Naäman in de Bijbel
Naäman (נַעֲמָן, Hebreeuws) - “Lieflijk, aangenaam”
Wie was Naäman?
Naäman was de legeroverste van de koning van Syrië in de tijd van de profeet Elisa. Hij was melaats en werd op aanraden van een gevangen meisje uit Israël genezen door zich zevenmaal in de Jordaan te wassen. Daarna beleed hij de God van Israël (2 Koningen 5:15).
Naäman komt in het Oude Testament in één hoofdstuk voor, 2 Koningen 5, en in het Nieuwe Testament in één zin uit de mond van Jezus (Lukas 4:27). Toch is zijn geschiedenis bij veel lezers goed bekend. De Statenvertaling schrijft zijn naam zonder trema, Naaman, en noemt hem "Naaman, dien Syrier" (2 Koningen 5:20). Syrië staat in de Statenvertaling voor het Aramese koninkrijk met Damascus als hoofdstad. Het hoofdstuk opent met een tegenstelling. Naäman was "een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien", een strijdbare held door wie de HEERE de Syriërs overwinning had gegeven, maar de zin eindigt met "doch melaats" (2 Koningen 5:1). Al zijn aanzien kon die ene ziekte niet wegnemen. De lijn van het verhaal is eenvoudig te volgen. Een jong meisje uit Israël, dat bij een Syrische strooptocht gevangen was genomen, noemt de profeet in Samaria. Naäman reist met een brief van zijn koning en een groot geschenk naar de koning van Israël, die schrikt. Elisa laat hem komen, maar ontvangt hem niet zelf: een bode brengt de opdracht zich zevenmaal in de Jordaan te wassen. Na een woede-uitbarsting en een verstandig woord van zijn knechten gehoorzaamt Naäman en wordt hij rein. Hij keert terug naar Elisa, belijdt de God van Israël en biedt een geschenk aan, dat geweigerd wordt. Het hoofdstuk sluit met Gehazi, de knecht van Elisa, die toch iets van Naäman probeert te krijgen en zelf melaats wordt. Naäman is niet te verwarren met de Benjaminiet Naäman, die in Genesis 46:21 bij de zonen van Benjamin staat en in Numeri 26:40 een zoon van Bela heet, naar wie "het geslacht der Naamieten" genoemd is. Waarschijnlijk gaat het in beide lijsten om dezelfde man, een kleinzoon van Benjamin; ook 1 Kronieken 8:4 noemt een Naäman onder de kinderen van Bela. Over hem vertelt de Bijbel verder niets.
Historische context
Naäman leefde in de negende eeuw voor Christus, waarschijnlijk rond 850 v.Chr., toen Elisa in het noordelijke rijk Israël optrad. De koning van Israël in 2 Koningen 5 wordt niet bij naam genoemd. Omdat Elisa vooral werkte onder Joram, de zoon van Achab (2 Koningen 3:1), denken de meeste uitleggers aan hem. Ook de koning van Syrië blijft naamloos; vaak wordt gedacht aan Benhadad, die elders in deze hoofdstukken optreedt (2 Koningen 8:7). Syrië, in het Hebreeuws Aram, was in die tijd de belangrijkste buur en tegenstander van Israël. Er waren grote veldslagen, maar ook kleinere strooptochten over de grens: "er waren benden uit Syrie getogen" (2 Koningen 5:2). Bij zo'n tocht werd het meisje meegevoerd dat later in Naämans huis diende. Het volgende hoofdstuk laat zien hoe die strijd voortging (2 Koningen 6:8-23). Dat de HEERE door Naäman "den Syriers verlossing gegeven" had (2 Koningen 5:1), zegt iets opmerkelijks: de God van Israël bestuurt ook de overwinningen van een ander volk. Welke overwinning bedoeld is, zegt de tekst niet. Sommige uitleggers denken aan de strijd van Damascus tegen Assyrië in deze jaren; de Assyrische koning Salmanasser III noemt in zijn inscripties een bondgenootschap onder leiding van de koning van Damascus. De joodse geschiedschrijver Josephus vermeldt dat Naäman de boogschutter was die koning Achab dodelijk trof (1 Koningen 22:34), maar de Bijbel zelf noemt die schutter niet. Melaatsheid is in de Bijbel een verzamelnaam voor ernstige huidziekten, ruimer dan wat wij nu lepra noemen. In Israël maakte zij iemand onrein en moest hij buiten de legerplaats wonen (Leviticus 13:45-46). In Syrië golden die wetten niet; Naäman bleef aan het hof dienen. De koning van Israël wist wel dat genezing van zo'n ziekte boven menselijk vermogen ging: "Ben ik dan God, om te doden en levend te maken" (2 Koningen 5:7). Het geschenk dat Naäman meenam was een vermogen: tien talenten zilver, zesduizend sikkels goud en "tien wisselklederen", kostbare stellen kleding (2 Koningen 5:5). De rivieren die hij noemt, de Abana en de Farpar, stroomden bij Damascus en maakten de stad tot een groene oase. Rimmon was een god die in Damascus vereerd werd, waarschijnlijk een naam van de stormgod Hadad. Dat Naäman aarde uit Israël meenam, past bij het besef in de oudheid dat een god aan zijn land verbonden was: hij wilde de HEERE dienen op grond uit het land van de HEERE.
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Moedig en bekwaam als legeraanvoerder (2 Koningen 5:1)
- Bereid naar een eenvoudig meisje en naar zijn knechten te luisteren (2 Koningen 5:4, 2 Koningen 5:13-14)
- Ronduit in zijn belijdenis van de HEERE na zijn genezing (2 Koningen 5:15)
- Gewetensvol: hij wil voortaan alleen de HEERE offeren en benoemt zelf waar hij tekortschiet (2 Koningen 5:17-18)
- Royaal en hoffelijk, ook tegenover een knecht (2 Koningen 5:21-23)
−Zwakke kanten
- Trots en gekrenkt toen de profeet hem niet persoonlijk ontving (2 Koningen 5:11)
- Snel toornig: hij trok weg "met grimmigheid" (2 Koningen 5:12)
Theologische betekenis
De genezing van Naäman is in de eerste plaats een daad van God, en het hoofdstuk zegt ook waarom: Elisa liet Naäman komen met de woorden "zo zal hij weten, dat er een profeet in Israel is" (2 Koningen 5:8). Het doel was niet alleen een gezonde huid, maar kennis van de levende God. Dat doel werd bereikt. Naäman zei: "Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israel!" (2 Koningen 5:15). Uit de mond van een heidense legeroverste is dat een opvallend heldere belijdenis. Het verhaal laat zien hoe genade werkt. Naäman verwachtte een plechtige handeling en bracht een fortuin mee. Hij kreeg een eenvoudig woord en hoefde niets te betalen. Elisa weigerde het geschenk met een eed (2 Koningen 5:16). Wat God geeft, is "zonder geld, en zonder prijs" (Jesaja 55:1); Paulus spreekt later van mensen die "om niet gerechtvaardigd" worden, "uit Zijn genade" (Romeinen 3:24). Gehazi, die aan de genade toch geld wilde verdienen, droeg daarna de ziekte waarvan Naäman verlost was. Jezus haalt Naäman aan in Zijn prediking in de synagoge van Nazareth: "En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier" (Lukas 4:27). Direct daarvoor noemt Hij de weduwe van Sarfath, bij wie Elia werd gezonden; Lukas noemt die plaats Sarepta (Lukas 4:25-26). Het punt is pijnlijk voor Zijn hoorders: God zoekt soms buitenstaanders op terwijl het eigen volk het woord afwijst. De synagoge werd "met toorn vervuld" (Lukas 4:28). Hetzelfde motief keert terug bij de Samaritaan die als enige van tien melaatsen terugkwam om God te danken, "deze vreemdeling" (Lukas 17:18). De vraag over het huis van Rimmon (2 Koningen 5:18) wordt verschillend uitgelegd. Sommigen zien in het antwoord "Ga in vrede" een geduldige houding tegenover een jonge gelovige die nog midden in een heidense omgeving moest leven. Anderen benadrukken dat Elisa geen toestemming geeft maar Naäman met zijn vraag aan God overlaat. De tekst zelf beslist dat niet. Al in de vroege kerk, bijvoorbeeld bij Ambrosius, werd het baden in de Jordaan gelezen als beeld van de doop. De tekst spreekt zelf van reiniging, niet van doop, maar het beeld wijst wel vooruit: reiniging komt van buiten, door het woord van God, en niet uit eigen kracht. Zo is Naäman een vroeg teken van wat het Nieuwe Testament breed uitwerkt, dat vreemdelingen "die eertijds verre waart, nabij geworden" zijn (Efeze 2:13).
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Naäman (נַעֲמָן, Hebreeuws)
Betekenis
Lieflijk, aangenaam
Sleutelmomenten
Een groot man, doch melaats
Naäman is krijgsoverste van de koning van Syrië, hoog in aanzien en succesvol in de strijd. De tekst zegt dat de HEERE de Syriërs door hem overwinning had gegeven. Maar hij is melaats.
2 Koningen 5:1
Het meisje uit Israël
Een jong meisje, bij een strooptocht uit Israël meegevoerd, dient de vrouw van Naäman. Zij wenst dat haar heer bij de profeet in Samaria was, want die zou hem genezen. Naäman brengt het aan zijn koning over.
2 Koningen 5:2-4
De brief aan de koning van Israël
De koning van Syrië stuurt Naäman met een brief en een rijk geschenk naar de koning van Israël. Die scheurt zijn kleren, omdat hij een voorwendsel voor oorlog vermoedt. Elisa laat zeggen dat Naäman bij hem moet komen.
2 Koningen 5:5-8
Zevenmaal wassen in de Jordaan
Naäman stopt met paarden en wagen voor het huis van Elisa, maar de profeet stuurt alleen een bode met de opdracht zich zevenmaal in de Jordaan te wassen. Naäman voelt zich gekrenkt en trekt woedend weg.
2 Koningen 5:9-12
Rein als een kleine jongen
Zijn knechten wijzen hem erop dat hij een moeilijke opdracht wel zou hebben uitgevoerd. Naäman daalt af naar de Jordaan, dompelt zich zevenmaal onder en zijn vlees wordt als dat van een kleine jongen.
2 Koningen 5:13-14
Belijdenis en een geweigerd geschenk
Naäman keert terug en belijdt dat er geen God is op de hele aarde dan in Israël. Hij wil Elisa belonen, maar de profeet weigert met een eed bij de HEERE.
2 Koningen 5:15-16
Aarde en het huis van Rimmon
Naäman vraagt zoveel aarde als een span muildieren kan dragen, omdat hij voortaan alleen de HEERE wil offeren. Hij vraagt vergeving voor het moment waarop hij met zijn koning in de tempel van Rimmon moet buigen. Elisa antwoordt: Ga in vrede.
2 Koningen 5:17-19
Gehazi loopt Naäman na
Gehazi haalt Naäman in en vraagt met een verzonnen verhaal zilver en kleren. Naäman geeft ruim. Elisa ontmaskert Gehazi, en de melaatsheid van Naäman gaat op hem over.
2 Koningen 5:20-27
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Naäman beter te begrijpen.
2 Koningen 5:1
“Naaman nu, de krijgsoverste van den koning van Syrie, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de HEERE den Syriers verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats.”
De opening van het verhaal: alle aanzien van Naäman staat tegenover twee woorden, "doch melaats". Ook zijn overwinningen schrijft de tekst toe aan de HEERE.
2 Koningen 5:3
“Deze zeide tot haar vrouw: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.”
Het meisje uit Israël, krijgsgevangene en dienstmeisje, wenst haar heer genezing toe. Haar ene zin zet het hele verhaal in gang.
2 Koningen 5:10
“Toen zond Elisa tot hem een bode, zeggende: Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn.”
De opdracht is eenvoudig en wordt niet eens door Elisa zelf gebracht. Juist daardoor staat het woord van God centraal, niet de persoon van de profeet.
2 Koningen 5:12
“Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damaskus, beter dan alle wateren van Israel; zou ik mij in die niet kunnen wassen en rein worden? Zo wendde hij zich, en toog weg met grimmigheid.”
Naämans trots: de rivieren van zijn eigen stad leken hem beter. De vraag was niet welk water het schoonste was, maar welk woord hij zou gehoorzamen.
2 Koningen 5:14
“Zo klom hij af, en doopte zich in de Jordaan zevenmaal, naar het woord van den man Gods; en zijn vlees kwam weder, gelijk het vlees van een kleinen jongen; en hij werd rein.”
De genezing komt "naar het woord van den man Gods". De machtige legeroverste krijgt de huid van een kind.
2 Koningen 5:15
“Toen keerde hij weder tot den man Gods, hij en zijn ganse heir, en kwam, en stond voor zijn aangezicht en zeide: Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israel! Nu dan, neem toch een zegen van uw knecht.”
De belijdenis van Naäman. Het doel uit vers 8, dat hij zou weten dat er een profeet in Israël is, is bereikt en overtroffen.
2 Koningen 5:17
“En Naaman zeide: Zo niet; laat toch uw knecht gegeven worden een last aarde van een juk muildieren; want uw knecht zal niet meer brandoffer of slachtoffer aan andere goden doen, maar den HEERE.”
Naäman neemt aarde uit Israël mee om de HEERE in zijn eigen land te kunnen dienen. Zijn begrip is nog beperkt, zijn keuze is duidelijk.
Lukas 4:27
“En er waren vele melaatsen in Israel, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier.”
Jezus noemt Naäman in de synagoge van Nazareth, samen met de weduwe van Sarfath, als voorbeeld van Gods genade voor iemand van buiten Israël.
Tijdperiode
~850 v.Chr.
Naäman leefde in de tijd van het Oude Testament.
Gerelateerde personen
Elisa
Mijn God is redding
Gehazi
Mogelijk: dal van het visioen
Elia
Mijn God is de HEERE
De weduwe van Sarfath
Eigen naam onbekend; Zarfath mogelijk smeltplaats
Jezus Christus
De HEERE redt / Gezalfde
De koningin van Scheba
Koningin van Scheba (een titel, geen eigennaam)
De hoofdman van Kapernaüm
Hoofdman over honderd (titel, geen naam)
Lessen voor vandaag
Het meisje uit Israël was weggerukt uit haar land en diende in het huis van een vijandige legeroverste. Toch wenste zij haar heer genezing toe en wees zij hem op de profeet van haar God. De Bijbel noemt haar naam niet, maar haar getuigenis veranderde een leven. Ook in een moeilijke of onvrijwillige positie kunnen wij spreken over de God die wij kennen. Naäman moest zijn trots opzij zetten. Hij had zich een voorstelling gemaakt van hoe zijn genezing zou verlopen: "Zie, ik zeide bij mijzelven" (2 Koningen 5:11). Het eenvoudige woord van God paste daar niet in. Wij herkennen dat: wij willen zelf iets bijdragen, of wij verwachten iets indrukwekkends. Het evangelie vraagt dat wij ons laten zeggen wat God zegt, ook als het eenvoudig lijkt. Genade is niet te koop. Naäman bracht een fortuin mee, maar Elisa nam er niets van aan (2 Koningen 5:16), waarschijnlijk opdat niemand zou denken dat Gods hulp te betalen was. Gehazi liet zien hoe gevaarlijk het is om aan de genade van God iets te willen verdienen. Naämans geloof was nog jong. Hij wist na zijn genezing niet alles, en hij zag op tegen de dag dat hij met zijn koning in de tempel van Rimmon moest staan. Hij legde die vraag eerlijk voor. Elisa stuurde hem weg met vrede. Een jonge gelovige mag zijn weg zoeken met een gevoelig geweten, en wij mogen geduld hebben met wie nog maar net begonnen is.
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Naäman
Wie was Naäman in de Bijbel?
Wat betekent de naam Naäman?
Waar staat Naäman in de Bijbel?
Hoe schrijft u Naäman in de Statenvertaling?
Is Naäman de Syriër dezelfde als de Naäman uit Genesis 46?
Wie was het dienstmeisje van Naäman?
Waarom moest Naäman zich zevenmaal wassen in de Jordaan?
Waarom was Naäman boos op Elisa?
Waarom nam Naäman aarde mee uit Israël?
Wat gebeurde er met Gehazi na de genezing van Naäman?
Wat zegt Jezus over Naäman?
Wat kunnen wij leren van Naäman?
Stel een vraag over Naäman
Wilt u meer weten over Naäman? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over NaämanBijbelverhalen rond Naäman
Verdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Naäman in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Naäman.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Naäman in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Naäman.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Naäman aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.