Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~5 v.Chr.

Elisabeth in de Bijbel

Elisabet (Grieks) of Elisjeva (אֱלִישֶׁבַע, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: mijn God is een eed”

Wie was Elisabeth?

Elisabeth (in de Statenvertaling Elizabet) was de vrouw van de priester Zacharias en de moeder van Johannes de Doper. Zij was onvruchtbaar en oud toen God haar een zoon gaf. Toen Maria haar bezocht, sprong het kind op in haar buik en sprak Elisabeth Maria zalig (Lukas 1:41-45).

Elisabeth komt alleen voor in het eerste hoofdstuk van het Evangelie naar Lukas. Haar naam staat in Lukas 1:5, 7, 13, 24, 36, 40, 41 en 57, en daarbuiten nergens in de Bijbel. Toch speelt zij in dat ene hoofdstuk een eigen rol, naast haar man Zacharias en naast Maria. De Statenvertaling spelt haar naam als Elizabet: "zijn vrouw was uit de dochteren van Aaron, en haar naam Elizabet" (Lukas 1:5). Op deze site schrijven wij Elisabeth, de spelling die in het Nederlands gangbaar is. De naam is de Griekse vorm van het Hebreeuwse Elisjeva, de naam van de vrouw van Aäron, die in de Statenvertaling Eliseba heet (Exodus 6:22). Het verhaal begint met een pijnlijk gegeven. Elisabeth en Zacharias waren "beiden rechtvaardig voor God", maar "zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was" (Lukas 1:6-7). Onberispelijk betekent hier niet zondeloos, maar dat zij oprecht en trouw naar Gods geboden leefden. Lukas maakt zo duidelijk dat haar kinderloosheid geen straf was. In de tempel kondigde de engel Gabriël aan Zacharias een zoon aan. Kort daarna werd Elisabeth zwanger en verborg zij zich vijf maanden (Lukas 1:24). In haar zesde maand kwam Maria uit Nazareth in Galilea (Lukas 1:26) naar het gebergte van Juda. Toen Elisabeth haar groet hoorde, sprong het kind op in haar buik. Vervuld met de Heilige Geest riep zij uit: "Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks!" (Lukas 1:42). Deze ontmoeting van Maria en Elisabeth is de bekendste scène uit haar leven. Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar. Bij de geboorte en de besnijdenis van haar zoon nam Elisabeth opnieuw het woord. Toen de familie het kind naar zijn vader wilde noemen, zei zij: "Niet alzo, maar hij zal Johannes heten" (Lukas 1:60). Elisabeth is niet te verwarren met Eliseba, de vrouw van Aäron, die dezelfde Hebreeuwse naam droeg maar meer dan twaalf eeuwen eerder leefde. Ook is zij een andere vrouw dan de profetes Anna, die kort daarna in de tempel het Kind Jezus zag (Lukas 2:36).

Historische context

Lukas plaatst het verhaal "in de dagen van Herodes, den koning van Judea" (Lukas 1:5). Dat is Herodes de Grote, wiens dood gewoonlijk rond 4 v.Chr. wordt gedateerd. De aankondiging aan Zacharias en de zwangerschap van Elisabeth vallen daarom meestal rond 5 v.Chr. De Bijbel noemt zelf geen jaartal, dus het blijft een benadering. Wel zegt Lukas dat Elisabeth in haar zesde maand was toen Gabriël bij Maria kwam (Lukas 1:36). Johannes was dus ongeveer een half jaar ouder dan Jezus. Elisabeth kwam uit een priesterlijk geslacht. Zacharias was priester uit de dagorde van Abia, de achtste van de vierentwintig afdelingen (1 Kronieken 24:10), en Lukas zegt met nadruk dat ook Elisabeth "uit de dochteren van Aaron" was (Lukas 1:5). Een priester hoefde niet met een vrouw uit het geslacht van Aäron te trouwen; dat Lukas het toch vermeldt, laat zien dat hij het van belang vond. Johannes was zo van beide kanten van priesterlijke afkomst. Het echtpaar woonde niet in Jeruzalem maar in het gebergte van Juda: Maria reisde "naar het gebergte, in een stad van Juda" (Lukas 1:39). Lukas noemt de naam van de plaats niet. Een latere overlevering wijst het dorp Ain Karem aan, ten westen van Jeruzalem; de Bijbel bevestigt dat niet. Kinderloosheid woog in Israël zwaar. Een kind gold als zegen van God, en een vrouw zonder kinderen voelde zich vaak achtergesteld. Elisabeth spreekt van haar "versmaadheid onder de mensen" (Lukas 1:25), met bijna dezelfde woorden als Rachel na de geboorte van Jozef: "God heeft mijn smaadheid weggenomen!" (Genesis 30:23). Waarom zij zich vijf maanden verborg, zegt Lukas niet. Sommige uitleggers denken aan stille dankbaarheid en gebed, anderen aan terughoudendheid tot de zwangerschap zichtbaar en voor iedereen geloofwaardig was. Gabriël noemt Elisabeth tegenover Maria "uw nicht" (Lukas 1:36). In het oudere Nederlands van de Statenvertaling betekent dat een vrouwelijke bloedverwant; het Griekse woord is even ruim. Hoe zij precies familie waren, weten wij niet. Dat Elisabeth uit Levi stamde en Maria met Jozef in de lijn van David verbonden was, sluit verwantschap niet uit, want huwelijken tussen de stammen kwamen voor. Aäron zelf, uit Levi, trouwde Eliseba, de zuster van Nahesson, de overste van Juda (Exodus 6:22; Numeri 2:3). Een jongen werd op de achtste dag besneden en kreeg dan zijn naam, meestal naar een familielid. Daarom wilden de omstanders het kind Zacharias noemen en zeiden zij tegen Elisabeth: "Er is niemand in uw maagschap, die met dien naam genaamd wordt" (Lukas 1:61).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Rechtvaardig en onberispelijk in haar wandel voor God (Lukas 1:6)
  • Dankbaar: zij schreef haar zwangerschap toe aan de Heere (Lukas 1:25)
  • Vervuld met de Heilige Geest en vrijmoedig in haar getuigenis (Lukas 1:41-42)
  • Nederig en zonder jaloezie tegenover Maria, de moeder van haar Heere (Lukas 1:43)
  • Standvastig in gehoorzaamheid bij de naamgeving, tegen de familie in (Lukas 1:60)

Theologische betekenis

Het verhaal van Elisabeth sluit aan bij een lijn die door het hele Oude Testament loopt. Sara was oud en onvruchtbaar toen God haar Izak beloofde, en de vraag klonk: "Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn?" (Genesis 18:14). Ook Rachel, Hanna en de vrouw van Manoach waren onvruchtbaar voordat God hun een zoon gaf. Gabriël neemt die lijn bewust op wanneer hij tegen Maria zegt dat Elisabeth, "die onvruchtbaar genaamd was", zwanger is: "Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn" (Lukas 1:36-37). God begint het nieuwe werk zoals Hij het oude begon, waar menselijke mogelijkheden ophouden. Toch gaat het verhaal verder dan Sara of Hanna. Het wonder bij Elisabeth is een teken voor een groter wonder: bij Maria gaat het niet om een onvruchtbare vrouw, maar om een maagd. Het kind van Elisabeth is de wegbereider; het Kind van Maria is de Heere zelf. Elisabeth zegt dat met zoveel woorden: "En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?" (Lukas 1:43). Veel uitleggers zien hier de eerste belijdenis in het Evangelie naar Lukas dat het Kind van Maria de Heere is, uitgesproken door een vrouw die vervuld was met de Heilige Geest. Het opspringen van het kind in haar buik krijgt bij Lukas een uitleg. De engel had gezegd dat Johannes "met den Heiligen Geest vervuld" zou worden, "ook van zijner moeders lijf aan" (Lukas 1:15). Elisabeth zegt zelf dat het kind "van vreugde" opsprong (Lukas 1:44). Nog voor zijn geboorte begint Johannes zo zijn taak: hij wijst op Christus. Later zegt hij over Jezus: "Hij moet wassen, maar ik minder worden" (Johannes 3:30). Die houding zien wij al bij zijn moeder, die niet haar eigen zegen vooropzet maar die van Maria. Haar zaligspreking "zalig is zij, die geloofd heeft" (Lukas 1:45) staat in hetzelfde hoofdstuk als het ongeloof van Zacharias, die stom werd "om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt" (Lukas 1:20). Lukas zet die twee reacties op Gods belofte zonder commentaar naast elkaar. Ten slotte de naam. Elisjeva betekent waarschijnlijk: mijn God is een eed. Johannes betekent: de HEERE is genadig. Zacharias zingt in zijn lofzang over "den eed, dien Hij Abraham, onzen vader, gezworen heeft" (Lukas 1:73). Of Lukas een woordspel met haar naam bedoelde, zegt de tekst niet, maar de gedachte staat er wel: in dit gezin vervult God een oude belofte.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Elisabet (Grieks) of Elisjeva (אֱלִישֶׁבַע, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk: mijn God is een eed

Betekenis van de naam Elisabeth: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Rechtvaardig en onvruchtbaar

Elisabeth en Zacharias wandelen "in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk". Toch hebben zij geen kind, en beiden zijn op hoge leeftijd.

Lukas 1:5-7

2

De belofte in de tempel

Bij het reukaltaar zegt de engel tegen Zacharias: "uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam heten Johannes." Elisabeth is zelf niet bij de verschijning aanwezig.

Lukas 1:13

3

Vijf maanden verborgen

Elisabeth wordt zwanger en verbergt zich vijf maanden. Zij erkent dat de Heere haar heeft aangezien om haar versmaadheid onder de mensen weg te nemen.

Lukas 1:24-25

4

Een teken voor Maria

In de zesde maand noemt Gabriël tegenover Maria de zwangerschap van Elisabeth, "die onvruchtbaar genaamd was", als bewijs dat bij God geen ding onmogelijk is.

Lukas 1:36-37

5

Het kind springt op

Maria komt in het huis van Zacharias en groet Elisabeth. Bij die groet springt het kind op in haar buik en wordt Elisabeth vervuld met de Heilige Geest.

Lukas 1:39-41

6

Gezegend onder de vrouwen

Met luide stem noemt Elisabeth Maria gezegend, en haar ongeboren Kind de vrucht die gezegend is. Zij spreekt van "de moeder mijns Heeren" en prijst Maria zalig omdat zij geloofd heeft.

Lukas 1:42-45

7

Drie maanden samen

Maria blijft ongeveer drie maanden bij Elisabeth en keert dan terug naar huis. Of zij er bij de geboorte nog was, zegt de tekst niet.

Lukas 1:56

8

De geboorte van haar zoon

Elisabeth baart een zoon. Buren en familie horen dat de Heere Zijn barmhartigheid grotelijks aan haar bewezen heeft en verblijden zich met haar.

Lukas 1:57-58

9

Hij zal Johannes heten

Bij de besnijdenis wil men het kind naar zijn vader noemen. Elisabeth zegt: "Niet alzo, maar hij zal Johannes heten." Zacharias schrijft hetzelfde op en kan weer spreken.

Lukas 1:59-64

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Elisabeth beter te begrijpen.

Lukas 1:5

“In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aaron, en haar naam Elizabet.”

Lukas stelt Elisabeth voor met haar afkomst uit Aäron. In de Statenvertaling heet zij Elizabet.

Lukas 1:7

“En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen gekomen waren.”

Direct na het getuigenis over hun rechtvaardigheid noemt Lukas het verdriet van het echtpaar. Menselijk gezien was er geen hoop meer.

Lukas 1:25

“Alzo heeft mij de Heere gedaan, in de dagen, in welke Hij mij aangezien heeft, om mijn versmaadheid onder de mensen weg te nemen.”

De eerste woorden van Elisabeth in de Bijbel zijn een dankzegging. Zij ziet haar zwangerschap als het werk van de Heere.

Lukas 1:36

“En zie, Elizabet, uw nicht, is ook zelve bevrucht, met een zoon, in haar ouderdom; en deze maand is haar, die onvruchtbaar genaamd was, de zesde.”

Gabriël geeft Maria een teken dat zij kan nagaan. Het vers is ook de grond voor de verwantschap tussen Maria en Elisabeth.

Lukas 1:41

“En het geschiedde, als Elizabet de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeken op in haar buik; en Elizabet werd vervuld met den Heiligen Geest;”

Lukas legt het opspringen van het kind en de vervulling met de Geest naast elkaar. Wat Elisabeth daarna zegt, spreekt zij door de Geest.

Lukas 1:42

“En riep uit met een grote stem, en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks!”

Elisabeth zegent Maria en haar ongeboren Kind. Haar woorden sluiten aan bij de groet van Gabriël (Lukas 1:28).

Lukas 1:43

“En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?”

De oudere vrouw, zelf wonderlijk gezegend, buigt voor de jongere. Zij noemt het Kind dat Maria draagt haar Heere.

Lukas 1:45

“En zalig is zij, die geloofd heeft; want de dingen, die haar van den Heere gezegd zijn, zullen volbracht worden.”

Elisabeth prijst het geloof van Maria. In Lukas 1 staat dat geloof tegenover de twijfel van Zacharias (Lukas 1:20).

Lukas 1:60

“En zijn moeder antwoordde en zeide: Niet alzo, maar hij zal Johannes heten.”

Elisabeth houdt vast aan de naam die God had gegeven. Hoe zij die naam kende, zegt de tekst niet; Zacharias kon niet spreken, maar wel schrijven.

Tijdperiode

~5 v.Chr.

Elisabeth leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Elisabeth en Zacharias bleven rechtvaardig wandelen terwijl hun verlangen naar een kind onvervuld bleef. Lukas noemt hun rechtvaardigheid en hun kinderloosheid in één adem, zonder het een uit het ander te verklaren. Dat mag een troost zijn voor wie vandaag met een onvervulde kinderwens leeft: het uitblijven van een zegen is geen bewijs dat God ons vergeten is of afwijst. Wel leert haar verhaal ons om ons verlangen bij Hem te brengen en Hem trouw te blijven. Toen God haar zegende, zei Elisabeth niet dat haar geduld beloond werd, maar: "Alzo heeft mij de Heere gedaan" (Lukas 1:25). Zij gaf de eer aan God. Dat leert ons om ook het goede in ons leven niet aan onszelf toe te schrijven. Opvallend is haar houding tegenover Maria. Elisabeth was ouder, getrouwd met een priester, en zelf wonderlijk gezegend. Toch zette zij Maria en haar Kind voorop: "van waar komt mij dit" (Lukas 1:43). Zij kon zich van harte verheugen over de zegen van een ander. In een tijd waarin wij ons snel vergelijken, laat zij zien hoe vreugde om Christus jaloezie overwint. Ten slotte bleef Elisabeth bij wat God gezegd had, ook toen familie en buren iets anders verwachtten. Haar "Niet alzo" (Lukas 1:60) was geen koppigheid, maar gehoorzaamheid. Ook voor ons kan trouw aan Gods woord betekenen dat wij soms tegen de gewoonte van onze omgeving ingaan, rustig en zonder ophef.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Elisabeth

Wie was Elisabeth in de Bijbel?
Elisabeth was de vrouw van de priester Zacharias en de moeder van Johannes de Doper. Zij kwam zelf uit het geslacht van Aäron en leefde in de tijd van Herodes de Grote. Zij was onvruchtbaar en op hoge leeftijd toen God haar een zoon gaf. Toen Maria haar bezocht, sprong het kind op in haar buik en sprak Elisabeth, vervuld met de Heilige Geest, Maria en haar Kind gezegend. Haar verhaal staat in Lukas 1.
Wat betekent de naam Elisabeth?
Elisabeth is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Elisjeva. Die wordt meestal uitgelegd als: mijn God is een eed, dat wil zeggen een God Die zweert en Zijn woord houdt. Andere uitleggers denken aan: mijn God is volheid. De eerste verklaring is het gangbaarst, maar helemaal zeker is geen van beide. Opvallend is dat haar man Zacharias in zijn lofzang zingt over "den eed, dien Hij Abraham, onzen vader, gezworen heeft" (Lukas 1:73).
Waar staat Elisabeth in de Bijbel?
Elisabeth staat alleen in Lukas 1. Zij wordt voorgesteld in Lukas 1:5-7, haar zwangerschap staat in Lukas 1:24-25 en Gabriël noemt haar tegenover Maria in Lukas 1:36. De ontmoeting met Maria staat in Lukas 1:39-56, en de geboorte en naamgeving van Johannes in Lukas 1:57-66. Daarbuiten noemt de Bijbel haar niet bij naam. Wel komt een vrouw met dezelfde Hebreeuwse naam voor in het Oude Testament: Eliseba, de vrouw van Aäron (Exodus 6:22).
Hoe schrijft de Statenvertaling de naam Elisabeth?
De Statenvertaling schrijft Elizabet, met een z en zonder h aan het eind: "en zijn vrouw was uit de dochteren van Aaron, en haar naam Elizabet" (Lukas 1:5). Elisabeth is de gangbare Nederlandse vorm, en die gebruiken wij op deze site. Het gaat in alle gevallen om dezelfde vrouw, de moeder van Johannes de Doper.
Waren Maria en Elisabeth familie?
Ja. Gabriël noemt Elisabeth tegenover Maria "uw nicht" (Lukas 1:36). In het Nederlands van de Statenvertaling betekent nicht hier een vrouwelijke bloedverwant, en het Griekse woord is even ruim. Hoe zij precies familie waren, bijvoorbeeld tante en nicht of verder verwant, zegt de Bijbel niet. Dat Elisabeth uit het geslacht van Aäron kwam, sluit verwantschap met Maria niet uit, want huwelijken tussen de stammen kwamen voor. Aäron zelf trouwde Eliseba uit Juda (Exodus 6:22).
Wat zei Elisabeth tegen Maria?
Toen Maria haar groette, riep Elisabeth vervuld met de Heilige Geest uit: "Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks!" (Lukas 1:42). Daarna vroeg zij: "En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?" (Lukas 1:43). Zij vertelde dat het kind van vreugde opsprong in haar buik en eindigde met: "En zalig is zij, die geloofd heeft" (Lukas 1:45). Daarop volgde de lofzang van Maria.
Waarom sprong het kind op in de buik van Elisabeth?
Elisabeth zegt het zelf: het kind sprong "van vreugde op" toen zij de groet van Maria hoorde (Lukas 1:44). De engel had over Johannes gezegd dat hij met de Heilige Geest vervuld zou worden, "ook van zijner moeders lijf aan" (Lukas 1:15). Veel uitleggers zien in het opspringen daarom het begin van zijn taak als wegbereider: nog voor zijn geboorte reageert Johannes op de nabijheid van Christus. Tegelijk werd Elisabeth vervuld met de Heilige Geest (Lukas 1:41).
Waarom verborg Elisabeth zich vijf maanden?
Lukas vertelt dat Elisabeth zich vijf maanden verborg, en zegt erbij dat zij God dankte, Die haar versmaadheid onder de mensen had weggenomen (Lukas 1:24-25). Een reden geeft de tekst niet. Sommige uitleggers denken aan een tijd van stille dankbaarheid en gebed. Anderen denken dat zij wachtte tot de zwangerschap zichtbaar was, zodat niemand nog aan het wonder kon twijfelen. In de zesde maand noemde Gabriël haar zwangerschap als teken voor Maria (Lukas 1:36).
Hoe oud was Elisabeth toen Johannes werd geboren?
De Bijbel noemt geen leeftijd. Lukas zegt alleen dat zij en Zacharias "beiden verre op hun dagen gekomen waren" (Lukas 1:7), en Gabriël spreekt over een zoon "in haar ouderdom" (Lukas 1:36). Zacharias zelf zei: "ik ben oud, en mijn vrouw is verre op haar dagen gekomen" (Lukas 1:18). Elisabeth was dus op een leeftijd waarop een zwangerschap menselijk gezien niet meer te verwachten was. Elk getal daarbuiten is speculatie.
Waarom wilde Elisabeth dat haar zoon Johannes heette?
Omdat God die naam had gegeven. De engel had tegen Zacharias gezegd: "gij zult zijn naam heten Johannes" (Lukas 1:13). Bij de besnijdenis wilde de familie het kind naar zijn vader noemen, maar Elisabeth zei: "Niet alzo, maar hij zal Johannes heten" (Lukas 1:60). Hoe zij de naam kende, vertelt Lukas niet. Mogelijk had Zacharias het haar op schrift laten weten; anderen denken dat de Heilige Geest, met Wie zij vervuld was (Lukas 1:41), het haar leerde. Hij bevestigde haar woorden op een schrijftafeltje: "Johannes is zijn naam" (Lukas 1:63).
Is Elisabeth dezelfde als Eliseba, de vrouw van Aäron?
Nee. Eliseba was de vrouw van de hogepriester Aäron, de dochter van Amminadab en de zuster van Nahesson. Zij werd de moeder van Nadab, Abihu, Eleazar en Ithamar (Exodus 6:22) en leefde in de tijd van de uittocht uit Egypte. Elisabeth, de moeder van Johannes de Doper, leefde meer dan twaalf eeuwen later. Wel dragen beiden dezelfde Hebreeuwse naam, en Elisabeth was een verre nakomeling van Aäron (Lukas 1:5).
Wat kunnen wij leren van Elisabeth?
Elisabeth leert ons trouw te blijven aan God, ook als een groot verlangen onvervuld blijft; haar kinderloosheid was geen straf (Lukas 1:6-7). Toen God haar zegende, gaf zij Hem de eer (Lukas 1:25). Tegenover Maria was zij niet jaloers, maar zette zij haar Heere voorop (Lukas 1:43). En bij de naamgeving bleef zij bij wat God gezegd had, ook tegen de verwachting van haar familie in (Lukas 1:60).

Stel een vraag over Elisabeth

Wilt u meer weten over Elisabeth? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Elisabeth

Bijbelverhalen rond Elisabeth

Verdiep u verder