Ga naar hoofdinhoud

Het gebed vóór de predicatie: tekst en uitleg

In het kort

Het gebed vóór de predicatie is een algemene belijdenis van zonden met een bede om vergeving en om zegen over de prediking. Het hoort bij de zondagse eredienst en bij vasten- en bededagen, en eindigt met het Onze Vader.

Achter de formulieren staan in het kerkboek enkele vaste gebeden. Het eerste heeft een lange titel: Een algemene belijdenis der zonden, en gebed des Zondags vóór de predicatie, en op vasten- en bededagen. Het is dus bedoeld voor de eredienst, vóór de preek. Het gebed spreekt in de wij-vorm. De voorganger bidt namens de gemeente en noemt zichzelf daarin Gods dienaar.

Op deze pagina staat de volledige tekst in vijf delen. Bij elk deel vindt u een korte uitleg, de betekenis van oude woorden en Bijbelteksten uit de Statenvertaling. Onderaan staat waar de tekst vandaan komt en hoe hij is nagelezen.

Deel 1

Schuldbelijdenis: erfzonde en eigen zonden

O eeuwige God en allergenadigste Vader, wij verootmoedigen ons uit den grond des harten voor Uw hoge Majesteit, tegen Welke wij zo menigmaal en zo gruwelijk gezondigd hebben, en bekennen dat (zo Gij met ons in het gericht wilt gaan) wij niet anders dan den eeuwigen dood verdiend hebben. Want behalve dat wij allen door de erfzonde voor U onrein en kinderen des toorns zijn, ontvangen uit zondig zaad, en in ongerechtigheid geboren, waardoor allerhande boze lusten, tegen U en onzen naaste strijdende, in ons wonen, zo hebben wij nog bovendien met de daad Uw geboden menigmaal en zonder ophouden overtreden, nalatende wat Gij ons geboden hadt, en doende wat ons klaarlijk verboden was.

Uitleg

Het gebed begint met een aanspraak die twee dingen samen noemt: 'O eeuwige God en allergenadigste Vader'. God is hoog en heilig, en tegelijk een Vader Die genade geeft. Daarom kan de gemeente zich verootmoedigen, dat wil zeggen: zich klein maken voor Hem, zonder van Hem weg te lopen.

Daarna volgt een eerlijke erkenning. Zou God met ons 'in het gericht' gaan, dan hebben wij niets anders dan den eeuwigen dood verdiend. Het gebed noemt twee lagen van schuld. Eerst de erfzonde: wij zijn 'ontvangen uit zondig zaad, en in ongerechtigheid geboren'. Dat is de taal van Psalm 51. Daaruit komen 'allerhande boze lusten' voort, die tegen God en de naaste ingaan.

Daarbovenop komen de zonden die wij zelf doen. Het gebed omschrijft ze op twee manieren: nalaten wat God geboden heeft, en doen wat Hij verboden heeft. Wie zo bidt, belijdt niet alleen verkeerde daden, maar ook het goede dat achterwege bleef.

Uit de Bijbel

  • Psalm 51:7

    “Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.”

    David belijdt dat hij in ongerechtigheid geboren en in zonde ontvangen is, de grond onder de woorden over zondig zaad.

  • Efeze 2:3

    “Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;”

    Paulus noemt alle mensen van nature kinderen des toorns, een uitdrukking die het gebed letterlijk overneemt.

  • Psalm 143:2

    “En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.”

    Davids bede dat God niet met Zijn knecht in het gericht gaat, klinkt door in de zin over het gericht.

Deel 2

Als schapen gedwaald, tienduizend talenten schuldig

Wij hebben allen als schapen gedwaald, en hebben grotelijks tegen U gezondigd, hetwelk wij bekennen, en het is ons van harte leed; ja, wij belijden, tot onze vernedering en tot prijs van Uw ontferming te onswaarts, dat onze zonden het getal van de haren onzes hoofds te boven gaan, en dat wij tienduizend talenten schuldig zijn, waartegen wij niets hebben om te betalen; waarom wij ook niet waardig zijn Uw kinderen genaamd te worden, noch onze ogen op te slaan ten hemel, om onze gebeden voor U uit te spreken.

Uitleg

Dit deel zet beelden uit de Bijbel achter elkaar. 'Wij hebben allen als schapen gedwaald' komt uit Jesaja 53. Daar zegt de profeet direct daarna dat de HEERE onze ongerechtigheid op Hem deed aanlopen. Het beeld is dus niet alleen een aanklacht; het wijst al vooruit naar de verzoening.

Het gebed telt ook. De zonden gaan 'het getal van de haren onzes hoofds' te boven, zoals David in Psalm 40 zegt. En wij zijn 'tienduizend talenten schuldig', het bedrag uit de gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht in Mattheüs 18. Een talent was een groot gewicht aan zilver. Tienduizend talenten is een schuld die niemand ooit kan aflossen.

Het slot van dit deel klinkt als de verloren zoon die thuiskomt. Wij zijn niet waardig Gods kinderen genoemd te worden en durven onze ogen niet op te slaan ten hemel. Toch staat er ook dat deze belijdenis gebeurt 'tot prijs van Uw ontferming'. Wie zijn schuld eerlijk noemt, maakt daarmee Gods barmhartigheid groot.

Uit de Bijbel

  • Jesaja 53:6

    “Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.”

    Hier staat het beeld van de dwalende schapen, direct verbonden met de Knecht op Wie de HEERE onze ongerechtigheid legde.

  • Psalm 40:13

    “Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten.”

    David zegt dat zijn ongerechtigheden menigvuldiger zijn dan de haren van zijn hoofd.

  • Mattheüs 18:24-25

    “Als hij nu begon te rekenen, werd tot hem gebracht een, die hem schuldig was tien duizend talenten. En als hij niet had, om te betalen, beval zijn heer, dat men hem zou verkopen, en zijn vrouw en kinderen, en al wat hij had, en dat de schuld zou betaald worden.”

    De dienstknecht die tien duizend talenten schuldig was en niets had om te betalen, is het voorbeeld achter deze zin.

  • Lukas 15:21

    “En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.”

    De verloren zoon zegt niet meer waardig te zijn zoon genaamd te worden, zoals de gemeente in dit gebed.

Deel 3

Bede om vergeving en reiniging in Christus

Nochtans, o Heere God en barmhartige Vader, wetende dat Gij den dood des zondaars niet begeert, maar dat hij zich bekere en leve, en dat Uw barmhartigheid oneindig is, die Gij bewijst aan degenen die zich tot U bekeren; wij roepen U van harte aan, in het vertrouwen op onzen Middelaar Jezus Christus, Die het Lam Gods is, Dat de zonde der wereld wegneemt, en bidden U dat Gij wilt medelijden hebben met onze zwakheid, ons om Christus' wil al onze zonden vergevende. Was ons in de zuivere fontein Zijns bloeds, opdat wij rein en sneeuwwit worden. Dek onze naaktheid met Zijn onschuld en gerechtigheid, om de eer Uws Naams. Reinig ons verstand van alle blindheid, en onze harten van allen moedwil en hardnekkigheid.

Uitleg

Met het woord 'Nochtans' keert het gebed om. De gemeente steunt niet op zichzelf, maar op wat God over Zichzelf gezegd heeft. Hij begeert 'den dood des zondaars niet', maar dat hij zich bekere en leve. Dat is een woord uit Ezechiël 33. Daarnaast noemt het gebed Gods barmhartigheid oneindig voor allen die zich tot Hem bekeren.

De grond van de bede is Christus. Het gebed noemt Hem de Middelaar en het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt, zoals Johannes de Doper Hem aanwees. Om Zijnentwil vraagt de gemeente medelijden met haar zwakheid en vergeving van al haar zonden.

Dan volgen drie korte beden in beelden. 'Was ons in de zuivere fontein Zijns bloeds' doet denken aan de fontein uit Zacharia 13, geopend tegen zonde en onreinheid. 'Dek onze naaktheid' ziet op Christus: Zijn onschuld en gerechtigheid bedekken de zondaar als een kleed. De derde bede vraagt reiniging van verstand en hart. Moedwil betekent hier: de eigen wil doordrijven tegen God in.

Uit de Bijbel

  • Ezechiël 33:11

    “Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?”

    God zegt geen lust te hebben in de dood van de goddeloze, maar dat hij zich bekere en leve.

  • Johannes 1:29

    “Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!”

    Johannes de Doper wijst Jezus aan als het Lam Gods, met de woorden die het gebed overneemt.

  • Zacharia 13:1

    “Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.”

    De profeet spreekt over een geopende fontein tegen de zonde en de onreinigheid, het beeld achter de bede om afwassing.

  • Jesaja 1:18

    “Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.”

    God belooft dat zonden als scharlaken wit zullen worden als sneeuw, de achtergrond van rein en sneeuwwit.

Deel 4

Bede voor de prediker en de hoorders

Open thans den mond Uws dienaars, en vervul dien met Uw wijsheid en kennis, opdat hij Uw Woord zuiverlijk en vrijmoediglijk verkondige. Bereid ook ons aller harten, opdat wij datzelve horen, verstaan en bewaren mogen. Schrijf Uw wetten (naar Uw belofte) in de tafelen onzer harten, en geef ons lust en kracht daarin te wandelen, tot prijs en eer Uws Naams en tot stichting Uwer gemeente.

Uitleg

Pas nu komt de preek in beeld. Het gebed vraagt eerst voor de predikant: 'Open thans den mond Uws dienaars'. Hij moet het Woord 'zuiverlijk en vrijmoediglijk' verkondigen. Zuiverlijk betekent: zuiver, zonder er iets aan toe te voegen of af te doen. Vrijmoediglijk betekent: met open moed, zonder mensenvrees. Paulus vroeg de gemeente in Efeze om precies die gebedshulp.

Daarna bidt de gemeente voor zichzelf. Het Woord moet niet alleen gehoord, maar ook verstaan en bewaard worden. Dat vraagt een voorbereid hart. Handelingen 16 vertelt dat de Heere het hart van Lydia opende, zodat zij acht nam op wat Paulus zei.

De laatste bede gebruikt de belofte van het nieuwe verbond. God beloofde in Jeremia 31 Zijn wet in het hart te schrijven. 'De tafelen onzer harten' herinnert aan de stenen tafelen van de wet. Wat eens op steen stond, moet nu in het hart komen. Het doel is lust en kracht om daarin te wandelen, tot eer van Gods Naam en tot stichting, dat is opbouw, van de gemeente.

Uit de Bijbel

  • Efeze 6:19

    “En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;”

    Paulus vraagt gebed om de opening van zijn mond met vrijmoedigheid, dezelfde bede als hier voor de dienaar.

  • Handelingen 16:14

    “En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster, van de stad Thyatira, die God diende, hoorde ons; welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd.”

    De Heere opende het hart van Lydia, zodat zij acht nam op de prediking.

  • Jeremia 31:33

    “Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.”

    Dit is de belofte waarnaar het gebed verwijst: God schrijft Zijn wet in het hart van Zijn volk.

  • 2 Korinthe 3:3

    “Als die openbaar zijt geworden, dat gij een brief van Christus zijt, en door onzen dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door den Geest des levenden Gods, niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen des harten.”

    Paulus stelt de stenen tafelen tegenover de vlezen tafelen des harten, het beeld uit dit gebed.

Deel 5

Het slot: het Onze Vader

Dit alles, o genadige Vader, bidden en begeren wij in den Naam van Jezus Christus, Die ons alzo heeft leren bidden:

Onze Vader, Die in de hemelen zijt,

Uw Naam worde geheiligd.

Uw Koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.

Amen.

Uitleg

Het gebed sluit met het gebed dat Christus Zelf leerde. De overgangszin zegt dat de gemeente bidt 'in den Naam van Jezus Christus'. Daarmee erkent zij dat al het voorgaande alleen om Zijn wil verhoord kan worden.

Wie het geheel overziet, ziet een duidelijke lijn. Het begint bij schuld, gaat via vergeving naar de bede om het Woord, en eindigt bij Gods Naam, Rijk en wil. De vijfde bede, om vergeving van schulden, vat het eerste deel nog eens samen. Zo wordt de prediking omringd door gebed. Wat elke bede betekent, legt de Heidelbergse Catechismus uit in de zondagen 46 tot en met 52.

Uit de Bijbel

  • Mattheüs 6:9-13

    “Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.”

    Het Onze Vader zoals Christus het in de Bergrede gaf, met het slot over Koninkrijk, kracht en heerlijkheid.

  • Lukas 11:1

    “En het geschiedde, toen Hij in een zekere plaats was biddende, als Hij ophield, dat een van Zijn discipelen tot Hem zeide: Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.”

    De discipelen vragen de Heere hen te leren bidden, waarop Hij het Onze Vader geeft.

Veelgestelde vragen

Wanneer wordt het gebed vóór de predicatie gebeden?

Volgens de titel in het kerkboek is het bedoeld voor de zondag, vóór de predicatie, en voor vasten- en bededagen. Het staat dus aan het begin van de eredienst, vóór de preek. Of een predikant het letterlijk leest of in eigen woorden in dezelfde lijn bidt, verschilt per gemeente en per voorganger. Het formulier laat in elk geval zien wat in dit gebed thuishoort.

Waarom begint het gebed vóór de preek met een schuldbelijdenis?

Het gebed gaat ervan uit dat niemand uit zichzelf voor God kan staan of Zijn Woord kan ontvangen. Daarom belijdt de gemeente eerst haar zonden, zowel de erfzonde als de eigen daden. Pas daarna vraagt zij om vergeving om de wil van Christus en om een geopend hart. De volgorde lijkt op die van de Heidelbergse Catechismus: eerst de ellende, dan de verlossing, dan de dankbaarheid.

Wat betekent tienduizend talenten schuldig zijn in dit gebed?

Het is een verwijzing naar de gelijkenis in Mattheüs 18. Een dienstknecht was zijn heer tien duizend talenten schuldig en had niets om te betalen. Een talent was een groot gewicht aan zilver, dus het gaat om een onbetaalbare schuld. Het gebed past dat toe op de schuld van de mens tegenover God. Alleen vergeving kan zo'n schuld wegnemen.

Wat betekent zuiverlijk en vrijmoediglijk verkondigen?

Zuiverlijk betekent zuiver: het Woord brengen zoals het is, zonder eigen toevoegingen of weglatingen. Vrijmoediglijk betekent met vrijmoedigheid: open en zonder vrees voor mensen. Het gebed vraagt beide voor de predikant, omdat een preek trouw aan de Schrift moet zijn en tegelijk duidelijk moet durven spreken. Paulus vroeg in Efeze 6 om gebed voor dezelfde vrijmoedigheid.

Hoort de bede Onze hulpe is in den Name des HEEREN bij dit gebed?

In de uitgave van 1897 staat die korte bede vóór dit gebed, tussen vierkante haken, als opening van de samenkomst. De tekst die hier gevolgd wordt, neemt haar bij dit gebed niet op. Daarom staat zij ook niet op deze pagina. Over het gebruik in de eigen gemeente zegt dat niets; het gaat alleen om de tekst van dit formuliergebed.

Wat is het verschil met het korte gebed vóór de predicatie?

Het kerkboek heeft twee gebeden vóór de preek. Dit is het langere; het andere heet een korter formulier des gebeds. Beide beginnen met een belijdenis van zonden en eindigen met het Onze Vader. Dit gebed vraagt uitdrukkelijk om de opening van de mond van de dienaar en om Gods wet in het hart. Het korte gebed legt meer nadruk op het afsterven van de oude mens.

Over deze tekst

Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.

Bronnen

Kantnoten en opmerkingen

  • De uitgave 1897 laat dit gebed voorafgaan door de bede bij de aanvang van de samenkomst ("Onze hulpe is in den Name des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft"), tussen vierkante haken. De kopieerbron neemt die bede niet bij dit gebed op.