Artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Van de voldoening van Christus, onzen enigen Hogepriester, voor ons
In het kort
Artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt Christus als de eeuwige Hogepriester Die Zichzelf voor ons offerde. Met Zijn ene offer aan het kruis heeft Hij naar lichaam en ziel volkomen voldaan. Daarom hoeft niemand een ander middel te zoeken om met God verzoend te worden.
De tekst van NGB 21
Wij geloven, dat Jezus Christus een eeuwige Hogepriester is, met ede, naar de ordening van Melchizédek, en Zichzelf in onzen naam voor Zijn Vader gesteld heeft, om Zijn toorn te stillen met volle genoegdoening, Zichzelf opofferende aan het hout des kruises, en vergietende Zijn dierbaar bloed tot reiniging onzer zonden, gelijk de profeten hadden voorzegd. Want er is geschreven, Jes. 53:5, 7, 12, dat de straf die ons den vrede aanbrengt, op den Zone Gods was, en dat door Zijn striemen ons genezing is geworden. Hij ter slachting geleid is als een lam; met de misdadigen gerekend; en als een kwaaddoener veroordeeld door Pontius Pilatus, hoewel hij Hem onschuldig verklaard had.
Zo heeft Hij dan wedergegeven, wat Hij niet geroofd had, en heeft geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen; Ps. 69:5, 1 Petr. 3:18, en dat zowel in Zijn lichaam als in Zijn ziel, gevoelende de schrikkelijke straf, die onze zonden verdiend hadden, zodat Zijn zweet werd gelijk druppelen bloeds, op de aarde aflopende; Hij heeft geroepen: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Math. 27:46 en heeft zulks alles geleden tot vergeving onzer zonden.
Daarom zeggen wij wel terecht met Paulus, 1 Kor. 2:2, Fil. 3:8, dat wij niet anders weten dan Christus en Dien gekruisigd; wij achten alle dingen voor drek, om de uitnemendheid der kennis van onzen Heere Jezus Christus; wij vinden allerlei vertroosting in Zijn wonden, en hebben niet van node enig ander middel te zoeken, of te versieren om ons met God te verzoenen, dan alleen deze enige offerande, eenmaal geschied, door welke de gelovigen in eeuwigheid volmaakt worden, Hebr. 10:10, 14. Dit is ook de oorzaak, waarom Hij door den engel Gods genaamd is Jezus, dat is Zaligmaker, vermits Hij Zijn volk zou zalig maken van hun zonden, Math. 1:21
Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.
Hoe kan een schuldig mens weer met God verzoend worden? Artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis antwoordt met het woord voldoening. Christus is als Hogepriester voor ons ingetreden en heeft betaald wat wij schuldig waren.
Voldoening betekent: doen wat genoeg is. Gods recht eist dat de zonde gestraft wordt. Een voldoening geeft God ten volle wat Zijn recht vraagt. Het artikel zegt dat Christus dit deed 'met volle genoegdoening'. Er bleef niets open voor de zondaar om zelf aan te vullen.
Een eeuwige Hogepriester met een eed
Het artikel begint bij het ambt van Christus. Hij is 'een eeuwige Hogepriester', aangesteld 'met ede', dat is: met een eed. In Psalm 110 staat: "De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen". God Zelf heeft Christus in dit ambt gesteld en komt daar nooit op terug.
Hij is Priester naar de ordening van Melchizedek, de koning van Salem en priester van God de Allerhoogste in de tijd van Abraham. Melchizedek kwam niet uit het geslacht van Levi. De priesters uit Levi stierven en moesten elkaar opvolgen, legt de Brief aan de Hebreeën uit. Christus blijft in eeuwigheid en heeft geen opvolger.
De catechismus noemt Hem in zondag 12 onzen enigen Hogepriester, Die ons "met de enige offerande Zijns lichaams verlost heeft". Er is één Priester, en er is één offer.
In onze naam voor God gesteld
Christus heeft 'Zichzelf in onzen naam voor Zijn Vader gesteld'. Hij stond daar als plaatsvervanger, op de plaats van schuldige mensen. Het doel was 'om Zijn toorn te stillen'. Gods toorn is Zijn heilige afkeer van de zonde. Stillen betekent hier: tot rust brengen, omdat de straf gedragen is.
Hij deed dat door 'Zichzelf opofferende aan het hout des kruises'. Deze Hogepriester offerde geen dier, maar Zichzelf. Zo is Hij Priester en offer tegelijk. Hebreeën 7 zegt: "dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft". Zijn bloed werd vergoten 'tot reiniging onzer zonden'.
Dit alles gebeurde 'gelijk de profeten hadden voorzegd'. In Jesaja 53 staat: "de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem". Ook staat er: "door Zijn striemen is ons genezing geworden". Striemen zijn de wonden van een geseling. Wat ons vrede met God geeft, kwam als straf op Hem.
Onschuldig veroordeeld
Het artikel noemt nog meer uit Jesaja. Christus is als een lam ter slachting geleid en 'met de misdadigen gerekend'. Hij is 'als een kwaaddoener veroordeeld door Pontius Pilatus', hoewel deze Hem onschuldig had verklaard. Zondag 15 van de catechismus legt uit waarom dat ertoe doet. De Onschuldige onderging het vonnis van een wereldlijke rechter, opdat de schuldigen bevrijd zouden worden van het strenge oordeel van God.
Lijden naar lichaam en ziel
Met een woord uit Psalm 69 zegt het artikel dat Christus heeft 'wedergegeven, wat Hij niet geroofd had'. Wedergeven is teruggeven. Een dief moet teruggeven wat hij gestolen heeft. Christus had niets gestolen, maar Hij betaalde de schuld van anderen. Met Petrus zegt het artikel dat Hij leed, 'Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen'.
Dat lijden ging 'zowel in Zijn lichaam als in Zijn ziel'. Christus droeg niet alleen lichamelijke pijn. Hij voelde 'de schrikkelijke straf, die onze zonden verdiend hadden'. Op de Olijfberg werd Zijn zweet 'gelijk druppelen bloeds'. Aan het kruis klonk Zijn roep 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten'.
Het artikel besluit dit deel met de woorden dat Hij 'zulks alles geleden' heeft 'tot vergeving onzer zonden'. Zulks betekent: dit. Zondag 16 van de catechismus zegt dat Christus vooral aan het kruis in helse benauwdheid gezonken was. Daaruit mag de gelovige troost putten in zijn zwaarste aanvechtingen.
Geen ander middel nodig
Het laatste deel trekt de conclusie. Met Paulus zegt de kerk dat wij 'niet anders weten dan Christus en Dien gekruisigd'. Wij 'achten alle dingen voor drek'. Drek is afval. Afkomst, verdienste of vroomheid wegen niets naast de kennis van Christus.
Daarom zegt het artikel dat wij 'niet van node' hebben 'enig ander middel te zoeken, of te versieren'. Van node hebben is nodig hebben, en versieren betekent hier verzinnen. Een mens hoeft geen eigen weg tot verzoening te bedenken, en mag dat ook niet. Er is 'deze enige offerande, eenmaal geschied'. Hebreeën 10 zegt: "met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden".
Hier ligt de troost van dit artikel. Wie zijn zonden kent, mag 'allerlei vertroosting in Zijn wonden' vinden. Het artikel eindigt bij de naam Jezus, 'dat is Zaligmaker'. De engel gaf die naam, "want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden". Wie op Hem vertrouwt, hoeft niets aan Zijn offer toe te voegen.
Bijbelse onderbouwing
“De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.”
God heeft met een eed bevestigd dat de Messias voor eeuwig Priester is naar de ordening van Melchizedek, en Hij komt daar nooit op terug.
“Dien het niet allen dag nodig was, gelijk den hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des volks; want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft.”
Anders dan de priesters onder de wet hoefde Christus niet dagelijks te offeren, want Hij heeft Zichzelf eenmaal voor de zonden geofferd.
“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.”
De profeet zag lang tevoren dat de Knecht van de HEERE om onze overtredingen verwond zou worden, en het artikel haalt dit vers zelf aan.
“Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Die wel is gedood in het vlees, maar levend gemaakt door den Geest;”
Het artikel haalt dit woord aan: de Rechtvaardige leed voor de onrechtvaardigen, om ons tot God te brengen.
“Want met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.”
Door één offer heeft Christus de geheiligden voor altijd volmaakt, zodat er geen ander middel tot verzoening meer nodig is.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
In de zestiende eeuw stond het offer van Christus midden in de strijd van de Reformatie. De Roomse kerk leerde dat in de mis het offer van Christus op onbloedige wijze aan God wordt opgedragen, voor levenden en doden. Zij bedoelde daarmee geen nieuw offer naast het kruis, maar hetzelfde offer dat in de mis tegenwoordig wordt gesteld. Daarnaast moest de gelovige volgens haar leer voor tijdelijke straffen nog genoegdoen, door boetewerken in dit leven of in het vagevuur. Aflaten konden die straffen verkorten.
De Reformatoren zagen daarin een aantasting van het ene offer van Golgotha. Artikel 21 legt daarom de nadruk op het woord eenmaal en op de volle genoegdoening. Het noemt geen tegenstanders bij name. Toch is de afwijzing duidelijk: naast Christus is geen ander middel tot verzoening nodig.
Om over door te praten
- Wat betekent het woord voldoening, en waarom spreekt het artikel juist van een volle genoegdoening?
- Waarom is het van belang dat Christus tegelijk de Hogepriester en het offer is?
- Wat zegt het over de ernst van de zonde dat Christus naar lichaam en ziel moest lijden?
- Welke dingen bent u geneigd naast Christus te stellen om voor God te kunnen bestaan?
- Hoe kan de belijdenis dat er allerlei vertroosting in Zijn wonden is, u helpen wanneer uw zonden u bezwaren?