Ga naar hoofdinhoud

Het gebed vóór het eten uit het kerkboek: tekst en uitleg

In het kort

Het gebed vóór het eten is het klassieke tafelgebed uit het kerkboek. Het begint met Psalm 145 en vraagt God de maaltijd te zegenen. Het bidt om het geestelijke brood van Zijn Woord en eindigt met een vermaning van Christus.

Bidden voor het eten is in veel christelijke gezinnen een vaste gewoonte. Het kerkboek heeft daarvoor een eigen gebed. Het is korter dan het morgen- en avondgebed, maar het zegt veel. Het gaat over wie God is, wat wij van Hem ontvangen en hoe wij met Zijn gaven omgaan. Na het Onze Vader volgt nog een waarschuwing van Christus uit Lukas 21.

Op deze pagina staat de volledige tekst in vier delen, met uitleg en Bijbelteksten uit de Statenvertaling. Voor een tafelgebed in hedendaagse woorden kunt u terecht bij de gebeden voor de maaltijd op deze site. Het gebed na het eten uit het kerkboek heeft een eigen pagina.

Deel 1

De opening met Psalm 145

Aller ogen wachten op U, en Gij geeft hun hun spijze te zijner tijd.

Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft naar Uw welbehagen (Ps. 145:15, 16).

Uitleg

Het gebed begint niet met eigen woorden, maar met Psalm 145. 'Aller ogen wachten op U, en Gij geeft hun hun spijze te zijner tijd'. Wachten betekent hier: verwachtend opzien. Alles wat leeft, mens en dier, is voor zijn voedsel van God afhankelijk. Te zijner tijd wil zeggen: op het juiste moment.

Het tweede vers beschrijft Gods vrijgevigheid: Hij doet Zijn hand open en verzadigt al wat er leeft. Zo plaatst de opening de maaltijd in het juiste licht. Het eten op tafel is geen vanzelfsprekendheid, maar een gave uit Gods hand.

Volgens een noot in de uitgave van 1897 stonden in de zestiende eeuw Psalm 104 en Psalm 145 als vindplaats boven dit gebed. De officiële tekst noemt geen vindplaats; daarom zette de uitgave van 1897 de verwijzing tussen vierkante haken. In de tekst op deze pagina staat zij tussen haakjes achter het tweede vers.

Uit de Bijbel

  • Psalm 145:15-16

    “Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen.”

    Dit zijn de twee verzen waarmee het gebed opent.

  • Psalm 104:27

    “Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd.”

    Een bijna gelijke zin uit de andere psalm die in de zestiende eeuw bij dit gebed werd genoemd.

Deel 2

Een bede om zegen over de maaltijd

Heere, almachtige God, Gij Die alles geschapen hebt, en nog door Uw Goddelijke kracht onderhoudt, en het volk Israël in de woestijn gespijzigd hebt; wil Uw zegen uitstrekken over ons, Uw arme dienaars, en ons heiligen deze gaven, die wij van Uw milde hand ontvangen, opdat wij die matiglijk en heiliglijk naar Uw goeden wil gebruiken, en daardoor bekennen dat Gij onze Vader en een Oorsprong alles goeds zijt. Geef ook dat wij altijd, en vóór alle dingen, zoeken het geestelijke brood Uws Woords, met hetwelk onze zielen gespijzigd worden ten eeuwigen leven, hetwelk Gij ons bereid hebt door het heilig bloed van Uw lieven Zoon, onzen Heere Jezus Christus. Amen.

Uitleg

Het gebed spreekt God aan als Schepper en Onderhouder: 'Gij Die alles geschapen hebt, en nog door Uw Goddelijke kracht onderhoudt'. Dat is wat de Catechismus Gods voorzienigheid noemt. Daarna herinnert het aan Israël in de woestijn. God gaf daar het manna, waar naar menselijke maatstaf niets te eten was.

De bidders noemen zichzelf 'Uw arme dienaars'. Zij hebben niets te eisen. Toch vragen zij God deze gaven te heiligen. Heiligen betekent hier: zegenen en voor een goed gebruik bestemmen. Paulus schrijft dat al wat God geschapen heeft goed is, als het met dankzegging genomen wordt. Het wordt geheiligd door het Woord van God en het gebed.

Het doel van die zegen is dat wij het eten 'matiglijk en heiliglijk' gebruiken. Matiglijk is met mate, zonder overdaad. Heiliglijk is op een manier die God eert. Zo leren wij erkennen dat God onze Vader is 'en een Oorsprong alles goeds'. Dezelfde gedachte staat in de Catechismus bij de vierde bede: God is de enige oorsprong van al het goede.

Het slot kijkt verder dan het tijdelijke brood. Wij moeten 'vóór alle dingen' zoeken 'het geestelijke brood Uws Woords'. Daarmee worden onze zielen gevoed tot het eeuwige leven. Het gebed zegt erbij dat God dit bereid heeft door het heilig bloed van Christus. Het lichaam heeft brood nodig, de ziel het Woord.

Uit de Bijbel

  • Deuteronomium 8:3

    “En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat.”

    God spijsde Israël met het manna om te leren dat de mens leeft van alles wat uit Zijn mond uitgaat, de achtergrond van het geestelijke brood.

  • 1 Timotheüs 4:4-5

    “Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde; Want het wordt geheiligd door het Woord van God, en door het gebed.”

    Al wat God schiep is goed als het met dankzegging genomen en door Woord en gebed geheiligd wordt, zoals het gebed vraagt.

  • Jakobus 1:17

    “Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering.”

    Alle goede gave komt van boven, van de Vader der lichten, Die het gebed de Oorsprong alles goeds noemt.

  • Johannes 6:27

    “Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld.”

    Christus wijst op de spijs die blijft tot in het eeuwige leven, en daarop doelt het gebed met het geestelijke brood.

Deel 3

Het Onze Vader aan tafel

Onze Vader, Die in den hemelen zijt,

Uw Naam worde geheiligd.

Uw Koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.

Amen.

Uitleg

Na de eigen bede volgt het Onze Vader. Aan tafel krijgt de vierde bede een bijzondere plaats: 'Geef ons heden ons dagelijks brood'. Wat op tafel staat, is het antwoord op die bede van vandaag. Tegelijk leert de bede om niet meer te vragen dan nodig is. Het woord heden houdt de bidder bescheiden.

De Heidelbergse Catechismus legt in zondag 50 uit dat wij met deze bede vragen om alle nooddruft van het lichaam. Hij voegt eraan toe dat onze zorg en arbeid ons zonder Gods zegen niet gedijen, en Zijn gaven evenmin. Daarom stellen wij ons vertrouwen niet op de gaven, maar op God Zelf.

Uit de Bijbel

  • Mattheüs 6:11

    “Geef ons heden ons dagelijks brood.”

    De vierde bede, die bij het gebed aan tafel het dichtst bij huis komt.

  • Spreuken 30:8

    “Ijdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels;”

    Agur vraagt geen armoede of rijkdom, maar het brood van zijn bescheiden deel, de bescheidenheid van het woord heden.

Deel 4

De vermaning uit Lukas 21

Alzo vermaant ons onze Heere Jezus Christus, Luk. 21:34, 35:

Wacht uzelven, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u die dag niet onvoorziens overkome.

Want gelijk een strik zal hij komen over al degenen die op den gansen aardbodem gezeten zijn.

Uitleg

Na het Amen volgt nog een vermaning van Christus Zelf uit Lukas 21. Wij moeten waken dat onze harten niet 'bezwaard worden met brasserij en dronkenschap en zorgvuldigheden dezes levens'. Brasserij is overvloedig, onmatig eten. Zorgvuldigheden zijn hier geen nauwkeurigheid, maar zorgen en bekommernissen.

Aan tafel liggen dus twee gevaren op de loer. Het ene is te veel eten en drinken. Het andere is zo opgaan in de zorgen van het leven dat wij de komst van Christus vergeten. Die dag komt onverwacht, 'gelijk een strik'. Een strik is een valstrik, zoals een jager die voor dieren zet. Zo plaatst het gebed elke maaltijd in het licht van de eeuwigheid.

De vermaning sluit aan bij de bede om matig en heilig gebruik van Gods gaven. Wie eet en drinkt, mag dat doen tot eer van God.

Uit de Bijbel

  • Lukas 21:34-35

    “En wacht uzelven, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap, en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u die dag niet onvoorziens over kome. Want gelijk een strik zal hij komen over al degenen, die op den gansen aardbodem gezeten zijn.”

    Het gebed haalt na het Onze Vader deze vermaning van Christus aan.

  • 1 Korinthe 10:31

    “Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.”

    Paulus roept op om ook eten en drinken te doen ter ere Gods, het doel van het hele tafelgebed.

Veelgestelde vragen

Wat betekent 'matiglijk en heiliglijk' in het gebed voor het eten?

Matiglijk betekent met mate, zonder overdaad. Heiliglijk betekent op een manier die God eert en Hem erkent als Gever. Het gebed vraagt God de maaltijd zo te zegenen dat wij Zijn gaven op die manier gebruiken. Daardoor leren wij dat God onze Vader is en de oorsprong van alles wat goed is.

Waarom begint het gebed vóór het eten met Psalm 145?

Psalm 145:15-16 zegt dat alle ogen op God wachten en dat Hij ieder schepsel op tijd zijn spijs geeft. Zo begint de maaltijd met erkenning: het voedsel komt uit Gods open hand. Volgens een noot in de uitgave van 1897 werden in de zestiende eeuw Psalm 104 en Psalm 145 als vindplaats bij dit gebed genoemd.

Wat is het geestelijke brood waar het tafelgebed om vraagt?

Met het geestelijke brood bedoelt het gebed het Woord van God. Zoals het lichaam voedsel nodig heeft, zo leeft de ziel van Gods Woord. Deuteronomium 8:3 zegt dat de mens niet alleen van het brood leeft. Christus spreekt in Johannes 6 over de spijs die blijft tot in het eeuwige leven. Het gebed vraagt dat wij dat brood vóór alle dingen zoeken.

Waarom staat er een waarschuwing uit Lukas 21 bij het gebed vóór het eten?

Christus waarschuwt in Lukas 21:34-35 voor onmatig eten en drinken en voor de zorgen van dit leven. Anders overvalt de dag van Zijn komst ons als een strik. Aan tafel liggen die gevaren dichtbij. Daarom sluit het gebed met deze vermaning, als aanvulling op de bede om matig gebruik.

Kunt u het gebed vóór het eten met kinderen bidden?

Dat kan, al is de taal oud. Lees het rustig voor en leg een enkel moeilijk woord uit, zoals matiglijk of spijze. Kinderen herkennen het Onze Vader en leren zo dat het eten een gave van God is. Voor jonge kinderen staat op deze site ook een eenvoudig gebed voor het eten.

Over deze tekst

Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.

Bronnen

Waar wij afwijken van de kopieerbron

Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.

  • Gebed. Hier: ‘ons heiligen deze gaven, die wij’. Kopieerbron: ‘ons heiligen deze gave, die wij’. Beide getuigen: meervoud.
  • Slot van het gebed. Hier: ‘onzen Heere Jezus Christus. Amen.’. Kopieerbron: ‘onzen Heere Jezus Christus.’. Beide getuigen hebben "Amen" vóór het Onze Vader; GBS laat het weg.