Het gebed na de predicatie: tekst en uitleg
In het kort
Het gebed na de predicatie is het langste formuliergebed uit het kerkboek, een voorbede voor allen nood der Christenheid. Volgens de officiële tekst bidt het voor kerk, overheid, vervolgden, zieken en reizigers, en sluit het met het Onze Vader, de geloofsbelijdenis en de zegen.
De volledige titel van dit gebed luidt: Een gebed voor allen nood der Christenheid, om gebruikt te worden op den rustdag na de eerste predicatie. Met de rustdag is de zondag bedoeld, met de eerste predicatie de eerste preek van die dag. Het gebed volgt dus op de preek en loopt uit in het slot van de dienst.
Het is een voorbede in brede kring. Na een korte schuldbelijdenis gaat het van de verbreiding van het Evangelie naar de gemeenten en de overheid. Daarna komen vervolgde broeders, zieken, weduwen en wezen, reizigers en de oogst. Daarna volgen het Onze Vader, de Apostolische Geloofsbelijdenis en de zegen. Een deel van die beden en de geloofsbelijdenis ontbreekt in oudere kerkboeken; zie de vraag daarover onderaan.
Op deze pagina staat de volledige tekst in elf delen, met uitleg, Bijbelteksten uit de Statenvertaling en een verantwoording van de tekst onderaan.
Deel 1
Aanhef: alleen om de verdiensten van Christus
Almachtige, barmhartige God, wij bekennen bij onszelven, en belijden voor U, gelijk het de waarheid is, dat wij niet waardig zijn onze ogen op te slaan ten hemel, en ons gebed voor U te brengen, indien Gij aanzien wilt onze verdiensten en waardigheid. Want onze consciëntiën beschuldigen ons, en onze zonden geven getuigenis tegen ons. Wij weten ook dat Gij een rechtvaardig Rechter zijt, straffende de zonden dergenen die Uw geboden overtreden. Maar, o Heere, naardien Gij ons bevolen hebt, U in allen nood aan te roepen, en uit Uw onuitsprekelijke barmhartigheid beloofd hebt, onze gebeden te verhoren, niet vanwege onze verdiensten, die gene zijn, maar om de verdiensten van onzen Heere Jezus Christus, Welken Gij ons tot een Middelaar en Voorspreker voorgesteld hebt; zo verzaken wij alle andere hulp, en hebben onze toevlucht alleen tot Uw barmhartigheid.
Uitleg
Het gebed begint met de vraag hoe een zondaar überhaupt tot God mag naderen. Het antwoord is eerlijk. Als God naar onze verdiensten kijkt, belijden wij 'dat wij niet waardig zijn onze ogen op te slaan ten hemel'. Ons geweten, hier consciëntiën genoemd, klaagt ons aan en onze zonden getuigen tegen ons.
Toch bidt de gemeente, om twee redenen die het gebed noemt. God heeft geboden Hem 'in allen nood aan te roepen', en Hij heeft beloofd te verhoren. Die verhoring rust niet op onze verdiensten, 'die gene zijn', maar op die van Christus. Gene is een oud woord voor geen. Christus is de Middelaar en Voorspreker, Die voor ons pleit bij de Vader.
Daarom zegt het gebed: wij verzaken alle andere hulp. Verzaken betekent afstand doen van. De toevlucht is alleen Gods barmhartigheid.
Uit de Bijbel
“En roept Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren.”
God roept op Hem aan te roepen in de dag der benauwdheid en belooft uitkomst, de grond van het bidden in allen nood.
“Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;”
Paulus noemt één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.
“Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;”
Johannes noemt Jezus Christus onze Voorspraak bij de Vader, het woord dat het gebed gebruikt.
Deel 2
Dank voor weldaden en belijdenis van ondankbaarheid
Eerstelijk, o Heere, wij belijden dat Gij ons zoveel weldaden bewezen hebt, dat het ons onmogelijk is die te bedenken, veel minder uit te spreken; en inzonderheid dat Gij ons gevoerd hebt tot het licht Uwer waarheid, en tot de kennis van Uw Heilig Evangelie. Daarentegen hebben wij door onze ondankbaarheid Uw weldaden vergeten; wij zijn van U afgeweken, en hebben onze eigen begeerlijkheden gevolgd, U niet erende, gelijk wij schuldig waren. Dies hebben wij grotelijks gezondigd, en zo Gij met ons in het gericht wildet treden, wij zouden niet anders hebben te verwachten dan den eeuwigen dood en verdoemenis. Maar, o Heere, aanschouw het aangezicht Uws Gezalfden, en niet onze zonden, opdat Uw toorn door Zijn voorbidden gestild worde. Bekrachtig in ons de genade Uws Geestes, Die dagelijks meer en meer ons vlees met al zijn boze lusten dode, en ons vernieuwe tot een beter leven.
Uitleg
Het woord 'Eerstelijk' opent de eigenlijke beden. Eerst noemt de gemeente Gods weldaden, zo veel dat zij ze niet kan bedenken en nog minder uitspreken. Eén weldaad krijgt nadruk: God bracht ons tot 'het licht Uwer waarheid' en tot de kennis van Zijn Evangelie.
Daartegenover staat de ondankbaarheid. Wij zijn van God afgeweken en volgden onze eigen begeerlijkheden. Zou God met ons in het gericht treden, dan rest alleen de eeuwige dood.
Dan volgt een bijzondere bede: 'aanschouw het aangezicht Uws Gezalfden, en niet onze zonden'. Die woorden komen uit Psalm 84, waar de dichter God vraagt te zien op Zijn gezalfde. Het gebed leest dat als een bede om Christus, de Gezalfde, opdat Gods toorn door Zijn voorbidden gestild wordt. Het deel eindigt met een bede om de Geest, Die het vlees dagelijks doodt en ons vernieuwt.
Uit de Bijbel
“Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;”
David roept zijn ziel op geen van Gods weldaden te vergeten, terwijl het gebed belijdt dat wij ze wel vergeten hebben.
“O God, ons Schild! zie, en aanschouw het aangezicht Uws gezalfden.”
Uit deze psalm komt de bede dat God het aangezicht van Zijn gezalfde aanschouwt.
“Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.”
Paulus spreekt over het doden van de werkingen van het lichaam door de Geest, zoals de bede om dagelijkse doding van het vlees.
Deel 3
Voor het Evangelie en voor trouwe dienaars
En overmits het U behaagt dat men bidde voor alle mensen, zo bidden wij U, dat Gij Uw zegen wilt geven over de leer van Uw Heilig Evangelie, opdat het overal verkondigd en aangenomen worde, opdat de ganse wereld vervuld worde met Uw zaligmakende kennis, opdat de onwetenden bekeerd, de zwakken gesterkt worden, en een iegelijk Uw heiligen Naam, niet alleen met woorden, maar ook met de daad grootmake en heilige. Wil tot dat einde getrouwe dienaars in Uw oogst zenden, en die alzo begaven, dat zij hun dienst getrouwelijk mogen bedienen. Daarentegen, wil uitroeien alle valse leraars, grijpende wolven en huurlingen, die hun eigen eer en nuttigheid zoeken, en niet de eer Uws heiligen Naams alleen, noch der arme mensen welvaart en zaligheid.
Uitleg
Nu begint de voorbede. Het gebed gaat uit van het apostolische woord dat er gebeden moet worden voor alle mensen. De eerste bede geldt het Evangelie: dat het overal verkondigd en aangenomen wordt, en dat 'de ganse wereld vervuld worde met Uw zaligmakende kennis'. Dat sluit aan bij de profetie dat de aarde vol zal zijn van de kennis des HEEREN.
Daarbij hoort een bede om getrouwe dienaars, die God 'in Uw oogst' zendt. Christus Zelf zei dat de discipelen de Heere des oogstes om arbeiders moesten bidden. Begaven betekent: met gaven toerusten.
Daartegenover bidt het gebed om het uitroeien van valse leraars, grijpende wolven en huurlingen. Het beeld van wolf en huurling komt uit Johannes 10. Volgens het gebed zoeken zulke leraars hun eigen eer en voordeel, en niet Gods eer en het heil van mensen.
Uit de Bijbel
“Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;”
Paulus vermaant tot gebeden en voorbiddingen voor alle mensen, waar het gebed zich uitdrukkelijk op beroept.
“Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.”
De belofte dat de aarde vol zal zijn van kennis des HEEREN ligt achter de bede voor de ganse wereld.
“Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.”
Christus beveelt te bidden dat de Heere des oogstes arbeiders in Zijn oogst uitstoot.
“Maar de huurling, en die geen herder is, wien de schapen niet eigen zijn, ziet den wolf komen, en verlaat de schapen, en vliedt; en de wolf grijpt ze, en verstrooit de schapen.”
De huurling die vlucht als de wolf komt, is het beeld van de ontrouwe leraar.
Deel 4
Voor de gemeenten en de komst van Gods Rijk
Wil ook Uw Christelijke gemeenten, die Gij overal geroepen hebt, genadiglijk bewaren en regeren, in enigheid des waarachtigen geloofs en godzaligheid des levens, opdat Uw Rijk dagelijks moge toenemen, en des satans rijk te schande worde, totdat Uw Rijk volkomen worde, als Gij alles zijn zult in allen.
Uitleg
Dit korte deel bidt voor alle christelijke gemeenten, 'die Gij overal geroepen hebt'. God moet ze bewaren en regeren in eenheid van het ware geloof en in een godzalig leven. Enigheid is een oud woord voor eenheid.
Het doel reikt verder dan de eigen gemeente. Gods Rijk moet dagelijks toenemen en het rijk van satan te schande worden. Het gebed kijkt uit naar het einde, wanneer Gods Rijk volkomen is en God alles zal zijn in allen. Die laatste woorden komen uit 1 Korinthe 15. Zo wordt de tweede bede van het Onze Vader hier al uitgewerkt.
Uit de Bijbel
“Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus;”
Paulus spreekt over de enigheid des geloofs, waar de bede om enigheid des waarachtigen geloofs bij aansluit.
“En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.”
Hier staat dat God aan het einde alles zal zijn in allen, de woorden waarmee dit deel eindigt.
Deel 5
Voor de wereldlijke regering
Wij bidden U ook voor de wereldlijke regering: voor alle koningen, vorsten en heren. Maar inzonderheid bidden wij voor degenen die Gij over ons gesteld hebt. Geef dat hun regering daartoe gericht zij, dat de Koning aller koningen over hen en hun onderdanen regeren moge, en het rijk des duivels, hetwelk een rijk is van alle schandelijkheden en ongerechtigheden, door hen, als Uw dienaars, hoe langer hoe meer verstoord en tenietgemaakt worde, en dat wij onder hen een gerust en stil leven leiden mogen, in alle godzaligheid en eerbaarheid.
Uitleg
Het gebed bidt voor alle koningen, vorsten en heren, en in het bijzonder voor de overheid over het eigen land. Het vraagt niet in de eerste plaats om voorspoed voor de regering, maar om een richting. De Koning aller koningen moet over hen en hun onderdanen regeren.
Daarom noemt het gebed de overheid Gods dienaars, zoals Paulus in Romeinen 13 doet. Zij moeten het rijk van de duivel, dat een rijk is van schandelijkheid en ongerechtigheid, steeds meer verstoren. Het slot van dit deel is bijna letterlijk 1 Timotheüs 2: dat wij een gerust en stil leven leiden in godzaligheid en eerbaarheid.
Volgens de noten in de uitgave van 1897 luidt deze hele alinea in bijna alle oudere kerkboeken geheel anders. Daar begint zij met een voorbede voor de overheden van die tijd, zoals de Staten-Generaal. Voorbeden met namen van toenmalige overheden zijn hier niet opgenomen; zie Over deze tekst.
Uit de Bijbel
“Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen; Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.”
Paulus vraagt gebed voor koningen en allen in hoogheid, opdat wij een gerust en stil leven leiden.
“Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet.”
Paulus noemt de overheid Gods dienares, zoals het gebed de regeerders Uw dienaars noemt.
“En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der heren.”
Christus draagt de Naam Koning der koningen, de titel waarmee het gebed Hem boven alle regeerders stelt.
Deel 6
Voor broeders die vervolging lijden
Voorts bidden wij U voor al onze medebroeders, die onder den paus of Turk vervolging lijden. Wil hen met Uw Heiligen Geest troosten, en genadiglijk daaruit verlossen; en laat niet toe dat de gedachtenis Uws Naams op aarde uitgeroeid worde, opdat de vijanden Uwer waarheid zich niet beroemen tot Uw oneer en lastering. Maar indien het Uw Goddelijke wil is, dat de gevangen Christenen met hun dood der waarheid getuigenis geven en Uw Naam prijzen, zo geef hun troost in hun lijden, dat zij zulks van Uw Vaderlijke hand opnemen, en, daarin Uw wil volgende, standvastig blijven, hetzij in leven of in sterven, tot Uw eer, tot stichting Uwer gemeente, en tot hun zaligheid.
Uitleg
Het gebed bidt voor de medebroeders die 'onder den paus of Turk' vervolging lijden. Dat is de taal van de tijd waarin het gebed ontstond. Gelovigen van de Reformatie werden toen vervolgd in landen onder het gezag van Rome, en christenen leden onder het Turkse rijk. Wie nu bidt, denkt aan vervolgde christenen waar ook ter wereld.
De bede heeft twee kanten. Eerst om troost door de Heilige Geest en om verlossing, opdat Gods Naam op aarde niet uitgeroeid wordt. Maar als het Gods wil is dat gevangen christenen met hun dood getuigen, dan vraagt het gebed om troost en standvastigheid. Zij moeten hun lijden aannemen uit Gods Vaderlijke hand, 'hetzij in leven of in sterven', tot Gods eer en hun zaligheid.
Uit de Bijbel
“Gedenkt der gevangenen, alsof gij mede gevangen waart; en dergenen, die kwalijk gehandeld worden, alsof gij ook zelven in het lichaam kwalijk gehandeld waart.”
De gemeente wordt opgeroepen de gevangenen te gedenken alsof zij zelf mede gevangen waren.
“Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. Ziet, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.”
Christus belooft wie getrouw is tot de dood de kroon des levens, de achtergrond van de bede om standvastigheid.
“Volgens mijn ernstige verwachting en hoop, dat ik in geen zaak zal beschaamd worden; maar dat in alle vrijmoedigheid, gelijk te allen tijd, alzo ook nu, Christus zal groot gemaakt worden in mijn lichaam, hetzij door het leven, hetzij door den dood.”
Paulus wil dat Christus groot gemaakt wordt in zijn lichaam, hetzij door het leven, hetzij door de dood.
Deel 7
Voor wie lijden: ziek, arm, weduwe of wees
Wij bidden ook voor allen die Gij kastijdt met armoede, gevangenis, krankheid des lichaams, of aanvechting naar den geest. Troost hen allen, o Heere, naar dat Gij weet dat hun nood het vereist. Geef dat hun kastijding hun diene tot erkenning hunner zonden, en betering huns levens. Wil hun ook geven volstandige geduldigheid, verzoet hun lijden, en verlos hen eindelijk; opdat zij zich over Uw goedheid verblijden, en Uw Naam eeuwiglijk prijzen. Troost ook alle weduwen en wezen, gelijk Gij hun Vader zijt. Wil alle bevruchte vrouwen en die in barensnood zijn, een goede verlossing geven, en de kranke kraamvrouwen oprichten. Wil in al degenen die krankzinnig zijn, vermeerderen de goede gaven des verstands, opdat zij die aanwenden tot grootmaking Uws Naams en stichting huns naasten.
Uitleg
Dit deel noemt allen die God 'kastijdt': met armoede, gevangenschap, ziekte van het lichaam of aanvechting in de geest. Kastijden betekent tuchtigen, opvoeden door moeite heen. Het gebed vraagt troost naar wat ieders nood vereist, en dat de kastijding mag dienen tot inkeer en betering van het leven. Ook vraagt het geduld, verzachting van het lijden en uiteindelijk verlossing.
Daarna volgen groepen die in de Bijbel steeds Gods zorg krijgen: weduwen en wezen, van wie God de Vader is. Het gebed bidt ook voor zwangere vrouwen, hier 'bevruchte vrouwen' genoemd, voor wie in barensnood is en voor zieke kraamvrouwen.
Ten slotte noemt het gebed wie krankzinnig zijn. Krank betekent ziek of zwak; het woord ziet hier op wie in het verstand getroffen is. Het gebed vraagt dat God de goede gaven van het verstand bij hen vermeerdert. Deze beden voor weduwen en wezen, zwangere vrouwen en krankzinnigen staan in de officiële tekst. Volgens een noot in de uitgave van 1897 ontbreken zij in oudere kerkboeken, ook in dat van 1774.
Uit de Bijbel
“En alle kastijding als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die door dezelve geoefend zijn.”
Kastijding schijnt eerst droefheid, maar geeft daarna een vreedzame vrucht der gerechtigheid.
“Hij is een Vader der wezen, en een Rechter der weduwen; God, in de woonstede Zijner heiligheid.”
God heet hier een Vader der wezen en een Rechter der weduwen, zoals het gebed zegt.
“Die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij zouden kunnen vertroosten degenen, die in allerlei verdrukking zijn, door de vertroosting, met welke wij zelven van God vertroost worden.”
God vertroost in alle verdrukking, opdat ook anderen vertroost kunnen worden.
Deel 8
Voor reizigers, de oogst, het werk en de strijd
Eindelijk, o Heere, wil ons en de onzen, mitsgaders alles wat ons aangaat, in Uw bescherming en bewaring nemen; voornamelijk die uitgereisd zijn te water en te land, in zorgelijke wegen, tot bevordering van Uw Kerk of de welvaart des lands, of ook om hun eigen eerlijke zaken.
Zegen ook de vruchten der aarde, geef het daarvoor gunstige weder, en vruchtbaren wasdom; en geef dat wij in ons beroep naar Uw wil mogen leven, en de gaven, die wij van Uw zegen ontvangen, alzo gebruiken, dat zij ons niet verhinderen, maar veelmeer ons bevorderlijk zijn tot het eeuwige leven.
Sterk ons ook in alle aanvechtingen, opdat wij in het geloof strijdende overwinnen mogen, en hiernamaals met Christus het eeuwige leven bezitten.
Uitleg
Het gebed komt nu dichter bij huis. Het vraagt bescherming voor 'ons en de onzen' en alles wat ons aangaat. Mitsgaders betekent: en ook. Het gebed noemt in het bijzonder wie op reis zijn over water of land. Zij reizen voor de kerk, voor het land of voor hun eigen eerlijke zaken.
Daarna bidt de gemeente om de vruchten der aarde, gunstig weer en groei. Het gaat om meer dan een goede oogst. Wij vragen in ons beroep naar Gods wil te leven. Zijn gaven moeten ons niet hinderen, maar helpen op weg naar het eeuwige leven. Ook de beden voor reizigers en voor de vruchten der aarde ontbreken in oudere kerkboeken.
De laatste bede gaat over de innerlijke strijd. Het gebed vraagt kracht in alle aanvechtingen, opdat wij 'in het geloof strijdende overwinnen mogen' en eens met Christus het eeuwige leven bezitten.
Uit de Bijbel
“De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.”
De HEERE bewaart uitgang en ingang, de troost achter de bede voor wie onderweg zijn.
“Hoewel Hij nochtans Zichzelven niet onbetuigd gelaten heeft, goed doende van den hemel, ons regen en vruchtbare tijden gevende, vervullende onze harten met spijs en vrolijkheid.”
God geeft regen en vruchtbare tijden, waarom het gebed vraagt bij de vruchten der aarde.
“Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof.”
Johannes noemt het geloof de overwinning die de wereld overwint.
Deel 9
Het Onze Vader als samenvatting
Om al deze dingen bidden wij U, gelijkerwijs onze getrouwe Heere en Zaligmaker Jezus Christus Zelf ons geleerd heeft:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.
Amen.
Uitleg
Na al deze beden zegt het gebed: om al deze dingen bidden wij, zoals Christus het ons geleerd heeft. Het Onze Vader komt dus niet als losse toevoeging, maar als samenvatting. De bede om Gods Rijk vat de voorbede voor kerk en wereld samen. De bede om het dagelijks brood omvat de oogst, het werk en het lichaam. De laatste bede, om verlossing van den boze, past bij de bede om kracht in aanvechting.
Het gebed noemt Christus hier 'onze getrouwe Heere en Zaligmaker'. Aan het begin noemde het Hem de Middelaar en Voorspreker. In Zijn Naam en met Zijn woorden bidt de gemeente.
Uit de Bijbel
“En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde. Geef ons elken dag ons dagelijks brood. En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan een iegelijk, die ons schuldig is. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.”
Christus geeft Zijn discipelen het Onze Vader als antwoord op hun vraag om te leren bidden.
Deel 10
De geloofsbelijdenis met mond en hart
Wil ons sterken in het waarachtig Christelijk geloof, opdat wij daarin dagelijks meer en meer toenemen; waarvan wij belijdenis doen met mond en hart sprekende:
Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onzen Heere; Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria; Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derden dage wederom opgestaan van de doden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders; vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in den Heiligen Geest. Ik geloof een heilige, algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleses; en een eeuwig leven.
Uitleg
Na het Onze Vader volgt nog een bede: dat God ons sterkt in het waarachtig christelijk geloof, zodat wij daarin dagelijks toenemen. Daarop spreekt de gemeente haar geloof uit 'met mond en hart'. Dat herinnert aan Romeinen 10, waar het geloven met het hart en het belijden met de mond samengaan.
De belijdenis is de Apostolische Geloofsbelijdenis, de twaalf artikelen van het christelijk geloof. In het gebed volgt zij de indeling in drie stukken: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. In de uitgave van 1897 staat na de geloofsbelijdenis geen Amen; daarom staat het hier ook niet. Volgens een noot in die uitgave ontbreken deze bede en de geloofsbelijdenis in oudere kerkboeken. Het kerkboek van 1774 gaat na het Onze Vader direct naar de zegen.
Uit de Bijbel
“Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.”
Paulus verbindt geloven met het hart en belijden met de mond, zoals het gebed de belijdenis inleidt.
“En de apostelen zeiden tot den Heere: Vermeerder ons het geloof.”
De apostelen vragen de Heere hun het geloof te vermeerderen, dezelfde bede als hier.
Deel 11
Het slot van de dienst: de zegen
Daarna besluit men de samenkomst der gemeente met den gewonen zegen aldus:
Verheft uw harten tot God en ontvangt den zegen des Heeren:
De HEERE zegene u en behoede u;
De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig;
De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede.
Amen.
Uitleg
Een aanwijzing zegt dat de samenkomst besloten wordt 'met den gewonen zegen'. De predikant roept de gemeente op haar harten tot God te verheffen en de zegen te ontvangen. Daarna klinkt de zegen die God aan Aäron en zijn zonen gaf, uit Numeri 6.
De zegen noemt drie keer de HEERE: Hij zegent en behoedt, doet Zijn aangezicht lichten en is genadig, verheft Zijn aangezicht en geeft vrede. Volgens Numeri 6 legt God zo Zijn Naam op Zijn volk. De zegen is dus geen wens van de predikant, maar een woord van God tot de gemeente.
Volgens een noot in de uitgave van 1897 volgde in de officiële tekst nog een oproep om aan de armen te denken. Die viel al vroeg weg, toen de collecte niet meer bij de deuren gehouden werd.
Uit de Bijbel
“De HEERE zegene u, en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!”
Dit is de zegen van Aäron die het formulier letterlijk aan het slot van de dienst plaatst.
“Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israels leggen; en Ik zal hen zegenen.”
God zegt dat de priesters zo Zijn Naam op Zijn volk leggen en dat Hij hen zal zegenen.
Veelgestelde vragen
Waarom heet dit een gebed voor allen nood der Christenheid?
Zo luidt de titel in het kerkboek. Het gebed kijkt verder dan de eigen gemeente en bidt voor alle nood van de christelijke kerk en de wereld waarin zij leeft. Het noemt de verbreiding van het Evangelie, de dienaars, de gemeenten, de overheid, vervolgde gelovigen, zieken en armen. De officiële tekst noemt daarnaast weduwen, wezen, zwangere vrouwen, reizigers en de oogst. Allen nood betekent: alle nood.
Wat betekent onder den paus of Turk in het gebed na de predicatie?
Het gebed noemt de twee machten waaronder in zijn tijd veel gelovigen vervolging leden. Dat waren landen onder het gezag van Rome en het Turkse rijk. Het gebed vraagt troost en verlossing voor hen, of standvastigheid als zij om hun geloof moeten sterven. Wie het nu bidt, kan het toepassen op alle christenen die om hun geloof vervolgd worden.
Wat bedoelt het formuliergebed met de krankzinnigen?
Krank is een oud woord voor ziek of zwak, en zinnen staat voor het verstand. Het gebed bidt dus voor mensen van wie het verstand door ziekte getroffen is. Het vraagt dat God de goede gaven van het verstand bij hen vermeerdert. Dan kunnen zij die gebruiken tot eer van Zijn Naam en tot nut van hun naaste.
Waarom staan het Onze Vader en de geloofsbelijdenis in dit gebed?
Het Onze Vader vat alle voorgaande beden samen in de woorden die Christus Zelf leerde. Daarna vraagt het gebed om versterking in het geloof en laat het de gemeente dat geloof uitspreken in de Apostolische Geloofsbelijdenis. Zo eindigt de dienst met gebed, belijdenis en zegen. Van de gebeden voor de eredienst is dit het enige met de geloofsbelijdenis. In oudere kerkboeken ontbreken die bede en de geloofsbelijdenis hier.
Waarom staat het gebed na de predicatie anders in mijn kerkboek?
Deze pagina volgt de officiële tekst, zoals de uitgave van 1897. Volgens de noten daar hebben bijna alle kerkboeken al sinds de zeventiende eeuw de oudere tekst uit de zestiende eeuw nagedrukt. Daarin ontbreken de voorbede voor weduwen en wezen, zwangere vrouwen en krankzinnigen. Ook de bede voor reizigers en de oogst en de bede om geloof met de geloofsbelijdenis ontbreken. De schuldbelijdenis en de voorbede voor de overheid luiden er anders. Het kerkboek van 1774 bevestigt dat. Onder Over deze tekst staan de verschillen.
Waar komt de zegen aan het slot van de dienst vandaan?
De zegen komt uit Numeri 6. Daar geeft God aan Aäron en zijn zonen de woorden waarmee zij het volk Israël moesten zegenen. Het formulier noemt dit den gewonen zegen, de vaste zegen aan het einde van de samenkomst. Volgens Numeri 6 legt God daarmee Zijn Naam op Zijn volk.
Heidelbergse Catechismus
Over deze tekst
Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.
Bronnen
- GBS Bijbel Online, De formulieren voor kerkelijke handelingen / Christelijke gebeden (Gereformeerde Bijbelstichting) (kopieerbron (spelling en tekst))
- De berijmde Psalmen (...) in gebruik bij de Gereformeerde Kerken in Nederland; alsmede hare Formulieren van Eenigheid (...) en hare Liturgie, naar den door die kerken vastgestelden tekst, onder medewerking van H. Bavinck en A. Kuyper, Middelharnis: Flakkeesche Boekdrukkerij, 1897 (scan Princeton Theological Seminary, archive.org) (controle, publiek domein (officiële Dordtse tekst))
- Het boek der psalmen, nevens de gezangen bij de Hervormde Kerk van Nederland in gebruik (...) mitsgaders de christelijke catechismus, formulieren en gebeden der Gereformeerde Kerken, Haarlem: Joh. Enschedé en Zonen, 1774 (DBNL, digitale uitgave van de vier kerkboeken) (controle, publiek domein (gangbare redactie, oude spelling))
Waar wij afwijken van de kopieerbron
Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.
- Na de geloofsbelijdenis. Hier: ‘’. Kopieerbron: ‘Amen.’. Het Amen na de geloofsbelijdenis staat in geen getuige.
- Belijdenis. Hier: ‘Want onze consciëntiën beschuldigen ons’. Kopieerbron: ‘Want onze consciënties beschuldigen ons’. De gangbare redactie heeft -iën; de scan van 1897 is hier slecht leesbaar maar heeft dezelfde uitgang. Zie ook het gebed vóór de kerkenraad.
- Voorbede voor de dienaars. Hier: ‘en die alzo begaven, dat zij’. Kopieerbron: ‘en die alzo begiftigen, dat zij’. Beide getuigen.
Kantnoten en opmerkingen
- De kopieerbron volgt hier de officiële tekst zoals in de uitgave 1897. Volgens de noten daar is de gangbare redactie op enkele plaatsen anders of uitvoeriger (onder meer in de belijdenis van zonden en de voorbede voor de overheid). De kopieerbron laat, net als 1897, de voorbeden met namen van toenmalige overheden weg.