Wie met een schuldgevoel rondloopt, stelt deze vraag zelden uit nieuwsgierigheid. Er is iets gebeurd dat blijft knagen: een daad, een woord, een periode in het leven waar u zich over schaamt. Kan God dat werkelijk wegdoen, of zijn er grenzen aan Zijn genade? Hieronder leest u wat de Bijbel belooft, hoe God zware zondaren aannam, welke ene uitzondering de Heere Jezus noemt, wat vergeving wel en niet betekent, en hoe de belijdenis dit samenvat.
Vergeeft God alle zonden volgens de Bijbel?
De Bijbel is op dit punt opvallend ruim. Johannes schrijft aan gelovigen die nog dagelijks struikelen: 'Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid' (1 Johannes 1:9). Er staat geen lijst bij van zonden die te zwaar zijn. Er staat ook niet dat God vergeeft als wij het verdienen; Hij vergeeft omdat Hij getrouw is aan Zijn belofte. In de uitleg van 1 Johannes 1 leest u hoe dit vers in het geheel van de brief staat.
Al in het Oude Testament nodigt God zondaren uit om met hun schuld bij Hem te komen: 'al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw' (Jesaja 1:18). Scharlaken en karmozijn zijn diep rode kleuren. Wat zo diep gekleurd is, kan de mens zelf niet wit krijgen; God belooft het wel te doen.
De grond van die vergeving is het bloed van Christus. Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving (Hebreeën 9:22), en het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonde (1 Johannes 1:7). Omdat Christus de straf gedragen heeft, kan God rechtvaardig zijn en toch vergeven. Daarom is er geen zonde te groot voor Zijn offer.
De weg naar die vergeving is belijden. David beschrijft hoe hij zijn schuld eerst verzweeg en daaronder bezweek, tot hij haar uitsprak: 'Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde' (Psalm 32:5). Meer bijbelteksten over dit thema vindt u bij wat de Bijbel zegt over vergeving.
Vergeeft God elke zonde, ook een zware?
De Bijbel laat het zien aan mensen met zware zonden op hun geweten.
- David pleegde overspel met Bathseba en liet haar man Uria doden (2 Samuël 11). Toen de profeet Nathan hem daarop aansprak en David zijn zonde beleed, kreeg hij te horen: 'De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen, gij zult niet sterven' (2 Samuël 12:13).
- Petrus verloochende zijn Heere driemaal, op het moment dat Hij gevangengenomen was. Hij weende bitterlijk (Lukas 22:62). Na de opstanding vroeg de Heere Jezus driemaal aan Petrus of hij Hem liefhad, en gaf Petrus opnieuw de zorg voor Zijn schapen (Johannes 21:15-17).
- Paulus noemt zichzelf een godslasteraar en een vervolger van de gemeente (1 Timotheüs 1:13). Juist hij schrijft: 'dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben' (1 Timotheüs 1:15).
Paulus voegt eraan toe dat hij barmhartigheid ontving als voorbeeld voor wie later in Christus zou geloven (1 Timotheüs 1:16). Zijn geschiedenis is geschreven voor mensen die denken dat hun verleden te zwaar is. Ook in Korinthe waren er gemeenteleden met een verleden van ontucht, diefstal en dronkenschap, en Paulus schrijft hun dat zij afgewassen zijn in de Naam van de Heere Jezus (1 Korinthe 6:9-11). Of sommige zonden zwaarder wegen dan andere, leest u bij de vraag wat een doodzonde is.
Welke zonde vergeeft God niet?
De Heere Jezus noemt zelf één uitzondering, en Hij doet dat met dezelfde woorden waarmee Hij de ruimte van de vergeving uitspreekt: 'Alle zonde en lastering zal den mensen vergeven worden; maar de lastering tegen den Geest zal den mensen niet vergeven worden' (Mattheüs 12:31).
Het verband is belangrijk. De Farizeeën zagen hoe Jezus een bezetene genas, en zeiden dat Hij dit deed door de overste der duivelen (Mattheüs 12:24). Zij noemden een onmiskenbaar werk van God bewust een werk van de satan. Deze zonde is onvergeeflijk omdat zij zich keert tegen de Heilige Geest, Die een mens tot inkeer en geloof brengt. Wie zo verhard is, zoekt geen vergeving meer. Meer hierover leest u bij de zonde tegen de Heilige Geest.
Eén ding is daarbij een grote troost: wie bang is deze zonde begaan te hebben en vergeving zoekt, laat daarmee zien dat de Geest nog aan zijn hart werkt.
Vergeeft God alles zomaar?
De belofte is ruim, maar zij is geen automatisme. De Bijbel verbindt vergeving steeds aan bekering en geloof. Petrus riep zijn hoorders op zich te bekeren, opdat hun zonden uitgewist zouden worden (Handelingen 3:19). Spreuken zegt dat wie zijn overtredingen bedekt, geen voorspoed heeft, en dat wie ze bekent en laat, barmhartigheid verkrijgt (Spreuken 28:13). God vergeeft dus alle zonden van wie met berouw tot Hem komt. De gedachte dat Hij uiteindelijk ieder mens vergeeft, ook wie Hem tot het einde afwijst, vindt geen steun in de Schrift.
Ook betekent vergeving niet dat alle gevolgen verdwijnen. David kreeg vergeving, en toch stierf het kind dat hem geboren werd (2 Samuël 12:14). Dat betekent niet dat elk verdriet in uw leven straf is voor een bepaalde zonde; de Heere Jezus wees die gedachte zelf af toen Hij een blindgeborene ontmoette (Johannes 9:3). Zacheüs beloofde wat hij door bedrog had ontvreemd vierdubbel terug te geven (Lukas 19:8). Wie een ander pijn deed, heeft soms lang werk om vertrouwen te herstellen. Paulus waarschuwt dat wat een mens zaait, hij ook zal maaien (Galaten 6:7). De schuld voor God is weg, de littekens in dit leven blijven soms.
En wie vergeving ontvangt, leert ook zelf vergeven. De Heere Jezus verbindt die twee in het Onze Vader (Mattheüs 6:12, 14). Dat is geen voorwaarde om de vergeving te verdienen. Het is de vrucht ervan: wie veel kwijtgescholden is, kan een ander zijn schuld niet blijven aanrekenen.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De Heidelbergse Catechismus bespreekt de vergeving der zonden in Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 56). Daar belijdt de gelovige dat God om der genoegdoening van Christus wil 'al mijn zonden, ook mijn zondige aard, waarmede ik mijn leven lang te strijden heb, nimmermeer wil gedenken' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 21, vraag 56). Het gaat om alle zonden en om de zondige aard zelf, waarmee de gelovige zijn leven lang strijdt.
In Zondag 51 (vraag 126) legt de catechismus de vijfde bede van het Onze Vader uit als een gebed of God 'ons, arme zondaren, al onze misdaden, en ook de boosheid die ons altijd nog aanhangt, om des bloeds van Christus wil niet toerekenen' wil (Heidelbergse Catechismus, Zondag 51, vraag 126). Ons vergeven van de naaste noemt de catechismus daar een getuigenis van Gods genade in ons.
Artikel 23 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat onze zaligheid gelegen is in de vergeving van onze zonden om Jezus Christus' wil, en verwijst daarvoor naar David en Paulus (Psalm 32:1, Romeinen 4:6). De Dordtse Leerregels spreken in hoofdstuk V over gelovigen die zwaar vallen. Zij bedroeven daarmee de Heilige Geest en verwonden hun geweten (artikel 5), maar God vernieuwt hen door Woord en Geest tot bekering, zodat zij in het bloed van de Middelaar opnieuw vergeving zoeken en ontvangen (artikel 7).
Als deze vraag u persoonlijk raakt
Het kan zijn dat u God al vaak om vergeving gevraagd hebt en dat het schuldgevoel toch steeds terugkomt. Dat komt veel voor, ook bij oprechte gelovigen. Vergeving hangt niet af van hoe u zich voelt, maar van wat God beloofd heeft. David zingt ervan: 'Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons' (Psalm 103:12). Wat God heeft weggedaan, hoeft u niet steeds opnieuw op te graven.
Soms is het moeilijker uzelf te vergeven dan te geloven dat God vergeeft. Daar mag u eerlijk over zijn in het gebed. U kunt ook troost vinden in bijbelteksten voor wie vergeving zoekt. De Heere Jezus belooft: wie tot Hem komt, zal Hij geenszins uitwerpen (Johannes 6:37).
U hoeft dit niet alleen te dragen. Een gesprek met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid kan helpen, ook als het gaat om iets wat u nooit eerder hardop hebt gezegd. Heeft uw zonde een ander geraakt, dan kan zo iemand ook meedenken over de vraag of en hoe u het weer goedmaakt. Houdt het schuldgevoel u zo vast dat u er slecht van slaapt of nergens meer vreugde in vindt, bespreek het dan ook met uw huisarts. Dat geldt ook als dezelfde gedachten over schuld steeds dwingend terugkomen, hoe vaak u ze ook beleden hebt; hulp zoeken is dan geen gebrek aan geloof. Wilt u eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u dag en nacht De Luisterlijn bellen via 088 0767 000.
'Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen' (Micha 7:19)