Ga naar hoofdinhoud
Dood en eeuwigheidGevorderd

Is Jezus in de hel geweest?

Kort antwoord

Jezus is in de hel geweest in de zin die de Heidelbergse Catechismus noemt: aan het kruis droeg Hij de helse angst van Gods verlating (Mattheüs 27:46). Dat Hij na Zijn dood naar de plaats van de verdoemden ging, leert de Bijbel nergens. Lutheranen zien de nederdaling als overwinningsgang naar de hel, rooms-katholieken als afdaling naar het dodenrijk.

Wie de Apostolische Geloofsbelijdenis uitspreekt, belijdt dat Christus geleden heeft, gekruisigd is, gestorven en begraven, en daarna: nedergedaald ter helle. Is de Zoon van God na Zijn sterven naar de plaats van de verdoemden gegaan? Wat betekent het woord hel hier, en wat bedoelt Petrus met de geesten in de gevangenis? Op deze pagina leest u welke teksten er spelen, hoe christenen ze uitleggen en wat de reformatorische belijdenis erover zegt.

Is Jezus in de hel geweest volgens de Bijbel?

De Bijbel beschrijft nergens dat de Heere Jezus na Zijn sterven een tocht maakte naar de plaats waar de verdoemden gestraft worden. Tegen de misdadiger naast Hem zegt Christus: 'Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn' (Lukas 23:43). Zijn laatste woorden aan het kruis zijn een gebed waarin Hij Zijn geest in de handen van Zijn Vader beveelt (Lukas 23:46). Kort daarvoor had Hij gezegd dat het volbracht was (Johannes 19:30).

Tegelijk spreekt de Bijbel wel over een hel die Christus doormaakte, en dan vóór Zijn sterven. In Gethsemane zegt Hij: 'Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe' (Mattheüs 26:38). Aan het kruis, na de duisternis van de zesde tot de negende ure, roept Hij: 'Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!' (Mattheüs 27:46). Daar droeg Hij wat de zonde verdient: de verlating door God. Meer over die kreet leest u bij de zeven woorden van Jezus aan het kruis. Het antwoord op de vraag hangt dus af van wat u met hel bedoelt: de plaats van de verdoemden na de dood, of de helse angst die de Zaligmaker aan het kruis onderging.

Wat betekent nedergedaald ter helle?

Het geloofsartikel nedergedaald ter helle, ook wel neergedaald ter helle, staat in artikel 4 van de Apostolische Geloofsbelijdenis. Het hoorde nog niet bij de oudste vormen ervan. Rufinus van Aquileia schreef rond het jaar 400 in zijn uitleg van de geloofsbelijdenis (Commentarius in symbolum apostolorum) dat de kerk van Aquileia deze woorden had, terwijl de kerk van Rome en de kerken van het Oosten ze niet hadden.

Het woord hel heeft in de Statenvertaling twee betekenissen. Vaak staat het voor het rijk van de doden of het graf: in het Hebreeuws sjeool, in het Grieks hades. Daarnaast is de hel de plaats van de eeuwige straf, in het Grieks gehenna (Markus 9:43). Op de Pinksterdag haalt Petrus Psalm 16 aan: 'Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten, noch zult Uw Heilige over geven, om verderving te zien' (Handelingen 2:27). Petrus legt het zelf uit: David sprak hier van de opstanding van Christus (Handelingen 2:31). In deze tekst staat hel voor het dodenrijk, de macht van de dood die Christus niet kon vasthouden. Zie ook de uitleg van Handelingen 2.

Ook Efeze 4 wordt vaak bij dit artikel genoemd. Paulus schrijft over Christus dat Hij, voordat Hij opvoer, 'ook eerst is nedergedaald in de nederste delen der aarde' (Efeze 4:9). Sommige uitleggers lezen daarin het graf of het dodenrijk, anderen de menswording: de Zoon daalde af naar de aarde zelf. De tekst alleen beslist die vraag niet.

Wie zijn de geesten in de gevangenis uit 1 Petrus 3?

De moeilijkste tekst bij deze vraag staat in de eerste brief van Petrus. Over Christus schrijft hij: 'Die wel is gedood in het vlees, maar levend gemaakt door den Geest; In Denwelken Hij ook, henengegaan zijnde, den geesten, die in de gevangenis zijn, gepredikt heeft' (1 Petrus 3:18-19). Volgens vers 20 waren die geesten ongehoorzaam in de dagen van Noach. Luther noemde dit in zijn uitleg van de eerste Petrusbrief (1523) een wonderlijke en duistere tekst. De drie bekendste uitleggingen zijn deze.

  • Christus predikte door Zijn Geest in de dagen van Noach. Noach heet een prediker der gerechtigheid (2 Petrus 2:5), en de Geest van Christus sprak al door de profeten (1 Petrus 1:11). De mensen die toen niet luisterden, zijn nu in de gevangenis. Zo las Augustinus het in zijn brief aan Evodius (brief 164), en veel protestantse uitleggers na hem.
  • Christus maakte na Zijn dood of bij Zijn opstanding Zijn overwinning bekend aan opstandige geesten. Petrus eindigt het gedeelte met Christus aan Gods rechterhand, met engelen, machten en krachten aan Hem onderdanig (1 Petrus 3:22).
  • Christus bood de doden een tweede kans. Die uitleg vindt geen steun in de Schrift, want het is de mensen gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel (Hebreeën 9:27).

Wat vaststaat: Petrus schrijft dit om vervolgde christenen te bemoedigen met een Christus Die leeft en over alle machten regeert. Meer hierover leest u in de uitleg van 1 Petrus 3.

Waarom moest Christus de hel aan het kruis doormaken?

Het antwoord ligt in wat de hel is: de toorn van God over de zonde en de verlating door Hem. Die straf hadden wij verdiend. Paulus schrijft dat Christus ons van de vloek der wet verlost heeft, 'een vloek geworden zijnde voor ons' (Galaten 3:13).

De kreet van Mattheüs 27:46 is daarom geen wanhoop van iemand die zijn geloof kwijt is. Christus blijft roepen: Mijn God. Hij spreekt de woorden van Psalm 22:2 en ondergaat wat die psalm beschrijft. De straf die de verlorenen eeuwig dragen, droeg Hij in die uren als Borg, in lichaam en ziel. Wie in Hem gelooft, hoeft de hel niet meer te vrezen. Wat de Bijbel zegt over de straf van wie buiten Christus blijft, leest u bij de vraag hoe lang de straf van de verlorenen duurt.

Waar christenen verschillen

Alle christenen belijden dat Christus werkelijk gestorven en begraven is, op de derde dag is opgestaan en de dood en de duivel overwonnen heeft (Hebreeën 2:14). Over de betekenis van nedergedaald ter helle lopen de uitleggingen uiteen.

  • Reformatorisch: de woorden zien op de helse angst en de godverlatenheid die Christus in Zijn hele lijden en vooral aan het kruis doormaakte (Mattheüs 27:46). Zo leert de Heidelbergse Catechismus het, in de lijn van Calvijn (Institutie, boek II, hoofdstuk 16, paragraaf 8-12).
  • In de staat van de dood: andere protestanten, onder wie de opstellers van de Westminster Grote Catechismus (vraag 50), lezen het artikel als het blijven van Christus onder de macht van de dood tot de derde dag (Handelingen 2:27).
  • Luthers: na Zijn begrafenis daalde Christus naar lichaam en ziel neer in de hel, als begin van Zijn verhoging, niet om te lijden, maar om de duivel Zijn overwinning te tonen. Zo leert de Formula Concordiae (1577, artikel IX); lutherse uitleggers wijzen daarbij op 1 Petrus 3:19 en Kolossenzen 2:15.
  • Rooms-katholiek: de ziel van Christus daalde af in het rijk van de doden om de rechtvaardigen die vóór Hem gestorven waren te bevrijden. In de traditie heet die plaats de voorhel of het voorgeborchte (Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 631-637).

De reformatorische kerken wijzen een plaats als de voorhel af, omdat de Schrift die nergens leert. Ook houden zij vast aan Lukas 23:43: de ziel van Christus ging na Zijn dood naar het Paradijs. Wie dit ene artikel anders uitlegt, belijdt daarmee geen andere Christus.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De Heidelbergse Catechismus behandelt dit artikel in Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus. Vraag 44 vraagt waarom er na de begrafenis volgt: nedergedaald ter helle. Het antwoord ziet het artikel als de samenvatting van wat Christus vóór Zijn sterven doormaakte, Zijn 'onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling, in welke Hij in Zijn ganse lijden, maar inzonderheid aan het kruis, gezonken was' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 16, vraag 44). Het doel is troost. De gelovige mag in zijn hoogste aanvechtingen weten dat hij door zijn Zaligmaker 'van de helse benauwdheid en pijn verlost' is (Heidelbergse Catechismus, Zondag 16, vraag 44).

Artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, over de voldoening van Christus, sluit daarbij aan. Christus heeft naar lichaam en ziel de verschrikkelijke straf gedragen die onze zonden verdiend hadden. Zijn zweet werd als grote druppels bloed (Lukas 22:44), en Hij riep uit dat God Hem verlaten had. Calvijn wees erop dat de geloofsbelijdenis eerst het zichtbare lijden noemt en daarna het onzichtbare lijden van de ziel voor God (Institutie, boek II, hoofdstuk 16, paragraaf 10).

'Ik heb de sleutels der hel en des doods' (Openbaring 1:18)

Bijbelverwijzingen

is jezus in de hel geweestnedergedaald ter helle betekenisneergedaald ter helle betekenisapostolische geloofsbelijdenishc zondag 16ngb art. 211 petrus 3:19hades

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Dood en eeuwigheid

Bestaat de hel en is die eeuwig?

Ja, volgens de Bijbel bestaat de hel en is de hel eeuwig. De Heere Jezus stelt de eeuwige pijn naast het eeuwige leven (Mattheüs 25:46). Sommige christenen geloven dat de verlorenen uiteindelijk vernietigd worden, maar de reformatorische belijdenis houdt vast aan een eeuwige straf. Daartegenover staat het evangelie: Christus droeg die straf voor allen die in Hem geloven.

Jezus Christus

Wat zijn de zeven kruiswoorden van Jezus?

De zeven kruiswoorden zijn de zeven uitspraken van Jezus aan het kruis, verspreid over de vier evangeliën. Hij bad voor Zijn vijanden, beloofde een misdadiger het Paradijs, zorgde voor Zijn moeder, riep tot God in Zijn verlatenheid, zei dat Hij dorst had en dat het volbracht was. Ten slotte gaf Hij Zijn geest aan de Vader (Lukas 23:46).

Jezus Christus

Waarom moest Jezus sterven?

De Bijbel geeft een helder antwoord op de vraag waarom Jezus moest sterven: Hij droeg in onze plaats de straf voor onze zonden, zodat wie in Hem gelooft met God verzoend wordt (Jesaja 53:5). God is rechtvaardig en laat de zonde niet ongestraft. In Zijn liefde gaf Hij Zijn Zoon, Die deze straf vrijwillig op Zich nam.

Dood en eeuwigheid

Wat gebeurt er na de dood volgens de Bijbel?

Volgens de Bijbel gebeurt er na de dood dit: de ziel van wie in Christus sterft, is terstond bij Hem (Lukas 23:43), terwijl het lichaam in het graf rust. Op de jongste dag wekt Christus alle doden op en volgt het oordeel: eeuwig leven of eeuwige straf.

Dood en eeuwigheid

Herkennen we elkaar in de hemel?

Ja, de Bijbel geeft aanwijzingen dat we elkaar als gelovigen in de hemel herkennen: wie opstaat, blijft dezelfde persoon. Paulus troost rouwenden met de belofte dat de gelovigen samen met hun ontslapen geliefden de Heere tegemoet gaan (1 Thessalonicenzen 4:17). Hoe dat weerzien precies zal zijn, is niet geopenbaard. De grootste vreugde van de hemel is God Zelf.

Verdiep u verder