Ga naar hoofdinhoud

Artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Van de algemene christelijke kerk

In het kort

Artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt één algemene christelijke kerk. Zij is een heilige vergadering van ware gelovigen, die hun zaligheid alleen van Christus verwachten. Deze kerk is er altijd geweest en blijft tot het einde. God bewaart haar, ook als zij klein lijkt, en zij is niet aan een plaats of aan personen gebonden.

De tekst van NGB 27

Wij geloven en belijden een enige katholieke of algemene Kerk, dewelke is een heilige vergadering der ware Christ-gelovigen, al hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door den Heiligen Geest.

Deze Kerk is geweest van den beginne der wereld af, en zal zijn tot den einde toe; gelijk daaruit blijkt, dat Christus een eeuwig Koning is, Dewelke zonder onderdanen niet zijn kan. En deze heilige Kerk wordt van God bewaard, of staande gehouden, tegen het woeden der gehele wereld; hoewel zij somwijlen een tijd lang zeer klein en als tot niet schijnt gekomen te zijn in de ogen der mensen; gelijk zich de Heere gedurende de gevaarlijken tijd onder Achab zevenduizend mensen behouden heeft, die hun knieën voor Baäl niet gebogen hadden. Ook mede is deze heilige Kerk niet gelegen, gebonden, of bepaald in een zekere plaats, of aan zekere personen, maar zij is verspreid en verstrooid door de gehele wereld; nochtans te zamen gevoegd en verenigd zijnde met hart en wil in één zelfde Geest, door de kracht des geloofs.

Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.

Wat is de christelijke kerk eigenlijk? Bij dat woord denken veel mensen aan een gebouw of aan hun eigen gemeente. Artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis kijkt verder. Het belijdt 'een enige katholieke of algemene Kerk'. Katholiek is hier niet de naam van een kerkgenootschap. Het oude woord betekent algemeen: de kerk van alle tijden en van alle plaatsen. Zo spreekt ook de Apostolische Geloofsbelijdenis over de heilige, algemene christelijke kerk.

Een heilige vergadering van ware gelovigen

Het artikel zegt direct wat de kerk is: 'een heilige vergadering der ware Christ-gelovigen'. Vergadering betekent hier geen bijeenkomst op een avond, maar een gemeenschap van mensen die God bijeenbrengt. De kerk bestaat dus uit gelovigen, niet uit stenen of ambten. Zij is heilig, niet omdat haar leden zonder zonde zijn, maar omdat God haar voor Zich heeft apart gezet. Petrus noemt de gelovigen "een heilig volk, een verkregen volk".

Daarna noemt het artikel drie kenmerken van deze gelovigen. Zij zijn 'al hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus'. Zij zijn 'gewassen zijnde door Zijn bloed'. En zij zijn 'geheiligd en verzegeld door den Heiligen Geest'. Verzegelen betekent: een stempel zetten als teken van echtheid en eigendom. Paulus schrijft aan de Efeziërs: "gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte".

Alle drie wijzen ze van de mens af naar God. De kerk dankt haar bestaan aan de liefde van Christus, niet aan de keuze van mensen. Paulus zegt dat "Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven".

Er altijd geweest en blijvend

De tweede alinea belijdt dat deze kerk 'is geweest van den beginne der wereld af'. Zij 'zal zijn tot den einde toe'. De kerk begon dus niet pas op de Pinksterdag. Ook de gelovigen van het Oude Testament hoorden erbij.

Het artikel geeft er een reden voor. Christus is 'een eeuwig Koning', Die 'zonder onderdanen niet zijn kan'. Onderdanen zijn mensen die onder een koning leven. Omdat het koningschap van Christus nooit ophoudt, houdt ook Zijn volk nooit op. De engel zei tegen Maria over Hem: "Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn". Zondag 21 van de catechismus zegt hetzelfde: de Zoon van God vergadert Zijn gemeente "van den beginne der wereld tot aan het einde".

Door God bewaard, ook als zij klein is

Het artikel ziet de kerk niet als een sterke organisatie die zichzelf in stand houdt. Zij wordt 'van God bewaard, of staande gehouden'. Dat is nodig, want zij staat tegenover 'het woeden der gehele wereld'. Woeden betekent razen en tekeergaan. Toch zal dat de kerk niet vernietigen. Christus beloofde: "de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen". Overweldigen betekent: met geweld overwinnen.

Het artikel is daarbij eerlijk. De kerk kan somwijlen, dat is soms, 'een tijd lang zeer klein' zijn. Zij kan in de ogen van mensen zelfs lijken 'als tot niet' gekomen. Als voorbeeld noemt het artikel de tijd van koning Achab. Elia meende dat hij alleen was overgebleven. Maar de HEERE had zevenduizend mensen bewaard die hun knieën niet voor Baäl gebogen hadden.

Paulus trekt die lijn door naar zijn eigen tijd: er is "een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade". Dat is troost voor wie een kleine of zwakke gemeente kent. Het voortbestaan van de kerk hangt niet af van aantallen. "De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn", ook als mensen hen niet zien.

Niet gebonden aan plaats of personen

Ten slotte zegt het artikel dat de kerk 'niet gelegen, gebonden, of bepaald' is in een bepaalde plaats of aan bepaalde personen. Geen stad, land of ambtsdrager kan zeggen dat alleen daar de kerk is. Zij is 'verspreid en verstrooid door de gehele wereld'. De Heere Jezus sprak over andere schapen, "die van dezen stal niet zijn", en zei dat het één kudde zou worden.

Toch is de kerk geen losse verzameling. Zij is 'te zamen gevoegd en verenigd zijnde met hart en wil in één zelfde Geest'. Die eenheid ligt niet in één organisatie, maar in de Geest. Paulus schrijft: "Een lichaam is het, en een Geest". Het artikel noemt als band 'de kracht des geloofs'. Wie in Christus gelooft, is één met gelovigen die hij op aarde nooit zal ontmoeten.

Daarom gaat dit artikel u ook persoonlijk aan. De catechismus laat de gelovige belijden dat hij van deze kerk "een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven". Artikel 28 werkt daarna uit wat dat betekent voor het leven in de gemeente.

Bijbelse onderbouwing

  • Mattheüs 16:18

    “En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.”

    Christus belooft dat Hij Zelf Zijn gemeente bouwt en dat de poorten der hel haar niet zullen overwinnen.

    Uitleg bij Mattheüs 16

  • Efeze 4:4

    “Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping;”

    Paulus belijdt één lichaam en één Geest, de eenheid die het artikel ziet in gelovigen over de hele wereld.

  • Efeze 5:25

    “Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;”

    Christus heeft de gemeente liefgehad en Zich voor haar overgegeven, zodat de kerk haar bestaan aan Zijn offer dankt.

  • 1 Petrus 2:9

    “Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;”

    Petrus noemt de gelovigen een heilig volk, en zo belijdt het artikel de kerk als een heilige vergadering van ware gelovigen.

  • 1 Koningen 19:18

    “Ook heb Ik in Israel doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en allen mond, die hem niet gekust heeft.”

    Dit is het voorbeeld dat het artikel zelf noemt: toen de kerk bijna verdwenen leek, bewaarde de HEERE zevenduizend die hun knieën niet voor Baäl bogen.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

In de zestiende eeuw kregen de gereformeerden vaak de vraag waar hun kerk vóór de Reformatie was geweest. De Roomse kerk leerde dat de ware kerk zichtbaar verbonden is met de bisschop van Rome, als opvolger van Petrus. Artikel 27 antwoordt dat de kerk nooit heeft opgehouden te bestaan, ook niet toen zij klein en verborgen was. Haar eenheid ligt niet in een plaats of een ambt, maar in Christus en het geloof.

Voor de gemeenten in de Zuidelijke Nederlanden had dit artikel ook een pastorale kant. Zij kwamen in het geheim samen en werden zwaar vervolgd. Het voorbeeld van de zevenduizend onder Achab liet hun zien dat God Zijn kerk bewaart, ook als zij bijna verdwenen lijkt.

Om over door te praten

  1. Waarom noemt het artikel de kerk een vergadering van ware gelovigen en niet een gebouw of een organisatie?
  2. Wat zegt het eeuwige koningschap van Christus over de vraag of de kerk ooit kan verdwijnen?
  3. Welke troost haalt u uit het voorbeeld van de zevenduizend die hun knieën niet voor Baäl bogen?
  4. Hoe beleeft u de eenheid met gelovigen in andere landen en tijden, die u op aarde nooit zult ontmoeten?
  5. Waaraan merkt u in uw eigen leven dat u een levend lidmaat van de kerk van Christus bent?