De terugkeer uit Babel
God brengt Zijn volk thuis en de tempel wordt gegrond
Samenvatting
De terugkeer uit Babel is de geschiedenis uit Ezra 1 en 3: in het eerste jaar van Kores, koning van Perzië, verwekt de HEERE zijn geest. Kores laat de Joden teruggaan om het huis van de HEERE in Jeruzalem te bouwen en geeft de tempelvaten mee. In Jeruzalem bouwt het volk eerst het altaar en legt daarna het fundament van de tempel, onder gejuich en geween.
Bijbelgedeelte
“In het eerste jaar nu van Kores, koning van Perzie, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, uit den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzie, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende:”
“Wie is onder ulieden van al Zijn volk? Zijn God zij met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem, dat in Juda is, en hij bouwe het huis des HEEREN, des Gods van Israel; Hij is de God, Die te Jeruzalem woont.”
“En zij zongen bij beurten, met den HEERE te loven en te danken, dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israel. En al het volk juichte met groot gejuich, als men den HEERE loofde over de grondlegging van het huis des HEEREN.”
“Maar velen van de priesteren, en de Levieten, en hoofden der vaderen, die oud waren, die het eerste huis gezien hadden, dit huis in zijn grondlegging voor hun ogen zijnde, weenden met luider stem; maar velen verhieven de stem met gejuich en met vreugde.”
“Want zo zegt de HEERE: Zekerlijk, als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik ulieden bezoeken, en Ik zal Mijn goed woord over u verwekken, u wederbrengende tot deze plaats.”
Het verhaal
Ezra 1 en 3 vertellen hoe Gods volk na de ballingschap in Babel terugkeerde naar Juda en opnieuw begon met de dienst van de HEERE in Jeruzalem. Het rijk van Babel was gevallen, zoals het boek Daniël vertelt in het schrift op de muur. Nu regeerde Kores, de koning van Perzië.
Waarom mochten de Joden terug uit Babel?
Het boek Ezra begint niet bij Kores, maar bij de HEERE. In het eerste jaar van Kores, "opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, uit den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzie" (Ezra 1:1). De koning liet in zijn hele rijk een bevel uitgaan, ook op schrift. Daarin zei hij dat de HEERE, de God van de hemel, hem alle koninkrijken van de aarde had gegeven en hem had opgedragen een huis voor Hem te bouwen in Jeruzalem (Ezra 1:2). Wie van Gods volk wilde, mocht gaan: "Zijn God zij met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem, dat in Juda is, en hij bouwe het huis des HEEREN" (Ezra 1:3). Wie van hen ging, moest door de mensen van zijn woonplaats geholpen worden met zilver, goud, have en vee, naast vrijwillige gaven voor het huis van God (Ezra 1:4).
Wie gingen er terug naar Jeruzalem?
De hoofden van de families van Juda en Benjamin maakten zich op, met de priesters en de Levieten, en ieder "wiens geest God verwekte" (Ezra 1:5). Hun buren gaven hun zilveren vaten, goud, have, vee en kostbaarheden mee (Ezra 1:6). Kores liet ook de vaten van het huis van de HEERE tevoorschijn halen, die Nebukadnezar uit Jeruzalem had meegenomen en in de tempel van zijn god had gezet. Zijn schatmeester Mithredath telde ze uit aan Sesbazar, de vorst van Juda: in totaal vijfduizend vierhonderd gouden en zilveren vaten (Ezra 1:7-11). Ezra 2 geeft daarna een lange lijst van wie er terugkwamen, geleid door Zerubbabel en Jesua. De hele gemeente telde 42.360 personen, naast hun knechten, maagden en zangers (Ezra 2:64-65). Ieder ging naar zijn eigen stad.
Wat deed het volk eerst in Jeruzalem?
Toen de zevende maand aanbrak, kwam het volk als één man samen in Jeruzalem (Ezra 3:1). Jesua de priester en Zerubbabel bouwden met hun broeders het altaar van de God van Israël, om daarop brandoffers te brengen, zoals in de wet van Mozes geschreven staat (Ezra 3:2). Zij deden het in angst voor de volken van het land, maar zij offerden elke morgen en avond (Ezra 3:3). Zij vierden het Loofhuttenfeest en brachten de vaste offers. De grond van de tempel was toen nog niet gelegd (Ezra 3:4-6). Wel betaalden zij steenhouwers en werklieden, en lieten zij cederhout van de Libanon over zee naar Jafo brengen, met toestemming van Kores (Ezra 3:7).
Hoe begon de herbouw van de tempel?
In de tweede maand van het tweede jaar begonnen Zerubbabel en Jesua met het werk, en de Levieten van twintig jaar en ouder kregen het toezicht (Ezra 3:8-9). Toen de bouwlieden de grond van de tempel legden, stonden de priesters er in hun ambtskleding met trompetten, en de Levieten, de zonen van Asaf, met cimbalen, om de HEERE te loven zoals David het had ingesteld (Ezra 3:10). "En zij zongen bij beurten, met den HEERE te loven en te danken, dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israël" (Ezra 3:11). Al het volk juichte.
Waarom huilden de ouden bij de nieuwe tempel?
Maar velen van de priesters, Levieten en familiehoofden "die oud waren, die het eerste huis gezien hadden", weenden met luide stem toen zij de grond van dit huis voor zich zagen (Ezra 3:12). Zij hadden de tempel van Salomo nog gekend. Anderen juichten van vreugde. Het hoofdstuk eindigt met dat geluid: het volk kon het gejuich niet onderscheiden van het geween, "want het volk juichte met groot gejuich, dat de stem tot van verre gehoord werd" (Ezra 3:13).
Achtergrond
Kores, in andere talen Cyrus, was koning van Perzië. Babel viel volgens de gangbare datering in 539 v.Chr. in zijn handen; zijn bevel over de terugkeer wordt meestal in 538 v.Chr. geplaatst. Het eerste jaar in Ezra 1:1 is dan zijn eerste jaar als koning over Babel. De zogenoemde Kores-cilinder, een kleitekst die nu in het British Museum ligt, vermeldt dat Kores weggevoerde volken liet terugkeren en hun heiligdommen herstelde. De Joden worden daarin niet genoemd.
Jesaja had Kores al bij name genoemd: "Die van Cores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welgevallen volbrengen" (Jesaja 44:28). Jeremia had zeventig jaren voor Babel aangekondigd (Jeremia 25:11-12; Jeremia 29:10). Hoe die jaren precies geteld moeten worden, daarover verschillen uitleggers.
Sesbazar, "den vorst van Juda" (Ezra 1:8), bracht de vaten mee en legde volgens Ezra 5:16 de fundamenten. Of hij dezelfde is als Zerubbabel, is onzeker. Ezra zelf kwam pas veel later naar Jeruzalem (Ezra 7:1-8). Door tegenstand lag het werk lange tijd stil (Ezra 4:24); de tempel werd voltooid in het zesde jaar van Darius (Ezra 6:15), gangbaar gedateerd 516 of 515 v.Chr.
Betekenis
Ezra 1 laat zien Wie werkelijk regeert. De koning van een wereldrijk geeft een bevel, maar de HEERE verwekte zijn geest. "Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil" (Spreuken 21:1). Dezelfde God verwekte ook de geest van de mensen die optrokken (Ezra 1:5). De wil van de wereldheerser en de bereidheid van het volk kwamen beide van Hem.
God houdt Zijn woord. Ezra 1:1 noemt de reden van alles: het woord van de HEERE door Jeremia moest vervuld worden. De HEERE had beloofd: "als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik ulieden bezoeken" (Jeremia 29:10). Hij had Zijn volk vanwege hun zonden weggevoerd, maar Hij was hen niet vergeten. Ook de vaten die Nebukadnezar had meegenomen (Daniël 1:2), kwamen terug: vijfduizend vierhonderd gouden en zilveren vaten (Ezra 1:11).
De eerste zorg van het volk was het altaar, nog vóór de tempel en de muren. Zij offerden "gelijk geschreven is in de wet van Mozes" (Ezra 3:2), hoewel zij bang waren voor de volken om hen heen. De dienst van God en de verzoening door het offer gingen voor de eigen veiligheid.
Het gejuich en het geween klonken door elkaar. Voor de ouden was dit huis klein naast het eerste; de profeet Haggai vroeg later of het niet "als niets" was in hun ogen (Haggai 2:4). Maar de HEERE beloofde: "De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het eerste" (Haggai 2:10). Veel uitleggers zien die belofte vervuld in de komst van Christus in deze tempel.
Lessen voor vandaag
God houdt Zijn beloften, ook als het lang duurt. Zeventig jaar is een mensenleven. Velen die waren weggevoerd, zagen de terugkeer niet. Toch viel er geen woord van de HEERE op de aarde. Wie op Zijn beloften wacht, mag weten dat Hij Zijn tijd kent.
God regeert ook over de machtigen. Hij gebruikte een heidense koning om Zijn volk thuis te brengen. Dat geeft rust wanneer wij bidden voor overheden en voor Gods kerk in landen waar christenen het moeilijk hebben. De harten van koningen zijn in Zijn hand.
God vraagt de eerste plaats. Het volk bouwde eerst het altaar, voordat de tempel en de muren er stonden. Ook ons leven begint niet bij wat wij opbouwen, maar bij de verzoening die God geeft en de dienst aan Hem. Zo krijgt alles wat volgt zijn plaats.
God ziet het begin dat klein lijkt. De ouden huilden om wat er niet meer was; anderen juichten om wat God nu gaf. Beide hadden reden. Bij de profeet Zacharia klinkt over deze tijd de vraag: "Want wie veracht den dag der kleine dingen"? (Zacharia 4:10). De HEERE bouwt Zijn huis, ook als het begin bescheiden is.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Gods volk woonde al heel lang ver van huis, in Babel. Koning Nebukadnezar had hen weggevoerd uit hun land. Jeruzalem was verwoest, en de tempel van de HEERE was verbrand. Maar de HEERE had iets beloofd. Door de profeet Jeremia had Hij gezegd dat Hij Zijn volk na zeventig jaren zou terugbrengen.
Nu was Babel niet meer de baas. Er was een nieuwe koning: Kores, de koning van Perzië, een groot rijk dat Babel had overwonnen. In het eerste jaar van koning Kores deed de HEERE wat Hij beloofd had. Nu was de tijd gekomen die God door Jeremia had genoemd. Want toen "verwekte de HEERE den geest van Kores". Dat betekent: de HEERE gaf het Kores in zijn hart om iets te doen.
Koning Kores liet een bericht rondgaan door zijn hele rijk. Het werd hardop omgeroepen en ook opgeschreven. Kores zei: "De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven". God had hem opgedragen een huis voor Hem te bouwen in Jeruzalem. Iedereen van Gods volk mocht teruggaan. Kores zei: "Zijn God zij met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem". En de mensen in de plaats waar zij woonden, moesten hen helpen met zilver, goud, spullen en dieren.
Toen maakten veel mensen zich klaar voor de reis. Er gingen families uit Juda en Benjamin mee, en ook priesters en Levieten. Levieten waren de helpers in de dienst van de tempel. Iedereen van wie God het hart had aangeraakt, ging mee. Hun buren gaven hun zilver en goud, spullen en dieren.
Koning Kores gaf hun ook iets heel bijzonders mee. Het waren de gouden en zilveren schalen en bekers uit de tempel van de HEERE. Nebukadnezar had ze lang geleden meegenomen uit Jeruzalem. Hij had ze in de tempel van zijn eigen god gezet. Nu werden ze allemaal geteld. Het waren er wel vijfduizend vierhonderd! Sesbazar, de vorst van Juda, nam ze mee van Babel naar Jeruzalem.
Er gingen meer dan tweeënveertigduizend mensen terug, met hun knechten, zangers en heel veel dieren. Iedereen ging wonen in zijn eigen stad.
In de zevende maand kwam het hele volk samen in Jeruzalem. Jesua de priester en Zerubbabel bouwden het altaar weer op. Een altaar is de plaats waar de offers voor de HEERE werden gebracht. Ze waren bang voor de volken die om hen heen woonden. Toch brachten ze elke morgen en elke avond een offer. Ook vierden ze het Loofhuttenfeest, zoals in de wet van Mozes staat. Bij dat feest moest het volk volgens de wet een week in hutten van takken wonen. Zo moesten ze eraan denken hoe God hun volk vroeger uit Egypte had geleid.
De tempel zelf was nog niet gebouwd. Daarom betaalden ze bouwers en steenhouwers, en lieten ze cederhout halen van de Libanon, een gebied met hoge bergen en grote bomen.
In het tweede jaar begon het werk aan de tempel. Toen werd de grond van de tempel gelegd. Dat is het fundament, waarop de muren komen te staan. De priesters stonden klaar in hun priesterkleren, met trompetten. De Levieten hadden cimbalen, koperen bekkens die je tegen elkaar slaat. Om de beurt zongen ze tot eer van de HEERE. Ze zongen "dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israël". Goedig betekent: goed en vriendelijk. Weldadigheid betekent: de goedheid en trouw van God. En al het volk juichte heel hard.
Maar er waren ook oude mensen bij. Zij hadden de eerste tempel nog gezien, voordat hij verbrand werd. Toen zij de grond van de nieuwe tempel zagen, begonnen ze hardop te huilen. Andere mensen juichten van blijdschap. Zo klonken huilen en juichen door elkaar. Je kon ze niet meer uit elkaar houden. Het geluid was tot ver weg te horen.
Zo bracht de HEERE Zijn volk weer thuis, precies zoals Hij gezegd had. Hij vergeet Zijn beloften nooit, en Zijn goedheid blijft tot in eeuwigheid.
“dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israël.” (Ezra 3:11)
Tips voor de verteller
- Vertel eerst kort waarom Gods volk in Babel woonde. De Bijbel zegt dat zij spotten met de boden van God en Zijn woorden verachtten, en dat de HEERE hen daarom liet wegvoeren (2 Kronieken 36:16-20). Zo begrijpen kinderen dat de terugkeer genade is: God bracht hen terug omdat Hij het beloofd had, niet omdat zij het verdiend hadden.
- Kinderen vragen vaak waarom de oude mensen huilden terwijl het feest was. Een eerlijk antwoord: zij hadden de eerste tempel nog gezien, en dit begin leek klein. Wenen en juichen mochten er allebei zijn. Laat kinderen ook horen wat God door Haggai beloofde: dit huis zou later een grotere heerlijkheid krijgen.
- Het boek heet naar Ezra, maar Ezra zelf komt pas veel later naar Jeruzalem. Zet hem niet in deze geschiedenis. Laat voor kinderen van 4-7 jaar de getallen en namen weg, behalve Kores, Jesua en Zerubbabel, en lees Ezra 3:10-11 zelf uit de Bijbel voor.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat mocht Gods volk van koning Kores doen?
- NavertellenWat bouwden ze eerst in Jeruzalem?
- VerwonderenWie zorgde ervoor dat koning Kores het volk liet gaan?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWat gaf Kores aan het volk mee terug naar Jeruzalem, en waar kwamen die dingen vandaan?
- BetekenisWaarom bouwden ze eerst het altaar, nog voordat de tempel er stond?
- VerbindingDaniël las in Babel wat Jeremia over de zeventig jaren had gezegd. Lees Daniël 9:2. Hoe hangt dat samen met deze geschiedenis?
- ToepassingSommigen huilden en anderen juichten bij hetzelfde begin. Waarom was dat, en wanneer heb jij weleens tegelijk verdriet en blijdschap gevoeld?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Jesaja 44:28 en Ezra 1:1-3. Wat zegt het je dat God Kores bij name noemde, lang voordat hij koning werd?
- Wie is God?De HEERE verwekte de geest van een heidense koning en ook de geest van Zijn eigen volk. Wat leer je daaruit over Gods leiding in de geschiedenis?
- Moeilijke vraagVelen gingen niet mee terug en bleven in het buitenland wonen. Lees Esther 2:5-7. Was dat ongehoorzaamheid, of kon God hen daar ook gebruiken?
- PersoonlijkHet volk bouwde eerst het altaar en pas later de tempel. Wat staat er in jouw leven op de eerste plaats?
Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij Zijn beloften houdt en Zijn volk niet vergeet, ook na lange tijd. Bid voor de overheden, dat God hun harten leidt tot het welzijn van Zijn kerk.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over De terugkeer uit Babel
Waar staat het verhaal van de terugkeer uit Babel in de Bijbel?
De terugkeer uit Babel staat in Ezra 1 tot 3. Ezra 1 vertelt over het bevel van koning Kores, de mensen die zich opmaakten en de tempelvaten die zij meekregen. Ezra 2 is een lijst van de families die terugkwamen. Ezra 3 vertelt hoe het altaar werd gebouwd en hoe onder gezang, gejuich en geween de grond van de tempel werd gelegd. Hetzelfde bevel van Kores staat ook aan het eind van 2 Kronieken 36.
Wat is de boodschap van de terugkeer uit Babel?
De terugkeer uit Babel laat zien dat God Zijn woord houdt. Ezra 1:1 noemt de reden van alles: Kores liet zijn bevel uitgaan "opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, uit den mond van Jeremia". God leidt ook het hart van koningen: "Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken" (Spreuken 21:1). En Dezelfde Die de geest van Kores verwekte, verwekte ook de geest van Zijn eigen volk om op te trekken (Ezra 1:5). Daarom begint het volk in Jeruzalem met het altaar en met de lof van de HEERE, "dat Hij goedig is" (Ezra 3:11).
Gingen alle Joden terug uit Babel?
Nee. Dat is een veelvoorkomend misverstand. Kores richtte zijn bevel tot "Wie is onder ulieden van al Zijn volk" (Ezra 1:3), en er trok op "een iegelijk, wiens geest God verwekte" (Ezra 1:5). Volgens Ezra 2:64 telde de gemeente die terugging 42.360 personen, naast knechten, maagden en zangers. Veel Joden bleven in het Perzische rijk wonen. Het boek Esther speelt zich af onder hen, en later kwamen nog groepen terug met Ezra en met Nehemia. De terugkeer was dus geen massale uittocht van het hele volk tegelijk.
Wat waren de zeventig jaren van Jeremia?
Jeremia had aangekondigd dat het land verwoest zou worden en dat deze volken de koning van Babel zeventig jaren zouden dienen (Jeremia 25:11), en dat de HEERE daarna Zijn volk zou bezoeken en terugbrengen: "als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik ulieden bezoeken" (Jeremia 29:10). Ezra 1:1 zegt dat het bevel van Kores kwam opdat dit woord vervuld werd. Hoe de zeventig jaren precies geteld worden, daarover verschillen uitleggers: sommigen rekenen vanaf de eerste wegvoering, anderen vanaf de verwoesting van de tempel.
Wat gebeurde er met de tempelvaten uit Jeruzalem?
Nebukadnezar had een deel van de vaten uit het huis van God naar Babel meegenomen en ze in het huis van zijn god gezet (Daniël 1:2; Ezra 1:7). Later liet koning Belsazar "de gouden en zilveren vaten" halen om er op zijn feest uit te drinken (Daniël 5:2). Kores bracht de vaten weer uit door de hand van Mithredath, de schatmeester, die ze uittelde aan Sesbazar, "den vorst van Juda" (Ezra 1:8). Het waren vijfduizend vierhonderd vaten van goud en zilver, en Sesbazar bracht ze van Babel naar Jeruzalem (Ezra 1:11). Of Sesbazar dezelfde is als Zerubbabel, is onzeker.
Waarom bouwden ze eerst het altaar?
Het altaar was de plaats waar de offers aan de HEERE werden gebracht. Ezra 3:2 zegt dat zij het bouwden om daarop brandoffers te offeren, "gelijk geschreven is in de wet van Mozes". Zo kon de dagelijkse dienst van God weer beginnen, elke morgen en elke avond, nog voordat er een tempel stond. Ezra 3:3 voegt eraan toe dat zij dat deden terwijl zij bang waren voor de volken van het land. De dienst van de HEERE ging voor hun eigen bescherming.
Wat zongen ze bij de grondlegging van de tempel?
Ezra 3:11 zegt dat zij bij beurten zongen, de HEERE lovend en dankend, "dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israël". Dat lijkt op het steeds terugkerende woord van Psalm 136: "Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid" (Psalm 136:1). Welke psalm zij precies zongen, zegt de tekst niet. Wel zegt Ezra 3:10 dat zij de HEERE loofden naar de instelling van David.
Wat gebeurde er na de grondlegging van de tempel?
Ezra 3 eindigt bij de grondlegging, niet bij een voltooide tempel. Daarna kwam er tegenstand van de volken in het land, en het werk aan het huis van God hield op "tot in het tweede jaar van het koninkrijk van Darius" (Ezra 4:24). Toen profeteerden Haggai en Zacharia tot de Joden in Juda en Jeruzalem (Ezra 5:1), en het werk ging verder. Het huis werd voltooid in het zesde jaar van koning Darius (Ezra 6:15), volgens de gangbare datering 516 of 515 v.Chr. De inwijding gebeurde "met vreugde" (Ezra 6:16). De muur van Jeruzalem werd pas later herbouwd, onder Nehemia.
Hoe vertelt u de terugkeer uit Babel aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar, die Ezra 1 en 3 volgt en Ezra 2 kort samenvat. Begin bij wat God beloofd had door Jeremia, en laat zien dat de HEERE het hart van Kores leidde. Geef de meeste ruimte aan het altaar en aan het lied dat de HEERE goed is. Laat het slot staan, met het huilen en juichen door elkaar. Daaronder staan gespreksvragen voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.
Stel een vraag over De terugkeer uit Babel
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.