Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~850 v.Chr.

Naäman in de Bijbel

Naäman (נַעֲמָן, Hebreeuws) - “Lieflijk, aangenaam”

Wie was Naäman?

Naäman was de legeroverste van de koning van Syrië in de tijd van de profeet Elisa. Hij was melaats en werd op aanraden van een gevangen meisje uit Israël genezen door zich zevenmaal in de Jordaan te wassen. Daarna beleed hij de God van Israël (2 Koningen 5:15).

Naäman komt in het Oude Testament in één hoofdstuk voor, 2 Koningen 5, en in het Nieuwe Testament in één zin uit de mond van Jezus (Lukas 4:27). Toch is zijn geschiedenis bij veel lezers goed bekend. De Statenvertaling schrijft zijn naam zonder trema, Naaman, en noemt hem "Naaman, dien Syrier" (2 Koningen 5:20). Syrië staat in de Statenvertaling voor het Aramese koninkrijk met Damascus als hoofdstad. Het hoofdstuk opent met een tegenstelling. Naäman was "een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien", een strijdbare held door wie de HEERE de Syriërs overwinning had gegeven, maar de zin eindigt met "doch melaats" (2 Koningen 5:1). Al zijn aanzien kon die ene ziekte niet wegnemen. De lijn van het verhaal is eenvoudig te volgen. Een jong meisje uit Israël, dat bij een Syrische strooptocht gevangen was genomen, noemt de profeet in Samaria. Naäman reist met een brief van zijn koning en een groot geschenk naar de koning van Israël, die schrikt. Elisa laat hem komen, maar ontvangt hem niet zelf: een bode brengt de opdracht zich zevenmaal in de Jordaan te wassen. Na een woede-uitbarsting en een verstandig woord van zijn knechten gehoorzaamt Naäman en wordt hij rein. Hij keert terug naar Elisa, belijdt de God van Israël en biedt een geschenk aan, dat geweigerd wordt. Het hoofdstuk sluit met Gehazi, de knecht van Elisa, die toch iets van Naäman probeert te krijgen en zelf melaats wordt. Naäman is niet te verwarren met de Benjaminiet Naäman, die in Genesis 46:21 bij de zonen van Benjamin staat en in Numeri 26:40 een zoon van Bela heet, naar wie "het geslacht der Naamieten" genoemd is. Waarschijnlijk gaat het in beide lijsten om dezelfde man, een kleinzoon van Benjamin; ook 1 Kronieken 8:4 noemt een Naäman onder de kinderen van Bela. Over hem vertelt de Bijbel verder niets.

Historische context

Naäman leefde in de negende eeuw voor Christus, waarschijnlijk rond 850 v.Chr., toen Elisa in het noordelijke rijk Israël optrad. De koning van Israël in 2 Koningen 5 wordt niet bij naam genoemd. Omdat Elisa vooral werkte onder Joram, de zoon van Achab (2 Koningen 3:1), denken de meeste uitleggers aan hem. Ook de koning van Syrië blijft naamloos; vaak wordt gedacht aan Benhadad, die elders in deze hoofdstukken optreedt (2 Koningen 8:7). Syrië, in het Hebreeuws Aram, was in die tijd de belangrijkste buur en tegenstander van Israël. Er waren grote veldslagen, maar ook kleinere strooptochten over de grens: "er waren benden uit Syrie getogen" (2 Koningen 5:2). Bij zo'n tocht werd het meisje meegevoerd dat later in Naämans huis diende. Het volgende hoofdstuk laat zien hoe die strijd voortging (2 Koningen 6:8-23). Dat de HEERE door Naäman "den Syriers verlossing gegeven" had (2 Koningen 5:1), zegt iets opmerkelijks: de God van Israël bestuurt ook de overwinningen van een ander volk. Welke overwinning bedoeld is, zegt de tekst niet. Sommige uitleggers denken aan de strijd van Damascus tegen Assyrië in deze jaren; de Assyrische koning Salmanasser III noemt in zijn inscripties een bondgenootschap onder leiding van de koning van Damascus. De joodse geschiedschrijver Josephus vermeldt dat Naäman de boogschutter was die koning Achab dodelijk trof (1 Koningen 22:34), maar de Bijbel zelf noemt die schutter niet. Melaatsheid is in de Bijbel een verzamelnaam voor ernstige huidziekten, ruimer dan wat wij nu lepra noemen. In Israël maakte zij iemand onrein en moest hij buiten de legerplaats wonen (Leviticus 13:45-46). In Syrië golden die wetten niet; Naäman bleef aan het hof dienen. De koning van Israël wist wel dat genezing van zo'n ziekte boven menselijk vermogen ging: "Ben ik dan God, om te doden en levend te maken" (2 Koningen 5:7). Het geschenk dat Naäman meenam was een vermogen: tien talenten zilver, zesduizend sikkels goud en "tien wisselklederen", kostbare stellen kleding (2 Koningen 5:5). De rivieren die hij noemt, de Abana en de Farpar, stroomden bij Damascus en maakten de stad tot een groene oase. Rimmon was een god die in Damascus vereerd werd, waarschijnlijk een naam van de stormgod Hadad. Dat Naäman aarde uit Israël meenam, past bij het besef in de oudheid dat een god aan zijn land verbonden was: hij wilde de HEERE dienen op grond uit het land van de HEERE.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Moedig en bekwaam als legeraanvoerder (2 Koningen 5:1)
  • Bereid naar een eenvoudig meisje en naar zijn knechten te luisteren (2 Koningen 5:4, 2 Koningen 5:13-14)
  • Ronduit in zijn belijdenis van de HEERE na zijn genezing (2 Koningen 5:15)
  • Gewetensvol: hij wil voortaan alleen de HEERE offeren en benoemt zelf waar hij tekortschiet (2 Koningen 5:17-18)
  • Royaal en hoffelijk, ook tegenover een knecht (2 Koningen 5:21-23)

−Zwakke kanten

  • Trots en gekrenkt toen de profeet hem niet persoonlijk ontving (2 Koningen 5:11)
  • Snel toornig: hij trok weg "met grimmigheid" (2 Koningen 5:12)

Theologische betekenis

De genezing van Naäman is in de eerste plaats een daad van God, en het hoofdstuk zegt ook waarom: Elisa liet Naäman komen met de woorden "zo zal hij weten, dat er een profeet in Israel is" (2 Koningen 5:8). Het doel was niet alleen een gezonde huid, maar kennis van de levende God. Dat doel werd bereikt. Naäman zei: "Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israel!" (2 Koningen 5:15). Uit de mond van een heidense legeroverste is dat een opvallend heldere belijdenis. Het verhaal laat zien hoe genade werkt. Naäman verwachtte een plechtige handeling en bracht een fortuin mee. Hij kreeg een eenvoudig woord en hoefde niets te betalen. Elisa weigerde het geschenk met een eed (2 Koningen 5:16). Wat God geeft, is "zonder geld, en zonder prijs" (Jesaja 55:1); Paulus spreekt later van mensen die "om niet gerechtvaardigd" worden, "uit Zijn genade" (Romeinen 3:24). Gehazi, die aan de genade toch geld wilde verdienen, droeg daarna de ziekte waarvan Naäman verlost was. Jezus haalt Naäman aan in Zijn prediking in de synagoge van Nazareth: "En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier" (Lukas 4:27). Direct daarvoor noemt Hij de weduwe van Sarfath, bij wie Elia werd gezonden; Lukas noemt die plaats Sarepta (Lukas 4:25-26). Het punt is pijnlijk voor Zijn hoorders: God zoekt soms buitenstaanders op terwijl het eigen volk het woord afwijst. De synagoge werd "met toorn vervuld" (Lukas 4:28). Hetzelfde motief keert terug bij de Samaritaan die als enige van tien melaatsen terugkwam om God te danken, "deze vreemdeling" (Lukas 17:18). De vraag over het huis van Rimmon (2 Koningen 5:18) wordt verschillend uitgelegd. Sommigen zien in het antwoord "Ga in vrede" een geduldige houding tegenover een jonge gelovige die nog midden in een heidense omgeving moest leven. Anderen benadrukken dat Elisa geen toestemming geeft maar Naäman met zijn vraag aan God overlaat. De tekst zelf beslist dat niet. Al in de vroege kerk, bijvoorbeeld bij Ambrosius, werd het baden in de Jordaan gelezen als beeld van de doop. De tekst spreekt zelf van reiniging, niet van doop, maar het beeld wijst wel vooruit: reiniging komt van buiten, door het woord van God, en niet uit eigen kracht. Zo is Naäman een vroeg teken van wat het Nieuwe Testament breed uitwerkt, dat vreemdelingen "die eertijds verre waart, nabij geworden" zijn (Efeze 2:13).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Naäman (נַעֲמָן, Hebreeuws)

Betekenis

Lieflijk, aangenaam

Sleutelmomenten

1

Een groot man, doch melaats

Naäman is krijgsoverste van de koning van Syrië, hoog in aanzien en succesvol in de strijd. De tekst zegt dat de HEERE de Syriërs door hem overwinning had gegeven. Maar hij is melaats.

2 Koningen 5:1

2

Het meisje uit Israël

Een jong meisje, bij een strooptocht uit Israël meegevoerd, dient de vrouw van Naäman. Zij wenst dat haar heer bij de profeet in Samaria was, want die zou hem genezen. Naäman brengt het aan zijn koning over.

2 Koningen 5:2-4

3

De brief aan de koning van Israël

De koning van Syrië stuurt Naäman met een brief en een rijk geschenk naar de koning van Israël. Die scheurt zijn kleren, omdat hij een voorwendsel voor oorlog vermoedt. Elisa laat zeggen dat Naäman bij hem moet komen.

2 Koningen 5:5-8

4

Zevenmaal wassen in de Jordaan

Naäman stopt met paarden en wagen voor het huis van Elisa, maar de profeet stuurt alleen een bode met de opdracht zich zevenmaal in de Jordaan te wassen. Naäman voelt zich gekrenkt en trekt woedend weg.

2 Koningen 5:9-12

5

Rein als een kleine jongen

Zijn knechten wijzen hem erop dat hij een moeilijke opdracht wel zou hebben uitgevoerd. Naäman daalt af naar de Jordaan, dompelt zich zevenmaal onder en zijn vlees wordt als dat van een kleine jongen.

2 Koningen 5:13-14

6

Belijdenis en een geweigerd geschenk

Naäman keert terug en belijdt dat er geen God is op de hele aarde dan in Israël. Hij wil Elisa belonen, maar de profeet weigert met een eed bij de HEERE.

2 Koningen 5:15-16

7

Aarde en het huis van Rimmon

Naäman vraagt zoveel aarde als een span muildieren kan dragen, omdat hij voortaan alleen de HEERE wil offeren. Hij vraagt vergeving voor het moment waarop hij met zijn koning in de tempel van Rimmon moet buigen. Elisa antwoordt: Ga in vrede.

2 Koningen 5:17-19

8

Gehazi loopt Naäman na

Gehazi haalt Naäman in en vraagt met een verzonnen verhaal zilver en kleren. Naäman geeft ruim. Elisa ontmaskert Gehazi, en de melaatsheid van Naäman gaat op hem over.

2 Koningen 5:20-27

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Naäman beter te begrijpen.

2 Koningen 5:1

“Naaman nu, de krijgsoverste van den koning van Syrie, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de HEERE den Syriers verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats.”

De opening van het verhaal: alle aanzien van Naäman staat tegenover twee woorden, "doch melaats". Ook zijn overwinningen schrijft de tekst toe aan de HEERE.

2 Koningen 5:3

“Deze zeide tot haar vrouw: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.”

Het meisje uit Israël, krijgsgevangene en dienstmeisje, wenst haar heer genezing toe. Haar ene zin zet het hele verhaal in gang.

2 Koningen 5:10

“Toen zond Elisa tot hem een bode, zeggende: Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn.”

De opdracht is eenvoudig en wordt niet eens door Elisa zelf gebracht. Juist daardoor staat het woord van God centraal, niet de persoon van de profeet.

2 Koningen 5:12

“Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damaskus, beter dan alle wateren van Israel; zou ik mij in die niet kunnen wassen en rein worden? Zo wendde hij zich, en toog weg met grimmigheid.”

Naämans trots: de rivieren van zijn eigen stad leken hem beter. De vraag was niet welk water het schoonste was, maar welk woord hij zou gehoorzamen.

2 Koningen 5:14

“Zo klom hij af, en doopte zich in de Jordaan zevenmaal, naar het woord van den man Gods; en zijn vlees kwam weder, gelijk het vlees van een kleinen jongen; en hij werd rein.”

De genezing komt "naar het woord van den man Gods". De machtige legeroverste krijgt de huid van een kind.

2 Koningen 5:15

“Toen keerde hij weder tot den man Gods, hij en zijn ganse heir, en kwam, en stond voor zijn aangezicht en zeide: Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israel! Nu dan, neem toch een zegen van uw knecht.”

De belijdenis van Naäman. Het doel uit vers 8, dat hij zou weten dat er een profeet in Israël is, is bereikt en overtroffen.

2 Koningen 5:17

“En Naaman zeide: Zo niet; laat toch uw knecht gegeven worden een last aarde van een juk muildieren; want uw knecht zal niet meer brandoffer of slachtoffer aan andere goden doen, maar den HEERE.”

Naäman neemt aarde uit Israël mee om de HEERE in zijn eigen land te kunnen dienen. Zijn begrip is nog beperkt, zijn keuze is duidelijk.

Lukas 4:27

“En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.”

Jezus noemt Naäman in de synagoge van Nazareth, samen met de weduwe van Sarfath, als voorbeeld van Gods genade voor iemand van buiten Israël.

Tijdperiode

~850 v.Chr.

Naäman leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Het meisje uit Israël was weggerukt uit haar land en diende in het huis van een vijandige legeroverste. Toch wenste zij haar heer genezing toe en wees zij hem op de profeet van haar God. De Bijbel noemt haar naam niet, maar haar getuigenis veranderde een leven. Ook in een moeilijke of onvrijwillige positie kunnen wij spreken over de God die wij kennen. Naäman moest zijn trots opzij zetten. Hij had zich een voorstelling gemaakt van hoe zijn genezing zou verlopen: "Zie, ik zeide bij mijzelven" (2 Koningen 5:11). Het eenvoudige woord van God paste daar niet in. Wij herkennen dat: wij willen zelf iets bijdragen, of wij verwachten iets indrukwekkends. Het evangelie vraagt dat wij ons laten zeggen wat God zegt, ook als het eenvoudig lijkt. Genade is niet te koop. Naäman bracht een fortuin mee, maar Elisa nam er niets van aan (2 Koningen 5:16), waarschijnlijk opdat niemand zou denken dat Gods hulp te betalen was. Gehazi liet zien hoe gevaarlijk het is om aan de genade van God iets te willen verdienen. Naämans geloof was nog jong. Hij wist na zijn genezing niet alles, en hij zag op tegen de dag dat hij met zijn koning in de tempel van Rimmon moest staan. Hij legde die vraag eerlijk voor. Elisa stuurde hem weg met vrede. Een jonge gelovige mag zijn weg zoeken met een gevoelig geweten, en wij mogen geduld hebben met wie nog maar net begonnen is.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Naäman

Wie was Naäman in de Bijbel?
Naäman was de krijgsoverste van de koning van Syrië in de tijd van de profeet Elisa, rond 850 v.Chr. Hij was een gezien en succesvol legeraanvoerder, maar hij was melaats. Op aanraden van een gevangen meisje uit Israël ging hij naar Elisa, waste zich zevenmaal in de Jordaan en werd rein. Daarna beleed hij de God van Israël. Zijn geschiedenis staat in 2 Koningen 5.
Wat betekent de naam Naäman?
De naam Naäman (Hebreeuws נַעֲמָן) komt van een stam die lieflijk of aangenaam betekent. Dezelfde stam zit in de namen Naomi en Naäma. Sommigen wijzen op het contrast tussen de lieflijke naam en zijn melaatsheid. De Bijbel zelf legt dat verband niet en geeft geen uitleg bij zijn naam.
Waar staat Naäman in de Bijbel?
De geschiedenis van Naäman staat in 2 Koningen 5. Vers 1 tot en met 19 vertelt over zijn ziekte, de reis naar Israël, zijn genezing in de Jordaan en zijn belijdenis; vers 20 tot en met 27 vertelt hoe Gehazi, de knecht van Elisa, hem achterna liep. In het Nieuwe Testament noemt Jezus hem in Lukas 4:27, in de synagoge van Nazareth.
Hoe schrijft u Naäman in de Statenvertaling?
De Statenvertaling schrijft Naaman, zonder trema, en noemt hem "Naaman, dien Syrier" (2 Koningen 5:20) en "Naaman, de Syrier" (Lukas 4:27). In hedendaags Nederlands is Naäman de gangbare spelling, met een trema omdat de twee a’s apart worden uitgesproken. Syrië staat in de Statenvertaling voor het Aramese rijk rond Damascus; daarom spreekt men van Naäman de Syriër.
Is Naäman de Syriër dezelfde als de Naäman uit Genesis 46?
Nee. In Genesis 46:21 staat een Naäman bij de zonen van Benjamin, en in Numeri 26:40 heet een Naäman zoon van Bela, naar wie "het geslacht der Naamieten" genoemd is. Waarschijnlijk is dat dezelfde man, een kleinzoon van Benjamin die in Genesis bij diens zonen is gerekend; ook 1 Kronieken 8:4 noemt hem. Hij was een nakomeling van Benjamin uit de tijd van de aartsvaders en stamvader van een geslacht in Israël. Naäman de Syriër leefde eeuwen later, in de tijd van Elisa, en was geen Israëliet maar een Aramese legeroverste.
Wie was het dienstmeisje van Naäman?
Zij was "een kleine jonge dochter uit het land van Israel", die bij een Syrische strooptocht gevangen was genomen en in dienst van de vrouw van Naäman werkte (2 Koningen 5:2). Haar naam wordt niet genoemd. Zij zei: "Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is" (2 Koningen 5:3). Zij wenste haar heer genezing toe en wees hem op de profeet van haar God, en daarmee begon zijn genezing.
Waarom moest Naäman zich zevenmaal wassen in de Jordaan?
De tekst geeft geen verklaring; het ging erom dat Naäman het woord van de profeet gehoorzaamde. Het getal zeven staat in de Bijbel vaak voor volkomenheid, en ook bij de reiniging van een melaatse komt zevenmaal sprenkelen voor (Leviticus 14:7). De Jordaan had geen genezende kracht van zichzelf. Naäman werd rein "naar het woord van den man Gods" (2 Koningen 5:14).
Waarom was Naäman boos op Elisa?
Naäman had verwacht dat Elisa naar buiten zou komen, de naam van de HEERE zou aanroepen en zijn hand over de zieke plek zou bewegen (2 Koningen 5:11). In plaats daarvan stuurde de profeet een bode met de opdracht zich in de Jordaan te wassen. Naäman vond de rivieren van Damascus beter: "Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damaskus, beter dan alle wateren van Israel" (2 Koningen 5:12). Zijn knechten brachten hem tot inkeer.
Waarom nam Naäman aarde mee uit Israël?
Hij vroeg "een last aarde van een juk muildieren", omdat hij voortaan geen offers meer aan andere goden wilde brengen, "maar den HEERE" (2 Koningen 5:17). De tekst legt het niet uit; veel uitleggers verbinden het met het besef in de oudheid dat een god aan zijn land verbonden was. Naäman wilde dan in Damascus de HEERE dienen op grond uit Israël. Direct daarna vroeg hij vergeving voor het buigen in het huis van Rimmon, de god van Damascus, waar hij zijn koning moest begeleiden.
Wat gebeurde er met Gehazi na de genezing van Naäman?
Gehazi, de knecht van Elisa, liep Naäman achterna en vroeg met een verzonnen verhaal een talent zilver en twee stel kleren. Naäman drong erop aan dat hij twee talenten nam in plaats van één, en gaf de kleren erbij (2 Koningen 5:23). Elisa ontmaskerde hem en zei: "Daarom zal u de melaatsheid van Naaman aankleven, en uw zaad in eeuwigheid!" Gehazi ging weg, melaats en wit als sneeuw (2 Koningen 5:27).
Wat zegt Jezus over Naäman?
In de synagoge van Nazareth zei Jezus: "En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier" (Lukas 4:27). Samen met de weduwe van Sarfath (bij Lukas: Sarepta) gebruikte Hij Naäman als voorbeeld van Gods genade voor iemand van buiten Israël. De hoorders werden zo boos dat zij Hem van een steilte wilden werpen (Lukas 4:28-29).
Wat kunnen wij leren van Naäman?
Naäman leert ons dat genezing en redding komen door Gods woord te gehoorzamen, niet door rang, rijkdom of eigen voorstellingen. Hij moest zijn trots opzij zetten en luisteren naar een dienstmeisje en naar zijn knechten. Elisa leerde hem dat Gods genade niet te koop is. En zijn vraag over het huis van Rimmon laat zien dat een jong geloof met een gevoelig geweten zijn weg mag zoeken.

Stel een vraag over Naäman

Wilt u meer weten over Naäman? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Naäman

Bijbelverhalen rond Naäman

Verdiep u verder