Sunem in het lot van Issaschar
Bij de verdeling van het land valt Sunem in het erfdeel van de stam Issaschar, met Jizreël en Chesulloth.
Sunem (Hebreeuws שׁוּנֵם); de betekenis van de naam is onzeker. Een vrouw uit Sunem heet een Sunamitische; de Statenvertaling spelt Sunamietische (1 Koningen 1:3, 2 Koningen 4:12).
Sunem was een dorp in het stamgebied van Issaschar, aan de oostkant van de vlakte van Jizreël, tegenover de Gilboa. Hier legerden de Filistijnen zich vóór de dood van Saul (1 Samuël 28:4), en hier woonde de Sunamitische vrouw die Elisa een opperkamer gaf (2 Koningen 4:8).
Ook bekend als: Sulam, Solem, Shunem
Sunem lag in het erfdeel van Issaschar (Jozua 19:18), aan de zuidwestelijke helling van de heuvel die gewoonlijk met de heuvel More (Richteren 7:1) wordt gelijkgesteld, in het oostelijke deel van de vlakte van Jizreël. Aan de overkant van de vlakte, naar het zuiden, ligt de bergrug van de Gilboa, met de stad Jizreël aan de voet. Endor lag aan de andere kant van de heuvel More, de berg Tabor verder naar het noorden.
De identificatie is algemeen aanvaard: Sunem is het huidige dorp Sulam, ook Solem gespeld, in het noorden van Israël, aan de voet van de heuvel die nu Givat HaMore heet. De naam leeft voort in de vorm met een l. Grote opgravingen van het bijbelse Sunem zijn er niet.
Bij de verdeling van het land valt Sunem in het erfdeel van de stam Issaschar, met Jizreël en Chesulloth.
De Filistijnen slaan hun kamp op te Sunem, Saul legert zich op de Gilboa. Saul vreest en zoekt in de nacht de vrouw te Endor op.
Voor de oude koning David zoekt men een jonge vrouw in heel Israël en men vindt Abisag uit Sunem.
Een vrouw in Sunem laat voor Elisa een kleine opperkamer maken met een bed, een tafel, een stoel en een kandelaar. Elisa belooft haar een zoon, en later wekt de HEERE de jongen op uit de dood.
Na zeven jaar in het land van de Filistijnen keert de vrouw terug. De koning laat haar huis en akker met alle inkomsten teruggeven.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Sunem in de Schrift beter te begrijpen.
Sunem lag in het noorden van Israël, in het stamgebied van Issaschar, aan de helling van de heuvel More aan de oostkant van de vlakte van Jizreël. Tegenover Sunem, aan de zuidkant van de vlakte, liggen de Gilboa en de stad Jizreël. Het bijbelse Sunem wordt algemeen gelijkgesteld met het huidige dorp Sulam, ook Solem gespeld.
In Sunem legerden de Filistijnen zich vóór de slag op de Gilboa, waarin Saul sneuvelde (1 Samuël 28:4). Uit Sunem kwam Abisag, die de oude koning David verzorgde (1 Koningen 1:3). In Sunem woonde ook de vrouw die voor Elisa een opperkamer liet bouwen; haar zoon werd geboren naar het woord van Elisa en later uit de dood opgewekt (2 Koningen 4:8-37).
De naam Sunem staat drie keer in de Statenvertaling: Jozua 19:18, 1 Samuël 28:4 en 2 Koningen 4:8. Daarnaast heet een vrouw uit Sunem een Sunamietische: Abisag in 1 Koningen 1:3, 1:15 en 2:17-22, en de vrouw bij wie Elisa onderdak vond in 2 Koningen 4:12, 4:25 en 4:36. Het vervolg van haar geschiedenis staat in 2 Koningen 8:1-6.
De Sunamitische vrouw is een vrouw uit Sunem bij wie Elisa onderweg brood at. De Bijbel noemt haar een grote vrouw en geeft haar naam niet (2 Koningen 4:8); de kanttekeningen leggen uit: groot van afkomst, van naam en van middelen. Zij liet met haar man een opperkamer voor hem maken, kreeg naar het woord van Elisa een zoon en zag hem na zijn dood door Elisa levend worden. Haar geschiedenis wordt uitvoerig verteld in het verhaal over Elisa en de Sunamitische vrouw.
Dat is onzeker. Hooglied noemt de bruid de Sulammith (Hooglied 6:13). Sommige uitleggers verbinden die naam met Sunem, omdat de plaats ook in een vorm met een l bekend is, en denken soms aan Abisag de Sunamitische. Anderen zien Sulammith als een vrouwelijke vorm die bij de naam Salomo hoort. De Bijbel zelf legt geen verband tussen de Sulammith en Sunem.
Toen haar zoon gestorven was, zadelde zij een ezelin en reed met een knecht van Sunem naar de man Gods op de berg Karmel (2 Koningen 4:24-25). De weg liep door de vlakte van Jizreël naar het noordwesten. Waar Elisa op de Karmel verbleef, zegt de Bijbel niet; een precieze afstand is daarom niet te geven. Elisa zag haar al van verre komen en zond Gehazi haar tegemoet (2 Koningen 4:25-26).
Ja, als dorp met een verwante naam. Het bijbelse Sunem wordt gelijkgesteld met Sulam, een dorp in het noorden van Israël aan de voet van de heuvel More, in het oostelijke deel van de vlakte van Jizreël. In de naam Sulam is de oude naam Sunem in een vorm met een l bewaard. Van het dorp uit de tijd van Elisa zijn geen bekende bouwresten te bezichtigen.
Jizreël
Jizreël is met zekerheid gelijkgesteld met Tel Jizreël (Arabisch Zer’in) in het noorden van Israël, bij de kibboets Jizreël
Berg Gilboa
De bergrug heet nog altijd Gilboa en ligt in het noorden van Israël; de identificatie is zeker
Endor
Endor wordt meestal gezocht bij het vroegere dorp Indur, aan de noordkant van de heuvel More in het noorden van Israël
Berg Karmel
De Karmel ligt in het noorden van Israël; de identificatie is zeker
Zarfath
Zarfath wordt met zekerheid gelijkgesteld met de ruïneheuvel bij het dorp Sarafand aan de kust van Zuid-Libanon, ten zuiden van Sidon
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Sunem? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Sunem.
Plaats Sunem in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Sunem.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Sunem.
Verken thema's die verbonden zijn met Sunem.