Ga naar hoofdinhoud

Het gebed voor kranke en aangevochten mensen uit het kerkboek

In het kort

Het gebed voor kranke en aangevochten mensen is bedoeld voor wie ziek is of in geestelijke nood verkeert. Het belijdt schuld, zoekt toevlucht bij Gods barmhartigheid, vraagt om verlossing of geduld en eindigt met de twaalf artikelen.

Krank is een oud woord voor ziek. Aangevochten is wie innerlijk aangevallen wordt door twijfel, angst of verzoeking. Voor beide heeft het kerkboek een gebed. Het spreekt in de wij-vorm, als een gebed van de zieken zelf, en kan ook met hen samen gebeden worden.

Dit is het gebed dat in bijna alle uitgaven staat. Volgens een noot in de uitgave van 1897 hoort het niet bij de officiële tekst van de liturgie. Wel staat het al in de oudste uitgaven uit de zestiende eeuw. De uitgave van 1897 drukt eerst een ander, officieel gebed voor kranken. Ook het kerkboek van 1774 heeft dat gebed, direct na dit gebed. Het staat nog niet op deze site.

Hieronder staat de tekst in vier delen met uitleg en Bijbelteksten uit de Statenvertaling. Zoekt u een gebed voor een zieke in hedendaagse woorden, dan vindt u dat onder de gebeden op deze site.

Deel 1

God als Heere over dood en leven

O almachtige, eeuwige en rechtvaardige God, en barmhartige Vader, Gij Die een Heere des doods en des levens zijt, zonder Wiens wil niets geschiedt, noch in den hemel, noch op de aarde; hoewel wij niet waardig zijn Uw Naam aan te roepen, noch te hopen dat Gij ons zult verhoren, als wij aanzien hoe wij tot nog toe onzen tijd doorgebracht hebben; wij bidden U dat Gij naar Uw barmhartigheid ons wilt aanzien in het aangezicht van Jezus Christus, Die al onze zwakheid op Zich genomen heeft. Wij bekennen dat er niets in ons is, dan genegenheid tot het boze, en onbekwaamheid tot enig goed; waarom wij ook deze straf, ja, nog veel meerder verdiend hebben.

Uitleg

Het gebed opent met een lange aanspraak. God is almachtig, eeuwig en rechtvaardig, en tegelijk een barmhartige Vader. Hij is 'een Heere des doods en des levens', zonder Wiens wil niets gebeurt in de hemel of op de aarde. Wie ziek is, mag weten dat ook de ziekte niet buiten Gods hand om gaat. Dezelfde troost geeft de Catechismus in zondag 10.

Daarna volgt een eerlijke erkenning. Wij zijn niet waardig Gods Naam aan te roepen, als wij zien hoe wij 'tot nog toe onzen tijd doorgebracht hebben'. Toch bidt het gebed dat God ons wil aanzien 'in het aangezicht van Jezus Christus'. God ziet dan niet op ons alleen, maar op Christus, 'Die al onze zwakheid op Zich genomen heeft'.

Het deel eindigt met een zware zin: wij hebben 'deze straf, ja, nog veel meerder verdiend'. De aanwijzing bij het officiële krankengebed in de uitgave van 1897 noemt de zonde de eerste oorzaak van ziekte. Dat betekent niet dat elke ziekte straf is voor een bepaalde zonde; Christus wijst dat in Johannes 9 af. Het gebed leert wel dat niemand bij God aanspraak heeft op een leven zonder lijden.

Uit de Bijbel

  • Deuteronomium 32:39

    “Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt!”

    God zegt dat Hij doodt en levend maakt, versla en heelt, zoals het gebed Hem Heere des doods en des levens noemt.

  • 2 Korinthe 4:6

    “Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus.”

    Paulus spreekt over de heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus, dezelfde woorden waarmee het gebed God vraagt ons aan te zien.

  • Mattheüs 8:17

    “Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, den profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen.”

    Christus heeft onze krankheden op Zich genomen, de grond onder de woorden over Hem Die onze zwakheid droeg.

  • Johannes 9:3

    “Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.”

    Christus zegt dat de blindheid van deze man niet uit een bepaalde zonde voortkwam, een belangrijke grens bij het spreken over ziekte als straf.

Deel 2

Toevlucht tot Gods barmhartigheid

Maar, Heere, Gij weet dat wij Uw volk, en Gij onze God zijt; wij hebben tot niemand toevlucht, dan alleen tot Uw barmhartigheid, die Gij nooit iemand geweigerd hebt die zich tot U bekeerd heeft. Dies bidden wij dat Gij ons onze zonden niet wilt toerekenen, maar reken ons toe de wijsheid, gerechtigheid en heiligheid van Jezus Christus, opdat wij in Hem voor U bestaan mogen. Verlos ons om Zijnentwil uit dit lijden, opdat de bozen niet denken dat Gij ons verlaten hebt. En zo het U belieft, ons langer alzo te oefenen, zo geef ons geduld en sterkte, zulks alles naar Uw wil te dragen, en laat het ons alles naar Uw wijsheid ten beste komen. Kastijd ons liever hier, dan dat wij hierna met de wereld zouden moeten verloren gaan. Geef ons dat wij dezer wereld en al wat aards is, mogen afsterven, opdat wij dagelijks naar het evenbeeld van Jezus Christus meer en meer vernieuwd worden. Laat ons door geen ding van Uw liefde gescheiden worden; maar trek ons dagelijks meer en meer tot U, opdat wij het einddoel onzer roeping met vreugde aanvaarden mogen, hetwelk is met Christus te sterven, te verrijzen, en in eeuwigheid te leven. Wij geloven ook, dat Gij ons verhoren zult door Jezus Christus, Die ons aldus heeft leren bidden:

Uitleg

Het tweede deel begint met de woorden 'Maar, Heere'. Na de schuld komt de toevlucht. Wij zijn Gods volk en Hij is onze God. Wij hebben geen andere toevlucht dan Zijn barmhartigheid, 'die Gij nooit iemand geweigerd hebt die zich tot U bekeerd heeft'.

Daarom vraagt het gebed dat God onze zonden niet toerekent, maar ons toerekent 'de wijsheid, gerechtigheid en heiligheid van Jezus Christus'. Toerekenen is op iemands rekening zetten. Wij bestaan voor God niet in onszelf, maar in Christus.

Pas daarna vraagt het gebed om verlossing: 'Verlos ons om Zijnentwil uit dit lijden'. De reden is opvallend: opdat de bozen niet denken dat God ons verlaten heeft. Belieft het God ons langer 'te oefenen', dan vraagt het om geduld en sterkte. Oefenen betekent hier: beproeven, door moeite heen vormen.

Dan volgt een bede die moed vraagt: 'Kastijd ons liever hier'. De bidder wil liever nu getuchtigd worden dan hierna met de wereld verloren gaan. Kastijden is tuchtigen, zoals een vader zijn kind. De Heere kastijdt wie Hij liefheeft. Het gebed vraagt ook om dagelijkse vernieuwing naar het evenbeeld van Christus, en dat niets ons van Gods liefde scheidt.

Het einddoel van onze roeping is volgens het gebed 'met Christus te sterven, te verrijzen, en in eeuwigheid te leven'. Verrijzen is opstaan. Het gebed besluit in vertrouwen dat God ons door Jezus Christus zal verhoren.

Uit de Bijbel

  • 1 Korinthe 1:30

    “Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing;”

    Christus is ons geworden wijsheid, rechtvaardigheid en heiligmaking, wat het gebed God vraagt ons toe te rekenen.

  • Hebreeën 12:6

    “Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt.”

    De Heere kastijdt wie Hij liefheeft, de achtergrond van de bede om hier kastijding te ontvangen.

  • Romeinen 8:38-39

    “Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.”

    Paulus is verzekerd dat niets ons kan scheiden van de liefde Gods in Christus, waar het gebed om vraagt.

  • 1 Korinthe 11:32

    “Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.”

    Wie van den Heere getuchtigd wordt, wordt met de wereld niet veroordeeld; het gebed vraagt bijna in die woorden om kastijding hier.

Deel 3

Het Onze Vader in ziekte en aanvechting

Onze Vader, Die in de hemelen zijt,

Uw Naam worde geheiligd.

Uw Koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen.

Uitleg

Ook dit gebed gaat over in het Onze Vader. Voor een zieke krijgt de derde bede veel gewicht: 'Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde'. Christus bad Zelf in de hof: niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt. Overgave aan Gods wil is dan geen berusting zonder hoop, maar vertrouwen op de Vader.

Voor wie aangevochten is, spreekt de zesde bede: 'En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze'. Aanvechting is juist verzoeking en aanval van de boze. Het Amen staat in deze tekst direct na het Onze Vader, zoals in de uitgave van 1897.

Uit de Bijbel

  • Mattheüs 26:39

    “En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan? doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.”

    Christus legt in Zijn lijden Zijn wil in de handen van de Vader, het voorbeeld bij de bede Uw wil geschiede.

  • Jakobus 5:14-15

    “Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren. En het gebed des geloofs zal den zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden.”

    Jakobus roept op tot het gebed des geloofs voor de zieke, de achtergrond van elk gebed voor kranken.

Deel 4

Sterkte in het geloof met de twaalf artikelen

Sterk ons ook in het rechte geloof, hetwelk wij van harte en met den mond belijden:

Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onzen Heere; Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria; Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derden dage wederom opgestaan van de doden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders; vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in den Heiligen Geest. Ik geloof een heilige, algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleses; en een eeuwig leven.

Uitleg

Het gebed eindigt niet met een bede om genezing, maar met een bede om geloof: 'Sterk ons ook in het rechte geloof'. Het rechte geloof is het ware, zuivere geloof. Dat geloof wordt 'van harte en met den mond' beleden. Paulus verbindt die twee: met het hart gelooft men, met de mond belijdt men.

Daarna volgen de twaalf artikelen van het christelijk geloof, de Apostolische Geloofsbelijdenis. Voor een zieke zijn juist de laatste woorden een troost: 'vergeving der zonden; wederopstanding des vleses; en een eeuwig leven'. De Catechismus legt in zondag 22 uit dat ook het lichaam, door de kracht van Christus opgewekt, weer met de ziel verenigd zal worden.

Het gebed eindigt hier zonder Amen. Het Amen staat al na het Onze Vader; volgens de vergelijking met de oude drukken hoort het niet na de geloofsbelijdenis.

Uit de Bijbel

  • Romeinen 10:10

    “Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.”

    Met het hart gelooft men en met de mond belijdt men, wat het gebed van harte en met den mond noemt.

  • 1 Korinthe 15:42-43

    “Alzo zal ook de opstanding der doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid; Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht.”

    Het lichaam wordt gezaaid in zwakheid en opgewekt in kracht, de hoop van de wederopstanding des vleses.

Veelgestelde vragen

Wat betekent kranke en aangevochten mensen?

Krank is een oud woord voor ziek. Aangevochten is iemand die innerlijk aangevallen wordt, bijvoorbeeld door twijfel, angst, verzoeking of moedeloosheid. Het gebed uit het kerkboek is voor beide bedoeld. Het vraagt om verlossing uit het lijden, of anders om geduld en sterkte, en om een vast vertrouwen op Gods barmhartigheid in Christus.

Is het gebed voor kranken het officiële gebed van de Synode van Dordrecht?

Nee. Volgens een noot in de uitgave van 1897 hoort dit gebed niet bij de officiële tekst van de liturgie. Het staat wel al in de oudste uitgaven uit de zestiende eeuw en is in bijna alle latere uitgaven overgenomen, zelfs als eerste gebed. De uitgave van 1897 drukt eerst een ander, officieel gebed. Ook het kerkboek van 1774 heeft dat gebed, als tweede. Het staat nog niet op deze site.

Leert het gebed voor kranken dat ziekte een straf is?

Het gebed belijdt dat wij deze straf en nog veel meer verdiend hebben. Het ziet lijden in verband met de zonde van de mens. Toch leert de Bijbel niet dat elke ziekte straf is voor een bepaalde zonde; Christus wijst dat in Johannes 9:3 af. Het gebed spreekt vooral over kastijding: vaderlijke tucht van God, Die kastijdt wie Hij liefheeft.

Waarom staat de geloofsbelijdenis in het gebed voor kranke mensen?

Het gebed vraagt God ons te sterken in het rechte geloof, en belijdt dat geloof daarna met de twaalf artikelen. Wie ziek of aangevochten is, kan aan veel gaan twijfelen. Dan geeft het houvast om uit te spreken wat God beloofd heeft. Dat loopt uit op de vergeving der zonden, de wederopstanding des vleses en een eeuwig leven.

Wat betekent 'Kastijd ons liever hier' in het gebed voor kranken?

Kastijden betekent tuchtigen, zoals een vader zijn kind corrigeert. De bidder vraagt liever nu te lijden onder Gods vaderlijke tucht dan later met de wereld verloren te gaan. Achter deze bede staat Hebreeën 12:6: de Heere kastijdt wie Hij liefheeft. Het lijden wordt zo gezien als iets wat God ten goede wil gebruiken.

Kunt u het gebed voor kranken bidden voor iemand anders?

Het gebed is geschreven in de wij-vorm, alsof de zieken zelf bidden. Wie voor een ander bidt, kan het samen met de zieke lezen, of de beden in eigen woorden voor die persoon overnemen. Jakobus 5:14-15 laat zien dat het gebed voor zieken ook een taak van de gemeente is. Bent u zelf ziek of aangevochten, dan mag u dit gebed als uw eigen gebed bidden. U kunt ook, zoals Jakobus 5 zegt, de ouderlingen vragen om met u te bidden.

Over deze tekst

Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.

Bronnen

Waar wij afwijken van de kopieerbron

Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.

  • Onze Vader. Hier: ‘Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen.’. Kopieerbron: ‘Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.’. De uitgave 1897 heeft "Amen" na het Onze Vader, niet na de geloofsbelijdenis.
  • Slot. Hier: ‘’. Kopieerbron: ‘Amen.’. Het slot-Amen van GBS staat in geen getuige; zie het Onze Vader.
  • Aanhef. Hier: ‘Die al onze zwakheid op Zich genomen heeft’. Kopieerbron: ‘Die al onze zwakheden op Zich genomen heeft’. Beide getuigen: enkelvoud.

Kantnoten en opmerkingen

  • Dit is het gebed dat in bijna alle uitgaven staat. Volgens een noot in de uitgave 1897 is het niet het gebed van de officiële tekst, maar staat het al in de oudste uitgaven van de zestiende eeuw. 1897 drukt eerst een ander (officieel) gebed voor kranken met een liturgische aanwijzing, en dit gebed daarna tussen vierkante haken. Het kerkboek van 1774 heeft dat officiële gebed ook, als tweede gebed ("Ofte aldus"). De kopieerbron neemt het niet op; het staat hier (nog) niet.