Ga naar hoofdinhoud

Het morgengebed uit het kerkboek: tekst en uitleg

In het kort

Het morgengebed is een van de huisgebeden die naast de formulieren in het kerkboek staan. Het dankt God voor de bewaring in de nacht en vraagt om Zijn Geest voor de nieuwe dag. Het sluit af met het Onze Vader en de tien geboden.

In het kerkboek staan naast de formulieren ook enkele christelijke gebeden. Het morgengebed is er een van. Het is bedoeld voor het begin van de dag, thuis of met het gezin, en spreekt daarom in de wij-vorm. Op deze pagina leest u de volledige tekst, opgedeeld in vijf delen. Bij elk deel staan een korte uitleg, de betekenis van oude woorden en enkele Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Zoekt u een morgengebed in hedendaagse woorden, dan vindt u dat onder de gebeden op deze site. Deze pagina gaat over de oude tekst zelf: wat hij vraagt en waar de beden in de Bijbel op rusten. Onderaan staat hoe de tekst is nagelezen.

Deel 1

Dank voor de nacht en een bede voor de dag

O barmhartige Vader, wij danken U dat Gij dezen nacht zo getrouwelijk voor ons gewaakt hebt, en bidden U dat Gij ons wilt sterken met Uw Heiligen Geest, Die ons voortaan geleide; dat wij dezen dag (mitsgaders al de dagen onzes levens) mogen besteden tot alle gerechtigheid en heiligheid; en wat wij in handen nemen, dat onze ogen altijd zien om Uw eer te verbreiden, alzo, dat wij al den voorspoed onzes voornemens van Uw milde hand alleen verwachten. En opdat wij zulke genade van U verkrijgen, wil ons (naar Uw belofte) vergeven al onze zonden, om het heilig lijden en bloedvergieten van onzen Heere Jezus Christus; want zij zijn ons van harte leed. Verlicht ook onze harten, opdat wij, alle werken der duisternis afgelegd hebbende, als kinderen des lichts in een nieuw leven mogen wandelen in alle godzaligheid.

Uitleg

Het gebed opent met dank. God heeft 'dezen nacht zo getrouwelijk voor ons gewaakt'. Getrouwelijk betekent: trouw, zonder ophouden. Wie sliep, kon niet over zichzelf waken; de Heere deed het. Direct daarna volgt de eerste bede: dat God ons wil sterken met Zijn Heiligen Geest, 'Die ons voortaan geleide'. Geleiden is leiden en begeleiden. Het gebed rekent er niet op dat de dag vanzelf goed gaat.

De dag moet besteed worden 'tot alle gerechtigheid en heiligheid'. Tussen haakjes staat erbij: 'mitsgaders al de dagen onzes levens'. Mitsgaders is een oud woord voor: en ook, samen met. Het gebed vraagt dus niet alleen om deze ene dag, maar om het hele leven. Bij al ons werk moeten onze ogen gericht zijn op Gods eer. Ook de voorspoed van wat wij ons voornemen, verwachten wij 'van Uw milde hand alleen'.

Dan komt de schuld ter sprake. Om zulke genade te ontvangen, vraagt het gebed om vergeving. Die grond is 'het heilig lijden en bloedvergieten van onzen Heere Jezus Christus'. De woorden 'want zij zijn ons van harte leed' tonen oprecht berouw. Het deel sluit met een beeld uit Romeinen 13 en Efeze 5. Wij leggen de werken der duisternis af en wandelen als kinderen des lichts.

Uit de Bijbel

  • Psalm 3:6

    “Ik lag neder en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij.”

    David ontwaakte omdat de HEERE Zelf hem in de nacht ondersteunde, zoals het gebed dankt voor Gods trouwe wacht.

  • Lukas 1:74-75

    “Dat wij, verlost zijnde uit de hand onzer vijanden, Hem dienen zouden zonder vreze. In heiligheid en gerechtigheid voor Hem, al de dagen onzes levens.”

    Zacharias spreekt over God dienen in heiligheid en gerechtigheid al de dagen onzes levens, bijna dezelfde woorden als het gebed.

  • Romeinen 13:12

    “De nacht is voorbijgegaan, en de dag is nabij gekomen. Laat ons dan afleggen de werken der duisternis, en aandoen de wapenen des lichts.”

    Paulus roept op de werken der duisternis af te leggen, het beeld waarmee dit deel eindigt.

  • Efeze 5:8

    “Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts.”

    Hier staat de uitdrukking kinderen des lichts, die het gebed overneemt voor wie in een nieuw leven wil wandelen.

Deel 2

Voorbede voor kerk, overheid en vervolgden

Geef ook Uw zegen tot de verkondiging van Uw Goddelijk Woord. Verstoor alle werken des duivels. Sterk alle getrouwe kerkendienaars en overheden Uws volks. Troost alle vervolgde en benauwde harten, door Jezus Christus, Uw lieven Zoon, Die ons beloofd heeft dat Gij ons alles wat wij U in Zijn Naam bidden, zekerlijk geven zult, en daarom ons alzo heeft bevolen te bidden:

Uitleg

Het gebed kijkt verder dan het eigen huis. Het vraagt Gods zegen over 'de verkondiging van Uw Goddelijk Woord'. Daarna volgt een korte, krachtige bede: 'Verstoor alle werken des duivels'. Verstoren betekent hier: afbreken, tenietdoen. Johannes schrijft dat de Zoon van God juist daartoe geopenbaard is.

Vervolgens bidt het voor 'alle getrouwe kerkendienaars en overheden Uws volks'. Kerkendienaars zijn de dienaren van de kerk, zoals predikanten. Volgens een noot in de uitgave van 1897 hebben de revisoren die de Dordtse synode aanstelde, het woord 'getrouwe' hier uitdrukkelijk toegevoegd. Latere uitgevers zagen dat over het hoofd, zodat het in de gangbare tekst weer wegviel. In de tekst op deze pagina staat het wel.

Ten slotte bidt het voor 'alle vervolgde en benauwde harten'. Benauwd betekent: in nood, in het nauw gebracht. Al deze beden worden gedaan door Jezus Christus. Hij heeft beloofd dat de Vader zeker zal geven wat wij in Zijn Naam bidden. Daarom gaat het gebed over in de woorden die Hij Zelf ons leerde.

Uit de Bijbel

  • 1 Johannes 3:8

    “Die de zonde doet, is uit den duivel; want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.”

    De Zoon van God is geopenbaard om de werken des duivels te verbreken, de grond onder de bede om ze te verstoren.

  • 1 Timotheüs 2:1-2

    “Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen; Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.”

    Paulus vraagt om gebeden voor alle mensen en voor wie in hoogheid zijn, zoals het gebed ook voor de overheden bidt.

  • Johannes 16:23

    “En in dien dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, dat zal Hij u geven.”

    Christus belooft dat de Vader geeft wat in Zijn Naam gebeden wordt, de belofte die het gebed vlak voor het Onze Vader noemt.

Deel 3

Het Onze Vader aan het begin van de dag

Onze Vader, Die in de hemelen zijt,

Uw Naam worde geheiligd.

Uw Koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen.

Uitleg

Net als de andere huisgebeden uit het kerkboek gaat het morgengebed over in het Onze Vader. De woorden ervoor geven de reden. Christus beloofde dat de Vader geeft wat wij in Zijn Naam bidden, 'en daarom ons alzo heeft bevolen te bidden'. In de morgen krijgen sommige beden een eigen klank. 'Geef ons heden ons dagelijks brood' vraagt om wat deze dag nodig is, niet om een voorraad voor jaren. 'Uw wil geschiede' sluit aan bij de bede om de dag te besteden tot Gods eer.

De Heidelbergse Catechismus legt het Onze Vader uit in de zondagen 46 tot en met 52. Bij de vierde bede zegt hij dat wij ons vertrouwen van alle schepselen aftrekken en alleen op God stellen. Dat past bij een gebed dat de voorspoed van de dag alleen van Gods hand verwacht.

Het Onze Vader eindigt met de lofprijzing: 'Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid'. Het Amen staat in deze tekst direct daarna. Volgens de uitgave van 1897 hoort het daar, en niet aan het eind van de tien geboden.

Uit de Bijbel

  • Mattheüs 6:9-13

    “Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.”

    Dit is het gebed dat Christus Zijn discipelen leerde, en dat het morgengebed woord voor woord overneemt.

  • Psalm 90:14

    “Verzadig ons in den morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen.”

    Mozes vraagt in de morgenstond om Gods goedertierenheid voor al onze dagen, zoals dit gebed de dag en het leven aan God opdraagt.

Deel 4

De bede om Gods wet en de eerste tafel

Verleen ons ook Uw genade dat wij naar Uw wil mogen leven, welken Gij ons in Uw wet geopenbaard hebt en in deze tien geboden begrepen:

Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit den diensthuize, uitgeleid heb.

Het eerste gebod

Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

Het tweede gebod

Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen dat boven in den hemel is, noch van hetgeen dat onder op de aarde is, noch van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen die Mij haten; en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden.

Het derde gebod

Gij zult den Naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden die Zijn Naam ijdellijk gebruikt.

Het vierde gebod

Gedenk des sabbatdags, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is; want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee, en alles wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven.

Uitleg

Na het Onze Vader volgt een bede die de andere huisgebeden niet hebben: 'Verleen ons ook Uw genade dat wij naar Uw wil mogen leven'. Gods wil is niet onbekend. Hij heeft hem 'in Uw wet geopenbaard' en 'in deze tien geboden begrepen'. Begrepen betekent hier: samengevat, vervat. Daarna volgen de tien geboden in de woorden van Exodus 20.

Volgens een noot in de uitgave van 1897 stond deze bede met de tien geboden al in de redactie van de zestiende eeuw. In de officiële tekst bleef zij behouden. In de gangbare uitgaven werd zij al lang weggelaten. Daarom ontbreekt zij bijvoorbeeld in het kerkboek van 1774.

De wet begint niet met een eis, maar met Gods Naam en Zijn daden: 'Ik ben de HEERE uw God'. Hij heeft Israël bevrijd uit het diensthuis, het huis van de slavernij. De Heidelbergse Catechismus deelt de geboden in zondag 34 in twee tafelen. De eerste vier leren hoe wij ons tegenover God moeten gedragen. Het gaat om geen andere goden, geen gesneden beeld, Zijn Naam niet ijdellijk gebruiken en de sabbat heiligen.

IJdellijk betekent: lichtvaardig, zonder eerbied. Een ijverig God is een God Die Zijn eer niet met afgoden deelt. Wie deze geboden in de morgen bidt, legt de nieuwe dag onder Gods gezag. Het gebed vraagt niet om kracht om ze uit zichzelf te houden, maar om genade.

Uit de Bijbel

  • Exodus 20:2-3

    “Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.”

    Hier begint de wet met Gods verlossing uit Egypte en het eerste gebod, zoals het morgengebed ze aanhaalt.

  • Psalm 119:33

    “HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.”

    De dichter bidt of de HEERE Zijn inzettingen wil leren, een bede die past bij genade om naar Gods wil te leven.

Deel 5

De tweede tafel: liefde tot de naaste

Het vijfde gebod

Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de HEERE uw God geeft.

Het zesde gebod

Gij zult niet doodslaan.

Het zevende gebod

Gij zult niet echtbreken.

Het achtste gebod

Gij zult niet stelen.

Het negende gebod

Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

Het tiende gebod

Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets dat uws naasten is.

Uitleg

De laatste zes geboden gaan over de naaste. Het vijfde gebod vraagt eer voor vader en moeder en heeft een belofte: 'opdat uw dagen verlengd worden'. Daarna volgen vier korte verboden: niet doodslaan, niet echtbreken, niet stelen en geen valse getuigenis spreken. Echtbreken betekent: de huwelijkstrouw breken.

Het tiende gebod gaat dieper dan daden. Het verbiedt begeren: in het hart verlangen naar wat van een ander is. Paulus vat de geboden over de naaste samen in één woord: de naaste liefhebben als uzelf. Zo laat het morgengebed zien dat een dag tot Gods eer ook een dag is van trouw, eerlijkheid en zorg voor anderen.

Het gebed eindigt hier zonder Amen. Dat is geen vergissing. In de officiële tekst staat het Amen na het Onze Vader. Het slot-Amen dat sommige uitgaven na de geboden hebben, staat in geen van de twee oude drukken die wij vergeleken.

Uit de Bijbel

  • Exodus 20:12

    “Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft.”

    Het vijfde gebod met de belofte van lange dagen, het begin van de tweede tafel.

  • Romeinen 13:9

    “Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis geven, gij zult niet begeren; en zo er enig ander gebod is, wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven.”

    Paulus vat de geboden over de naaste samen in het gebod de naaste lief te hebben als uzelf.

Veelgestelde vragen

Wat is het morgengebed uit het kerkboek?

Het morgengebed is een vast gebed voor het begin van de dag, dat met andere gebeden naast de formulieren in het kerkboek staat. Het dankt God voor de bewaring in de nacht en vraagt om Zijn Geest, vergeving en zegen. Daarna volgen een voorbede, het Onze Vader en een bede om naar Gods wet te leven, met de tien geboden.

Waarom staan de tien geboden in het morgengebed?

Het gebed vraagt God om genade om naar Zijn wil te leven. Die wil heeft Hij in Zijn wet bekendgemaakt en in de tien geboden samengevat. Daarom worden ze erbij gelezen. Zo begint de dag met Gods eigen woorden over hoe wij voor Hem en voor de naaste leven.

Hoort u elke morgen ook de tien geboden te lezen?

Het kerkboek schrijft geen vaste gezinspraktijk voor. Wel staat vast wat er in de tekst staat. De officiële tekst heeft na het Onze Vader de bede om naar Gods wet te leven, met de tien geboden. Volgens een noot in de uitgave van 1897 werd die bede in de gangbare uitgaven al lang weggelaten. Ook het kerkboek van 1774 heeft haar niet. Of een gezin de geboden elke morgen leest, verschilt dus per huis.

Wat betekent mitsgaders in het morgengebed?

Mitsgaders is een oud woord voor: en ook, samen met. Het gebed vraagt dat wij deze dag, en ook al de dagen van ons leven, mogen besteden tot gerechtigheid en heiligheid. De woorden staan tussen haakjes, maar zij horen bij de bede. Wie bidt voor één dag, legt zo ook het hele leven in Gods hand.

Voor wie bidt het morgengebed behalve voor het eigen gezin?

Het morgengebed bidt voor de verkondiging van Gods Woord, voor de getrouwe dienaren van de kerk en voor de overheden. Ook vraagt het God de werken van de duivel te verstoren en de vervolgden en benauwden te troosten. Zo kijkt het gebed bij het begin van de dag verder dan het eigen huis, zoals Paulus vraagt in 1 Timotheüs 2:1-2.

Kunt u het morgengebed uit het kerkboek thuis gebruiken?

Ja. Het gebed spreekt in de wij-vorm en past daardoor bij een gezin of bij persoonlijk gebed aan het begin van de dag. U kunt de tekst voorlezen, of de beden als leidraad gebruiken voor een gebed in eigen woorden. Zo leert het oude gebed waar een morgengebed over kan gaan: dank, vergeving, leiding, voorbede en een leven naar Gods geboden.

Over deze tekst

Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.

Bronnen

Waar wij afwijken van de kopieerbron

Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.

  • Onze Vader. Hier: ‘Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen.’. Kopieerbron: ‘Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.’. Officiële tekst: "Amen" na het Onze Vader, niet na de tien geboden.
  • Tien geboden. Hier: ‘uit den diensthuize, uitgeleid heb’. Kopieerbron: ‘uit het diensthuis, uitgeleid heb’. Officiële tekst (1897).
  • Tien geboden. Hier: ‘Gedenk des sabbatdags, dat gij dien heiligt’. Kopieerbron: ‘Gedenk den sabbatdag, dat gij dien heiligt’. Officiële tekst (1897).
  • Slot. Hier: ‘’. Kopieerbron: ‘Amen.’. Het slot-Amen van GBS staat in geen getuige; zie het Onze Vader.

Kantnoten en opmerkingen

  • De bede om naar Gods wet te leven met de tien geboden staat volgens een noot in de uitgave 1897 in de officiële tekst, maar is in de gangbare redactie (1774) weggelaten. De kopieerbron heeft haar wel.