Simeon en Anna in de tempel
Twee wachtende gelovigen zien Gods zaligheid in het Kind
Samenvatting
Simeon en Anna in de tempel (Lukas 2:21-40) gaat over de dag waarop Jozef en Maria het Kind Jezus naar de tempel in Jeruzalem brachten om Hem aan de Heere voor te stellen. De rechtvaardige Simeon, aan wie God beloofd had dat hij de Christus zou zien, nam het Kind in zijn armen en loofde God. Ook de profetes Anna dankte de Heere en sprak over Hem.
Bijbelgedeelte
“Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord;”
“Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,”
“Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israel.”
“En Simeon zegende henlieden, en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israel, en tot een teken, dat wedersproken zal worden.”
“En deze, te dierzelfder ure daarbij komende, heeft insgelijks den Heere beleden, en sprak van Hem tot allen, die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.”
Het verhaal
Lukas vertelt in Lukas 2:21-40 wat er gebeurde in de eerste weken na de geboorte van Jezus in Bethlehem. Het gedeelte staat tussen de herders bij de kribbe en de reis van de twaalfjarige Jezus naar het Paasfeest. In de kerk heet deze gebeurtenis ook de voorstelling of de opdracht van Jezus in de tempel.
Waarom werd Jezus in de tempel opgedragen?
Op de achtste dag werd het Kind besneden. Toen kreeg Hij de naam die de engel al vóór Zijn ontvangenis had genoemd: Jezus (Lukas 2:21). Daarna wachtten Jozef en Maria tot de dagen van de reiniging voorbij waren, zoals de wet van Mozes die voorschreef. Toen gingen zij met het Kind naar Jeruzalem om Hem aan de Heere voor te stellen (Lukas 2:22). Lukas noemt twee voorschriften uit de wet. Elke eerstgeboren zoon moest de Heere heilig genoemd worden (Lukas 2:23), en zij brachten een offer: een paar tortelduiven of twee jonge duiven (Lukas 2:24).
Wat had God aan Simeon beloofd?
In Jeruzalem woonde een man die Simeon heette. Lukas noemt hem rechtvaardig en godvrezend. Hij verwachtte de vertroosting van Israël, en de Heilige Geest was op hem (Lukas 2:25). De Geest had hem bekendgemaakt dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Christus van de Heere had gezien (Lukas 2:26). Een ambt of een leeftijd noemt Lukas niet. Op die dag kwam Simeon door de Geest in de tempel, juist toen de ouders het Kind binnenbrachten (Lukas 2:27).
Wat zei Simeon in de tempel toen hij Jezus in zijn armen nam?
Simeon nam het Kind in zijn armen en loofde God. Zijn eerste woorden zijn tot God gericht: "Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord" (Lukas 2:29). De belofte was vervuld, en hij kon in vrede sterven. De reden volgt direct: "Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien" (Lukas 2:30). Die zaligheid had God bereid voor al de volken: "Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israel" (Lukas 2:32). Jozef en Maria verwonderden zich over wat er van het Kind gezegd werd (Lukas 2:33). De pagina over Simeon gaat verder in op deze lofzang, die in de kerk het Nunc dimittis heet.
Wat betekent het zwaard door de ziel van Maria?
Daarna zegende Simeon de ouders. Tot Maria zei hij dat dit Kind gezet was tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken dat weersproken zou worden (Lukas 2:34). Daarop volgt een woord voor haar persoonlijk: "En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan" (Lukas 2:35). Lukas legt dat beeld niet uit. Veel uitleggers denken aan het verdriet van Maria om het lijden van haar Zoon; Johannes vertelt dat zij bij het kruis stond (Johannes 19:25). Het doel noemt Simeon wel: de gedachten uit vele harten zouden openbaar worden.
Wat deed de profetes Anna in de tempel?
Op hetzelfde uur kwam Anna erbij, een profetes, de dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Zij had zeven jaar met haar man geleefd en was daarna weduwe gebleven. Zij week niet uit de tempel en diende God nacht en dag met vasten en bidden (Lukas 2:36-37). Ook zij loofde de Heere, en zij "sprak van Hem tot allen, die de verlossing in Jeruzalem verwachtten" (Lukas 2:38). Haar eigen woorden geeft Lukas niet.
Waar gingen Jozef en Maria daarna heen?
Toen zij alles gedaan hadden wat de wet van de Heere vroeg, keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Nazareth (Lukas 2:39). Lukas vat de jaren daarna samen in één zin: het Kind groeide op, werd gesterkt in de geest en vervuld met wijsheid, en de genade van God was over Hem (Lukas 2:40). Het volgende dat hij vertelt, is Jezus op twaalfjarige leeftijd in de tempel.
Achtergrond
Twee wetten bepalen deze dag. Na de geboorte van een zoon was een moeder zeven dagen onrein; op de achtste dag werd de jongen besneden, en daarna volgden nog drieëndertig dagen van reiniging (Leviticus 12:2-4). Na die veertig dagen bracht zij een lam als brandoffer en een duif als zondoffer (Leviticus 12:6). Wie geen lam kon betalen, mocht twee duiven brengen (Leviticus 12:8). Dat Lukas alleen de duiven noemt, wijst erop dat Jozef en Maria het offer van de armen brachten.
Daarnaast gold voor de eerstgeboren zoon: "Heilig Mij alle eerstgeborenen" (Exodus 13:2). Een eerstgeboren zoon werd gelost, volgens Numeri 18:16 voor vijf sikkels. Lukas noemt dat lossingsgeld niet; hij spreekt alleen van het voorstellen aan de Heere.
Over de leeftijd van Anna verschillen de uitleggers, omdat "een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren" (Lukas 2:37) op twee manieren te lezen is. In de kerkelijke kalender heet de dag van de voorstelling Maria-Lichtmis (2 februari, veertig dagen na Kerst).
Betekenis
In deze geschiedenis houdt God woord. Hij had Simeon beloofd dat hij de Christus zou zien, en Hij liet hem door de Geest op het juiste uur in de tempel komen. Maar de belofte was groter dan één man. Simeon wachtte op "de vertroosting Israels" (Lukas 2:25), de troost die God door de profeten had aangekondigd: "Troost, troost Mijn volk" (Jesaja 40:1). Wat hij in zijn armen hield, noemde hij Gods zaligheid. Het heil van God is hier geen leer of plan, maar een Kind.
De lofzang van Simeon gebruikt woorden van Jesaja. Over de Knecht van de HEERE zegt God: "Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen" (Jesaja 49:6; zie de uitleg bij Jesaja 49). Zo zegt Simeon al in de tempel van Israël dat dit Kind ook voor de volken gekomen is.
Opvallend is hoe nauwkeurig Lukas de wet volgt. Het Kind wordt besneden, voorgesteld en met het offer van de armen in de tempel gebracht. Paulus schrijft dat God Zijn Zoon zond, "geworden uit een vrouw, geworden onder de wet", om hen te verlossen die onder de wet waren (Galaten 4:4-5). Het offer van de armen laat zien in welke armoede Christus kwam; vergelijk wat Paulus schrijft: "dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was" (2 Korinthe 8:9).
Simeons woord aan Maria laat de andere kant zien. Deze Verlosser wordt weersproken, en voor Hem worden de harten openbaar. Niemand blijft tegenover Hem neutraal. Het zwaard door Maria’s ziel wijst, zoals veel uitleggers het lezen, vooruit naar het lijden, en zo verbindt het begin van het evangelie de kribbe al met het kruis.
Lessen voor vandaag
God vervult Zijn beloften op Zijn tijd. Simeon en Anna leefden in verwachting, en Lukas noemt het wachten van Simeon in één adem met zijn rechtvaardigheid en godsvreze. Wie vandaag op de Heere wacht, wacht op Dezelfde Die toen Zijn woord hield. Het wachten is niet leeg, want het rust op wat Hij gezegd heeft.
Wie Christus kent, kan in vrede sterven. Simeon zag Gods zaligheid met zijn ogen. De Heere Jezus zei: "zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben" (Johannes 20:29). Wie Hem door het geloof kent uit de Schrift, hoeft de dood niet te ontkennen of te vrezen. Meer hierover leest u bij het onderwerp sterven.
Wie de Heere ontmoet, gaat over Hem spreken. Anna bleef niet stil, maar sprak van Hem tot allen die op de verlossing wachtten: de mensen met wie zij die verwachting deelde. Zo mogen ook wij over Christus spreken met de mensen om ons heen.
God heeft Christus gezet tot een val en opstanding van velen. Niemand blijft tegenover Hem neutraal: voor Hem worden de gedachten van het hart openbaar (Lukas 2:35).
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Het Kindje Jezus was in Bethlehem geboren. Toen Hij acht dagen oud was, werd Hij besneden. Dat was bij Gods volk het teken van Gods verbond. Toen kreeg Hij Zijn naam: Jezus. Die naam had de engel al genoemd, nog voordat Maria in verwachting was.
Een tijd later gingen Jozef en Maria met het Kindje naar Jeruzalem, naar de tempel. De tempel was het huis van God. Daar wilden ze doen wat God in Zijn wet had gezegd. Een eerste zoon hoorde bij de Heere. Daarom brachten ze Jezus bij de Heere. Ze brachten ook een offer van twee duiven. Dat was het offer voor mensen die geen geld hadden voor een lammetje.
In Jeruzalem woonde een man die Simeon heette. Simeon was rechtvaardig en godvrezend. Dat betekent: hij leefde naar Gods geboden en had diep ontzag voor God. Simeon wachtte op de troost die God aan Zijn volk had beloofd. De Heilige Geest was op hem. En God had hem iets bijzonders laten weten. Simeon zou niet sterven voordat hij de Christus had gezien. De Christus is de Verlosser Die God zou sturen.
Op die dag liet de Heilige Geest Simeon naar de tempel gaan. Juist toen kwamen Jozef en Maria binnen met het Kindje. Simeon nam Jezus in zijn armen. Hij loofde God en zei: "Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord". Hij zei erbij: "Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien". Zaligheid is de redding die God geeft. Simeon wist nu dat hij in vrede kon sterven, want hij had de Verlosser gezien Die God beloofd had.
Simeon zei nog meer. Dit Kind zou zijn: "Een Licht tot verlichting der heidenen". Heidenen zijn mensen uit andere volken. De Heere Jezus kwam dus niet alleen voor Israël, maar ook voor mensen uit alle landen.
Jozef en Maria verwonderden zich over wat Simeon zei. Toen zegende Simeon hen. Tegen Maria zei hij dat door dit Kind veel mensen in Israël zouden vallen en veel mensen zouden opstaan. Veel mensen zouden tegen Hem spreken. En tegen Maria zelf zei hij: "En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan". Een zwaard in je ziel: dat is groot verdriet, diep vanbinnen.
Toen kwam er nog iemand bij. Dat was Anna. Anna was een profetes, een vrouw door wie God sprak. Ze was al heel oud. Na zeven jaar trouwen was haar man gestorven. Sindsdien was ze weduwe. Anna ging niet weg uit de tempel. Nacht en dag diende ze God. Ze bad en ze vastte. Vasten betekent: een tijd niet eten, om je aandacht helemaal op God te richten.
Ook Anna dankte de Heere. En ze ging over het Kind Jezus vertellen. Ze vertelde het aan alle mensen in Jeruzalem die wachtten op de verlossing.
Toen Jozef en Maria alles gedaan hadden wat in Gods wet stond, gingen ze terug naar Nazareth, in Galilea. Daar groeide het Kind Jezus op. Hij werd sterk van geest en vol wijsheid, en de genade van God was over Hem. Zo hield God Zijn belofte aan Simeon. En zo hield Hij Zijn belofte aan Zijn volk: de Verlosser was gekomen, voor Israël en voor alle volken.
“Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien…” (Lukas 2:30)
Tips voor de verteller
- De Bijbel noemt geen leeftijd van Simeon. Dat hij oud was, is een begrijpelijke lezing van Lukas 2:26 en 2:29, maar het staat er niet; vertel daarom alleen wat er staat: hij wachtte op de Verlosser en God beloofde hem dat hij de Christus zou zien voordat hij stierf. Van Anna zegt Lukas wel dat zij zeer oud was. Kinderen kunnen vragen of Simeon toen meteen stierf. De Bijbel zegt dat niet. Zeg dat Simeon niet bang was om te sterven, omdat hij de Verlosser had gezien; zijn rust lag in wat God beloofd had.
- Voor kleuters is genoeg: het Kindje kreeg op de achtste dag het teken van Gods verbond en Zijn naam. Vragen oudere kinderen naar de besnijdenis, zeg dan dat God dit teken aan Abraham gaf (Genesis 17:10-11). De Heidelbergse Catechismus noemt de doop in de plaats van de besnijdenis (vraag en antwoord 74). Leg ook uit dat twee duiven het offer van arme mensen was (Leviticus 12:8).
- Kinderen kunnen schrikken van het zwaard. Zeg dat het geen echt zwaard is, maar een beeld van groot verdriet. Veel uitleggers denken aan het verdriet van Maria toen zij later bij het kruis van haar Zoon stond (Johannes 19:25); vertel dat als uitleg, niet als iets wat Simeon zelf zei.
- Lees de woorden van Simeon in Lukas 2:29-32 zelf voor uit de Bijbel. Laat de kinderen horen dat Simeon tot God spreekt en Hem dankt. De nadruk ligt op God, Die Zijn belofte houdt.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWaar brachten Jozef en Maria het Kindje Jezus naartoe?
- NavertellenWat deed Simeon toen hij het Kindje Jezus zag?
- VerwonderenWat had God aan Simeon beloofd?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenTegen wie vertelde Anna over het Kind Jezus?
- BetekenisSimeon zei dat hij nu in vrede kon sterven. Waarom kon hij dat, en wat had God gedaan?
- VerbindingLees Lukas 2:41-52. Twaalf jaar later is Jezus weer in de tempel. Wat zegt Hij daar over Zijn Vader?
- ToepassingSimeon en Anna wachtten lang op wat God beloofd had. Wat heeft God in de Bijbel beloofd waar wij nu nog op mogen wachten?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Jesaja 49:6. Welke woorden van Simeon komen uit deze belofte, en wat betekent het dat het Licht ook voor de heidenen is?
- Wie is God?God hield Zijn belofte aan Simeon persoonlijk en aan Israël als volk. Wat zegt dat over de manier waarop God beloften doet en houdt?
- Moeilijke vraagSimeon zegt dat Jezus een teken is dat weersproken wordt, en dat er een zwaard door Maria’s ziel zal gaan. Waarom brengt de komst van de Verlosser ook verdriet en verzet?
- PersoonlijkSimeon kon in vrede gaan, omdat hij Gods zaligheid gezien had. Wat is er volgens deze geschiedenis nodig om zonder angst aan de dood te kunnen denken?
Gebedspunt: Dank de Heere dat Hij Zijn belofte hield en Zijn Zoon zond als Licht voor de volken en als heerlijkheid voor Israël. Bid om een hart dat op Hem wacht en anderen over Hem vertelt, zoals Anna deed.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over Simeon en Anna in de tempel
Waar staat het verhaal van Simeon en Anna in de Bijbel?
Het verhaal van Simeon en Anna staat in Lukas 2:21-40. Alleen Lukas vertelt het. Het begint met de besnijdenis en de naamgeving van Jezus op de achtste dag (Lukas 2:21), beschrijft de voorstelling in de tempel en de ontmoeting met Simeon (Lukas 2:22-35) en met Anna (Lukas 2:36-38), en eindigt met de terugkeer naar Nazareth (Lukas 2:39-40). Daarna volgt Jezus op twaalfjarige leeftijd in de tempel.
Waarom is de ontmoeting met Simeon en Anna zo belangrijk?
Omdat God hier Zijn belofte houdt. Hij had Simeon laten weten dat hij de Christus zou zien (Lukas 2:26), en Simeon noemde het Kind in zijn armen Gods zaligheid: "Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien" (Lukas 2:30). Die zaligheid was niet alleen voor Israël, maar ook voor de volken: "Een Licht tot verlichting der heidenen" (Lukas 2:32). Anna sprak van Hem tot allen die op de verlossing wachtten (Lukas 2:38). Zo wijzen twee gelovigen in de tempel al aan wie dit Kind is.
Waren Simeon en Anna oude priesters in de tempel?
Dat zegt de Bijbel niet. Lukas noemt Simeon "een mens te Jeruzalem" (Lukas 2:25), zonder ambt, afkomst of leeftijd; hij kwam door de Geest in de tempel (Lukas 2:27), niet door een ambt. Dat hij oud was, is een begrijpelijke lezing van Lukas 2:26 en 2:29, maar het staat er niet. Anna kwam uit de stam Aser, niet uit de priesterstam Levi, en Lukas noemt haar een profetes. Van haar zegt hij wel dat zij "tot groten ouderdom gekomen" was (Lukas 2:36).
Hoe oud was Anna de profetes?
Lukas zegt dat Anna zeven jaar getrouwd was geweest en "een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren" was (Lukas 2:37). Die woorden kunnen op twee manieren gelezen worden. Volgens de ene lezing was zij ongeveer vierentachtig jaar oud. Volgens de andere was zij al vierentachtig jaar weduwe en dus ruim honderd jaar. De tekst laat beide toe. Zeker is dat zij "tot groten ouderdom gekomen" was (Lukas 2:36).
Waarom brachten Jozef en Maria twee duiven?
Lukas zegt dat zij offerande gaven "naar hetgeen in de wet des Heeren gezegd is, een paar tortelduiven, of twee jonge duiven" (Lukas 2:24). De wet vroeg na de geboorte een lam als brandoffer en een duif als zondoffer (Leviticus 12:6), maar gaf ook een regel voor wie dat niet kon: "Maar indien haar hand niet genoeg voor een lam vindt, zo zal zij twee tortelduiven, of twee jonge duiven nemen" (Leviticus 12:8). Jozef en Maria brachten dus het offer van de armen. Meer zegt Lukas er niet over.
Is dit hetzelfde als Jezus twaalf jaar in de tempel?
Nee. Hier wordt Jezus als baby in de tempel gebracht, toen de dagen van de reiniging vervuld waren (Lukas 2:22); volgens Leviticus 12:2-4 waren dat veertig dagen na de geboorte van een zoon. Het tweede bezoek aan de tempel vertelt Lukas in Lukas 2:41-52. Toen was Jezus twaalf jaar oud en bleef Hij na het Paasfeest in Jeruzalem achter. Jozef en Maria vonden Hem na drie dagen in de tempel, in het midden der leraren. Beide geschiedenissen staan in Lukas 2, met twaalf jaar ertussen.
Gingen Jozef en Maria na de tempel naar Nazareth of naar Egypte?
Lukas zegt dat zij na de tempel terugkeerden "naar Galilea, tot hun stad Nazareth" (Lukas 2:39). Mattheüs vertelt over de wijzen en de vlucht naar Egypte, die Lukas niet noemt. Veel uitleggers nemen aan dat het bezoek van de wijzen en de vlucht later vallen, en dat Lukas de tussenliggende tijd overslaat. De Bijbel geeft de volgorde niet in één doorlopend verslag.
Hoe vertelt u Simeon en Anna aan kinderen?
Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij Lukas 2:21-40 blijft, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Laat zien dat God Zijn belofte aan Simeon hield en dat het Kind het Licht voor alle volken is. Leg het zwaard uit als beeld van verdriet, en maak Simeon niet ouder dan de Bijbel doet.
Stel een vraag over Simeon en Anna in de tempel
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Feestdagen bij dit verhaal
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.