Ga naar hoofdinhoud
Kerk en sacramentenGevorderd

Wie mag aan het avondmaal?

Kort antwoord

Aan het avondmaal mag volgens de Bijbel ieder gaan die zichzelf beproeft (1 Korinthe 11:28): wie om zijn zonden verslagen is, zijn vergeving alleen bij Christus zoekt en Hem wil volgen. De tafel is bedoeld voor bekommerde zondaren en zwakke gelovigen. Wie in leer of leven openlijk met God breekt, wordt door de kerkenraad niet toegelaten.

Voor veel lezers is dit geen theoretische vraag. Wie in een reformatorische gemeente opgroeit, ziet bij elke bediening van het Heilig Avondmaal dat velen in de banken blijven zitten, en vraagt zich af of hij daar zelf bij hoort. Op deze pagina leest u wat de Bijbel over het aangaan zegt, hoe de Heidelbergse Catechismus en het avondmaalsformulier dat uitwerken, waarom veel belijdende leden niet gaan en welke uitnodiging de Heere Zelf geeft.

Wie mag aan het avondmaal volgens de Bijbel?

De Heere Jezus stelde het avondmaal in op de avond voor Zijn lijden, aan tafel met Zijn discipelen. Hij gaf hun het brood met de woorden: 'Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis' (Lukas 22:19). Het avondmaal is dus een maaltijd voor Zijn discipelen: voor wie Hem kennen als de Heere Die Zich voor hen gaf. Wie eet en drinkt, belijdt dat ook voor anderen: 'zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt' (1 Korinthe 11:26).

In dezelfde brief geeft Paulus de regel die tot op vandaag de toegang bepaalt: 'Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker' (1 Korinthe 11:28). Er staat niet dat alleen wie volmaakt is mag komen. Er staat dat wie zichzelf onderzocht heeft, zo mag eten. De zelfbeproeving is de weg naar de tafel, geen muur ervoor. In de uitleg van 1 Korinthe 11 leest u het hele verband; meer teksten over de maaltijd van de Heere staan bij het onderwerp het avondmaal in de Bijbel.

Wat betekent onwaardig eten en drinken?

Van het volgende vers schrikken velen: 'Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren' (1 Korinthe 11:29). Het verband laat zien wat Paulus bedoelt. In Korinthe was de maaltijd van de Heere een gewone maaltijd geworden: de een had honger en de ander was dronken, en wie niets had, werd beschaamd (1 Korinthe 11:21-22). Zij onderscheidden het lichaam des Heeren niet. Zij vergaten dat de tafel spreekt van de dood van Christus.

Onwaardig eten is dus aangaan zonder berouw, zonder geloof in Christus, of met een zonde waarvan men geen afstand wil doen. Het is iets anders dan aangaan terwijl men zich onwaardig voelt. Wie juist met zijn onwaardigheid tot Christus komt, eet niet onwaardig. Paulus voegt er een opening aan toe: 'Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden' (1 Korinthe 11:31).

Mag ik aan het avondmaal als ik twijfel?

Het avondmaalsformulier van de gereformeerde kerken, dat in reformatorische gemeenten bij de bediening wordt gelezen, werkt de zelfbeproeving van 1 Korinthe 11:28 uit in drie stukken. Ten eerste overdenkt ieder zijn zonden en de vloek die daarop ligt, zodat hij zichzelf mishaagt en zich voor God verootmoedigt. Ten tweede onderzoekt ieder zijn hart, of hij Gods belofte gelooft dat al zijn zonden alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn. Ten derde onderzoekt ieder zijn geweten, of hij voortaan met heel zijn leven God dankbaar wil zijn en oprecht voor Hem wil wandelen.

Opvallend is wat het formulier daarna zegt. De vermaning is er niet om de verslagen harten van de gelovigen kleinmoedig te maken, alsof alleen wie zonder zonde is tot de tafel mag gaan. Wij komen volgens het formulier juist omdat wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken. Wie nog veel zwakheid van geloof bij zichzelf vindt, maar daar van harte leed over heeft en tegen de zonde wil strijden, mag zich verzekerd houden dat zulke zwakheid hem niet van Gods genade uitsluit.

Zwak geloof is volgens het formulier dus geen reden om weg te blijven, als u daar van harte leed over hebt en uw leven buiten uzelf in Christus zoekt. Onverschilligheid over de zonde en een leven zonder Christus zijn dat wel.

Avondmaalsmijding: waarom gaan velen niet aan?

In een deel van de reformatorische kerken gaat een groot deel van de belijdende leden niet aan het avondmaal. Dat heet avondmaalsmijding. Er zit zelden onverschilligheid achter, vaak juist eerbied en de vrees om onwaardig te eten. Men wil niet aangaan zonder te weten dat men werkelijk een kind van God is. In de prediking krijgen de kenmerken van het ware geloof veel nadruk, en velen durven die kenmerken bij zichzelf niet aan te wijzen.

Tegelijk is het eerlijk om te zeggen dat de Heere de tafel niet aanrichtte om haar leeg te laten. Zijn woord bij de instelling (Lukas 22:19) is een uitnodiging en een opdracht tegelijk. Predikanten in reformatorische kring wijzen daarom op twee gevaren: lichtvaardig aangaan, alsof het avondmaal een gewoonte is, en blijvend wegblijven terwijl men wel om Christus verlegen is. Een vast antwoord voor ieder geeft deze pagina niet. Dat hoort in het gesprek met uw predikant of ouderling, die u en uw leven kent.

Waar christenen verschillen

Alle bijbelgetrouwe christenen delen dat Christus het avondmaal heeft ingesteld voor wie in Hem gelooft, en dat het geen maaltijd is voor wie Hem afwijst (1 Korinthe 11:27). Over de vraag wie aan tafel komt en wie daarover beslist, lopen de lijnen uiteen.

  • Reformatorisch, bevindelijke lijn: aangaan doen belijdende leden die bij zichzelf het werk van de Heilige Geest hebben leren kennen. De nadruk ligt op zelfonderzoek en op de ernst van 1 Korinthe 11:29.
  • Reformatorisch, nadruk op de nodiging: dezelfde belijdenis, met meer nadruk op de beloften. Het avondmaal is gegeven om zwak geloof te versterken; wie zijn zonde kent en Christus zoekt, wordt geroepen te komen (Mattheüs 11:28).
  • Evangelisch, open tafel: ieder die in Jezus gelooft, mag deelnemen, ook zonder lidmaatschap of belijdenis in die gemeente.
  • Rooms-katholiek: ter communie gaat wie in volle gemeenschap met de Rooms-Katholieke Kerk staat en geen ernstige zonde onbeleden heeft. Daarachter staat een andere leer over de mis, die de Reformatie afwees (Heidelbergse Catechismus, vraag 80).

In reformatorische gemeenten gaan in de regel belijdende leden aan; gasten uit een andere gemeente vaak alleen na overleg met de kerkenraad. Binnen de reformatorische kerken verschillen vooral prediking en praktijk; catechismus en formulier gelden overal. Hoe uw eigen kerk hierin staat, kan uw predikant of kerkenraad u uitleggen. Een ander oordeel over het aangaan maakt een medegelovige geen ongelovige (Romeinen 14:10).

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

In Zondag 30 van de Heidelbergse Catechismus staat het antwoord op de vraag wie tot de tafel des Heeren behoort te komen: 'Die zichzelven vanwege hun zonden mishagen, en nochtans vertrouwen, dat deze hun om Christus wil vergeven zijn' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 30, vraag 81). De catechismus voegt eraan toe dat ook de overblijvende zwakheid met het lijden en sterven van Christus bedekt is, en noemt de begeerte 'hoe langer hoe meer hun geloof te sterken en hun leven te beteren' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 30, vraag 81). Wie huichelt of zich niet van harte tot God bekeert, eet en drinkt zichzelf een oordeel. De tafel is zo bedoeld voor bekommerde zondaren.

Vraag 82 gaat over de verantwoordelijkheid van de kerk. Wie zich met belijdenis en leven als ongelovig en goddeloos gedraagt, wordt niet toegelaten, omdat anders Gods verbond ontheiligd wordt. De kerk moet zulke personen uitsluiten 'totdat zij betering huns levens bewijzen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 30, vraag 82). Daarom houdt de kerkenraad toezicht op de tafel, zoals Paulus de gemeente in Korinthe opdroeg (1 Korinthe 5:11). Dat toezicht keurt niet ieders binnenste; het gaat over openbare leer en wandel. Hoe dat in de praktijk gaat, leest u bij wat kerkelijke tucht is.

Artikel 35 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat Christus het avondmaal heeft ingesteld om te voeden en te onderhouden wie Hij al heeft wedergeboren en in Zijn kerk heeft ingelijfd. Het artikel vermaant daarbij dat niemand tot deze tafel behoort te gaan zonder zichzelf eerst wel beproefd te hebben, met de woorden van 1 Korinthe 11.

Als deze vraag u persoonlijk raakt

Wie bij elke bediening blijft zitten en vanbinnen verlangt, draagt vaak een stil verdriet mee. Wie wel aangaat, kan daarna overvallen worden door de vraag of het goed was. Voor beiden geldt dat de Heere Jezus het gekrookte riet niet verbreekt (Jesaja 42:3; Mattheüs 12:20), en dat Hij Zelf zegt: 'die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen' (Johannes 6:37). De vraag aan de tafel is niet hoe sterk u gelooft, maar bij Wie u uw leven zoekt.

Blijf hier niet alleen mee rondlopen. Een gesprek met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid is geen examen; zij zijn er juist voor wie met deze vraag worstelt. De voorbereidingsweek is een goede tijd voor zo'n gesprek en voor stil gebed; het leesplan voorbereiding op het avondmaal kan daarbij helpen. Wie merkt dat angst over onwaardig eten blijft malen en het dagelijks leven beheerst, mag dat ook met de huisarts bespreken, die zo nodig kan verwijzen naar christelijke hulpverlening; zulke angst is geen maat voor uw geloof.

'Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven' (Mattheüs 11:28)

Bijbelverwijzingen

wie mag aan het avondmaalmag ik aan het avondmaalavondmaal gaanavondmaalsmijdingzelfbeproevinghc zondag 30ngb art. 35

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Zonde en verlossing

Hoe weet ik of ik gered ben?

De zekerheid van het geloof rust op Christus en op Gods beloften: wie in de Zoon van God gelooft, mag weten dat hij het eeuwige leven heeft (1 Johannes 5:13). De Heilige Geest getuigt daarvan in het hart, en de vruchten van het geloof bevestigen het. Ook ware gelovigen kennen twijfel; dan wijst de Bijbel hen opnieuw naar Christus.

Kerk en sacramenten

Wat is kerkelijke tucht?

Kerkelijke tucht is het herderlijk vermanen van een gemeentelid dat in zonde blijft leven, eerst persoonlijk en daarna door de kerkenraad. Het doel is altijd herstel: dat de zondaar zich bekeert en terugkeert in de gemeente. De Heere Jezus wijst zelf de stappen aan, van een gesprek onder vier ogen tot de gemeente (Mattheüs 18:15-17).

Kerken en religies

Wat is het verschil tussen protestant en katholiek?

Het verschil tussen protestant en katholiek gaat vooral over gezag en genade. Protestanten houden de Schrift als hoogste gezag en geloven dat een mens rechtvaardig wordt door het geloof alleen (Romeinen 3:28). De Rooms-Katholieke Kerk erkent Schrift en overlevering samen als gezag, uitgelegd door haar leergezag, en kent zeven sacramenten, de mis en het ambt van de paus.

Geloofsleven en gebed

Mag een christen twijfelen aan God?

Een christen kan twijfelen aan God zonder daardoor een ongelovige te zijn. De Bijbel laat het eerlijk zien bij Thomas, Johannes de Doper en de vader die riep: 'Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp' (Markus 9:24). Twijfel is geen deugd, wel een strijd waarin Christus de zwakke gelovige vasthoudt.

Kerk en sacramenten

Wat is het verschil tussen een dominee, predikant en pastoor?

Het verschil tussen een dominee en een pastoor volgt de grens tussen protestant en rooms-katholiek. Dominee en predikant zijn twee namen voor dezelfde protestantse dienaar des Woords, die preekt en de sacramenten bedient. Een pastoor is een rooms-katholieke priester die een parochie leidt. Reformatorische kerken kennen geen priester naast Christus (1 Timotheüs 2:5).

Verdiep u verder