Ga naar hoofdinhoud

Zondag 29: Het eten van Christus

Schriftbewijzen: Johannes 6:35, Johannes 6:51-56

Vraag 78: Wordt dan het brood en de wijn het wezenlijk lichaam en bloed van Christus?

Neen; maar gelijk het water in den Doop niet in het bloed van Christus veranderd wordt, noch de afwassing der zonden zelve is, waar het slechts een goddelijk waarteken en verzekering van is; alzo wordt ook het brood in het Avondmaal niet het lichaam van Christus zelve, hoewel het naar den aard en de eigenschap der Sacramenten, het lichaam van Christus Jezus genaamd wordt.

Schriftbewijzen: Mattheus 26:26-29, 1 Korinthe 10:16-17, 1 Korinthe 11:26-28, Genesis 17:10-11, Exodus 12:11, Exodus 12:13, Titus 3:5, 1 Petrus 3:21, 1 Korinthe 10:1-4

Vraag 79: Waarom noemt dan Christus het brood Zijn lichaam, en den drinkbeker Zijn bloed, of het Nieuwe Testament in Zijn bloed; en Paulus de gemeenschap des lichaams en bloeds van Christus?

Christus spreekt alzo niet zonder grote oorzaak; namelijk, niet alleen om ons daarmede te leren, dat gelijk brood en wijn dit tijdelijk leven onderhouden, alzo ook Zijn gekruisigd lichaam en Zijn vergoten bloed de ware spijs en drank zijn, waardoor onze zielen ten eeuwigen leven gevoed worden; maar veelmeer, om ons door dit zichtbaar teken en pand te verzekeren, dat wij zo waarachtiglijk Zijns waren lichaams en bloeds door de werking des Heiligen Geestes deelachtig worden, als wij deze heilige waartekenen met den lichamelijken mond tot Zijn gedachtenis ontvangen, en dat al Zijn lijden en gehoorzaamheid zo zekerlijk ons eigen is, als hadden wij zelven in onzen persoon alles geleden en Gode voor onze zonden genoeggedaan.

Schriftbewijzen: Johannes 6:51-58, 1 Korinthe 10:16-17

Zondag 29: Het eten van Christus

Antwoord:

Neen; maar gelijk het water in den Doop niet in het bloed van Christus veranderd wordt, noch de afwassing der zonden zelve is, waar het slechts een goddelijk waarteken en verzekering van is; alzo wordt ook het brood in het Avondmaal niet het lichaam van Christus zelve, hoewel het naar den aard en de eigenschap der Sacramenten, het lichaam van Christus Jezus genaamd wordt.

Antwoord:

Christus spreekt alzo niet zonder grote oorzaak; namelijk, niet alleen om ons daarmede te leren, dat gelijk brood en wijn dit tijdelijk leven onderhouden, alzo ook Zijn gekruisigd lichaam en Zijn vergoten bloed de ware spijs en drank zijn, waardoor onze zielen ten eeuwigen leven gevoed worden; maar veelmeer, om ons door dit zichtbaar teken en pand te verzekeren, dat wij zo waarachtiglijk Zijns waren lichaams en bloeds door de werking des Heiligen Geestes deelachtig worden, als wij deze heilige waartekenen met den lichamelijken mond tot Zijn gedachtenis ontvangen, en dat al Zijn lijden en gehoorzaamheid zo zekerlijk ons eigen is, als hadden wij zelven in onzen persoon alles geleden en Gode voor onze zonden genoeggedaan.