Het korte gebed na de predicatie: tekst en uitleg
In het kort
Het korte gebed na de predicatie begint met de bede dat Gods Naam niet om onze zonden gelasterd wordt. Daarna bidt het voor dienaars, overheid en de verdrukte kerk, en het eindigt met Christus' belofte over het bidden in Zijn Naam.
Het kerkboek heeft twee gebeden na de preek: het lange gebed voor allen nood der Christenheid en dit korte formulier des gebeds na de predicatie. Het korte gebed bevat in kleine omvang veel van wat het lange uitvoerig zegt. Het belijdt schuld, bidt voor kerk en overheid en vraagt om geloof en geduld in tegenspoed. In de meeste oudere kerkboeken heet het een kort gebed na de predicatie in de week.
Opvallend is het begin. Het gebed vraagt niet eerst om iets voor de gemeente, maar om de eer van Gods Naam. Op deze pagina staat de volledige tekst in vier delen, met uitleg en Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Deel 1
Laat Uw heilige Naam niet gelasterd worden
Heere, almachtige God, laat Uw heilige Naam om onzer zonden wil niet gelasterd worden; want wij hebben op menigerlei wijze tegen U gezondigd, doordat wij Uw heilig Woord niet gehoorzaam zijn, zoals het betaamt, en met onwetendheid, ondankbaarheid, en murmureren Uw toorn dagelijks tegen ons verwekken; waarom Gij ons ook terecht straft.
Uitleg
De eerste bede is ongewoon: 'laat Uw heilige Naam om onzer zonden wil niet gelasterd worden'. Wie Gods Naam draagt en toch zondigt, geeft anderen reden om over God kwaad te spreken. Paulus zegt in Romeinen 2 dat Gods Naam om de zonden van Zijn volk onder de heidenen gelasterd wordt. Het gebed vraagt dat God dat voorkomt.
Daarna noemt het gebed de zonden die net na een preek zo zichtbaar zijn. Wij zijn Gods Woord niet gehoorzaam 'zoals het betaamt', dat wil zeggen: zoals het behoort. Het gebed noemt onwetendheid, ondankbaarheid en murmureren, dat is mopperen tegen God. Daarmee wekken wij dagelijks Zijn toorn op.
Het deel eindigt met een erkenning: 'waarom Gij ons ook terecht straft'. Het gebed noemt Gods straffen rechtvaardig, zonder te klagen over God.
Uit de Bijbel
“Want de Naam van God wordt om uwentwil gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven is.”
Paulus zegt dat de Naam van God om de zonden van Zijn volk onder de heidenen gelasterd wordt.
“En murmureert niet, gelijk ook sommigen van hen gemurmureerd hebben, en werden vernield van den verderver.”
Paulus waarschuwt tegen murmureren, een van de zonden die het gebed noemt.
“Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden.”
Ieder klage vanwege zijn zonden, net als het gebed dat Gods straf terecht noemt.
Deel 2
Om bekering, voor de dienaars en de overheid
Maar, o Heere, wees gedachtig Uwer grote barmhartigheid, en ontferm U onzer. Geef ons kennis en leedwezen onzer zonden, en betering onzes levens. Sterk de dienaars Uwer Kerk, opdat zij getrouwelijk en standvastelijk Uw heilig Woord mogen verkondigen; en de overheid Uws volks, opdat zij het wereldlijke zwaard met gerechtigheid en billijkheid mogen voeren. Bewaar ons ook tegen alle valsheid en ontrouw, verstoor alle boze en listige raadslagen die tegen Uw Woord en Kerk bedacht worden.
Uitleg
Met 'Maar, o Heere' keert het gebed zich naar Gods barmhartigheid. De gemeente vraagt kennis van haar zonden, leedwezen daarover en 'betering onzes levens'. Betering is verbetering: een leven dat werkelijk anders wordt.
Daarna bidt zij voor twee ambten. Voor de dienaars van de kerk, dat zij Gods Woord 'getrouwelijk en standvastelijk' verkondigen. Getrouw is: zonder af te wijken van wat God zegt. Standvastig is: volhoudend, ook als dat moeite kost. En voor de overheid, dat zij 'het wereldlijke zwaard met gerechtigheid en billijkheid' voert. Het zwaard staat voor de macht om recht te doen en te straffen. Billijkheid betekent redelijkheid en rechtvaardigheid in het oordeel.
Het deel sluit met een bede om bescherming tegen valsheid en ontrouw, en dat God listige plannen tegen Zijn Woord en Kerk verstoort.
De uitgave van 1897 heeft na de bede voor de overheid nog een korte bijzondere voorbede, met een open plek voor een naam. Volgens de noot daar kwam die in de tekst uit de zestiende eeuw nog niet voor en ontbreekt zij in de gangbare redactie. Ook hier staat zij niet.
Uit de Bijbel
“Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden.”
David doet een beroep op de grootheid van Gods barmhartigheden, zoals het gebed Gods grote barmhartigheid aanroept.
“Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.”
Paulus draagt Timotheüs op het Woord te prediken tijdig en ontijdig, de trouw en standvastigheid waarom het gebed vraagt.
“De HEERE vernietigt den raad der heidenen; Hij breekt de gedachten der volken.”
De HEERE vernietigt de raad der heidenen, waarop de bede om het verstoren van boze raadslagen rust.
Deel 3
Geest en Woord, de verdrukte kerk en de belofte
O Heere, onttrek ons niet Uw Geest en Uw Woord, maar geef ons vermeerdering des geloofs, en in alle kruis en tegenspoed lijdzaamheid en volstandigheid. Kom Uw Kerk te hulp, verlos haar van allen overlast, bespotting en tirannie. Sterk ook alle zwakke en bedroefde harten. En zend ons Uw vrede door Jezus Christus, onzen Heere, Die ons deze zekere belofte gegeven heeft, zeggende: Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, dat zal Hij u geven; en heeft ons bevolen alzo te bidden:
Uitleg
De bede 'onttrek ons niet Uw Geest en Uw Woord' noemt Geest en Woord samen, zoals in de verbondsbelofte van Jesaja 59. Het Woord zonder de Geest blijft buiten het hart; de Geest werkt niet los van het Woord. Daarom vraagt het gebed om beide.
Daarbij hoort de bede om 'vermeerdering des geloofs' en om lijdzaamheid en volstandigheid in kruis en tegenspoed. Lijdzaamheid is geduld in het lijden, volstandigheid is volharding. Ook voor de kerk wordt gebeden: dat God haar verlost van overlast, bespotting en tirannie, en dat Hij 'alle zwakke en bedroefde harten' sterkt.
Het slot geeft de grond van alle beden. Christus heeft ons 'deze zekere belofte' gegeven: wat wij de Vader in Zijn Naam bidden, zal Hij ons geven. Het gebed geeft die woorden uit Johannes 16 weer. Op die belofte vraagt de gemeente om Gods vrede.
Uit de Bijbel
“Mij aangaande, dit is Mijn Verbond met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op u is, en Mijn woorden, die Ik in uw mond gelegd heb, die zullen van uw mond niet wijken, noch van den mond van uw zaad, noch van den mond van het zaad uws zaads, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid toe.”
God belooft dat Zijn Geest en Zijn woorden niet van de mond van Zijn volk zullen wijken.
“Wetende, dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt. Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk, opdat gij moogt volmaakt zijn en geheel oprecht, in geen ding gebrekkelijk.”
De beproeving van het geloof werkt lijdzaamheid, het woord dat het gebed gebruikt voor geduld in tegenspoed.
“En in dien dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, dat zal Hij u geven.”
Dit is de belofte die het gebed aanhaalt: wat wij de Vader in Christus' Naam bidden, zal Hij geven.
“Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd.”
Christus geeft Zijn vrede aan de Zijnen, de vrede waarom het gebed vraagt.
Deel 4
Het slot: het Onze Vader op Christus' belofte
Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.
Amen.
Uitleg
Het Onze Vader volgt direct op de belofte van Christus. Hij heeft beloofd te geven wat in Zijn Naam gevraagd wordt, 'en heeft ons bevolen alzo te bidden'. Belofte en bevel staan zo naast elkaar.
De slotlof van het Onze Vader past bij het begin van dit gebed. Het gebed begon met de zorg dat Gods Naam gelasterd zou worden. Het eindigt met de belijdenis dat Hem het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid toekomen. Zo is het hele gebed omsloten door de eer van God.
Uit de Bijbel
“En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.”
De slotlof van het Onze Vader schrijft God het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid toe.
Veelgestelde vragen
Waarom begint het korte gebed na de predicatie met Gods Naam?
Het gebed vraagt eerst dat Gods heilige Naam niet om onze zonden gelasterd wordt. Wie zich naar God noemt en toch tegen Zijn Woord ingaat, geeft anderen reden om God te lasteren. Paulus zegt dat in Romeinen 2. Na de preek, als de gemeente Gods Woord gehoord heeft, is dat een passend begin: de eer van God gaat voor.
Wanneer wordt het korte gebed na de predicatie gebeden?
De officiële tekst noemt het een kort formulier des gebeds na de predicatie en schrijft geen moment voor. In de meeste oudere kerkboeken heet het een kort gebed na de predicatie in de week, dus na een doordeweekse preek. Volgens een noot in de uitgave van 1897 is die titel ten onrechte gegeven. Voor de zondag heeft het kerkboek het lange gebed voor allen nood der Christenheid.
Wat is het wereldlijke zwaard in het formuliergebed?
Het wereldlijke zwaard staat voor de macht van de overheid om recht te handhaven en kwaad te straffen. Paulus zegt in Romeinen 13 dat de overheid het zwaard niet tevergeefs draagt. Het gebed vraagt dat de overheid die macht met gerechtigheid en billijkheid gebruikt. De Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt in artikel 36 over dezelfde taak.
Welke belofte noemt het korte gebed na de predicatie?
Het gebed noemt de belofte van Christus uit Johannes 16: wat wij de Vader in Zijn Naam bidden, zal Hij ons geven. Het gebed haalt die woorden letterlijk aan, zoals ze ook in de Statenvertaling staan. Op die belofte rusten alle beden van het gebed, en daarop volgt het Onze Vader, dat Christus ook bevolen heeft te bidden.
Wat betekenen lijdzaamheid en volstandigheid?
Lijdzaamheid is geduld in het lijden: het dragen van moeite zonder tegen God in opstand te komen. Volstandigheid is volharding, standhouden tot het einde. Het gebed vraagt beide voor de gemeente in alle kruis en tegenspoed. Jakobus zegt dat de beproeving van het geloof lijdzaamheid werkt.
Heidelbergse Catechismus
Over deze tekst
Woordelijk: de klassieke tekst zoals vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619); elke lezing bezegeld door de uitgave 1897 (officiële tekst) of de gangbare redactie (1774). Spelling: de kerkboekspelling van de GBS-uitgave.
Bronnen
- GBS Bijbel Online, De formulieren voor kerkelijke handelingen / Christelijke gebeden (Gereformeerde Bijbelstichting) (kopieerbron (spelling en tekst))
- De berijmde Psalmen (...) in gebruik bij de Gereformeerde Kerken in Nederland; alsmede hare Formulieren van Eenigheid (...) en hare Liturgie, naar den door die kerken vastgestelden tekst, onder medewerking van H. Bavinck en A. Kuyper, Middelharnis: Flakkeesche Boekdrukkerij, 1897 (scan Princeton Theological Seminary, archive.org) (controle, publiek domein (officiële Dordtse tekst))
- Het boek der psalmen, nevens de gezangen bij de Hervormde Kerk van Nederland in gebruik (...) mitsgaders de christelijke catechismus, formulieren en gebeden der Gereformeerde Kerken, Haarlem: Joh. Enschedé en Zonen, 1774 (DBNL, digitale uitgave van de vier kerkboeken) (controle, publiek domein (gangbare redactie, oude spelling))
Waar wij afwijken van de kopieerbron
Elke lezing op deze pagina staat in minstens één druk van vóór 1900. Op deze plaatsen volgen wij daarom een oude druk.
- Voorbede. Hier: ‘alle zwakke en bedroefde harten’. Kopieerbron: ‘alle zwakke en beproefde harten’. Beide getuigen: "bedroefde".