Ga naar hoofdinhoud

Artikel 10 van de Apostolische Geloofsbelijdenis: "vergeving der zonden"

In het kort

Artikel 10 van de Apostolische Geloofsbelijdenis belijdt de vergeving der zonden: om Christus gedenkt God de zonden van de gelovige niet meer. Dat geldt ook de zondige aard, waarmee hij zijn leven lang strijdt. Die vergeving geeft rust aan het geweten en maakt het leven eerbiedig.

De tekst van Apostolicum 10

vergeving der zonden;

Tekst: de twaalf artikelen van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, zoals opgenomen in de Heidelbergse Catechismus, vraag 23 (traditionele kerkboektekst). Publiek domein.

Artikel 10 van de Apostolische Geloofsbelijdenis bestaat maar uit drie woorden: 'vergeving der zonden'. Het oude woord der betekent: van de. Het artikel staat direct na de Kerk en de gemeenschap der heiligen. Daar hoort het ook, want in de gemeente laat God deze weldaad verkondigen. De woorden ik geloof staan er niet opnieuw, maar ze gelden ook hier. Wie dit artikel belijdt, zegt dus dat hij op Gods vergeving vertrouwt, ook voor zijn eigen zonden.

Niet meer gedenken

Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus vat dit artikel samen in één antwoord. God zegt toe dat Hij de zonden "nimmermeer wil gedenken". Gedenken betekent hier: iemand iets blijven aanrekenen. God vergeet niet zoals een mens vergeet, want Hij weet alles. Maar Hij rekent de schuld niet meer toe. Door Jesaja zegt de HEERE: "Ik gedenk uwer zonden niet". Psalm 103 gebruikt een beeld: "Zo ver het oosten is van het westen". Zo ver haalt God onze overtredingen bij ons weg.

Om Christus' wil

God vergeeft niet door de zonde licht te nemen. Zijn gerechtigheid vraagt dat de zonde gestraft wordt. Daarom zegt de catechismus dat God vergeeft om wat Christus voor de zonde betaald heeft. Dat heet Zijn genoegdoening of voldoening: betalen wat men schuldig is. Christus heeft de straf gedragen die de zondaar verdiende. Paulus schrijft dat de gelovigen in Hem hebben "de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden".

Voor de zondaar is vergeving dus genade, maar voor Christus kostte zij Zijn leven. Er komt ook iets bij. God neemt niet alleen de schuld weg, Hij rekent de zondaar uit genade ook de gerechtigheid van Christus toe. Wie in Christus is, staat voor God alsof hij nooit gezondigd had.

Ook de zondige aard

De catechismus noemt naast de zonden ook de zondige aard, "waarmede ik mijn leven lang te strijden heb". Vergeving geldt dus niet alleen losse daden. Zij geldt ook de bron ervan: het hart dat van nature van God afkeert. Die strijd houdt in dit leven niet op. Paulus roept uit: "Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen". Direct daarna dankt hij God door Jezus Christus. Dat u als gelovige de zonde in uzelf blijft voelen, betekent dus niet dat de vergeving niet voor u geldt.

Belijden en ontvangen

Johannes schrijft: "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig". Belijden is de zonde voor God noemen zonder haar te verbergen of goed te praten. Opvallend is het woord "rechtvaardig". God vergeeft niet tegen Zijn recht in, want Christus heeft betaald. David ervoer dat: toen hij zijn zonde niet langer bedekte, vergaf God de ongerechtigheid.

Geen zonde die u belijdt, is daarvoor te groot. De HEERE nodigt zelf uit: "al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw". Scharlaken is een diepe, felrode kleur. Psalm 103 noemt God Hem "Die al uw ongerechtigheid vergeeft". Het woord "al" sluit niets uit.

Een gewetensvol leven

Vergeving maakt een mens niet lichtzinnig. Psalm 130 zegt: "Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt". Wie weet wat zijn schuld Christus kostte, gaat de zonde haten en God eerbiedig dienen. Johannes schrijft daarom eerst "opdat gij niet zondigt", en wijst daarna op Christus als Voorspraak bij de Vader.

Zo leert dit artikel een gewetensvol leven. U neemt de zonde ernstig en belijdt haar elke dag. Maar u hoeft niet onder de last te blijven leven, want de schuld is betaald. De catechismus eindigt met het doel van alles: dat de gelovige nooit in Gods gericht zal komen.

Bijbelse onderbouwing

  • Psalm 103:3

    “Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest;”

    David looft de HEERE, Die al zijn ongerechtigheid vergeeft, en belijdt zo dat het God Zelf is Die vergeeft, zoals ook dit artikel belijdt.

    Uitleg bij Psalm 103

  • Psalm 103:12

    “Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.”

    God doet de overtredingen zo ver van Zijn volk als het oosten van het westen is, zodat ze niet meer tussen Hem en hen staan.

  • 1 Johannes 1:9

    “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.”

    Wie zijn zonden belijdt, mag weten dat God getrouw en rechtvaardig vergeeft en reinigt van alle ongerechtigheid.

  • Efeze 1:7

    “In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,”

    De vergeving van de misdaden is verworven door het bloed van Christus en wordt gegeven naar de rijkdom van Gods genade.

  • Jesaja 1:18

    “Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.”

    De HEERE nodigt Zijn schuldige volk uit en belooft dat zonden als scharlaken wit zullen worden als sneeuw.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

Dit artikel stond al in de oude Romeinse doopbelijdenis. De vergeving der zonden werd daarbij nauw met de doop verbonden. De geloofsbelijdenis van Nicea en Constantinopel spreekt zo ook van één doop tot vergeving der zonden. De doop was het teken dat God de zonden afwast.

In de zestiende eeuw ging het om de vraag hoe een mens die vergeving ontvangt. Rome leerde dat God de schuld vergeeft, maar dat er voor gedane zonden nog straffen te dragen bleven, in dit leven of in het vagevuur. Biecht, boetedoening en aflaten moesten daarbij helpen. De reformatoren leerden dat Christus de hele straf heeft gedragen. De vergeving wordt alleen door het geloof ontvangen, zonder eigen voldoening.

Om over door te praten

  1. Waarom zou dit artikel direct na de Kerk en de gemeenschap der heiligen staan?
  2. Wat is het verschil tussen vergeten en niet meer gedenken, zoals de Schrift het over God zegt?
  3. Waarom is het voor de vergeving nodig dat Christus de straf voor de zonde heeft gedragen?
  4. Hoe gaat u om met de zonde die u in uzelf blijft opmerken, nu u weet dat ook uw zondige aard vergeven wordt?
  5. Op welke manier verandert het weten van vergeving de manier waarop u God dient en met anderen omgaat?