Ga naar hoofdinhoud

Zondag 42: Achtste gebod

Schriftbewijzen: Exodus 20:15, Efeze 4:28

Vraag 110: Wat verbiedt God in het achtste gebod?

God verbiedt niet alleen dat stelen en roven, hetwelk de overheid straft; maar God noemt ook dieverij alle boze stukken en aanslagen, waardoor wij onzes naasten goed denken aan ons te brengen, hetzij met geweld of schijn des rechts, als met valse gewicht, el, maat, waar, munt, woeker of door enig middel, van God verboden; daartoe ook alle gierigheid en onnutte verkwisting zijner gaven.

Schriftbewijzen: 1 Korinthe 6:10, Ezechiel 45:9-10, Deuteronomium 25:13-15, Lukas 3:14, Spreuken 11:1, Spreuken 12:22, 1 Korinthe 6:10, Lukas 6:35, Spreuken 23:20-21, Spreuken 21:20

Vraag 111: Maar wat gebiedt u God in dit gebod?

Dat ik mijns naasten nut, waar ik kan en mag, bevorderen; met hem alzo handelen, als ik wilde dat men met mij handelde, en getrouwelijk arbeide, opdat ik den nooddruftige helpen moge.

Schriftbewijzen: Mattheus 7:12, Efeze 4:28

Zondag 42: Achtste gebod

Antwoord:

God verbiedt niet alleen dat stelen en roven, hetwelk de overheid straft; maar God noemt ook dieverij alle boze stukken en aanslagen, waardoor wij onzes naasten goed denken aan ons te brengen, hetzij met geweld of schijn des rechts, als met valse gewicht, el, maat, waar, munt, woeker of door enig middel, van God verboden; daartoe ook alle gierigheid en onnutte verkwisting zijner gaven.

Antwoord:

Dat ik mijns naasten nut, waar ik kan en mag, bevorderen; met hem alzo handelen, als ik wilde dat men met mij handelde, en getrouwelijk arbeide, opdat ik den nooddruftige helpen moge.

Schriftbewijzen: