Een ziekte die niet overgaat, een kind dat sterft, een oorlog: wie lijdt of een ander ziet lijden, vraagt bijna altijd waarom. Voor wie in God gelooft, wordt die vraag nog scherper. Als Hij goed en almachtig is, waarom laat Hij het dan gebeuren? Hier leest u wat de Bijbel zegt over de oorsprong van het lijden, hoe God ook dan regeert, wat Job ervoer, waarom klagen tot God mag en welke hoop er is in Christus.
Waarom laat God lijden toe in de wereld?
De Bijbel begint niet met lijden. God schiep de wereld goed; toen Hij alles gemaakt had, zag Hij dat het zeer goed was (Genesis 1:31). Het lijden kwam binnen toen de mens zich van God afkeerde. Paulus schrijft dat door één mens de zonde in de wereld gekomen is, en door de zonde de dood (Romeinen 5:12). Na de val werd het aardrijk om de mens vervloekt (Genesis 3:17). Ziekte, rampen en dood horen dus niet bij Gods goede schepping. Zij zijn de vrucht van een wereld die door de zonde gebroken is.
In Romeinen 8 gaat Paulus nog verder. De hele schepping is aan de ijdelheid onderworpen en zucht als in barensnood, in afwachting van de verlossing (Romeinen 8:20-22). De uitleg van Romeinen 8 laat zien hoe dat hoofdstuk lijden en hoop verbindt.
Dat betekent nog niet dat elk lijden een straf is voor een bepaalde zonde van wie lijdt. Toen de discipelen bij een blindgeboren man vroegen wie gezondigd had, hij of zijn ouders, antwoordde de Heere Jezus dat geen van beiden de oorzaak was; in deze man zouden Gods werken openbaar worden (Johannes 9:2-3). Over de achttien die omkwamen toen de toren in Siloam instortte, zei Hij dat zij niet schuldiger waren dan andere inwoners van Jeruzalem (Lukas 13:4). Het lijden in de wereld hangt samen met de zonde van de mensheid; het lijden van één bepaald mens is daarmee niet verklaard.
Waarom laat God het kwaad toe?
Als de zonde de bron is, waarom liet God dat dan toe, en waarom laat Hij het kwaad nog bestaan? De Bijbel geeft daar geen volledige verklaring voor. Wel laat zij zien dat het kwaad nooit buiten Gods bestuur valt. Het duidelijkste voorbeeld is Jozef. Zijn broers verkochten hem als slaaf en hij zat jaren onschuldig gevangen. Later zei hij tegen hen: 'gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht' (Genesis 50:20). De broers bleven verantwoordelijk voor wat zij gedaan hadden. Toch gebruikte God juist die daad om een groot volk in het leven te behouden.
Daarop rust ook de bekende belofte uit de brief aan de Romeinen: 'En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede' (Romeinen 8:28). Die tekst zegt niet dat alles wat gebeurt goed is. Wel zegt hij dat God ook het zwaarste kan laten dienen tot het heil van Zijn kinderen en tot Zijn eer. Vaak ziet een mens dat pas achteraf, soms niet in dit leven.
Veel christenen zoeken het antwoord vooral in de vrije wil van de mens: God zou het kwaad toelaten omdat Hij mensen geschapen heeft die werkelijk kunnen kiezen. Daar zit waarheid in: de mens is door eigen wil in de zonde gevallen (Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 14) en is echt verantwoordelijk voor zijn zonde. Reformatorische kerken belijden daarbij met Genesis 50:20 dat ook wat mensen kwaad bedoelen onder Gods raad valt, zonder dat God Zelf de zonde doet of goedkeurt. Hoe die twee samengaan, gaat ons verstand te boven.
Waarom grijpt God niet in?
Geen bijbelboek gaat zo uitvoerig op deze vraag in als het boek Job. Job verloor op één dag zijn kinderen en zijn bezit. Zijn eerste woorden waren: 'De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd' (Job 1:21). Daarna klaagt Job, beschuldigen zijn vrienden hem van verborgen zonden en vraagt hij God om rekenschap.
Die verklaring krijgt Job nooit. Wel spreekt God Zelf tot hem uit het onweer. Hij vraagt Job waar hij was toen Hij de aarde grondde (Job 38:4) en toont hem Zijn wijsheid en macht. Aan het eind zegt Job: 'Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog' (Job 42:5). Job kreeg geen uitleg, wel een ontmoeting met God, en die was hem genoeg. In de bijbelstudie over het boek Job leest u het hele verhaal in samenhang.
Eén reden waarom God het kwaad nog niet volledig wegneemt, noemt de Bijbel wel: Zijn geduld. Petrus schrijft dat de Heere Zijn belofte niet vertraagt, maar lankmoedig is over ons en niet wil dat enigen verloren gaan (2 Petrus 3:9). De tijd tot het laatste oordeel is dus ook tijd van genade. Verder blijft veel verborgen. Mozes zegt dat de verborgen dingen voor de HEERE zijn en de geopenbaarde dingen voor ons (Deuteronomium 29:29).
Mag een christen God vragen waarom?
Ja. De Bijbel staat vol klachten van gelovigen. David bidt: 'Hoe lang, HEERE, zult Gij mij steeds vergeten? Hoe lang zult Gij Uw aangezicht voor mij verbergen?' (Psalm 13:2). Ook de profeet Habakuk vroeg hoe lang hij moest roepen zonder dat God verloste (Habakuk 1:2). Dat zulke gebeden in Gods eigen Woord staan, laat zien dat God de klacht van Zijn kinderen niet afwijst. Klagen tot God is iets anders dan zich van God afkeren: wie klaagt, richt zich nog altijd tot Hem. In Psalm 13 gaat de klacht ook over in vertrouwen op Gods goedertierenheid (Psalm 13:6).
Het diepst klinkt die klacht aan het kruis. De Heere Jezus riep: 'Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!' (Mattheüs 27:46). Hij nam daarmee de woorden van Psalm 22 op Zijn lippen. God heeft het lijden dus niet van een afstand bekeken. Jesaja noemde de Messias al een Man van smarten, Die onze smarten gedragen heeft (Jesaja 53:3-4). Aan het kruis droeg Christus de toorn van God over de zonde, opdat wie in Hem gelooft nooit door God verlaten zal worden. Omdat Hij als mens in alles verzocht is geweest, kan Hij medelijden hebben met onze zwakheden (Hebreeën 4:15). Wie bidt en geen antwoord lijkt te krijgen, leest meer bij de vraag waarom God een gebed soms niet verhoort.
Komt er een einde aan het lijden?
Ja. De Bijbel kijkt verder dan dit leven. Paulus, die zelf veel leed, schreef: 'dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden' (Romeinen 8:18). Elders noemt hij zijn verdrukking licht en kort, vergeleken bij het eeuwig gewicht van heerlijkheid (2 Korinthe 4:17). Dat maakt het lijden nu niet klein. Het zet het wel in een ander licht.
Openbaring beschrijft een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, zonder dood, rouw en moeite (Openbaring 21:1-4). Die belofte geldt voor allen die Christus toebehoren. Wie nog niet weet of hij bij Hem hoort, mag met dat lijden juist tot Hem gaan (Mattheüs 11:28). Het lijden heeft dus niet het laatste woord; dat heeft God.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De kerk vat deze troost samen in Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus. Daar wordt Gods voorzienigheid uitgelegd als Zijn almachtige kracht waardoor Hij alle dingen onderhoudt en regeert, ook gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede. Vraag 28 noemt het nut daarvan: dat wij in tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar zijn, en op onze getrouwe God en Vader vertrouwen dat geen schepsel ons van Zijn liefde zal scheiden. In Zondag 9 belijdt de gelovige dat God al het kwaad dat Hij toezendt hem ten beste zal keren, 'dewijl Hij zulks doen kan als een almachtig God, en ook doen wil als een getrouw Vader' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 9, vraag 26).
Volgens artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis heeft God de wereld na de schepping niet aan het toeval overgelaten. Hij regeert alles naar Zijn heilige wil, en toch is Hij niet de oorzaak van de zonde en draagt Hij er geen schuld aan. Wat Hij doet dat ons verstand te boven gaat, willen wij niet nieuwsgierig onderzoeken; dat aanbidden wij in ootmoed. Het artikel noemt ook de troost die daaruit volgt: er valt geen musje op de aarde zonder de wil van onze Vader, en zelfs de haren van ons hoofd zijn geteld (Mattheüs 10:29-30).
Als deze vraag u persoonlijk raakt
Leest u dit midden in eigen lijden, of naast iemand van wie u houdt? Dan helpt een redenering vaak weinig. De vrienden van Job deden het meeste goed toen zij zeven dagen zwijgend naast hem zaten (Job 2:13). Uw vragen en tranen zijn bij God niet verkeerd. De Heere Jezus weende Zelf bij het graf van Lazarus (Johannes 11:35).
God belooft niet dat al het lijden in dit leven wordt weggenomen. Wel belooft Hij nabij te zijn: 'De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest' (Psalm 34:19). En niets kan wie in Christus is scheiden van de liefde van God (Romeinen 8:38-39). Teksten om bij stil te staan vindt u bij de bijbelteksten over lijden.
Draag het niet alleen. Spreek met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid; ook wie gelooft, mag hulp vragen. Bij lichamelijke of psychische klachten is de huisarts de eerste stap. Wilt u eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u De Luisterlijn dag en nacht bellen via 088 0767 000, of chatten via deluisterlijn.nl. Wordt het lijden zo zwaar dat u niet meer wilt leven, bel dan 113 Zelfmoordpreventie via 0800-0113 (gratis, dag en nacht). In België: 1813. Bij direct gevaar: 112.
'En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn' (Openbaring 21:4)