Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~5 v.Chr.

Engel Gabriël in de Bijbel

Gabriël (גַּבְרִיאֵל, Hebreeuws; Γαβριήλ, Grieks) - “Waarschijnlijk man of held van God”

Wie was engel Gabriël?

Gabriël is een engel die de Bijbel vier keer bij naam noemt. Hij legde Daniël twee gezichten uit en kondigde in Lukas 1 de geboorte van Johannes de Doper en van Jezus aan. Van zichzelf zegt hij: "Ik ben Gabriel, die voor God sta, en ben uitgezonden" (Lukas 1:19).

Twee keer in het boek Daniël (Daniël 8:16, Daniël 9:21) en twee keer in het eerste hoofdstuk van Lukas (Lukas 1:19, Lukas 1:26) staat de naam Gabriël. In de Statenvertaling staat Gabriel. Naast Michaël is hij de enige goede engel die de Schrift bij naam noemt. In alle vier de teksten doet hij hetzelfde: hij brengt een woord van God over en legt het uit. Bij de rivier de Ulai roept een stem: "Gabriel! geef dezen het gezicht te verstaan" (Daniël 8:16). Later, in het eerste jaar van Darius, komt hij tot Daniël terwijl die bidt, en spreekt hij over zeventig weken en over "Messias den Vorst" (Daniël 9:25). Eeuwen daarna staat hij in de tempel bij het reukaltaar en kondigt hij de priester Zacharias een zoon aan, Johannes. Zes maanden later wordt hij naar Nazareth gezonden, naar Maria, met de boodschap dat zij de Zoon des Allerhoogsten zal baren. Over zichzelf zegt hij weinig. Zijn enige zelfbeschrijving is: "Ik ben Gabriel, die voor God sta, en ben uitgezonden" (Lukas 1:19). Daar ligt het zwaartepunt: hij staat in Gods nabijheid en hij wordt gezonden. Hij brengt nooit een eigen boodschap en neemt nergens eer aan. Veel mensen kennen hem als de aartsengel Gabriël. Dat woord gebruikt de Bijbel niet voor hem. In de Statenvertaling staat "archangel" alleen in Judas 1:9, bij Michaël, en zonder naam in 1 Thessalonicenzen 4:16. Ook de vleugels, de lelie en de zachte trekken uit schilderijen van de boodschap aan Maria komen uit de kunst, niet uit de tekst. Deze pagina blijft bij wat de Schrift over Gabriël zelf zegt; voor wat de Bijbel in het algemeen over engelen zegt, zie ook het onderwerp Engelen.

Historische context

De eerste twee optredens horen bij de Babylonische ballingschap. Het gezicht van Daniël 8 is gedateerd "in het derde jaar des koninkrijks van den koning Belsazar" (Daniël 8:1), gewoonlijk rond 550 voor Christus. In het gezicht was Daniël in de burcht Susan, in het landschap Elam, aan de rivier de Ulai (Daniël 8:2). Susan werd later een van de hoofdsteden van het Perzische rijk. Het gezicht toont een ram met twee hoorns en een bok die hem neerstoot. Gabriël legt het uit: de ram zijn "de koningen der Meden en der Perzen", de bok is "de koning van Griekenland" (Daniël 8:20-21). De meeste uitleggers zien in de grote hoorn Alexander de Grote en in de vier koninkrijken de rijken waarin zijn rijk na zijn dood uiteenviel. De koning "stijf van aangezicht" (Daniël 8:23) wordt vaak verbonden met Antiochus IV Epifanes, die in de tweede eeuw voor Christus de tempel ontheiligde. De tekst noemt die namen zelf niet. Daniël 9 speelt "in het eerste jaar van Darius" (Daniël 9:1), kort na de val van Babel, rond 539 voor Christus. Daniël had in de boeken gelezen dat de verwoesting van Jeruzalem volgens het woord aan Jeremia zeventig jaren zou duren (Daniël 9:2), en hij beleed in gebed zijn zonde en die van zijn volk. Gabriël kwam "omtrent den tijd des avondoffers" (Daniël 9:21). De tempel lag toen in puin, maar het uur van het avondoffer bleef een vaste tijd van gebed (vergelijk Psalm 141:2). Het optreden in Lukas 1 ligt ruim vijf eeuwen later, "in de dagen van Herodes, den koning van Judea" (Lukas 1:5). Herodes de Grote stierf volgens de gangbare datering rond 4 voor Christus; de aankondigingen vallen daarom meestal rond 5 voor Christus. Zacharias diende in de beurt van zijn dagorde, en het lot had hem aangewezen om het reukoffer te brengen, terwijl het volk buiten bad (Lukas 1:8-10). Het reukwerk werd elke morgen en tussen de twee avonden aangestoken (Exodus 30:7-8). Volgens de latere joodse overlevering in de Misjna lootten alleen priesters die het reukwerk nog nooit hadden gebracht; velen kregen die taak dus hooguit één keer in hun leven. De aankondiging aan Maria volgt "in de zesde maand" van de zwangerschap van Elisabeth (Lukas 1:26, Lukas 1:36), in Nazareth, een klein dorp in Galilea. Maria was "ondertrouwd" met Jozef (Lukas 1:27). Een ondertrouw was in die tijd een bindende verbintenis, al woonde het paar nog niet samen (vergelijk Mattheüs 1:18-19).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Gezonden dienaar: hij staat voor God en gaat waarheen hij uitgezonden wordt (Lukas 1:19)
  • Uitlegger: hij helpt Daniël het gezicht te verstaan en richt hem op (Daniël 8:16-18)
  • Bemoedigend: zijn boodschap begint met vrees niet (Lukas 1:13, Lukas 1:30)
  • Ernstig: hij kondigt Zacharias aan dat hij om zijn ongeloof zal zwijgen tot de vervulling (Lukas 1:20)

Theologische betekenis

Gabriël staat in dienst van het Woord. Bij elk optreden gaat het niet om hem, maar om wat God te zeggen heeft. Zijn zelfbeschrijving in Lukas 1:19 verbindt twee dingen: hij staat voor God, en hij is uitgezonden. Hebreeën 1:14 zegt van alle engelen: "Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen?" Dat hij "voor God" staat, verbinden sommige uitleggers met "de zeven engelen, die voor God stonden" (Openbaring 8:2); daar staan echter geen namen bij. Opvallend is de lijn tussen Daniël en Lukas. In Daniël 9 brengt Gabriël het woord over de zeventig weken en de komst van "Messias den Vorst" (Daniël 9:25). In Lukas 1 kondigt hij aan dat de Zoon van Maria "den troon van Zijn vader David" zal ontvangen, en dat er aan Zijn Koninkrijk geen einde komt (Lukas 1:32-33). Dat sluit aan bij de belofte aan David (2 Samuël 7:16) en bij het Koninkrijk dat "niet verdorven" wordt uit Daniël 7:14. Veel uitleggers zien hier één boodschapper bij één belofte: wat Daniël van verre zag, wordt aan Maria als nabij aangekondigd. Over de uitleg van de zeventig weken verschillen uitleggers wel sterk. De oudere gereformeerde uitleg betrekt ze op de komst en de dood van Christus ("de Messias uitgeroeid", Daniël 9:26); anderen rekenen anders. Ook het moment spreekt. Bij Daniël en bij Zacharias komt Gabriël op het uur van gebed en offer: het avondoffer (Daniël 9:21) en het reukoffer (Lukas 1:10). Tegen Daniël zegt hij: "In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan" (Daniël 9:23), en tegen Zacharias: "uw gebed is verhoord" (Lukas 1:13). De twee aankondigingen in Lukas 1 staan bewust naast elkaar. Zacharias, een oude priester in de tempel, vraagt om een bewijs en wordt stom. Maria, een maagd in een dorp in Galilea, vraagt hoe het zal gebeuren en gelooft. Elisabeth zegt later: "En zalig is zij, die geloofd heeft" (Lukas 1:45). Gabriël vat de boodschap samen met "Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn" (Lukas 1:37), wat doet denken aan de vraag bij Sara: "Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn?" (Genesis 18:14). Tot slot leert de Schrift ons Gabriël niet te vereren. Wanneer Johannes voor een engel neervalt, hoort hij: "aanbid God" (Openbaring 22:9), en Paulus waarschuwt tegen "dienst der engelen" (Kolossenzen 2:18). De boodschapper verdwijnt achter de boodschap: "En de engel ging weg van haar" (Lukas 1:38).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Gabriël (גַּבְרִיאֵל, Hebreeuws; Γαβριήλ, Grieks)

Betekenis

Waarschijnlijk man of held van God

Sleutelmomenten

1

Een stem roept Gabriël

Daniël zoekt het verstand van het gezicht en ziet iemand als de gedaante van een man. Een mensenstem tussen Ulai roept: "Gabriel! geef dezen het gezicht te verstaan." Daniël valt verschrikt op zijn aangezicht.

Daniël 8:15-17

2

Uitleg van ram en bok

Daniël valt in een diepe slaap; Gabriël raakt hem aan en zet hem overeind. Hij legt uit dat de ram de koningen der Meden en der Perzen zijn en de bok de koning van Griekenland, en dat hij hem te kennen geeft "wat er geschieden zal ten einde dezer gramschap".

Daniël 8:18-22

3

Gekomen tijdens het gebed

In het eerste jaar van Darius bidt Daniël en belijdt hij de zonde van zijn volk. Nog terwijl hij spreekt, komt Gabriël snel aangevlogen, omtrent de tijd van het avondoffer. Het woord was al uitgegaan in het begin van zijn smekingen.

Daniël 9:20-23

4

De zeventig weken

Gabriël zegt dat zeventig weken bestemd zijn over het volk en de heilige stad, om de ongerechtigheid te verzoenen. Hij spreekt over de herbouw van Jeruzalem, over Messias den Vorst, en zegt dat na twee en zestig weken de Messias uitgeroeid zal worden.

Daniël 9:24-27

5

Bij het reukaltaar

Terwijl Zacharias in de tempel het reukoffer brengt, staat een engel des Heeren aan de rechterzijde van het reukaltaar. Hij zegt dat zijn gebed verhoord is: Elisabeth zal een zoon baren, Johannes, die in de geest en de kracht van Elia zal gaan.

Lukas 1:11-17

6

Ik ben Gabriël

Zacharias vraagt waarbij hij dat zal weten, want hij is oud. De engel maakt zich bekend: "Ik ben Gabriel, die voor God sta." Omdat Zacharias de woorden niet geloofde, zal hij zwijgen tot de dag van de vervulling.

Lukas 1:18-20

7

De groet aan Maria

In de zesde maand wordt Gabriël van God gezonden naar Nazareth, tot een maagd die ondertrouwd is met Jozef. Hij groet haar als begenadigde en kondigt aan dat zij een Zoon zal baren, Die JEZUS moet heten en de troon van David zal ontvangen.

Lukas 1:26-33

8

Geen ding onmogelijk

Maria vraagt hoe dat zal zijn, omdat zij geen man bekent. Gabriël antwoordt dat de Heilige Geest over haar zal komen, en noemt de zwangerschap van Elisabeth als teken. Maria geeft zich over aan Gods woord, en de engel gaat weg.

Lukas 1:34-38

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van engel Gabriël beter te begrijpen.

Daniël 8:16

“En ik hoorde tussen Ulai eens mensen stem, die riep en zeide: Gabriel! geef dezen het gezicht te verstaan.”

De eerste keer dat Gabriël bij naam genoemd wordt. Zijn taak is vanaf het begin: Gods woord laten verstaan.

Daniël 9:21

“Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.”

Gabriël komt nog tijdens Daniëls gebed, op het uur van het avondoffer. Daniël herkent hem uit het eerdere gezicht.

Daniël 9:23

“In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.”

Het antwoord was al onderweg toen Daniël begon te bidden. Daarna volgt de profetie van de zeventig weken.

Lukas 1:19

“En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriel, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken, en u deze dingen te verkondigen.”

De enige keer dat Gabriël iets over zichzelf zegt: hij staat voor God en wordt gezonden om te spreken.

Lukas 1:26

“En in de zesde maand werd de engel Gabriel van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth;”

De zesde maand van de zwangerschap van Elisabeth. Gabriël gaat niet uit zichzelf, maar wordt van God gezonden.

Lukas 1:28

“En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen.”

De groet aan Maria. Begenadigd betekent: zij heeft genade ontvangen, zoals Gabriël in Lukas 1:30 uitlegt.

Lukas 1:35

“En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.”

Gabriëls antwoord op Maria’s vraag hoe dit zal gebeuren. Het Kind wordt ontvangen door de Heilige Geest.

Lukas 1:37

“Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.”

Gabriël sluit zijn boodschap af met een woord dat doet denken aan de vraag bij Sara (Genesis 18:14), en dat vooruitwijst naar het geloof van Maria.

Tijdperiode

~5 v.Chr.

Engel Gabriël leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Gabriël leert ons dat God gebed hoort, ook als het lang duurt. Zacharias en Elisabeth waren oud en kinderloos, en de engel zei: "uw gebed is verhoord" (Lukas 1:13); de meeste uitleggers denken aan hun gebed om een kind. Daniël hoorde dat het woord al was uitgegaan "in het begin uwer smekingen" (Daniël 9:23). Uitstel betekent niet dat God niet geluisterd heeft. Het verschil tussen Zacharias en Maria laat zien hoe wij op Gods woord kunnen reageren. Zacharias vroeg om een teken omdat hij het niet kon geloven; Maria vroeg hoe het zou gebeuren en gaf zich over: "mij geschiede naar uw woord" (Lukas 1:38). Vragen stellen is niet verkeerd. Het gaat erom of wij God op Zijn woord vertrouwen, ook als wij niet overzien wat het ons kost. Gabriël leert ons ook iets over dienen. Hij staat voor God en gaat waarheen hij gezonden wordt: naar een balling in Babel, naar een priester in de tempel en naar een maagd in een onbekend dorp. Hij brengt de boodschap en gaat weg. Wie God dient, hoeft zelf niet in het middelpunt te staan, en geen plaats is voor God te klein. Tot slot wijst Gabriël van zichzelf af. Zijn boodschap draait om de Zoon Die JEZUS heet en aan Wiens Koninkrijk geen einde komt. Engelen zijn dienaars; onze aanbidding en onze hoop gelden God en Zijn Zoon, Die alle engelen Gods aanbidden (Hebreeën 1:6).

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over engel Gabriël

Wie is de engel Gabriël in de Bijbel?
Gabriël is een engel die de Bijbel vier keer bij naam noemt. In het boek Daniël legt hij Daniël twee gezichten uit (Daniël 8:16, Daniël 9:21). In Lukas 1 kondigt hij de priester Zacharias de geboorte van Johannes de Doper aan, en daarna Maria de geboorte van Jezus. Van zichzelf zegt hij: "Ik ben Gabriel, die voor God sta, en ben uitgezonden" (Lukas 1:19). Naast Michaël is hij de enige goede engel die de Schrift bij naam noemt.
Wat betekent de naam Gabriël?
De Hebreeuwse naam Gabriël is samengesteld uit een woord voor man of held en El, God. De betekenis is daarom waarschijnlijk man van God of held van God; sommigen vertalen God is mijn kracht. De Bijbel legt de naam zelf niet uit. In Daniël 9:21 heet hij "de man Gabriel", en in Daniël 8:15 verschijnt hij "als de gedaante eens mans", wat bij de eerste verklaring past.
Waar staat Gabriël in de Bijbel?
Gabriël wordt vier keer bij naam genoemd: in Daniël 8:16, Daniël 9:21, Lukas 1:19 en Lukas 1:26. De verhalen staan in Daniël 8:15-27 (de uitleg van het gezicht van de ram en de bok), Daniël 9:20-27 (de zeventig weken), Lukas 1:11-20 (de aankondiging aan Zacharias) en Lukas 1:26-38 (de aankondiging aan Maria). In de rest van de Bijbel komt zijn naam niet voor.
Hoe schrijft u Gabriël in de Statenvertaling?
In de Statenvertaling staat Gabriel, zowel in Daniël als in Lukas: "Ik ben Gabriel, die voor God sta" (Lukas 1:19). In modern Nederlands is Gabriël gangbaar. Het woord aartsengel staat niet in de Statenvertaling; daar staat "archangel", en dat woord wordt nooit voor Gabriël gebruikt.
Is Gabriël een aartsengel?
De Bijbel noemt hem zo niet. Het woord archangel komt in de Statenvertaling twee keer voor: in Judas 1:9 bij Michaël ("Michael, de archangel") en in 1 Thessalonicenzen 4:16 zonder naam ("de stem des archangels"). Dat Gabriël aartsengel heet, komt uit buitenbijbelse joodse geschriften, zoals het boek Henoch (hoofdstuk 20), dat lijsten van heilige engelen met namen geeft, en daarna uit de kerkelijke traditie. Wel zegt hij van zichzelf dat hij "voor God" staat (Lukas 1:19), wat op een bijzondere plaats in Gods nabijheid wijst.
Wat zei de engel Gabriël tegen Maria?
Gabriël groette haar met: "Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u" (Lukas 1:28). Hij zei dat zij genade bij God gevonden had, dat zij een Zoon zou baren Die JEZUS moest heten, en dat Hij de Zoon des Allerhoogsten genoemd zou worden en de troon van David zou ontvangen (Lukas 1:30-33). Op haar vraag hoe dat kon, antwoordde hij dat de Heilige Geest over haar zou komen (Lukas 1:35). De kerkelijke traditie gedenkt deze aankondiging op 25 maart, Maria-Boodschap.
Waarom werd Zacharias stom na het bezoek van Gabriël?
Omdat hij de boodschap niet geloofde. Gabriël kondigde aan dat Elisabeth een zoon zou baren, maar Zacharias vroeg: "Waarbij zal ik dat weten? Want ik ben oud" (Lukas 1:18). Gabriël antwoordde dat hij zou zwijgen tot de vervulling, "om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt" (Lukas 1:20). Het zwijgen was tuchtiging en teken tegelijk. Bij de naamgeving van Johannes werd zijn mond weer geopend en loofde hij God (Lukas 1:64).
Wat legde Gabriël aan Daniël uit?
Twee dingen. In Daniël 8 legde hij het gezicht van de ram en de bok uit: de ram zijn de koningen der Meden en der Perzen, de bok is de koning van Griekenland (Daniël 8:20-21). In Daniël 9, als antwoord op Daniëls gebed, sprak hij over zeventig weken die over het volk en de stad bestemd waren, en over de komst van "Messias den Vorst" (Daniël 9:24-25). Of de hemelse spreker in Daniël 10 ook Gabriël is, zegt de tekst niet; uitleggers verschillen daarover.
Hoe zag de engel Gabriël eruit?
De Bijbel beschrijft hem nauwelijks. Daniël zag "als de gedaante eens mans" (Daniël 8:15) en spreekt van "de man Gabriel" (Daniël 9:21). De Statenvertaling zegt dat hij "snellijk gevlogen" kwam, maar vleugels worden niet genoemd, en de vertaling van dat woord is onder uitleggers niet zeker. Zijn verschijning maakte wel indruk: Daniël viel op zijn aangezicht, en Zacharias en Maria werden ontroerd. Vleugels, een lelie en vrouwelijke trekken komen uit de kunst.
Verscheen Gabriël ook aan Jozef en de herders?
Dat zegt de Bijbel niet. Aan Jozef verscheen "de engel des Heeren" in een droom (Mattheüs 1:20), en bij de herders stond "een engel des Heeren" (Lukas 2:9). In beide verhalen wordt geen naam genoemd. Dat het om Gabriël ging, wordt soms aangenomen of in de kunst zo afgebeeld, maar het blijft een vermoeden. Bij naam verschijnt Gabriël in Lukas alleen aan Zacharias en Maria.
Wat is het verschil tussen Gabriël en Michaël?
Beide engelen komen in Daniël voor, maar met een andere taak. Gabriël is de boodschapper: hij legt gezichten uit en kondigt in Lukas 1 de geboorte van Johannes en van Jezus aan. Michaël is de strijder en beschermer: hij helpt tegen de vorst van Perzië (Daniël 10:13), staat op voor Gods volk (Daniël 12:1) en strijdt tegen de draak (Openbaring 12:7). Alleen Michaël wordt in de Bijbel archangel genoemd (Judas 1:9). Of Michaël een geschapen engel is of Christus zelf, daarover verschillen uitleggers; de kanttekeningen noemen beide uitleggingen.
Wat kunnen wij leren van de engel Gabriël?
Wij leren dat God gebed hoort, ook als het antwoord lang uitblijft (Lukas 1:13, Daniël 9:23). Het verschil tussen Zacharias en Maria laat zien dat het erop aankomt of wij God op Zijn woord vertrouwen: "mij geschiede naar uw woord" (Lukas 1:38). Gabriël leert ons dienen zonder zelf in het middelpunt te staan. En hij wijst van zichzelf af naar de Zoon Die hij aankondigde; engelen vereren wij niet (Kolossenzen 2:18).

Stel een vraag over engel Gabriël

Wilt u meer weten over engel Gabriël? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over engel Gabriël

Bijbelverhalen rond engel Gabriël

Verdiep u verder