Zedekia in de Bijbel
Tsidkiyahu (צִדְקִיָּהוּ, Hebreeuws) - “Gerechtigheid van de HEERE”
Wie was Zedekia?
Zedekia was de laatste koning van Juda (ongeveer 597-586 v.Chr.), een zoon van Josia die door Nebukadnezar op de troon werd gezet. Hij raadpleegde Jeremia in het geheim, maar kwam in opstand tegen Babel. Jeruzalem viel, zijn zonen werden gedood en hijzelf werd verblind naar Babel gevoerd (2 Koningen 25:1-7).
Zedekia is de koning onder wie het koninkrijk Juda ten onder ging. Zijn geschiedenis staat in 2 Koningen 24 en 25, in 2 Kronieken 36:10-21 en in Jeremia 52:1-11, maar het meest persoonlijke beeld geeft het boek Jeremia, vooral de hoofdstukken 21, 27, 32, 34 en 37 tot 39. Ook Ezechiël spreekt over hem, zonder hem bij naam te noemen: hij is "den vorst te Jeruzalem" (Ezechiël 12:10). Zijn geboortenaam was Mattanja (2 Koningen 24:17). De lijn van zijn verhaal is eenvoudig en tragisch. Nebukadnezar maakte hem koning en liet hem een eed zweren bij God (2 Kronieken 36:13). Zedekia zocht later toch steun bij Egypte en kwam in opstand. Tijdens het beleg dat volgde, liet hij de profeet Jeremia verschillende keren roepen. Jeremia gaf steeds dezelfde boodschap: wie zich aan Babel overgeeft, zal leven. De koning hoorde het aan, beschermde de profeet soms en leverde hem op een ander moment uit aan zijn vorsten met de woorden: "Ziet, hij is in uw hand" (Jeremia 38:5). Zijn laatste gesprek met Jeremia eindigde niet met een besluit, maar met het verzoek dat niemand ervan mocht weten (Jeremia 38:24). Het einde is zwaar. De stad werd doorgebroken, Zedekia vluchtte bij nacht en werd in de vlakte van Jericho gegrepen. In Ribla zag hij zijn zonen sterven; daarna werd hij verblind en geboeid naar Babel gevoerd, waar hij tot zijn dood gevangen bleef (Jeremia 52:10-11). Niet te verwarren met de valse profeet Zedekia, de zoon van Kenaana, die zich ijzeren horens maakte en de profeet Micha, de zoon van Jimla, op de kaak sloeg (1 Koningen 22:11; 1 Koningen 22:24). Ook de valse profeet Zedekia, de zoon van Maaseja, die onder de ballingen in Babel optrad, is een ander (Jeremia 29:21), net als de vorst Zedekia, de zoon van Hananja, onder koning Jojakim (Jeremia 36:12). 1 Kronieken 3:16 noemt nog een Zedekia bij de kinderen van Jojakim; of dat dezelfde persoon als de koning is, is onder uitleggers omstreden. En de moeder van de koning heette Hamutal, "een dochter van Jeremia, van Libna" (2 Koningen 24:18): die Jeremia is niet de profeet.
Historische context
Zedekia leefde aan het einde van de zevende en het begin van de zesde eeuw voor Christus. Zijn vader Josia kwam in 609 bij Megiddo om tegenover farao Necho (2 Koningen 23:29). Daarna volgden drie koningen elkaar snel op: Joahaz, die net als Zedekia een zoon van Hamutal was (2 Koningen 23:31), Jojakim en diens zoon Jojachin. Babel had intussen Egypte als grootmacht verdrongen. In 597 belegerde Nebukadnezar Jeruzalem en voerde hij Jojachin weg met de vorsten, de krijgslieden en de vaklieden (2 Koningen 24:12-16). De Babylonische kroniek, een kleitablet in spijkerschrift, vermeldt die inname en zegt dat de koning daar een vorst naar zijn eigen keus aanstelde. De kroniek noemt geen naam; uit 2 Koningen 24:17 weten wij dat het Mattanja was, een oom van Jojachin, die de naam Zedekia kreeg. 2 Kronieken 36:10 noemt hem "zijn broeder"; dat woord kan in het Hebreeuws ook een naaste bloedverwant aanduiden. Zedekia regeerde dus als vazal, gebonden door een eed van trouw aan Babel (Ezechiël 17:13). In zijn begintijd kwamen gezanten van Edom, Moab, Ammon, Tyrus en Sidon bij hem in Jeruzalem (Jeremia 27:3); veel uitleggers zien daarin overleg over een gezamenlijke opstand. Jeremia droeg toen banden en een juk als teken dat de volken Babel moesten dienen. In het vierde jaar van Zedekia beloofde de profeet Hananja dat God het juk van Babel binnen twee jaar zou verbreken (Jeremia 28:1-11). Zedekia stuurde ook gezanten naar Nebukadnezar (Jeremia 29:3), mogelijk om zijn trouw te betuigen; de tekst zegt niet waarom. In zijn vierde jaar reisde hij volgens Jeremia 51:59 zelf naar Babel; ook daarvan noemt de tekst de reden niet. Uiteindelijk zocht hij steun bij Egypte (Ezechiël 17:15). Het beleg begon "in het negende jaar zijner regering, in de tiende maand" (2 Koningen 25:1). Toen een Egyptisch leger uittrok, trokken de Chaldeeën tijdelijk weg (Jeremia 37:5), maar zij keerden terug. Jeremia 34:7 noemt Lachis en Azeka als de laatste vaste steden van Juda. In Lachis zijn in de jaren dertig van de vorige eeuw beschreven potscherven gevonden, de zogenoemde Lachisbrieven. In één ervan schrijft een officier dat men Azeka niet meer kan zien; veel onderzoekers plaatsen die brief in deze laatste maanden, al is dat niet zeker. In het elfde jaar, in de vierde maand, werd de stad doorgebroken (Jeremia 39:2). Een maand later verbrandde Nebuzaradan de tempel (2 Koningen 25:8-9). Die val wordt meestal gedateerd op 586 voor Christus; sommige geleerden rekenen 587, omdat regeringsjaren niet overal op dezelfde manier geteld werden. Ribla, waar Zedekia gevonnist werd, lag in het land van Hamath in Syrië en diende Nebukadnezar als hoofdkwartier.
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Zocht het woord van God en liet Jeremia daarvoor meermaals roepen (Jeremia 37:17)
- Verzachtte de gevangenschap van Jeremia en liet hem dagelijks brood geven (Jeremia 37:21)
- Luisterde naar Ebed-melech en liet de profeet uit de kuil halen (Jeremia 38:10)
- Riep vrijheid uit voor de Hebreeuwse slaven, wat God recht noemde in Zijn ogen (Jeremia 34:15)
−Zwakke kanten
- Mensenvrees: hij durfde niet tegen zijn vorsten in te gaan en was bang voor de overgelopen Joden (Jeremia 38:5; Jeremia 38:19)
- Verootmoedigde zich niet onder het woord dat Jeremia uit de mond van de HEERE sprak (2 Kronieken 36:12)
- Brak de eed die hij bij God aan Nebukadnezar had gezworen (2 Kronieken 36:13)
Theologische betekenis
De Schrift geeft bij Zedekia een duidelijk oordeel: "hij verootmoedigde zich niet voor het aangezicht van den profeet Jeremia, sprekende uit den mond des HEEREN" (2 Kronieken 36:12). Daarmee staat hij aan het einde van een lange lijn. De Kroniekschrijver zegt dat God telkens opnieuw Zijn boden zond, omdat Hij Zijn volk verschoonde, maar dat zij "spotten met de boden Gods" (2 Kronieken 36:16). Zedekia is daarvan het laatste voorbeeld: hij vroeg zelf om het woord, ontving het, en deed er niets mee. Opvallend is de rol van de eed. Nebukadnezar had Zedekia laten zweren bij God, en daarom noemt God die eed in Ezechiël "Mijn eed" (Ezechiël 17:19). Een belofte aan een heidense koning, afgelegd in de Naam van de HEERE, was voor God geen bijzaak. Hetzelfde patroon zien we in Jeremia 34: koning en volk sloten in de tempel een verbond om de Hebreeuwse slaven vrij te laten, maar haalden hen terug zodra het beleg even werd opgeheven. God zegt daarover: "Maar gij zijt weder omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd" (Jeremia 34:16). De profeten laten zien dat Gods woord precies uitkwam. Jeremia zei dat Zedekia de koning van Babel in de ogen zou zien (Jeremia 34:3); Ezechiël zei dat hij Babel niet zou zien, "hoewel hij daar sterven zal" (Ezechiël 12:13). Beide werd waar: hij stond in Ribla voor Nebukadnezar en werd daarna verblind naar Babel gebracht. De joodse geschiedschrijver Josephus vertelt in zijn Joodse Oudheden (boek 10) dat Zedekia juist dit schijnbare verschil tussen beide profeten aangreep om hen geen van beiden te geloven. Toch eindigt de geschiedenis van het huis van David hier niet. De naam Zedekia betekent gerechtigheid van de HEERE, maar de koning die zo heette, deed geen recht. Jeremia belooft een rechtvaardige Spruit van David met de naam "De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID" (Jeremia 23:5-6), en herhaalt die belofte uitdrukkelijk in de regering van Zedekia, toen hij in het voorhof der bewaring zat: "De HEERE, onze GERECHTIGHEID" (Jeremia 32:1-2; Jeremia 33:14-16). Veel uitleggers zien daarin een bewuste tegenstelling met de naam van Zedekia. Ook Ezechiël kondigt aan dat de kroon zal wegvallen "totdat hij kome, die daartoe recht heeft" (Ezechiël 21:27), en spreekt van een teder takje dat God zelf op een hoge berg zal planten (Ezechiël 17:22). De koningslijn liep verder via de weggevoerde Jojachin (Mattheüs 1:12). De christelijke kerk heeft deze beloften van oudsher betrokken op Christus, aan Wie God "den troon van Zijn vader David" geeft (Lukas 1:32).
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Tsidkiyahu (צִדְקִיָּהוּ, Hebreeuws)
Betekenis
Gerechtigheid van de HEERE
Betekenis van de naam Zedekia: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen
Sleutelmomenten
Mattanja wordt Zedekia
Nebukadnezar neemt Jojachin gevangen en voert hem met duizenden anderen naar Babel. Hij maakt Mattanja, de oom van Jojachin, koning en verandert zijn naam in Zedekia. De nieuwe koning is eenentwintig jaar.
2 Koningen 24:17-18
Het juk van Babel
Jeremia spreekt Zedekia toe met dezelfde boodschap die hij de gezanten van de buurvolken had meegegeven: buig onder het juk van de koning van Babel, dan zult gij leven. Hij waarschuwt voor profeten die het tegendeel beloven.
Jeremia 27:12-15
Opstand en beleg
Zedekia rebelleert tegen Babel. In het negende jaar van zijn regering, in de tiende maand, legert Nebukadnezar zich met zijn hele leger rond Jeruzalem en laat hij belegeringswerken bouwen.
2 Koningen 25:1-2
Een vraag aan Jeremia
De koning stuurt Pashur en de priester Zefanja naar Jeremia met de hoop dat God een wonder zal doen. Jeremia antwoordt dat God zelf tegen de stad strijdt en Zedekia in de hand van Nebukadnezar zal geven.
Jeremia 21:1-7
Het verbroken vrijlatingsverbond
Zedekia sluit met het volk een verbond om alle Hebreeuwse slaven vrij te laten. Als de Chaldeeën tijdelijk wegtrekken, halen de eigenaars hun slaven terug. God noemt dat het ontheiligen van Zijn Naam.
Jeremia 34:8-22
Geheim gesprek in het paleis
Jeremia zit gevangen in het huis van de schrijver Jonathan. Zedekia laat hem halen en vraagt in het verborgen of er een woord van de HEERE is. Daarna laat hij hem overbrengen naar het voorhof van de bewaring, met dagelijks een brood.
Jeremia 37:15-21
Jeremia in de kuil
De vorsten eisen de dood van Jeremia, en Zedekia zegt dat hij in hun hand is. Zij laten hem zakken in een kuil vol slijk. Op aandringen van de kamerling Ebed-melech laat de koning hem er weer uit halen.
Jeremia 38:4-13
Het laatste gesprek
Bij de derde ingang van de tempel vraagt Zedekia Jeremia niets te verzwijgen. Jeremia belooft leven bij overgave en ondergang bij weigering. De koning zegt dat hij bang is voor de overgelopen Joden en vraagt het gesprek geheim te houden.
Jeremia 38:14-24
Val, vlucht en verblinding
Als de stad wordt doorgebroken, vlucht Zedekia bij nacht. Hij wordt in de vlakte van Jericho gegrepen en naar Ribla gebracht. Daar worden zijn zonen voor zijn ogen gedood, wordt hij verblind en met koperen ketenen naar Babel gevoerd.
Jeremia 39:4-7
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Zedekia beter te begrijpen.
2 Koningen 24:17
“En de koning van Babel maakte Mattanja, deszelfs oom, koning in plaats van hem, en veranderde zijn naam in Zedekia.”
Nebukadnezar zet een koning naar zijn keus op de troon en geeft hem een nieuwe naam, een teken dat Zedekia als vazal regeert.
2 Kronieken 36:12
“En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, zijns Gods; hij verootmoedigde zich niet voor het aangezicht van den profeet Jeremia, sprekende uit den mond des HEEREN.”
Het oordeel van de Kroniekschrijver: de kern van het falen van Zedekia is dat hij niet buigt onder het profetische woord.
Jeremia 27:12
“Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.”
Jeremia richt zijn boodschap over het juk van Babel rechtstreeks tot de koning.
Jeremia 37:17
“Zo zond de koning Zedekia henen, en liet hem halen; en de koning vraagde hem in zijn huis, in het verborgen, en zeide: Is er ook een woord van den HEERE? En Jeremia zeide: Er is; en hij zeide: Gij zult in de hand des konings van Babel gegeven worden.”
De koning zoekt het woord in het geheim. Het antwoord is kort en verandert niet.
Jeremia 38:5
“En de koning Zedekia zeide: Ziet, hij is in uw hand; want de koning zou geen ding tegen u vermogen.”
Zedekia geeft Jeremia prijs aan de vorsten en erkent daarmee zijn eigen machteloosheid.
Jeremia 38:17
“Jeremia dan zeide tot Zedekia: Zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Indien gij gewilliglijk tot de vorsten des koning van Babel zult uitgaan, zo zal uw ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur; en gij zult leven, gij en uw huis.”
Zelfs op het laatste moment houdt God de weg van het leven open voor de koning en de stad.
Jeremia 38:19
“En de koning Zedekia zeide tot Jeremia: Ik ben bevreesd voor de Joden, die tot de Chaldeen gevallen zijn, dat zij mij misschien in derzelver hand overgeven, en zij den spot met mij drijven.”
Zedekia noemt eerlijk wat hem tegenhoudt: angst voor spot en wraak van zijn eigen volksgenoten.
2 Koningen 25:7
“En zij slachtten de zonen van Zedekia voor zijn ogen, en men verblindde Zedekia's ogen, en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.”
Het vonnis in Ribla. Het laatste wat de koning zag, was de dood van zijn zonen.
Tijdperiode
~586 v.Chr.
Zedekia leefde in de tijd van het Oude Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Zedekia laat zien dat het mogelijk is dicht bij Gods woord te leven en het toch niet te gehoorzamen. Hij liet Jeremia halen en vroeg: "Is er ook een woord van den HEERE?" (Jeremia 37:17). Het antwoord was er, maar hij deed er niets mee. Ook wij kunnen preken horen, de Bijbel lezen en om raad vragen, terwijl ons hart al besloten heeft wat wij willen. Jakobus roept ons op: "zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders" (Jakobus 1:22). Zijn verhaal is ook een waarschuwing tegen mensenvrees. Zedekia zei eerlijk: "Ik ben bevreesd voor de Joden" (Jeremia 38:19). Hij wilde soms wel het goede, maar durfde niet tegen zijn vorsten in te gaan. Spreuken zegt het nuchter: "De siddering des mensen legt een strik; maar die op den HEERE vertrouwt, zal in een hoog vertrek gesteld worden" (Spreuken 29:25). Verder leert Zedekia ons dat beloften tellen. Zijn eed aan Nebukadnezar en het verbond over de slaven werden allebei verbroken toen het even beter uitkwam (2 Kronieken 36:13; Jeremia 34:11). God neemt woorden die in Zijn Naam gesproken worden ernstig, ook als de omstandigheden veranderen. Tot slot staat naast deze zwakke koning de trouw van God. Jeremia bleef spreken, Ebed-melech redde de profeet en God liet het huis van David niet los. Wie het verhaal van Zedekia leest, ziet daardoor scherper uit naar de Koning die wel recht en gerechtigheid doet op de aarde (Jeremia 23:5).
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Zedekia
Wie was Zedekia in de Bijbel?
Wat betekent de naam Zedekia?
Waar staat Zedekia in de Bijbel?
Waarom heette Zedekia eerst Mattanja?
Was Zedekia de oom of de broer van Jojachin?
Wat gebeurde er met Zedekia bij de val van Jeruzalem?
Wanneer viel Jeruzalem onder Zedekia?
Waarom luisterde Zedekia niet naar Jeremia?
Hoe kon Zedekia Babel niet zien en er toch sterven?
Is koning Zedekia dezelfde als de valse profeet Zedekia?
Was Zedekia de laatste koning uit het huis van David?
Wat kunnen wij leren van Zedekia?
Stel een vraag over Zedekia
Wilt u meer weten over Zedekia? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over ZedekiaBijbelverhalen rond Zedekia
Verdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Zedekia in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Zedekia.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Zedekia in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Zedekia.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Zedekia aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.