Ga naar hoofdinhoud

Psalm 121

Samenvatting

Psalm 121 is een pelgrimslied van acht verzen over Gods bescherming onderweg. Het opent in de Statenvertaling met 'Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal' en antwoordt meteen: 'Mijn hulp is van den HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft' (vers 2). De psalm eindigt met de belofte dat de HEERE uw uitgang en uw ingang bewaart, van nu aan tot in der eeuwigheid (vers 8).

Lees de volledige uitleg →
SV
1Een lied Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal.
2Mijn hulp is van den HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
3Hij zal uw voet niet laten wankelen; uw Bewaarder zal niet sluimeren.
4Ziet, de Bewaarder Israels zal niet sluimeren, noch slapen.
5De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw Schaduw, aan uw rechterhand.
6De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.
7De HEERE zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren.
8De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.