Ga naar hoofdinhoud

Artikel 30 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Van de regering der Kerk door kerkelijke ambten

In het kort

Artikel 30 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis leert hoe Christus Zijn kerk regeert. Hij doet dat door dienaren van het Woord, ouderlingen en diakenen, die samen de raad van de kerk vormen. Zo blijft de ware leer bewaard, worden overtreders vermaand en krijgen armen hulp en troost.

De tekst van NGB 30

Wij geloven, dat deze ware Kerk geregeerd moet worden naar de geestelijke politie, die ons onze Heere heeft geleerd in Zijn Woord; namelijk dat er dienaars of herders moet zijn, om Gods Woord te prediken en de sacramenten te bedienen; dat er ook opzieners en diakenen zijn, om met de herders te zijn als de raad der Kerk; en door dit middel de ware religie te onderhouden, en te maken dat de ware leer haar loop hebbe; dat ook de overtreders op geestelijke wijze gestraft worden en in den toom gehouden; opdat ook de armen en bedrukten geholpen en getroost worden, naar dat zij van node hebben.

Door dit middel zullen alle dingen in de Kerk wel en ordelijk toegaan, wanneer zulke personen verkoren worden, die getrouw zijn, en naar den regel, dien de heilige Paulus daarvan geeft in den brief aan Timotheüs.

Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.

Een gemeente kan niet zonder leiding. Maar wie heeft het gezag, en waar komt dat gezag vandaan? Artikel 30 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis gaat over de regering der kerk. Het volgt op artikel 29, dat de kenmerken van de ware kerk noemde. Nu legt de belijdenis uit hoe die kerk bestuurd wordt, door wie en met welk doel.

Geregeerd naar het Woord

Het artikel begint met 'deze ware Kerk'. Zij moet geregeerd worden 'naar de geestelijke politie, die ons onze Heere heeft geleerd in Zijn Woord'. Het oude woord politie betekent hier: bestuur of ordening. Geestelijk wil zeggen dat het niet om wereldlijke macht gaat. De kerk wordt bestuurd met het Woord, niet met geld of geweld.

De regering der kerk is dus geen menselijke uitvinding. De Heere heeft haar geleerd in Zijn Woord, en daaraan blijft de kerk gebonden. De ambtsdragers zijn geen heersers, maar dienaars van Christus. Paulus schrijft: "Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods". Hun gezag hangt dus helemaal van hun Zender af.

Dienaars of herders

Daarna noemt het artikel de ambten. Eerst zijn er 'dienaars of herders', om 'Gods Woord te prediken en de sacramenten te bedienen'. Een herder weidt de kudde, en zo voedt de predikant de gemeente met het Woord. Paulus zei tegen de ouderlingen van Efeze dat de Heilige Geest hen gesteld had "om de Gemeente Gods te weiden". Die gemeente heeft Christus verkregen "door Zijn eigen bloed". Daarom is dit werk zo kostbaar en zo ernstig.

Opzieners en diakenen

Naast de herders noemt het artikel 'opzieners en diakenen'. Opzieners zijn de ouderlingen. Zij houden toezicht op de leer en het leven van de gemeente. Paulus liet Titus op Kreta achter om "van stad tot stad" ouderlingen aan te stellen. Een gemeente zonder opzicht mist dus iets wat de Heere gegeven heeft.

De diakenen zorgen vooral voor de armen en voor mensen in nood. In Handelingen 6 staat hoe de apostelen de zorg voor de weduwen niet meer konden dragen naast de prediking. De gemeente koos toen mannen "die goede getuigenis hebben, vol des Heiligen Geestes en der wijsheid". Barmhartigheid is in de kerk dus geen bijzaak.

Samen de raad der Kerk

Opzieners en diakenen zijn er 'om met de herders te zijn als de raad der Kerk'. Dat is wat nu de kerkenraad heet. De predikant regeert de gemeente dus niet alleen, en geen ambtsdrager staat boven de anderen. Zij dragen samen de verantwoordelijkheid, ieder in zijn eigen ambt.

Door dit middel, dat wil zeggen door deze ordening, wordt eerst 'de ware religie' onderhouden. Religie betekent hier: godsdienst, en onderhouden is bewaren. Ook moet de ware leer 'haar loop hebbe'. Zij moet vrij en ongehinderd verkondigd kunnen worden.

Verder worden 'de overtreders op geestelijke wijze gestraft'. Zij worden ook 'in den toom gehouden'. Een toom is het hoofdstel waarmee een paard wordt geleid. De kerk straft met vermaning uit het Woord. Het doel is dat de zondaar zich bekeert.

Tot slot moeten 'de armen en bedrukten geholpen en getroost worden'. Bedrukt betekent: neergedrukt door zorg of verdriet. Zij krijgen hulp 'naar dat zij van node hebben', dus naar wat zij nodig hebben. In de gemeente van Christus hoeft niemand in zijn nood alleen te blijven.

Getrouwe ambtsdragers naar Paulus' regel

De tweede alinea noemt de vrucht van deze regering: 'alle dingen in de Kerk wel en ordelijk toegaan'. Paulus schreef aan Korinthe: "Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden". Eerlijk betekent daar: betamelijk, zoals het hoort. Orde is geen doel op zichzelf. Zij dient ertoe dat het Woord gehoord wordt en de gemeente groeit.

Dat gebeurt alleen 'wanneer zulke personen verkoren worden, die getrouw zijn'. Verkoren betekent: gekozen. De maatstaf is de regel die Paulus geeft 'in den brief aan Timotheüs'. Daar staat dat een opziener onberispelijk moet zijn en "bekwaam om te leren". Hoe die verkiezing gaat, werkt artikel 31 verder uit. Voor u als gemeentelid ligt hier een roeping: bid dat de gemeente getrouwe mensen kiest.

Bijbelse onderbouwing

  • Handelingen 20:28

    “Zo hebt dan acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.”

    Paulus herinnert de ouderlingen van Efeze eraan dat de Heilige Geest hen als opzieners stelde om de gemeente te weiden die Christus met Zijn bloed verkreeg.

    Uitleg bij Handelingen 20

  • Titus 1:5

    “Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb:”

    Paulus laat Titus op Kreta achter om in elke stad ouderlingen aan te stellen, zodat de gemeenten goed geordend en geregeerd worden.

  • 1 Korinthe 4:1

    “Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods.”

    Paulus noemt zichzelf en zijn medearbeiders dienaars van Christus en uitdelers van Gods verborgenheden, zodat hun gezag geheel van Hem afhangt.

  • Handelingen 6:3

    “Ziet dan om, broeders, naar zeven mannen uit u, die goede getuigenis hebben, vol des Heiligen Geestes en der wijsheid, welke wij mogen stellen over deze nodige zaak.”

    De gemeente kiest zeven mannen voor de zorg voor de armen, en daarin ligt de wortel van het ambt van diaken dat het artikel noemt.

  • 1 Timotheüs 3:2

    “Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;”

    Dit is de regel van Paulus waarnaar het artikel verwijst, want een opziener moet onberispelijk zijn en bekwaam om te leren.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

Artikel 30 sluit nauw aan bij het artikel over de kerkregering in de Franse geloofsbelijdenis van 1559. De kerkorde die Calvijn in 1541 opstelde, kende vier ambten: predikanten, leraren, ouderlingen en diakenen. Predikanten en ouderlingen kwamen samen in het consistorie. Dat was een bewuste keuze tegenover de kerk van Rome, waar het bestuur bij bisschoppen en uiteindelijk bij de paus lag.

Zonder bescherming van de overheid moesten de gereformeerde gemeenten in de Nederlanden zelf voor hun orde zorgen. Het artikel laat zien dat de kerk haar orde niet aan de staat ontleent, maar aan het Woord van Christus.

Om over door te praten

  1. Waarom noemt het artikel de regering van de kerk geestelijk, en wat is het verschil met de macht van een wereldlijke overheid?
  2. Welke drie doelen noemt het artikel voor het werk van de raad der kerk, en welk doel spreekt u het meest aan?
  3. Wat betekent het voor de verhouding tussen predikant, ouderlingen en diakenen dat zij samen de raad der kerk vormen?
  4. Hoe kunt u de ambtsdragers in uw eigen gemeente steunen, bijvoorbeeld met uw gebed of uw medewerking?
  5. Waarom hoort de zorg voor armen en bedrukten volgens het artikel bij de regering van de kerk?