Gezanten uit Babel bij Hizkia
Hizkia toont de gezanten van Merodach Baladan al zijn schatten. Jesaja voorzegt dat alles en ook een deel van zijn nakomelingen naar Babel weggevoerd zal worden.
Babel (Hebreeuws, בָּבֶל), in het Grieks Babylōn. Genesis 11:9 verbindt de naam met het Hebreeuwse werkwoord voor verwarren. De Babyloniërs zelf schreven Bab-ili, wat gewoonlijk wordt uitgelegd als poort van God of poort van de goden; ook die verklaring is mogelijk een latere duiding van een oudere naam.
Babylon (in de Statenvertaling meestal Babel) was de hoofdstad van het rijk dat Jeruzalem verwoestte en Juda wegvoerde, aan de Eufraat in Mesopotamië. In het rijk van Babel leefden Daniël (aan het hof) en Ezechiël (aan de Chebar), en daar klaagden de ballingen aan de rivieren (Psalm 137:1). In Openbaring is Babylon het beeld van de wereldmacht tegenover God.
Ook bekend als: Babel, Babylonië, Sinear, Chaldea, het land der Chaldeen
Babylon lag in het zuiden van Mesopotamië, aan de Eufraat, in de vlakke en door kanalen bevloeide streek die de Bijbel Sinear noemt (Genesis 10:10, Daniël 1:2). Het land van Babel wordt ook het land der Chaldeen genoemd, naar het volk dat in de tijd van Nebukadnezar regeerde. Van Jeruzalem lag Babylon bijna 900 kilometer in rechte lijn naar het oosten; reizigers volgden de grote boog van de Vruchtbare Halvemaan via Syrië.
De ruïnes van Babylon liggen in Irak, ongeveer 85 kilometer ten zuiden van Bagdad, bij de stad Hilla. De identificatie is zeker: de stad is tussen 1899 en 1917 onder leiding van Robert Koldewey op grote schaal opgegraven. Delen van de stad zijn in de twintigste eeuw herbouwd, wat het oorspronkelijke beeld deels verhult.
Hizkia toont de gezanten van Merodach Baladan al zijn schatten. Jesaja voorzegt dat alles en ook een deel van zijn nakomelingen naar Babel weggevoerd zal worden.
Nebukadnezar belegert Jeruzalem en brengt een deel van de tempelvaten en jonge mannen uit Juda, onder wie Daniël, naar het land Sinear.
Nebukadnezar neemt Jojachin gevangen en voert de vorsten, helden, timmerlieden en smeden weg naar Babel; alleen het arme volk blijft achter.
Jeremia schrijft de ballingen huizen te bouwen, de vrede van de stad te zoeken en te wachten op de terugkeer na zeventig jaren.
De ballingen hangen hun harpen aan de wilgen en kunnen in het vreemde land het lied van de HEERE niet zingen.
Nebukadnezar roemt op het grote Babel dat hij gebouwd heeft. Nog terwijl hij spreekt, wordt hij verstoten tot hij erkent dat de Allerhoogste heerst.
Koning Evilmerodach laat Jojachin vrij, verhoogt zijn stoel en geeft hem levenslang een vaste toelage in Babel.
Daniël leest het schrift op de muur: God heeft het koninkrijk geteld, Belsazar is gewogen en te licht bevonden, en het rijk wordt aan de Meden en Perzen gegeven. In dezelfde nacht wordt Belsazar gedood.
In zijn eerste jaar geeft Kores, de koning van Perzië, het bevel dat de Joden naar Jeruzalem mogen optrekken om het huis van de HEERE te bouwen.
Een engel roept de val van het grote Babylon uit, en een stem uit de hemel roept Gods volk op uit haar te gaan.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Babylon in de Schrift beter te begrijpen.
Babylon lag in het zuiden van Mesopotamië, aan de rivier de Eufraat, in het huidige Irak, ongeveer 85 kilometer ten zuiden van Bagdad bij de stad Hilla. De Bijbel noemt die streek het land Sinear en het land der Chaldeen. Van Jeruzalem lag Babylon ver naar het oosten; reizigers en legers volgden de route langs de Eufraat en door Syrië. De ligging van de stad is zeker: de ruïnes zijn opgegraven.
Het gaat om dezelfde naam en mogelijk om dezelfde plaats; of de toren in de latere stad stond, valt niet vast te stellen. Het onderwerp is anders. De toren van Babel uit Genesis 11 hoort bij het begin van de geschiedenis en heeft op deze site een eigen pagina. Babylon is de stad en het rijk uit de tijd van de koningen en profeten: de stad van Nebukadnezar, de ballingschap en Daniël. In de Statenvertaling heten beide Babel.
Babylon is de Griekse vorm van de naam, en die gebruikt het Nieuwe Testament. Het Hebreeuws, en dus de Statenvertaling in het Oude Testament, heeft Babel. De Babyloniërs zelf schreven Bab-ili, wat gewoonlijk wordt verklaard als poort van God of poort van de goden; mogelijk is ook dat een latere duiding van een oudere naam. Genesis 11:9 verbindt de naam met verwarren, bij de geschiedenis van de toren van Babel, die een eigen pagina heeft.
In het Oude Testament volgt de Statenvertaling het Hebreeuws, en daar heet de stad Babel. In het Nieuwe Testament, dat in het Grieks geschreven is, staat Babylon (1 Petrus 5:13, Openbaring 14:8) en spreekt Mattheüs 1:11 van de Babylonische overvoering. Het gaat om dezelfde stad. Ook Sinear en het land der Chaldeen worden gebruikt voor het gebied rond Babel.
De Babylonische ballingschap is de periode waarin een groot deel van het volk van Juda in Babel woonde. Nebukadnezar voerde in verschillende rondes mensen weg: jongeren als Daniël, daarna koning Jojachin met de vorsten en ambachtslieden (2 Koningen 24:14-16), en na de verwoesting van Jeruzalem ook Zedekia en een groot deel van het volk (2 Koningen 25:11). Jeremia noemde zeventig jaren (Jeremia 25:11), tot Kores de terugkeer toestond (Ezra 1:1-3).
Volgens de gangbare datering vond de eerste wegvoering plaats rond 605 voor Christus, de wegvoering van Jojachin in 597 voor Christus en de verwoesting van Jeruzalem in 587 of 586 voor Christus. Babylon viel in 539 voor Christus in handen van de Meden en Perzen, en kort daarna mochten de eerste ballingen terugkeren. De zeventig jaren van Jeremia 25:11 worden door uitleggers op verschillende manieren gerekend.
In en rond Babel leefden de ballingen uit Juda. Daniël en zijn drie vrienden werden opgeleid aan het hof, Daniël legde de dromen van Nebukadnezar uit, de vrienden werden in het dal Dura om het gouden beeld in de vurige oven geworpen en gered (Daniël 3:1), en onder Darius werd Daniël uit de leeuwenkuil verlost (Daniël 6). Nebukadnezar werd om zijn hoogmoed vernederd (Daniël 4:30-33). Op het feest van Belsazar verscheen het schrift op de muur en in die nacht viel het rijk (Daniël 5:30).
In Openbaring 17 en 18 is het grote Babylon een beeld van de wereldmacht die zich tegen God verheft en de volken verleidt met macht, rijkdom en afgoderij. Sommige uitleggers denken in de eerste plaats aan het Rome van die tijd, andere aan de goddeloze wereld in elke eeuw; in de tijd van de Reformatie dachten velen aan het pauselijke Rome. Openbaring zelf benadrukt dat haar val vaststaat (Openbaring 18:2) en roept Gods volk op: "Gaat uit van haar, Mijn volk" (Openbaring 18:4).
In 1 Petrus 5:13 groet Petrus namens de gemeente "die in Babylon is". Veel uitleggers lezen Babylon hier als een bedekte naam voor Rome, de hoofdstad van het rijk waarin de christenen als vreemdelingen leefden. Anderen houden het voor de stad in Mesopotamië, waar toen nog Joden woonden. De tekst zelf zegt het niet met zekerheid; duidelijk is wel dat Petrus de gelovigen als vreemdelingen in de wereld ziet.
De ruïnes van Babylon liggen bij Hilla in Irak. Bij Duitse opgravingen tussen 1899 en 1917 werden de Processieweg en de Isjtarpoort met geglazuurde tegels gevonden; een reconstructie van die poort staat in het Pergamonmuseum in Berlijn. Delen van de stad zijn in de twintigste eeuw herbouwd. Voor de Bijbel zijn vooral de geschreven vondsten van belang: kleitabletten noemen rantsoenen voor koning Jojachin van Juda, en Babylonische kronieken vermelden de inname van Jeruzalem.
Toren van Babel
Waar de toren precies stond, is onbekend
Eufraat
De Eufraat stroomt nog altijd door Turkije, Syrië en Irak; de identificatie is zeker
Rivier Chebar
De Chebar wordt meestal gelijkgesteld met een groot kanaal bij de oude stad Nippur, ten zuidoosten van Babylon in het huidige Irak
Assyrië
Het oude Assyrië ligt in het noorden van het huidige Irak, rond Mosul, met uitlopers in Syrië en Turkije
Perzië
Het kerngebied van Perzië ligt in het huidige Iran; de identificatie is zeker
Jeruzalem
Jeruzalem bestaat nog en is een van de oudste voortdurend bewoonde steden ter wereld
Nebukadnezar
Waarschijnlijk: Nabu, bescherm de grenssteen
Daniël
God is mijn rechter
Belsazar
Waarschijnlijk: Bel, bescherm de koning
Sadrach, Mesach en Abednego
Hofnamen, betekenis grotendeels onzeker
Ezechiël
God sterkt, of God maakt sterk
Kores
Betekenis onzeker (Perzisch Kurus)
Zedekia
Gerechtigheid van de HEERE
Psalm 137
De ballingen wenen aan de rivieren van Babel als zij aan Sion denken.
Jeremia 29
Jeremia schrijft de weggevoerden in Babel om de vrede van de stad te zoeken.
Jeremia 51
Jeremia profeteert de val van Babel en geeft Seraja het boek mee om het in Babel te lezen.
Daniël 5
Het feest van Belsazar, het schrift op de muur en de val van Babel.
Openbaring 18
De val van het grote Babylon en de oproep om uit haar te gaan.
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Babylon? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Babylon.
Plaats Babylon in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Babylon.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Babylon.
Verken thema's die verbonden zijn met Babylon.