Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~860 v.Chr.

De weduwe van Sarfath in de Bijbel

Weduwe van Zarfath (Hebreeuws Tsarefat, Grieks Sarepta) - “Eigen naam onbekend; Zarfath mogelijk smeltplaats”

Wie was de weduwe van Sarfath?

De weduwe van Sarfath was een vrouw uit Zarfath bij Sidon die de profeet Elia onderdak gaf tijdens de droogte onder koning Achab. Op het woord van de HEERE raakten haar meel en olie niet op, en op het gebed van Elia werd haar gestorven zoon weer levend (1 Koningen 17:8-24).

De weduwe van Sarfath staat in één hoofdstuk van het Oude Testament, 1 Koningen 17:8-24, en wordt in het Nieuwe Testament één keer genoemd door Jezus (Lukas 4:25-26). Haar naam vermeldt de Bijbel niet. De Statenvertaling schrijft de plaatsnaam als Zarfath, "dat bij Sidon is" (1 Koningen 17:9); Lukas gebruikt de Griekse vorm en spreekt van "Sarepta Sidonis" (Lukas 4:26). Sarfath is de gangbare hedendaagse spelling. Het verhaal speelt in de droogte die Elia aan koning Achab had aangekondigd. Toen de beek Krith uitdroogde, zei de HEERE tegen Elia: "zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude" (1 Koningen 17:9). Bij de stadspoort trof Elia een vrouw die hout verzamelde om met haar laatste meel en olie een maaltijd te maken voor zichzelf en haar zoon, "dat wij het eten, en sterven" (1 Koningen 17:12). Elia vroeg haar eerst een kleine koek voor hem te maken en gaf haar de belofte van de HEERE dat het meel en de olie niet zouden opraken. Zij gehoorzaamde, en het gebeurde zo. Later werd haar zoon ziek en stierf. Elia bad, de HEERE verhoorde hem en het kind werd weer levend. Het hoofdstuk eindigt met haar belijdenis: "Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is" (1 Koningen 17:24). Zij is niet te verwarren met de Sunamitische vrouw, die later de profeet Elisa onderdak gaf en wier zoon op het gebed van Elisa eveneens weer levend werd (2 Koningen 4:8-37).

Historische context

Het verhaal speelt in de tijd van koning Achab van het noordrijk Israël, rond 860 v.Chr.; een precieze datering geeft de Bijbel niet. Achab had Izebel getrouwd, "de dochter van Eth-Baal, den koning der Sidoniers" (1 Koningen 16:31), en met haar kwam de dienst van Baal naar Samaria (1 Koningen 16:31-32). Elia kondigde een droogte aan die zou duren tot hij het zei: "tenzij dan naar mijn woord" (1 Koningen 17:1). Zarfath lag aan de Fenicische kust, tussen Tyrus en Sidon. Elia werd dus naar het gebied gestuurd waar Izebel vandaan kwam. Baal werd in Kanaän en Fenicië vereerd als god van onweer en regen. Veel uitleggers zien het als veelzeggend dat de HEERE juist in dat land Zijn profeet in leven hield, terwijl de droogte ook de Feniciërs trof. Obadja noemt Zarfath later als noordelijk punt: "tot Zarfath toe" (Obadja 1:20). De plaats wordt meestal gezocht bij het huidige Sarafand in Libanon, waar de Amerikaanse archeoloog James B. Pritchard tussen 1969 en 1974 opgravingen deed. De naam hangt waarschijnlijk samen met een Hebreeuws woord voor smelten of louteren; zeker is dat niet. Een weduwe had in de oude wereld weinig bestaanszekerheid. Zonder man was zij afhankelijk van familie of van een zoon die later voor haar kon zorgen. In Israël beschermde de wet weduwen nadrukkelijk: de HEERE is Hij "Die het recht van den wees en van de weduwe doet" (Deuteronomium 10:18). Deze vrouw woonde buiten Israël, maar zij kende de naam van de HEERE en zwoer erbij: "Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft" (1 Koningen 17:12). Dat zij "uw God" zegt, laat zien dat zij Elia herkende als Israëliet. Later spreekt de tekst van "dezer vrouw, der waardin van het huis" (1 Koningen 17:17). Haar huis had een opperzaal, een kamer op het platte dak, waar Elia woonde (1 Koningen 17:19). De droogte duurde tot "het derde jaar" (1 Koningen 18:1); Jezus en Jakobus spreken van "drie jaren en zes maanden" (Lukas 4:25, Jakobus 5:17). Uitleggers verklaren dat verschil meestal door een ander beginpunt van de telling.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Eerlijk over haar nood tegenover een vreemde (1 Koningen 17:12)
  • Gehoorzaam aan het woord van de profeet, met het weinige dat zij had (1 Koningen 17:15)
  • Gastvrij: zij gaf Elia een plaats in haar huis (1 Koningen 17:19)
  • Komt tot een duidelijke belijdenis van het woord van de HEERE (1 Koningen 17:24)

−Zwakke kanten

  • In haar verdriet verbindt zij de dood van haar zoon met haar eigen ongerechtigheid en spreekt zij Elia verwijtend aan; de tekst oordeelt daar niet over (1 Koningen 17:18)

Theologische betekenis

De weduwe van Sarfath laat eerst zien hoe God zorgt. Hij had haar "geboden" Elia te onderhouden (1 Koningen 17:9), terwijl zij zelf niets meer had. Het onderhoud kwam niet uit haar voorraad maar uit de belofte: "Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken" (1 Koningen 17:14). Er kwam geen overvloed, wel elke dag genoeg, "naar het woord des HEEREN" (1 Koningen 17:16). Het tweede deel van het hoofdstuk gaat over leven en dood. De vrouw verbond de dood van haar zoon met haar eigen schuld (1 Koningen 17:18). De tekst gaat daar niet op in. Elia legde zelf een vergelijkbare vraag bij de HEERE neer: "hebt Gij dan ook deze weduwe, bij dewelke ik herberge, zo kwalijk gedaan, dat Gij haar zoon gedood hebt?" (1 Koningen 17:20). De HEERE verhoorde Elia en gaf het kind terug. Het is de eerste opwekking uit de dood in de Bijbel. Veel uitleggers denken bij Hebreeën 11:35, "De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding weder gekregen", aan haar en aan de Sunamitische vrouw. Het hoofdstuk eindigt niet bij het wonder maar bij het woord. Na meel, olie en een levende zoon zegt zij: "Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is" (1 Koningen 17:24). In een tijd dat Israël zelf hinkte tussen de HEERE en Baal (1 Koningen 18:21), belijdt een vrouw uit het land van Izebel dat het woord van de HEERE waar is. Jezus maakt dat punt scherp in Nazareth. Er waren vele weduwen in Israël, "En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was" (Lukas 4:26). Hij noemt haar naast Naäman de Syriër (Lukas 4:27), en Zijn hoorders werden "met toorn vervuld" (Lukas 4:28). Even later wekt Jezus in Naïn de zoon van een weduwe op: "En Hij gaf hem aan zijn moeder" (Lukas 7:15), bijna dezelfde woorden als in 1 Koningen 17:23.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Weduwe van Zarfath (Hebreeuws Tsarefat, Grieks Sarepta)

Betekenis

Eigen naam onbekend; Zarfath mogelijk smeltplaats

Sleutelmomenten

1

Elia naar Zarfath gezonden

Als de beek Krith uitdroogt, zendt de HEERE Elia naar Zarfath bij Sidon. Hij heeft daar een weduwe geboden de profeet te onderhouden.

1 Koningen 17:8-9

2

Ontmoeting bij de poort

Bij de stadspoort vraagt Elia een vrouw die hout verzamelt om water en een stuk brood. Zij antwoordt dat zij alleen nog een handvol meel en een weinig olie heeft, voor een laatste maaltijd met haar zoon.

1 Koningen 17:10-12

3

Meel en olie raken niet op

Elia zegt: Vrees niet, en vraagt eerst een kleine koek voor zichzelf, met de belofte van de HEERE. Zij doet het, en meel en olie raken niet op tot de regen komt.

1 Koningen 17:13-16

4

De zoon wordt weer levend

Haar zoon wordt ziek en sterft. Zij vraagt Elia of hij gekomen is om haar ongerechtigheid in gedachtenis te brengen. Elia draagt het kind naar de opperzaal, roept de HEERE aan, en geeft het levend terug aan zijn moeder.

1 Koningen 17:17-23

5

Nu weet ik

De weduwe belijdt dat Elia een man Gods is en dat het woord van de HEERE in zijn mond waarheid is.

1 Koningen 17:24

6

Jezus noemt haar in Nazareth

In de synagoge van Nazareth zegt Jezus dat er veel weduwen in Israël waren, maar dat Elia alleen naar een weduwe in Sarepta bij Sidon werd gezonden.

Lukas 4:25-26

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van de weduwe van Sarfath beter te begrijpen.

1 Koningen 17:9

“Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude.”

De HEERE stuurt Elia buiten Israël, naar het land van Izebel. Dat Hij de weduwe "geboden" heeft, betekent dat Hij voor de zorg instaat, niet zij.

1 Koningen 17:12

“Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een hand vol meels in de kruik, en een weinig olie in de fles! En zie ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten, en sterven.”

Het eerlijke antwoord van de weduwe. Zij kent de naam van de HEERE, maar spreekt van "uw God". Veel uitleggers zien in het hoofdstuk een groeiend geloof, tot "Nu weet ik" (1 Koningen 17:24).

1 Koningen 17:14

“Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.”

De belofte waarop zij haar laatste meel waagt. In het volksgebruik heet dit het verhaal van de meelpot en de oliekruik.

1 Koningen 17:18

“En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?”

Bij het sterfbed van haar zoon verbindt zij zijn dood met haar eigen schuld. Elia gaat niet in discussie, maar brengt het kind bij de HEERE.

1 Koningen 17:24

“Toen zeide de vrouw tot Elia: Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is.”

Haar belijdenis is het slot van het hoofdstuk. Het wonder leidt naar vertrouwen in het woord van de HEERE.

Lukas 4:26

“En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was.”

Jezus noemt haar in Nazareth als voorbeeld van Gods genade voor iemand buiten Israël. Lukas gebruikt de Griekse plaatsnaam Sarepta.

Tijdperiode

~860 v.Chr.

De weduwe van Sarfath leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

De weduwe had alleen een handvol meel en een weinig olie, en zij moest het eerste stuk aan een ander geven. Zij deed het op het woord van de HEERE, niet omdat zij al zag hoe het zou aflopen. God gaf haar geen voorraadkamer, wel elke dag genoeg. Zo leren wij bidden: "Geef ons heden ons dagelijks brood" (Mattheüs 6:11). Veel uitleggers lezen in dit hoofdstuk een geloof dat groeit. Bij de poort sprak zij over "de HEERE, uw God"; bij het sterfbed van haar zoon voelde zij zich door God gestraft. Pas aan het eind zei zij: "Nu weet ik". Wij mogen ook met onze vragen, onze schuld en onze verwarring bij God komen. Elia gaf haar geen uitleg, maar bracht haar zoon bij de HEERE. Gastvrijheid kreeg in dit huis een zegen. De weduwe gaf de profeet een plaats in haar huis, en God zorgde voor hen allebei. Jezus zegt: "Die een profeet ontvangt in den naam eens profeten, zal het loon eens profeten ontvangen" (Mattheüs 10:41). Ten slotte laat zij zien dat God mensen opzoekt waar wij hen niet verwachten. Jezus noemde haar juist voor hoorders die meenden dat zij vanzelf vooraan stonden. Dat maakt ons bescheiden en open voor wie van buiten komt.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over de weduwe van Sarfath

Wie was de weduwe van Sarfath in de Bijbel?
De weduwe van Sarfath was een vrouw uit Zarfath, een stad bij Sidon aan de Fenicische kust, in de tijd van koning Achab. Tijdens de droogte zond de HEERE de profeet Elia naar haar toe. Zij had nog maar een handvol meel en wat olie, maar op het woord van de HEERE raakten die niet op. Later werd haar gestorven zoon op het gebed van Elia weer levend (1 Koningen 17:8-24).
Waar staat de weduwe van Sarfath in de Bijbel?
Haar geschiedenis staat in 1 Koningen 17:8-24. Vers 8 tot en met 16 vertelt over de ontmoeting met Elia bij de stadspoort en het meel en de olie die niet opraakten; vers 17 tot en met 24 over de dood en het weer levend worden van haar zoon. In het Nieuwe Testament noemt Jezus haar in Lukas 4:25-26, in de synagoge van Nazareth.
Hoe heette de weduwe van Sarfath?
De Bijbel noemt haar naam niet. De tekst spreekt van "een weduwvrouw" (1 Koningen 17:9), van "der waardin van het huis" (1 Koningen 17:17) en van "de vrouw" (1 Koningen 17:24). De naam weduwe van Sarfath is afgeleid van de plaats waar zij woonde. De plaatsnaam Zarfath hangt waarschijnlijk samen met een Hebreeuws woord voor smelten of louteren, maar die uitleg is niet zeker. Over haar familie zegt de tekst alleen dat zij een zoon had en een eigen huis met een opperzaal (1 Koningen 17:17-19).
Is Sarfath hetzelfde als Zarfath en Sarepta?
Ja, het gaat om dezelfde plaats. De Statenvertaling schrijft Zarfath, "dat bij Sidon is" (1 Koningen 17:9). In het Nieuwe Testament gebruikt Lukas de Griekse vorm: "Sarepta Sidonis", Sarepta bij Sidon (Lukas 4:26). Sarfath is de gangbare hedendaagse spelling. De stad lag aan de kust tussen Tyrus en Sidon en wordt meestal gezocht bij het huidige Sarafand in Libanon.
Wat is het verhaal van de meelpot en de oliekruik?
Het is het verhaal van de weduwe van Sarfath. Zij had nog een handvol meel en een weinig olie. Elia vroeg haar daarvan eerst een koek voor hem te bakken, met de belofte: "Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken" (1 Koningen 17:14). Zo gebeurde het, tot de regen kwam. De Statenvertaling spreekt van meel in de kruik en olie in de fles; meelpot en oliekruik zijn latere benamingen.
Waarom vroeg Elia eerst om een koek voor zichzelf?
Elia vroeg niet uit eigenbelang, maar op grond van de belofte van de HEERE die hij erbij gaf: het meel en de olie zouden niet opraken tot de regen kwam (1 Koningen 17:13-14). De weduwe moest dus het weinige dat zij had in vertrouwen op dat woord geven. Zij ging heen "en deed naar het woord van Elia" en at met haar huis vele dagen (1 Koningen 17:15).
Wat gebeurde er met de zoon van de weduwe van Sarfath?
Haar zoon werd ernstig ziek "totdat geen adem in hem overgebleven was" (1 Koningen 17:17). De moeder vroeg Elia of hij gekomen was om haar ongerechtigheid in gedachtenis te brengen. Elia droeg het kind naar de opperzaal, strekte zich driemaal over hem uit en riep de HEERE aan. De HEERE verhoorde hem, het kind werd weer levend, en Elia zei: "Zie, uw zoon leeft" (1 Koningen 17:23).
Waarom noemt Jezus de weduwe van Sarfath in Lukas 4?
In de synagoge van Nazareth zei Jezus dat er vele weduwen in Israël waren in de tijd van Elia, "En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was" (Lukas 4:26). Samen met Naäman de Syriër gebruikte Hij haar als voorbeeld dat God Zijn genade ook buiten Israël schenkt, terwijl het eigen volk het woord afwees. Zijn hoorders werden "met toorn vervuld" (Lukas 4:28).
Was de zoon van de weduwe van Sarfath de profeet Jona?
De Bijbel zegt dat niet. Volgens een rabbijnse overlevering (onder meer in de midrasj) was deze jongen de latere profeet Jona, de zoon van Amitthai. Dat is uitleg, geen bijbels gegeven. In 1 Koningen 17 blijft de zoon naamloos, en over zijn verdere leven vertelt de Schrift niets. Bovendien trad Jona pas op onder koning Jerobeam II (2 Koningen 14:25), enkele generaties na Achab.
Wat kunnen wij leren van de weduwe van Sarfath?
Zij leert ons God te vertrouwen voor het dagelijks brood, ook als er weinig is: zij gaf eerst van het laatste wat zij had en kreeg elke dag genoeg. Haar vragen bij het sterfbed van haar zoon laten zien dat wij met verdriet en schuld bij God mogen komen. En haar belijdenis, "het woord des HEEREN in uw mond waarheid is" (1 Koningen 17:24), wijst naar wat het wonder bedoelde: vertrouwen in Gods woord.

Stel een vraag over de weduwe van Sarfath

Wilt u meer weten over de weduwe van Sarfath? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over de weduwe van Sarfath

Bijbelverhalen rond de weduwe van Sarfath

Verdiep u verder