Ga naar hoofdinhoud

Artikel 31 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Van de dienaren, ouderlingen en diakenen

In het kort

Artikel 31 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat dienaren, ouderlingen en diakenen door een wettige verkiezing van de kerk in hun ambt komen. Dat gebeurt met gebed en in goede orde. Alle dienaren van het Woord zijn gelijk onder Christus, het enige Hoofd. De gemeente is hun achting en vrede verschuldigd.

De tekst van NGB 31

Wij geloven, dat de dienaars des Woords Gods, ouderlingen en diakenen tot hun ambten behoren verkoren te worden door wettige verkiezing der Kerk, met aanroeping van den Naam Gods en goede orde, gelijk het Woord Gods leert. Zo moet zich dan een iegelijk wel wachten door onbehoorlijke middelen zich in te dringen, maar is schuldig den tijd te verwachten, dat hij van God beroepen wordt, opdat hij getuigenis hebbe van zijn beroeping, om van haar verzekerd en gewis te zijn, dat zij van den Heere is. En aangaande de dienaars des Woords, in wat plaats dat zij zijn, zo hebben zij één zelfde macht en autoriteit, zijnde altegader dienaars van Jezus Christus, den enigen algemenen Bisschop en het enige Hoofd der Kerk. Daarenboven, opdat de heilige ordinantie Gods niet geschonden worde, of in verachting kome, zo zeggen wij, dat een ieder de dienaars des Woords en de ouderlingen der Kerk in bijzondere achting behoort te hebben, om des werks wil dat zij doen, en in vrede met hen te zijn, zonder murmurering, twist of tweedracht, zoveel mogelijk is.

Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.

Wie mag in de kerk preken, en hoe komt iemand in het ambt van ouderling of diaken? Artikel 31 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis antwoordt: niet door zichzelf in te dringen, maar door een wettige verkiezing van de kerk.

Wettig verkozen door de kerk

Het artikel begint met de manier van verkiezen. De dienaars van het Woord, de ouderlingen en de diakenen worden gekozen 'door wettige verkiezing der Kerk'. Wettig betekent hier: volgens de regel die God in Zijn Woord geeft. Een ambt is dus geen erfstuk en geen benoeming door één machtig persoon. De gemeente is erbij betrokken.

Dat gebeurt 'met aanroeping van den Naam Gods en goede orde'. Bidden hoort bij het kiezen. Zo ging het ook in Antiochië. Terwijl de gemeente de Heere diende en vastte, zei de Heilige Geest: "Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus". Later kozen Paulus en Barnabas in elke gemeente ouderlingen, "met opsteken der handen", met gebed en vasten.

Ook in Jeruzalem zocht de gemeente zelf zeven mannen uit voor de verzorging van de weduwen. Het moesten mannen zijn "die goede getuigenis hebben". Goede orde betekent dat alles ordelijk en zorgvuldig verloopt, zonder willekeur of haast.

Wachten op Gods roeping

Daarna waarschuwt het artikel ieder die een ambt begeert. Hij moet zich ervoor wachten 'door onbehoorlijke middelen zich in te dringen'. Onbehoorlijk betekent: ongepast, niet zoals het hoort. Denk aan vleien, zichzelf aanprijzen of druk uitoefenen. Over valse profeten zegt de HEERE: "Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen".

Wie een ambt zoekt, 'is schuldig den tijd te verwachten, dat hij van God beroepen wordt'. Schuldig betekent hier: verplicht. De brief aan de Hebreeën zegt het van de hogepriester: "niemand neemt zichzelven die eer aan, maar die van God geroepen wordt". God roept door de wettige verkiezing van de kerk heen. Die verkiezing is daarom meer dan een stemming.

Dat heeft een doel. De ambtsdrager moet getuigenis hebben van zijn roeping, 'om van haar verzekerd en gewis te zijn, dat zij van den Heere is'. Gewis betekent: zeker. Op die zekerheid kan een predikant, ouderling of diaken terugvallen als het werk zwaar is. Hij is er niet uit zichzelf gekomen, maar de Heere heeft hem geroepen.

Gelijk onder één Hoofd

Het volgende deel gaat over de dienaars van het Woord onderling. Waar zij ook dienen, in een grote stad of een klein dorp, zij hebben 'één zelfde macht en autoriteit'. Er is geen predikant die over de anderen heerst. De Heere Jezus zei tegen Zijn discipelen: "gij zijt allen broeders".

De reden is dat zij allen dienaars zijn van Jezus Christus, 'den enigen algemenen Bisschop en het enige Hoofd der Kerk'. Een bisschop is een opziener. Christus is de enige Opziener over de hele kerk. Petrus noemt Hem "de overste Herder". Daarom weiden de opzieners de kudde "niet uit bedwang, maar gewilliglijk", als dienaars en niet als heersers.

Achting en vrede in de gemeente

Het laatste deel richt zich tot de gemeente. Het doel is 'opdat de heilige ordinantie Gods niet geschonden worde'. Een ordinantie is een verordening, een instelling. God heeft de ambten zelf gegeven. Wie de ambtsdragers veracht, veracht dus ook wat God heeft ingesteld.

Daarom moet ieder de dienaars van het Woord en de ouderlingen 'in bijzondere achting' hebben. Dat is niet vanwege hun persoon, maar 'om des werks wil dat zij doen'. Paulus schrijft hetzelfde: "acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil". Elders zegt hij dat ouderlingen die goed regeren "dubbele eer waardig" zijn, vooral wie arbeiden in het Woord en de leer.

Tot slot vraagt het artikel om vrede met hen, 'zonder murmurering, twist of tweedracht'. Murmureren is morren: ontevreden klagen, vaak achter iemands rug. Paulus voegt eraan toe: "Zijt vreedzaam onder elkander". De woorden 'zoveel mogelijk is' zijn nuchter, want ambtsdragers blijven zondige mensen. Het past de gemeente om voor hen te bidden en met hen te spreken, in plaats van over hen.

Bijbelse onderbouwing

  • Handelingen 13:2

    “En als zij den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb.”

    De Heilige Geest riep Barnabas en Saulus terwijl de gemeente de Heere diende en vastte, en zo gaat de roeping tot een ambt samen met gebed.

    Uitleg bij Handelingen 13

  • 1 Timotheüs 5:17

    “Dat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer.”

    Ouderlingen die goed regeren, zijn dubbele eer waardig, en zo vraagt het artikel bijzondere achting voor hen om het werk dat zij doen.

  • 1 Thessalonicenzen 5:12

    “En wij bidden u, broeders, erkent degenen, die onder u arbeiden, en uw voorstanders zijn in den Heere, en u vermanen;”

    Paulus vraagt de gemeente haar voorgangers te erkennen, zoals het artikel van ieder achting en vrede met de ambtsdragers vraagt.

  • 1 Petrus 5:2

    “Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed;”

    Opzieners weiden de kudde van God gewillig en zonder eigenbelang, als dienaars van de overste Herder en niet als heersers.

  • Hebreeën 5:4

    “En niemand neemt zichzelven die eer aan, maar die van God geroepen wordt, gelijkerwijs als Aaron.”

    Niemand neemt zichzelf de eer van een ambt aan, en daarom moet ieder volgens het artikel wachten tot hij van God beroepen wordt.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

In de zestiende eeuw stond de vraag naar het ambt midden in de strijd. In de kerk van Rome werden priesters door een bisschop gewijd, en de paus gold als het zichtbare hoofd van de hele kerk. Artikel 31 zet daartegenover dat Christus 'den enigen algemenen Bisschop' is en dat alle dienaars van het Woord gelijk zijn.

Ook waren er predikers die rondtrokken zonder dat een gemeente hen geroepen had. Tegen zulk optreden richt zich de waarschuwing om zich niet in te dringen. Voor de vervolgde gereformeerde gemeenten was dit heel praktisch, want zij kozen hun ambtsdragers vaak in het geheim. Juist dan was het belangrijk dat het wettig, met gebed en in goede orde gebeurde.

Om over door te praten

  1. Waarom vraagt het artikel dat ambtsdragers met aanroeping van Gods Naam en in goede orde verkozen worden?
  2. Wat is het verschil tussen een roeping van God en een ambt dat iemand voor zichzelf zoekt?
  3. Wat betekent het voor de kerk dat Christus de enige algemene Bisschop en het enige Hoofd is?
  4. Hoe laat u in uw eigen gemeente merken dat u de ambtsdragers om hun werk in achting houdt?
  5. Wat kunt u doen wanneer u het oneens bent met een ambtsdrager, zonder in morren of twist te vervallen?