Ga naar hoofdinhoud

Artikel 11 van de Apostolische Geloofsbelijdenis: "wederopstanding des vleses"

In het kort

Artikel 11 van de Apostolische Geloofsbelijdenis belijdt de opstanding des vleses: ook het lichaam heeft toekomst bij God. De ziel van de gelovige gaat bij het sterven meteen naar Christus. Bij Zijn wederkomst wekt Hij ook het lichaam op en maakt het gelijk aan Zijn heerlijk lichaam.

De tekst van Apostolicum 11

wederopstanding des vleses;

Tekst: de twaalf artikelen van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, zoals opgenomen in de Heidelbergse Catechismus, vraag 23 (traditionele kerkboektekst). Publiek domein.

De laatste twee artikelen van de geloofsbelijdenis kijken vooruit. Artikel 11 van de Apostolische Geloofsbelijdenis belijdt de 'wederopstanding des vleses'. Wederopstanding betekent: opnieuw opstaan. Met vlees bedoelt de belijdenis het lichaam, zoals wij dat nu hebben. De opstanding des vleses zegt dus dat het lichaam niet voorgoed in het graf blijft. God heeft de mens met ziel en lichaam geschapen, en Hij verlost hem ook met ziel en lichaam.

Eerst de ziel bij Christus

Zondag 22 van de catechismus vraagt welke troost dit artikel geeft. Het antwoord begint niet bij het lichaam, maar bij de ziel. Het antwoord zegt dat de ziel van de gelovige na dit leven "terstond tot Christus, haar Hoofd, zal opgenomen worden". Terstond betekent: meteen, zonder wachttijd. Christus heet het Hoofd, omdat de gelovigen als leden bij Hem horen.

De Bijbel spreekt daar ook zo over. Tegen de misdadiger aan het kruis zei de Heere Jezus: "Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn". Paulus had begeerte "om ontbonden te worden en met Christus te zijn". Ontbonden worden is hier sterven, het losmaken van ziel en lichaam. Hij noemde dat "zeer verre het beste". De dood is voor de gelovige dus geen lange slaap van de ziel.

Dit lichaam wordt opgewekt

Toch is de ziel bij Christus nog niet het einde. De catechismus zegt ook dat "dit mijn vlees" wordt opgewekt en weer met de ziel verenigd. Het gaat om dit lichaam, niet om een ander lichaam. Job wist dat al in zijn grote nood: "mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan". Hij vervolgde: "zal ik uit mijn vlees God aanschouwen". Aanschouwen is met eigen ogen zien.

De Heere Jezus zegt dat "allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen". Niemand wordt vergeten, ook wie al eeuwen in het stof ligt. Christus noemt daarbij twee uitkomsten: een opstanding des levens en een opstanding der verdoemenis. Verdoemenis is het eeuwige oordeel. De troost van dit artikel is daarom niet vanzelfsprekend voor ieder mens. Het is de troost van wie bij Christus hoort.

Gezaaid en opgewekt

Hoe kan een lichaam dat tot stof is vergaan, weer opstaan? Paulus antwoordt met een beeld uit de akker. Een zaadkorrel gaat de grond in en komt veranderd op. Zo is het ook met het lichaam: "Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid". Verderfelijkheid betekent hier vergankelijkheid. Wat nu ziek wordt, oud wordt en sterft, zal dan niet meer vergaan.

Het beeld laat twee dingen tegelijk zien. Er is samenhang tussen wat gezaaid wordt en wat opkomt, want het is hetzelfde lichaam. Maar er is ook verschil: "Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid". Hoe dat precies zal zijn, zegt de Bijbel niet. De gelovige mag het aan God overlaten.

Gelijk aan Zijn heerlijk lichaam

De catechismus zegt dat het lichaam "door de kracht van Christus" wordt opgewekt. De gelovige staat dus niet op uit eigen kracht. Christus is Zelf opgestaan, en wat met Hem gebeurd is, zal ook met de Zijnen gebeuren.

Paulus zegt van de Zaligmaker dat Hij "ons vernederd lichaam veranderen zal". Vernederd betekent hier zwak en sterfelijk door de zonde. Het doel is "opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam". Gelijkvormig is gelijk van vorm. Het lichaam dat nu moe wordt en lijdt, zal eens delen in de heerlijkheid van Christus.

Bij Zijn wederkomst

Wanneer gebeurt dat? Bij de wederkomst van Christus. Dan zal de Heere Zelf nederdalen van de hemel, en "die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan". Paulus schreef dat aan een gemeente die rouwde om haar doden. Zij hoefden niet bedroefd te zijn als mensen die geen hoop hebben. Daarom eindigt hij: "vertroost elkander met deze woorden". Wie een gelovige geliefde begraaft, mag het lichaam daarom met hoop aan de aarde toevertrouwen.

Bijbelse onderbouwing

  • Job 19:25

    “Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan;”

    Job belijdt in zijn lijden dat zijn Verlosser leeft en de laatste over het stof zal opstaan, en daarop rust de hoop van dit artikel.

    Uitleg bij Job 19

  • Johannes 5:28

    “Verwondert u daar niet over, want de ure komt, in dewelke allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen;”

    Christus zegt dat de ure komt waarin alle doden Zijn stem zullen horen, zodat niemand in het graf achterblijft.

  • 1 Korinthe 15:42

    “Alzo zal ook de opstanding der doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid;”

    Paulus vergelijkt het lichaam met zaad dat vergankelijk gezaaid wordt en onvergankelijk wordt opgewekt.

  • Filippenzen 3:21

    “Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.”

    De Zaligmaker zal ons vernederd lichaam gelijkvormig maken aan Zijn heerlijk lichaam: wat opstaat, is ons eigen lichaam, maar dan verheerlijkt.

  • 1 Thessalonicenzen 4:16

    “Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;”

    Bij de wederkomst van de Heere zullen eerst zij opstaan die in Christus gestorven zijn.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De woorden opstanding des vleses, in het Latijn carnis resurrectio, staan al in de oude Romeinse doopbelijdenis. In de vroege kerk was dat een bewuste keuze. Sommige stromingen, zoals de gnostiek, zagen het lichaam als iets lagers waarvan de ziel verlost moest worden. Tegenover hen hield de kerk vast dat God ook het lichaam opwekt. Al in Athene en Korinthe stuitte de opstanding der doden op spot en twijfel.

In de zestiende eeuw leerden sommigen dat de ziel na de dood slaapt tot de opstanding. Calvijn schreef daartegen. De Heidelbergse Catechismus houdt beide dingen bij elkaar: de ziel gaat meteen naar Christus, en het lichaam wordt later opgewekt.

Om over door te praten

  1. Waarom spreekt de belijdenis juist over het vlees, en niet alleen over het voortleven van de ziel?
  2. Welke troost geeft het u dat de ziel van een gelovige bij het sterven meteen bij Christus is?
  3. Wat leert het beeld van zaaien en opkomen in 1 Korinthe 15 over het verband tussen ons lichaam nu en straks?
  4. Hoe verandert de verwachting van de opstanding de manier waarop u met uw lichaam en uw gezondheid omgaat?
  5. Hoe kunt u elkaar bij een begrafenis vertroosten met wat Paulus aan de gemeente in Thessalonika schreef?