Een krachtige bijbeltekst is zelden een tekst die aanspoort om je groot te houden. In vrijwel alle verzen hierboven ligt de kracht buiten de lezer: bij God. Dat verschil is te horen in 2 Korinthe 12:9, waar Paulus te horen krijgt dat Gods kracht juist in zwakheid volbracht wordt — niet ondanks, maar in. Wie dat eenmaal opmerkt, leest de andere teksten anders. “Wees sterk en heb goeden moed” (Jozua 1:9) is geen aansporing tot zelfvertrouwen; de grond staat in de tweede helft van het vers, waar God belooft mee te gaan.
Dat verklaart ook waarom deze verzen zo vaak terugkomen op kaarten en in berichten. Ze doen geen beroep op iemand die het al zwaar heeft, maar wijzen naar iets buiten die persoon om. Een tekst als “Ik sterk u, ook help Ik u” (Jesaja 41:10) legt geen opdracht neer, maar een toezegging — en dat maakt hem draagbaar op een dag waarop iemand niets meer kan opbrengen.
Zoekt u een tekst voor een specifieke situatie, dan helpt het om onderscheid te maken. Gaat het om iemand die moed nodig heeft om door te gaan, dan past een vers over kracht. Gaat het om verdriet dat nog vers is, dan is een woord van troost passender: dat vraagt niets en gaat naast iemand staan. En wie zelf woorden zoekt om iemand Gods kracht toe te wensen, hoeft geen lange tekst te schrijven — één vers met een enkele regel eromheen doet meer dan een uitgewerkte boodschap.