Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~5 v.Chr.

Jozef, de man van Maria in de Bijbel

Josef (יוֹסֵף, Hebreeuws) of Ioseph (Grieks) - “Hij voegt toe”

Wie was Jozef, de man van Maria?

Jozef, de man van Maria, was een rechtvaardige man uit het huis van David die in Nazareth woonde en als timmerman bekendstond. Toen zijn ondertrouwde Maria zwanger bleek uit de Heilige Geest, nam hij haar na een droom toch tot zich (Mattheüs 1:20-24). Hij voedde Jezus op als Zijn wettige vader.

Jozef, de man van Maria, staat in de Bijbel vooral in de geboorteverhalen: Mattheüs 1 en 2 en Lukas 1 en 2. Daarna wordt hij alleen nog genoemd in het geslachtsregister van Lukas (Lukas 3:23) en wanneer mensen Jezus "den zoon van Jozef" of "de Zoon des timmermans" noemen: Filippus (Johannes 1:46), de dorpsgenoten in Nazareth (Lukas 4:22, Mattheüs 13:55) en de Joden in Kapernaüm (Johannes 6:42). Opvallend is dat hij in geen enkel vers spreekt. Wat wij van hem weten, weten wij uit wat hij deed. Mattheüs noemt hem aan het slot van het geslachtsregister met een zorgvuldig gekozen formulering: "Jozef, den man van Maria, uit welke geboren is JEZUS, gezegd Christus" (Mattheüs 1:16). Lukas stelt hem voor als "een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids" (Lukas 1:27). In de Statenvertaling heet hij overal Jozef, dezelfde vorm als bij de aartsvader en bij Jozef van Arimathea. De lijn van zijn verhaal is kort maar vol beslissingen. Hij is ondertrouwd met Maria en ontdekt dat zij zwanger is. Omdat hij rechtvaardig is, wil hij haar zonder openbaar proces laten gaan. Dan spreekt God tot hem in een droom, en Jozef gehoorzaamt: "Jozef dan, opgewekt zijnde van den slaap, deed, gelijk de engel des Heeren hem bevolen had" (Mattheüs 1:24). Hij reist met Maria naar Bethlehem, brengt het Kind in de tempel, vlucht voor Herodes naar Egypte, vestigt zich in Nazareth en zoekt later met Maria de twaalfjarige Jezus in Jeruzalem. Daarna zwijgt de Schrift over hem. Jozef, de man van Maria, is niet te verwarren met Jozef, de zoon van Jakob (Genesis 37 tot 50), die eeuwen eerder leefde en ook dromen kreeg en in Egypte terechtkwam. Hij is evenmin dezelfde als Jozef van Arimathea, "een rijk man van Arimathea, met name Jozef" (Mattheüs 27:57), die Jezus begroef. Opmerkelijk genoeg heette ook de vader van deze Jozef volgens Mattheüs Jakob: "Jakob gewon Jozef" (Mattheüs 1:16).

Historische context

Jozef leefde in de laatste jaren van koning Herodes de Grote, die onder Romeins gezag over Judea regeerde. Jezus werd geboren "in de dagen van den koning Herodes" (Mattheüs 2:1), en Jozef keerde pas uit Egypte terug toen Herodes gestorven was (Mattheüs 2:19). Volgens de gangbare berekening stierf Herodes in 4 voor Christus; de geboorte van Jezus valt dus waarschijnlijk enkele jaren daarvoor, rond 6 tot 4 voor Christus. Lukas verbindt de reis naar Bethlehem met een beschrijving onder keizer Augustus, toen Cyrenius stadhouder over Syrië was (Lukas 2:1-2); de precieze datering daarvan is onder historici omstreden. Jozef en Maria waren ondertrouwd. Een joodse ondertrouw was meer dan een verloving in onze zin: hij gold als rechtsgeldige verbintenis. Daarom noemt Mattheüs Jozef al "haar man" en Maria "uw vrouw" (Mattheüs 1:19-20), terwijl zij nog niet samengekomen waren. Volgens latere joodse bronnen werd ook een ondertrouw met een scheidbrief verbroken, zoals een huwelijk (vergelijk Deuteronomium 24:1). De wet kende voor ontrouw van een ondertrouwde vrouw een zware straf (Deuteronomium 22:23-24); of die in Jozefs tijd onder Romeins bestuur nog werd uitgevoerd, is onzeker. Jozef koos ervoor haar "heimelijk te verlaten" (Mattheüs 1:19): een scheiding in stilte, zonder openbare beschuldiging. Het beroep van Jozef blijkt uit de vraag van de dorpsgenoten: "Is Deze niet de Zoon des timmermans?" (Mattheüs 13:55). Het Griekse woord duidt op een ambachtsman die met hout en mogelijk ook met steen werkte. Volgens Markus 6:3 werd Jezus zelf ook timmerman genoemd. Nazareth was een klein dorp in Galilea. Het gezin leefde eenvoudig. Bij de reiniging na de geboorte brachten Jozef en Maria "een paar tortelduiven, of twee jonge duiven" (Lukas 2:24). De wet stond dat offer toe aan wie geen lam kon betalen (Leviticus 12:8). Ieder jaar reisden zij voor het pascha naar Jeruzalem (Lukas 2:41), in een reisgezelschap van familie en bekenden (Lukas 2:44). In Egypte woonde toen een grote joodse gemeenschap, vooral in Alexandrië, zoals onder anderen Philo van Alexandrië laat zien; het land lag buiten het gebied van Herodes. Bij de terugkeer regeerde Archelaüs, een zoon van Herodes, over Judea (Mattheüs 2:22); Josephus beschrijft hem als hard en gewelddadig. Jozef week daarom uit naar Galilea, waar een andere zoon van Herodes regeerde.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Rechtvaardig en tegelijk barmhartig: hij wilde Maria niet openlijk te schande maken (Mattheüs 1:19)
  • Gehoorzaam zonder uitstel: hij deed wat de engel hem bevolen had (Mattheüs 1:24)
  • Beschermend: hij vluchtte in de nacht met het Kind en Zijn moeder (Mattheüs 2:14)
  • Trouw aan de wet van de HEERE: de voorstelling in de tempel (Lukas 2:22-24) en de jaarlijkse gang naar het pascha (Lukas 2:41)
  • Bedachtzaam: hij woog het gevaar van Archelaüs en liet zich door God leiden (Mattheüs 2:22)

−Zwakke kanten

  • Hij en Maria merkten een dagreis lang niet dat de twaalfjarige Jezus was achtergebleven (Lukas 2:43-44)
  • Hij begreep het woord van Jezus over "de dingen Mijns Vaders" niet (Lukas 2:50)

Theologische betekenis

Mattheüs begint zijn evangelie met "Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David" (Mattheüs 1:1), en die lijn loopt via Jozef. De engel spreekt hem aan als "Jozef, gij zone Davids!" (Mattheüs 1:20). God had David beloofd: "Ik zal den stoel zijns koninkrijks bevestigen tot in eeuwigheid" (2 Samuël 7:13). Jozef nam Maria tot zich en gaf het Kind de naam (Mattheüs 1:25); veel uitleggers zien daarin dat hij Jezus wettig als zijn zoon aannam. Zo hoort Jezus naar de wet tot het koningshuis van David. Tegelijk zegt de Schrift met nadruk dat Jozef niet de verwekker van Jezus is. Het geslachtsregister breekt bij hem het vaste patroon "gewon" af: Jezus is geboren uit Maria (Mattheüs 1:16). Mattheüs ziet hierin de vervulling van Jesaja: "Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren" (Mattheüs 1:23). Lukas noemt Jezus "(alzo men meende) de zoon van Jozef" (Lukas 3:23). De kerk belijdt dit in de Apostolische Geloofsbelijdenis: ontvangen van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria. Dat Mattheüs Jakob als vader van Jozef noemt (Mattheüs 1:16) en Lukas Heli (Lukas 3:23), wordt verschillend verklaard. Veel uitleggers lezen bij Lukas de lijn van Maria; anderen denken aan een wettige en een natuurlijke lijn, een verklaring die al bij de kerkvader Julius Africanus voorkomt. De tekst zelf beslist het niet. Jozef is ook een middel van Gods voorzienigheid. Door zijn gehoorzaamheid wordt het Kind bewaard, en Mattheüs ziet in de terugkeer uit Egypte vervuld: "Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen" (Mattheüs 2:15, met Hosea 11:1). Veel uitleggers wijzen op de overeenkomst met de aartsvader Jozef, die ook door dromen geleid werd en in Egypte het leven van zijn familie bewaarde. In Lukas 2 wordt duidelijk waar Jozefs vaderschap zijn grens heeft. Maria zegt: "Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht" (Lukas 2:48), en Jezus antwoordt met "de dingen Mijns Vaders" (Lukas 2:49). Toch gaat Hij mee naar Nazareth en is Hij hun onderdanig (Lukas 2:51). De Zoon van God leefde jarenlang onder het gezag van een eenvoudige ambachtsman.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Josef (יוֹסֵף, Hebreeuws) of Ioseph (Grieks)

Betekenis

Hij voegt toe

Betekenis van de naam Jozef: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Ondertrouwd met Maria

In Nazareth is Jozef, "uit den huize Davids", ondertrouwd met de maagd Maria. Naar haar wordt de engel Gabriël gezonden.

Lukas 1:26-27

2

Het besluit om in stilte te scheiden

Maria blijkt zwanger uit de Heilige Geest. Jozef is rechtvaardig en wil haar niet openlijk te schande maken; daarom besluit hij haar heimelijk te laten gaan.

Mattheüs 1:18-19

3

De droom en de gehoorzaamheid

Een engel van de Heere zegt Jozef in een droom dat hij Maria tot zich moet nemen en het Kind Jezus moet noemen. Jozef doet het, bekent haar niet tot de geboorte en geeft het Kind Zijn naam.

Mattheüs 1:20-25

4

De reis naar Bethlehem

Voor de beschrijving onder keizer Augustus gaat Jozef met Maria van Nazareth naar Bethlehem, de stad van David. Daar wordt Jezus geboren en in een kribbe gelegd.

Lukas 2:1-7

5

In de tempel bij Simeon

Jozef en Maria brengen het Kind naar Jeruzalem om Hem aan de Heere voor te stellen. Simeon neemt Hem in zijn armen en looft God; Jozef en Maria verwonderen zich over wat er van Hem gezegd wordt.

Lukas 2:22-35

6

De vlucht naar Egypte

In een tweede droom krijgt Jozef de opdracht te vluchten, omdat Herodes het Kind zoekt. Hij staat op en neemt het Kind en Maria in de nacht mee naar Egypte.

Mattheüs 2:13-15

7

Terug naar Nazareth

Na de dood van Herodes keert Jozef op Gods bevel terug. Uit vrees voor Archelaüs en na een nieuwe waarschuwing in een droom vestigt hij zich in Nazareth.

Mattheüs 2:19-23

8

De twaalfjarige Jezus in de tempel

Op de terugweg van het pascha blijkt Jezus achtergebleven. Na drie dagen vinden Jozef en Maria Hem in de tempel. Hij gaat met hen mee naar Nazareth en is hun onderdanig.

Lukas 2:41-51

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jozef, de man van Maria beter te begrijpen.

Mattheüs 1:19

“Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten.”

Jozef is de eerste die in Mattheüs rechtvaardig genoemd wordt. Zijn gerechtigheid toont zich in zorg voor de eer van Maria.

Mattheüs 1:20

“En alzo hij deze dingen in den zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen hem in den droom, zeggende: Jozef, gij zone Davids! wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit den Heiligen Geest;”

De eerste van vier dromen. De engel spreekt Jozef aan als zoon van David, de lijn waarlangs Jezus de wettige Zoon van David wordt.

Mattheüs 1:24

“Jozef dan, opgewekt zijnde van den slaap, deed, gelijk de engel des Heeren hem bevolen had, en heeft zijn vrouw tot zich genomen;”

Jozef antwoordt niet met woorden maar met daden. Hij voert het bevel direct uit.

Mattheüs 2:13

“Toen zij nu vertrokken waren, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, zeggende: Sta op, en neem tot u het Kindeken en Zijn moeder, en vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen zal; want Herodes zal het Kindeken zoeken, om Hetzelve te doden.”

Na het bezoek van de wijzen wordt Jozef gewaarschuwd. Hij staat op en vertrekt in de nacht met het Kind en Maria (Mattheüs 2:14).

Lukas 2:4

“En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt, (omdat hij uit het huis en geslacht van David was);”

Omdat Jozef van David afstamde, moest hij voor de beschrijving naar Bethlehem. Zo werd Jezus in de stad van David geboren.

Lukas 2:48

“En zij, Hem ziende, werden verslagen; en Zijn moeder zeide tot Hem: Kind! waarom hebt Gij ons zo gedaan? Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht.”

Maria noemt Jozef de vader van Jezus. Jezus antwoordt met een verwijzing naar Zijn hemelse Vader.

Mattheüs 13:55

“Is Deze niet de Zoon des timmermans? en is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas?”

De mensen van Nazareth kennen Jezus als zoon van de timmerman. Hieruit weten wij het beroep van Jozef.

Lukas 3:23

“En Hij, Jezus, begon omtrent dertig jaren oud te wezen, zijnde (alzo men meende) de zoon van Jozef, den zoon van Heli,”

Lukas laat merken dat Jezus voor het oog de zoon van Jozef was, maar niet uit hem verwekt.

Tijdperiode

~5 v.Chr.

Jozef, de man van Maria leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Jozef laat zien dat gerechtigheid en barmhartigheid geen tegenpolen zijn. Hij nam Gods wet ernstig en wilde geen huwelijk sluiten op wat naar zijn weten ontrouw was. Toch zocht hij de weg die Maria het minst zou schaden. Ook voor ons geldt dat trouw aan Gods geboden niet hard hoeft te maken. Zijn gehoorzaamheid is opvallend stil. Telkens als God spreekt, staat Jozef op en doet hij wat hem gezegd wordt, ook als dat zijn eigen plannen doorkruist, hem in opspraak brengt of midden in de nacht naar een vreemd land voert. Hij vraagt niet eerst om uitleg. Wij leren dat geloof vaak zichtbaar wordt in gewone, directe gehoorzaamheid, niet in grote woorden. Jozef zorgde voor een Kind dat niet uit hem verwekt was, en hij deed dat met volle inzet: hij beschermde Het, gaf Het een naam, bracht Het in de tempel en nam Het mee naar het pascha in Jeruzalem. Voor vaders, en voor ieder die kinderen opvoedt die hem of haar zijn toevertrouwd, is dat een bemoedigend voorbeeld. Vaderschap is meer dan afstamming; het is trouw, bescherming en voorgaan in de vreze des HEEREN. Ten slotte verdwijnt Jozef zonder vermelding van het toneel. Er staat geen woord van hem in de Bijbel en we lezen niet wanneer hij stierf. Toch gebruikte God juist deze man om Zijn Zoon te bewaren en op te voeden. Wie in stilte dient, zonder dat iemand het opmerkt, doet geen klein werk in Gods ogen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Jozef, de man van Maria

Wie was Jozef, de man van Maria, in de Bijbel?
Jozef was de man van Maria en de wettige vader van Jezus. Hij woonde in Nazareth, stamde uit het huis van David en stond bekend als timmerman (Mattheüs 13:55). Toen Maria tijdens de ondertrouw zwanger bleek uit de Heilige Geest, wilde hij haar in stilte laten gaan, maar na een droom nam hij haar tot zich (Mattheüs 1:19-24). Hij reisde met haar naar Bethlehem, vluchtte met het gezin naar Egypte voor Herodes en vestigde zich daarna in Nazareth.
Wat betekent de naam van Jozef, de man van Maria?
Jozef is de Nederlandse vorm van het Hebreeuwse Josef, dat meestal wordt uitgelegd als: Hij voegt toe. De naam gaat terug op de aartsvader Jozef, bij wiens geboorte Rachel zei: "De HEERE voege mij een anderen zoon daartoe" (Genesis 30:24). In de tijd van het Nieuwe Testament was het een veelvoorkomende joodse naam. Ook Jozef van Arimathea en een broer van Jezus, Joses, droegen een vorm van deze naam.
Waar staat Jozef, de man van Maria, in de Bijbel?
Jozef komt vooral voor in de geboorteverhalen: Mattheüs 1 en 2 en Lukas 1 en 2. Daar lezen we over de ondertrouw, zijn dromen, de reis naar Bethlehem, de voorstelling in de tempel, de vlucht naar Egypte en de twaalfjarige Jezus in de tempel. Daarna wordt hij alleen nog genoemd: in het geslachtsregister van Lukas 3:23, en wanneer mensen Jezus de zoon van Jozef of de zoon van de timmerman noemen (Mattheüs 13:55, Lukas 4:22, Johannes 1:46, Johannes 6:42).
Was Jozef de vader van Jezus?
Jozef was de wettige vader van Jezus, maar niet Zijn verwekker. Mattheüs schrijft dat Maria zwanger werd "uit den Heiligen Geest" voordat zij met Jozef samengekomen was (Mattheüs 1:18). Lukas noemt Jezus "(alzo men meende) de zoon van Jozef" (Lukas 3:23). Jozef nam Maria tot zich en gaf het Kind de naam Jezus (Mattheüs 1:25); veel uitleggers zien daarin dat hij Hem wettig als zijn zoon aannam. Zo behoort Jezus naar de wet tot het huis van David.
Was Jozef een timmerman?
Ja. De mensen in Nazareth vroegen over Jezus: "Is Deze niet de Zoon des timmermans?" (Mattheüs 13:55). Het Griekse woord dat hier met timmerman is vertaald, betekent ambachtsman of bouwer en kan werk met hout en met steen omvatten. Volgens Markus 6:3 werd Jezus zelf ook timmerman genoemd, wat erop wijst dat Hij het vak van Jozef leerde. Verder vertelt de Bijbel niets over het werk van Jozef.
Waarom wilde Jozef Maria heimelijk verlaten?
Jozef ontdekte dat Maria zwanger was terwijl zij ondertrouwd waren en nog niet samengekomen. Een joodse ondertrouw was rechtsgeldig; zo'n verbintenis werd, voor zover wij weten uit latere joodse bronnen, met een scheidbrief verbroken. Mattheüs zegt dat Jozef "rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken" (Mattheüs 1:19). Hij wilde dus wel scheiden, maar in stilte, zonder openbare beschuldiging. Toen een engel hem uitlegde dat het Kind uit de Heilige Geest was, zag hij daarvan af.
Hoeveel dromen had Jozef?
Mattheüs vermeldt vier dromen van Jozef. In de eerste krijgt hij te horen dat hij Maria tot zich moet nemen (Mattheüs 1:20). In de tweede krijgt hij de opdracht naar Egypte te vluchten (Mattheüs 2:13), in de derde om naar Israël terug te keren (Mattheüs 2:19-20), en in de vierde wordt hij gewaarschuwd en trekt hij naar Galilea (Mattheüs 2:22). In de eerste drie dromen spreekt de tekst van "de engel des Heeren", zonder naam; bij de vierde staat alleen dat hij "door Goddelijke openbaring vermaand" werd (Mattheüs 2:22). In de geboorteverhalen wordt Gabriël alleen bij Zacharias en Maria bij name genoemd (Lukas 1:19, Lukas 1:26).
Waarom staan er twee geslachtsregisters met Jozef?
Mattheüs noemt Jakob als vader van Jozef (Mattheüs 1:16), Lukas noemt Heli (Lukas 3:23). Daarvoor bestaan verschillende verklaringen. Veel uitleggers denken dat Lukas in feite de afstamming van Maria geeft. Anderen gaan uit van een natuurlijke en een wettige lijn, bijvoorbeeld door een zwagerhuwelijk; die verklaring is al bekend van de kerkvader Julius Africanus. De Bijbel zelf legt het verschil niet uit. Beide registers laten zien dat Jezus uit het huis van David is; Mattheüs doet dat uitdrukkelijk via Jozef, Zijn wettige vader.
Wanneer is Jozef gestorven?
De Bijbel vertelt niet wanneer of hoe Jozef stierf. Hij wordt voor het laatst actief genoemd bij de twaalfjarige Jezus in de tempel (Lukas 2:41-51). Bij de bruiloft te Kana wordt wel "de moeder van Jezus" genoemd, maar Jozef niet (Johannes 2:1). Aan het kruis vertrouwt Jezus Zijn moeder toe aan de discipel die Hij liefhad (Johannes 19:26-27). Daarom nemen de meeste uitleggers aan dat Jozef vóór of tijdens het openbare optreden van Jezus overleden was, maar de tekst zegt het niet.
Was Jozef een oude weduwnaar en had hij nog andere kinderen?
Het beeld van Jozef als oude weduwnaar met kinderen uit een eerder huwelijk komt niet uit de Bijbel, maar uit latere overlevering, vooral het apocriefe Protevangelie van Jakobus uit de tweede eeuw. De Bijbel noemt broers van Jezus, "Jakobus en Joses, en Simon en Judas", en ook zusters (Mattheüs 13:55-56). De meeste protestantse uitleggers van nu zien hen als kinderen van Jozef en Maria, geboren na Jezus; het woord "totdat" in Mattheüs 1:25 beslist dat alleen niet. Oudere uitleggers lieten de vraag vaak open, omdat de Bijbel ook verwanten broeders noemt (Genesis 13:8). In de oosters-orthodoxe traditie gelden zij als kinderen van Jozef uit een eerder huwelijk, in de rooms-katholieke meestal als neven.
Is Jozef, de man van Maria, dezelfde als Jozef uit Genesis of Jozef van Arimathea?
Nee, het gaat om drie verschillende mannen. Jozef uit Genesis is de zoon van Jakob en Rachel, die eeuwen eerder leefde en in Egypte onderkoning werd. Jozef van Arimathea was een rijke man en discipel van Jezus die na de kruisiging om het lichaam vroeg en Hem begroef (Mattheüs 27:57). Jozef, de man van Maria, is de timmerman uit Nazareth. Er zijn wel overeenkomsten met de aartsvader: beiden worden door dromen geleid en komen in Egypte terecht, en beiden hebben een vader die Jakob heet (Mattheüs 1:16).
Wat kunnen wij leren van Jozef, de man van Maria?
Jozef laat zien dat gerechtigheid en barmhartigheid samengaan: hij hield vast aan Gods wet en spaarde toch de eer van Maria (Mattheüs 1:19). Hij gehoorzaamde zonder uitstel, ook als dat zijn plannen doorkruiste en hem midden in de nacht naar Egypte bracht. Hij beschermde en voedde een Kind op dat niet uit hem verwekt was. En hij diende in stilte: geen woord van hem is bewaard gebleven, maar God gebruikte hem om Zijn Zoon te bewaren.

Stel een vraag over Jozef, de man van Maria

Wilt u meer weten over Jozef, de man van Maria? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Jozef, de man van Maria

Bijbelverhalen rond Jozef, de man van Maria

Verdiep u verder