Aankondiging aan Maria
De engel Gabriel wordt naar Nazareth gezonden en kondigt Maria aan dat zij door de kracht van de Heilige Geest de Messias zal baren.
Natsrat (Hebreeuws), vermoedelijk afgeleid van netser, "spruit" of "loot". Sommigen zien hierin een link met Jesaja 11:1, waar de Messias een rijsje uit de afgehouwen tronk van Isai wordt genoemd.
Nazareth is het dorp in Galilea, in het noorden van Israel, waar Jezus van Nazareth opgroeide en waar Gabriel aan Maria de Messias aankondigde.
Ook bekend als: Nazaret, Natsrat, Nazara
Nazareth ligt in Lager-Galilea, in het zuiden van de bergen ten westen van het Meer van Galilea, op ongeveer 350 meter hoogte. Het dorp bevindt zich in een natuurlijke kom tussen heuvels en was in de tijd van Jezus klein en onbelangrijk, waarschijnlijk met niet meer dan enkele honderden inwoners.
Nazareth is vandaag een bloeiende stad in het noorden van Israel met de grootste Arabisch-christelijke gemeenschap van het land. Bezienswaardigheden zijn de grote Basiliek van de Aankondiging en de Sint-Jozefkerk.
De engel Gabriel wordt naar Nazareth gezonden en kondigt Maria aan dat zij door de kracht van de Heilige Geest de Messias zal baren.
Jozef, Maria en het kind Jezus vestigen zich na de dood van Herodes in Nazareth, zodat vervuld wordt wat gesproken is door de profeten: "Hij zal Nazarener genoemd worden."
Jezus groeit op, is zijn ouders onderdanig, en neemt toe in wijsheid en in genade bij God en de mensen — dertig jaar lang.
Aan het begin van zijn openbare bediening leest Jezus in de synagoge van Nazareth de messiaanse profetie voor en verklaart: "Heden is deze Schrift in uw oren vervuld."
De dorpsgenoten worden woedend, drijven Jezus de stad uit en proberen Hem van een steile helling te werpen. Hij gaat echter ongehinderd door hun midden heen.
De volgende bijbelgedeelten helpen je om de rol van Nazareth in de Schrift beter te begrijpen.
Nazareth ligt in Galilea, in het noorden van Israel, en is vandaag de hoofdplaats van het Noorddistrict. Het dorp uit de evangelien lag in een kom tussen de heuvels van Laag-Galilea, op ongeveer 350 meter hoogte, ruim honderd kilometer ten noorden van Jeruzalem en ruim twintig kilometer ten westen van het Meer van Galilea. Lukas 1:26 noemt het "een stad in Galilea, genaamd Nazareth". Wie de plaatsen uit de evangelien op een kaart zet, ziet dat Nazareth, Kana, Kapernaum en Tiberias alle vier in dezelfde streek lagen, op hooguit een dagreis van elkaar. Bethlehem, de geboorteplaats van Jezus, lag daarentegen in Judea, een reis van enkele dagen naar het zuiden.
De evangelien noemen Nazareth een stad: Lukas 1:26 spreekt van "een stad in Galilea, genaamd Nazareth" en Mattheus 2:23 van "de stad, genaamd Nazareth". Het Griekse woord polis werd toen ook gebruikt voor kleine, zelfstandige plaatsen. Archeologisch onderzoek wijst juist op een klein landbouwdorp van hooguit enkele honderden inwoners, met huizen die deels in de rots waren uitgehakt, en met wijngaarden, olijfgaarden en graanakkers op de terrassen eromheen. Stad en dorp zijn hier dus geen tegenstelling: naar bijbelse maatstaven een zelfstandige plaats, naar de onze een gehucht. Het huidige Nazareth is wel een echte stad, met tienduizenden inwoners.
Nee, Nazareth komt in het Oude Testament nergens voor. Ook in andere joodse bronnen uit de eerste eeuw wordt het dorp nauwelijks vermeld. Mattheus verbindt de naam aan de profetieen dat de Messias "Nazarener genoemd zou worden" (Mattheus 2:23), waarschijnlijk met een woordspeling op het Hebreeuwse netser (spruit) uit Jesaja 11:1.
De naam komt waarschijnlijk van het Hebreeuwse netser, "spruit" of "loot". Dat woord staat in Jesaja 11:1, waar de Statenvertaling leest: "Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen." Sommige uitleggers zien hierin een profetische verwijzing naar Jezus de Nazarener.
Nathanael verwoordt het algemene gevoel dat Nazareth een onbeduidend dorp was waar geen grote profeet of koning vandaan zou komen. Filippus antwoordt niet met argumenten, maar met een uitnodiging: "Kom en zie." Deze reactie staat model voor de ontmoeting met Jezus: niet vooroordeel, maar persoonlijke kennismaking. Let op de versnummering: de Statenvertaling heeft dit gesprek in Johannes 1:46-47, andere vertalingen in Johannes 1:45-46, en zij vertalen de vraag meestal als "Kan uit Nazareth iets goeds komen?"
Volgens Lukas 3:23 was Jezus ongeveer dertig jaar oud toen Hij Zijn openbare bediening begon. Tot dan toe had Hij in Nazareth gewoond en volgens Markus 6:3 als timmerman gewerkt. Deze jaren van verborgenheid behoren tot het grootste deel van Zijn aardse leven.
Jezus las uit Jesaja 61 voor en verklaarde dat deze messiaanse profetie in Hem werd vervuld (Lukas 4:16-21). Eerst reageerden de mensen positief, maar toen Hij eraan herinnerde dat God ook buiten Israel genadig kan zijn, werden zij woedend en probeerden Hem van een afgrond te werpen. Hij ging echter midden tussen hen door weg.
Het Griekse woord tekton (Markus 6:3) kan zowel "timmerman" als breder "vakman" betekenen en werd gebruikt voor ambachtslieden die in hout en steen werkten. Gezien het vele bouwwerk in het nabijgelegen Sepphoris is het waarschijnlijk dat Jezus (en Jozef) aan allerlei bouwprojecten meewerkten, niet alleen aan houten voorwerpen.
Nazarener betekent letterlijk "iemand uit Nazareth". Omdat Jezus daar opgroeide, werd Hij door tijdgenoten zo aangeduid. Mattheus 2:23 verbindt de naam met de profeten: "opdat vervuld zou worden, wat door de profeten gezegd is, dat Hij Nazarener zal geheten worden" — waarschijnlijk met een woordspeling op het Hebreeuwse netser, "loot", uit Jesaja 11:1. Aanvankelijk kon de aanduiding neerbuigend klinken, maar zij werd een erenaam: op het kruis stond volgens de Statenvertaling "JEZUS De NAZARENER De KONING DER JODEN" (Johannes 19:19). In Handelingen 24:5 wordt de jonge kerk zelfs aangeklaagd als "de sekte der Nazarenen".
Nee. Achternamen zoals wij die kennen bestonden in het Joodse Galilea niet. Mensen werden aangeduid naar hun vader — "Is deze niet de Zoon van Jozef?", vroegen Zijn dorpsgenoten (Lukas 4:22) — of naar hun woonplaats. Zo ontstond "Jezus van Nazareth". Ook "Christus" is geen achternaam maar een titel: het Griekse woord voor gezalfde, in het Hebreeuws Messias. De naam Jezus zelf wordt in Mattheus 1:21 uitgelegd: "gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden."
Ja. Nazareth is vandaag een stad in het noorden van Israel met tienduizenden inwoners. Het is de belangrijkste christelijke stad van het land en herbergt heilige plaatsen zoals de Basiliek van de Aankondiging, gebouwd boven de traditionele plek waar Maria de boodschap van de engel Gabriel ontving.
Bethlehem
Bethlehem ligt vandaag in de Westelijke Jordaanoever en staat onder Palestijns bestuur
Kapernaum
De ruines van Kapernaum worden vandaag aangewezen bij Tell Hum, in het noorden van Israel, aan de noordkust van het Meer van Galilea
Jeruzalem
Jeruzalem is vandaag de hoofdstad van de staat Israel en een heilige stad voor het Jodendom, het christendom en de islam
Galilea
Galilea is vandaag een regio in het noorden van Israel
Wil je dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Nazareth? Onze AI-assistent helpt je verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Nazareth.
Plaats Nazareth in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Nazareth.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Nazareth.
Verken thema's die verbonden zijn met Nazareth.