is te vergeven, ook wanneer de afgesnedene ooit terugkeert. De zesde bede sluit aan bij de vermaning om te waken: 'leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze'. Zo bidt de gemeente aan het eind voor zichzelf en voor hem met dezelfde woorden.

Uit de Bijbel

  • Mattheüs 6:9-13

    “Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.”

    Het gebed des Heeren, waarmee het formulier besluit.

  • Mattheüs 6:14

    “Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.”

    Direct na het gebed verbindt Christus Gods vergeving met de bereidheid om anderen hun misdaden te vergeven.

Veelgestelde vragen

Wat is de ban in de kerk?

De ban, ook afsnijding genoemd, is de laatste stap van de kerkelijke tucht. De kerkenraad verklaart dan in de eredienst dat een lid buiten de gemeente staat, omdat hij na lange vermaning hardnekkig in een ernstige zonde blijft. Hij wordt uitgesloten van de sacramenten en de gemeenschap van de gemeente. Volgens het formulier geldt dat zolang hij onboetvaardig blijft. Het doel is zijn bekering, de bescherming van de gemeente en de eer van Gods Naam.

Mag ik nog omgaan met een familielid dat in de ban is gedaan?

Het formulier vraagt twee dingen tegelijk. De gemeente moet zich niet met hem vermengen, dus niet vertrouwelijk met hem omgaan alsof er niets gebeurd is, opdat hij beschaamd wordt. Tegelijk mag zij hem niet als vijand behandelen, maar moet zij hem af en toe vermanen zoals een broeder. Die woorden komen uit 2 Thessalonicenzen 3:14-15. Hoe dat in een gezin of familie uitwerkt, regelt het formulier niet. Zoek daarover het gesprek met uw predikant of een ouderling.

Is iemand die in de ban is gedaan voor altijd verloren?

Zo spreekt het formulier niet. De uitsluiting geldt 'zolang hij hardnekkig en onboetvaardig blijft in zijn zonden'. In het gebed belijdt de gemeente dat God geen lust heeft in den dood des zondaars. Ook zegt zij dat de schoot van de kerk openstaat voor wie terugkeert. De Heidelbergse Catechismus zegt in zondag 31 dat wie beterschap belooft en bewijst, weer als lidmaat wordt aangenomen. Daarvoor is het formulier van wederopneming bedoeld.

Waarom belijdt de gemeente bij de ban haar eigen zonden?

Het gebed in het formulier begint met een aanklacht tegen onszelf, niet tegen de afgesnedene. De gemeente zegt dat zij allen waardig is om van God afgesneden te worden, als Hij met haar in het gericht zou treden. Zo voorkomt het formulier dat de gemeente zich boven de gevallen broeder verheft. Daarna bidt zij om vergeving, om bewaring en om ijver om de afgesnedene met goede vermaningen en voorbeelden terug te brengen.

Wat betekent 'als de heiden en tollenaar' in het formulier van de ban?

Het formulier neemt deze woorden over uit Mattheüs 18:17. Christus zegt daar dat wie ook naar de gemeente niet luistert, voor u zal zijn als de heiden en de tollenaar. Het betekent dat de gemeente hem behandelt als iemand die buiten de gemeente staat. Het betekent niet dat hij een vijand is: het formulier zegt direct daarna dat men hem moet vermanen als een broeder.

Wat is het verschil tussen de afhouding van het avondmaal en de ban?

Kerkelijke tucht kent in gereformeerde kerken verschillende stappen. Bij de afhouding van het avondmaal mag een lid tijdelijk niet aan het avondmaal deelnemen, maar blijft het lid van de gemeente. De ban is de laatste stap: dan wordt het lid na openbare vermaningen en gebeden buiten de gemeente gesloten. Het formulier zelf noemt de eerdere vermaningen 'zo in het bijzonder, als voor getuigen, en in tegenwoordigheid van velen'. Het zegt dat de gemeente 'op onderscheiden tijden bij zekere trappen' is ingelicht. De afhouding noemt het niet.

Welke tekst van het formulier van de ban staat op deze pagina?

Het is de klassieke tekst in de spelling van het kerkboek, zoals de Gereformeerde Bijbelstichting die uitgeeft. Wij hebben hem woord voor woord vergeleken met de uitgave van 1897 met de officiële tekst en een kerkboek uit 1774. Op één plaats, in de vermaning aan de gemeente, volgen wij de lezing van die beide drukken: 'tot den einde toe'. Die plaats staat hieronder onder Over deze tekst.

Over deze tekst

Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.

Bronnen

Waar wij afwijken van de kopieerbron

Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.

  • Vermaning aan de gemeente. Hier: ‘daarin volstandig blijve tot den einde toe’. Kopieerbron: ‘daarin volstandig blijve tot het einde toe’. Beide getuigen.