Artikel 7 van de Apostolische Geloofsbelijdenis: "vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden"
In het kort
Artikel 7 van de Apostolische Geloofsbelijdenis belijdt de wederkomst van Christus ten oordeel. Vanuit de hemel komt Hij terug om alle mensen te oordelen, de levenden en de doden. Voor de gelovige is dat geen bedreiging maar troost. De Rechter is immers Dezelfde Die Zich eerst voor hem voor Gods gericht heeft gesteld.
De tekst van Apostolicum 7
vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Tekst: de twaalf artikelen van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, zoals opgenomen in de Heidelbergse Catechismus, vraag 23 (traditionele kerkboektekst). Publiek domein.
Artikel 7 van de Apostolische Geloofsbelijdenis sluit direct aan op het vorige artikel. Christus zit aan de rechterhand van God, 'vanwaar Hij komen zal'. Vanwaar betekent: vanaf die plaats. Dezelfde Heere Die nu in de hemel regeert, komt van daar terug. Hij komt niet als een onbekende, maar als de Middelaar Die Zijn volk kent. Hij komt 'om te oordelen de levenden en de doden'.
Hij zal komen
Bij de hemelvaart stonden de discipelen omhoog te kijken. Twee engelen zeiden toen: "Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen". Zo zeker als Hij is heengegaan, zo zeker komt Hij terug. Het gaat om dezelfde Jezus, met hetzelfde lichaam. Zijn komst zal zichtbaar zijn en niet in het verborgen gebeuren. Hij komt ook niet alleen. De Heere Jezus zei Zelf dat Hij zal komen "in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem".
Wanneer dat gebeurt, weet geen mens. Christus zegt: "van dien dag en die ure weet niemand". Daarom past het niet om data te berekenen of de tekenen van de tijd als een tijdschema te gebruiken. De Schrift vraagt iets anders: waakzaam zijn en verwachten. Wie Christus liefheeft, leeft niet in spanning over een datum. Hij leeft in uitzien naar een Persoon.
De levenden en de doden
Christus komt als Rechter. De Vader "heeft al het oordeel den Zoon gegeven", zegt Hij in het Johannesevangelie. Met de levenden en de doden zijn alle mensen bedoeld. Sommigen leven nog als Hij komt. Anderen zijn dan al gestorven, maar zij zullen opstaan. Niemand valt buiten dit oordeel. Paulus schrijft: "wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus". Geopenbaard betekent hier: openlijk zichtbaar gemaakt.
Dat oordeel is rechtvaardig en volkomen. Er komt een scheiding, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. Tegen de een zal de Koning zeggen: "Komt, gij gezegenden Mijns Vaders". Tegen de ander klinkt: "Gaat weg van Mij". Dat is ernstig. Het artikel leert niet dat uiteindelijk alle mensen behouden worden. Wie zonder Christus leeft, gaat dit oordeel tegemoet zonder Iemand Die voor hem pleit.
Met opgeheven hoofd
Toch is dit artikel voor de gelovige geen bron van angst. Zondag 19 van de Heidelbergse Catechismus vraagt juist naar de troost van de wederkomst. De gelovige verwacht de Rechter "met opgerichten hoofde". Dat is: met opgeheven hoofd, niet gebogen van schaamte of vrees. De reden is dat de Rechter Dezelfde is Die Zich eerst voor hem voor Gods gericht gesteld heeft. Hij heeft de vloek al van hem weggenomen.
Paulus zegt het zo: "Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn". Wie op Christus vertrouwt, staat niet tegenover Hem, maar is in Hem. De Heere Jezus zei het ook tegen Zijn discipelen. Als deze dingen beginnen, "heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is". De catechismus noemt beide kanten. Zijn vijanden en die van Zijn volk zal Hij eens veroordelen. Maar de Zijnen zal Hij bij Zich nemen in de blijdschap van de hemel.
Uitzien naar de Zaligmaker
Wat betekent dit voor het leven nu? Paulus schrijft: "onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten". Wandel betekent hier het burgerschap, de plaats waar u eigenlijk thuishoort. Een gelovige leeft op aarde als iemand die uitkijkt naar thuiskomst. Dat maakt hem niet onverschillig voor dit leven. Het geeft juist moed in droefenis en vervolging, want hij weet Wie er komt.
Ook vraagt het om ernst. Paulus herinnert Timotheüs eraan dat Christus "de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning". Daarom roept de wederkomst op tot bekering, trouw en waakzaamheid. Het is goed om uzelf af te vragen of u die dag met vreugde of met vrees tegemoet ziet. Aan het eind van de Bijbel klinkt de bede "Ja, kom, Heere Jezus".
Bijbelse onderbouwing
“Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.”
De engelen bij de hemelvaart beloven dat dezelfde Jezus Die naar de hemel ging, ook op dezelfde wijze zal terugkomen.
“En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid.”
Christus zegt Zelf dat Hij in heerlijkheid komt, met alle heilige engelen, en dan zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.
“Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk:”
Paulus noemt Christus de Rechter van levenden en doden, met bijna dezelfde woorden als dit artikel van de geloofsbelijdenis.
“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;”
De gelovigen horen thuis in de hemel en verwachten vandaar hun Zaligmaker, de Heere Jezus Christus.
“Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.”
Bij de tekenen van het einde roept Christus Zijn discipelen op omhoog te zien, omdat hun verlossing nabij is.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
De woorden van dit artikel komen uit de prediking van de apostelen zelf. Petrus noemde Christus in het huis van Cornelius de Rechter van levenden en doden, en in de brieven van Paulus en Petrus klinkt hetzelfde. De oude doopbelijdenis van de gemeente in Rome nam die uitdrukking over. Wie gedoopt werd, beleed daarmee dat de gekruisigde en opgestane Heere ook de laatste Rechter is.
In de late middeleeuwen leefden velen in angst voor het laatste oordeel. Op muren en boven kerkdeuren stond het oordeel vaak afgebeeld. Daarom valt het op dat de Heidelbergse Catechismus in 1563 juist vraagt naar de troost van de wederkomst. De Reformatie wees de gelovige weg van eigen verdiensten naar Christus, Die voor hem betaald heeft.
Om over door te praten
- Waarom geeft het troost dat juist Christus de Rechter is, en geen onbekende?
- Wat bedoelt het artikel met 'de levenden en de doden', en waarom valt niemand buiten dit oordeel?
- Hoe kunt u uitzien naar de wederkomst zonder te gaan rekenen met data of tekenen?
- Wat zou er in uw leven veranderen als u elke dag verwachtte dat Christus terugkomt?
- Welke gedachte overheerst bij u als u aan het laatste oordeel denkt, angst of troost, en waarom?