Het gebed na het eten uit het kerkboek: tekst en uitleg
In het kort
Het gebed na het eten uit het kerkboek is een dankgebed voor de maaltijd en voor alle weldaden van God. Het opent met Deuteronomium 8, dankt vooral voor de wedergeboorte, ziet uit naar de komst van Christus en eindigt met Psalm 106.
Danken na het eten is een gewoonte die al in de wet van Mozes staat. Wie gegeten heeft en verzadigd is, moet de HEERE loven voor het goede land dat Hij gaf. Het gebed na het eten uit het kerkboek begint met precies die opdracht. Daarna dankt het niet alleen voor het eten, maar voor alle weldaden, en het meest voor de hoop op een beter leven.
Op deze pagina staat de volledige tekst in vijf delen, met uitleg en Bijbelteksten uit de Statenvertaling. Zoekt u een dankgebed na de maaltijd in hedendaagse woorden, dan vindt u dat onder de gebeden op deze site.
Deel 1
De opening met Deuteronomium 8
Alzo spreekt de HEERE in het vijfde boek van Mozes, Deut. 8:10, 11:
Als gij dan zult gegeten hebben en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE uw God loven over dat goede land dat Hij u zal hebben gegeven.
Wacht u, dat gij den HEERE uw God niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden en Zijn rechten en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede.
Uitleg
Het gebed opent met twee verzen uit het vijfde boek van Mozes. Israël stond op het punt het beloofde land binnen te gaan. Mozes zei: als u gegeten hebt en verzadigd bent, loof dan de HEERE voor het goede land dat Hij u gegeven heeft. Verzadigd zijn is: genoeg gegeten hebben.
Het tweede vers is een waarschuwing: 'Wacht u, dat gij den HEERE uw God niet vergeet'. Juist als het goed gaat, dreigt het gevaar dat de mens de Gever vergeet. Wie verzadigd is, voelt zich niet meer afhankelijk. Daarom begint het dankgebed met de oproep om Gods geboden, rechten en inzettingen te blijven houden.
De bidder hoort hier dus eerst Gods Woord, voordat hij zelf spreekt. Danken is in dit gebed geen beleefdheid, maar gehoorzaamheid aan een gebod.
Uit de Bijbel
“Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven. Wacht u, dat gij den HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede;”
Dit zijn de twee verzen waarmee het gebed na het eten opent.
“Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;”
David roept zijn ziel op de HEERE te loven en geen van Zijn weldaden te vergeten, dezelfde gedachte als in Deuteronomium 8.
Deel 2
Dank voor alle weldaden en de wedergeboorte
Heere God, hemelse Vader, wij danken U voor al Uw weldaden, die wij zonder ophouden van Uw milde hand ontvangen; dat het Uw Goddelijke wil is ons te onderhouden in dit tijdelijke leven, en ons te verzorgen met al onze nooddruft; maar inzonderheid dat Gij ons wedergeboren hebt tot de hoop van een beter leven, hetwelk Gij ons geopenbaard hebt door Uw Heilig Evangelie.
Uitleg
Het eigenlijke gebed begint met dank 'voor al Uw weldaden'. Weldaden zijn goede daden, gunsten. Die ontvangen wij 'zonder ophouden', elke dag opnieuw. Het gebed noemt eerst het tijdelijke: God wil ons onderhouden in dit leven en verzorgen 'met al onze nooddruft'. Nooddruft is alles wat wij nodig hebben om te leven.
Het woord inzonderheid maakt duidelijk wat zwaarder weegt. Inzonderheid betekent: vooral, in het bijzonder. Boven het brood staat de geestelijke weldaad: dat God ons 'wedergeboren hebt tot de hoop van een beter leven'. Petrus gebruikt bijna dezelfde woorden: God heeft ons wedergeboren tot een levende hoop. Die hoop is volgens het gebed geopenbaard door het heilig Evangelie.
Zo leert dit deel dat dank voor het eten niet los staat van de grootste gave: het nieuwe leven dat God door Zijn Evangelie schenkt.
Uit de Bijbel
“Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.”
Petrus looft God, Die ons wedergeboren heeft tot een levende hoop, bijna de woorden van het gebed.
“Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.”
Paulus roept op God in alles te danken, ook voor het gewone dagelijkse brood.
Deel 3
Een bede om een hart dat opwaarts ziet
Wij bidden U, barmhartige God en Vader, dat Gij niet toelaat dat onze harten hier in deze aardse en vergankelijke dingen zouden geworteld zijn; maar dat wij altijd mogen opwaarts zien ten hemel, verwachtende onzen Zaligmaker Jezus Christus, totdat Hij op de wolken verschijnen zal tot onze verlossing.
Uitleg
Na de dank volgt een bede. Het gebed vraagt dat onze harten niet 'in deze aardse en vergankelijke dingen zouden geworteld zijn'. Geworteld zijn betekent: vastgegroeid, zoals een plant in de grond. Wie net gegeten heeft, voelt zich tevreden. Juist dan kan het hart zich hechten aan wat voorbijgaat.
Daartegenover staat de bede 'dat wij altijd mogen opwaarts zien ten hemel'. Opwaarts is: naar boven. Paulus roept op de dingen te bedenken die boven zijn, waar Christus is. Het gebed noemt ook waar het oog op gericht is: op 'onzen Zaligmaker Jezus Christus', Die verwacht wordt.
De bede eindigt bij de wederkomst: 'totdat Hij op de wolken verschijnen zal tot onze verlossing'. Zo wordt een gewone maaltijd verbonden met de grote toekomst van Gods kinderen. Het eten van vandaag is voorlopig; de verlossing komt nog.
Uit de Bijbel
“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.”
Paulus roept op de dingen te zoeken en te bedenken die boven zijn, waar Christus is.
“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;”
Onze wandel is in de hemelen, waaruit wij de Zaligmaker verwachten, zoals het gebed Hem verwacht.
“Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.”
De engelen zeggen dat Jezus zal komen zoals Hij ten hemel voer, de wederkomst waar het gebed naar uitziet.
Deel 4
Het Onze Vader na de maaltijd
Onze Vader, Die in den hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.
Amen.
Uitleg
Ook dit gebed gaat over in het Onze Vader. Na de maaltijd klinkt de bede om het dagelijks brood als dank: wat gevraagd werd, is gegeven. De tweede bede, 'Uw Koninkrijk kome', sluit aan bij de verwachting van Christus waarmee het vorige deel eindigde.
De Heidelbergse Catechismus noemt het gebed in zondag 45 het voornaamste deel van de dankbaarheid die God van ons eist. Zo hoort het Onze Vader na het eten bij de dankzegging zelf.
Uit de Bijbel
“Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde.”
De bede om de komst van Gods Koninkrijk, die na de maaltijd aansluit bij het uitzien naar Christus.
Deel 5
Het slot met Psalm 106
Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid (Ps. 106:1).
Uitleg
Het gebed sluit met een lofprijzing uit Psalm 106: 'Looft den HEERE, want Hij is goed'. Gods goedertierenheid is in der eeuwigheid. Goedertierenheid is Gods trouwe goedheid en genade. Het laatste woord is dus niet aan de mens, maar aan Gods eeuwige trouw.
Volgens een noot in de uitgave van 1897 staat deze slotregel in de officiële tekst. In de redactie van de zestiende eeuw kwam hij nog niet voor. In bijna alle latere uitgaven werd hij weggelaten. Daarom ontbreekt hij in veel oudere kerkboeken. De verwijzing tussen haakjes is een toevoeging van latere uitgaven; volgens dezelfde noot noemt de officiële tekst geen vindplaats.
Uit de Bijbel
“Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.”
Dit is de lofprijzing waarmee het gebed eindigt.
Veelgestelde vragen
Waarom wordt er na het eten ook gebeden?
In Deuteronomium 8:10 zegt God dat Israël Hem moet loven als het gegeten heeft en verzadigd is. Daarom begint het gebed na het eten met die verzen. Vooraf wordt om zegen gevraagd, achteraf wordt gedankt. Zo staat de maaltijd tussen gebed en dank in, en wordt de Gever niet vergeten zodra de honger gestild is.
Wat betekent nooddruft in het gebed na het eten?
Nooddruft is een oud woord voor alles wat een mens nodig heeft om te leven: voedsel, kleding, onderdak en gezondheid. Het gebed dankt God dat Hij ons in dit tijdelijke leven met al onze nooddruft verzorgt. Dezelfde woorden gebruikt de Catechismus in zondag 50 bij de bede om het dagelijks brood.
Wat betekent 'opwaarts zien ten hemel' in het gebed na het eten?
Opwaarts betekent naar boven. Het gebed vraagt dat ons hart niet vastgroeit aan aardse en vergankelijke dingen, maar gericht blijft op de hemel. Daar is Christus, en vandaar wordt Hij verwacht. Paulus zegt in Kolossenzen 3:1-2 hetzelfde: bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Waarom eindigt het gebed na het eten met Psalm 106?
De slotregel uit Psalm 106:1 loopt uit op lof: de HEERE is goed en Zijn goedertierenheid is eeuwig. Volgens een noot in de uitgave van 1897 hoort deze regel bij de officiële tekst. In de redactie van de zestiende eeuw stond hij nog niet. In bijna alle latere uitgaven werd hij weggelaten, zodat niet ieder kerkboek hem heeft.
Wat is het verschil tussen het gebed vóór en na het eten uit het kerkboek?
Het gebed vóór het eten vraagt God de maaltijd te zegenen en ons te leren Zijn gaven matig en heilig te gebruiken. Het eindigt met een waarschuwing uit Lukas 21. Het gebed na het eten dankt voor alle weldaden, vooral voor de wedergeboorte, en ziet uit naar de komst van Christus. Beide bevatten het Onze Vader.
Over deze tekst
Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.
Bronnen
- GBS Bijbel Online, De formulieren voor kerkelijke handelingen / Christelijke gebeden (Gereformeerde Bijbelstichting) (kopieerbron (spelling en tekst))
- De berijmde Psalmen (...) in gebruik bij de Gereformeerde Kerken in Nederland; alsmede hare Formulieren van Eenigheid (...) en hare Liturgie, naar den door die kerken vastgestelden tekst, onder medewerking van H. Bavinck en A. Kuyper, Middelharnis: Flakkeesche Boekdrukkerij, 1897 (scan Princeton Theological Seminary, archive.org) (controle, publiek domein (officiële Dordtse tekst))
- Het boek der psalmen, nevens de gezangen bij de Hervormde Kerk van Nederland in gebruik (...) mitsgaders de christelijke catechismus, formulieren en gebeden der Gereformeerde Kerken, Haarlem: Joh. Enschedé en Zonen, 1774 (DBNL, digitale uitgave van de vier kerkboeken) (controle, publiek domein (gangbare redactie, oude spelling))
Waar wij afwijken van de kopieerbron
Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.
- Deuteronomium 8:10. Hier: ‘zo zult gij den HEERE uw God loven’. Kopieerbron: ‘zo zult gij den Heere uw God loven’. Beide getuigen en de SV: "HEERE".
- Deuteronomium 8:11. Hier: ‘die ik u heden gebiede.’. Kopieerbron: ‘die ik u heden gebied.’. Officiële tekst (1897) en de SV.