Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~539 v.Chr.

Kores in de Bijbel

Koresj (כּוֹרֶשׁ, Hebreeuws) of Kyros (Grieks) - “Betekenis onzeker (Perzisch Kurus)”

Wie was Kores?

Kores, in de geschiedschrijving Cyrus de Grote, was de Perzische koning die in 539 voor Christus Babel innam. In zijn eerste jaar gaf hij de Joden verlof om terug te keren en de tempel te herbouwen (Ezra 1:1-4). Jesaja noemde hem al bij name en sprak hem aan als Gods gezalfde (Jesaja 45:1).

Kores is de Perzische koning die een einde maakte aan de Babylonische ballingschap, en een van de weinige heidense vorsten over wie de Bijbel zonder afkeuring spreekt. Hij komt voor aan het slot van 2 Kronieken (36:22-23), aan het begin van Ezra (hoofdstuk 1, en verder in Ezra 3 tot 6), in Daniël (1:21, 6:29 en 10:1) en in de profetie van Jesaja (44:28 en 45:1-13). In de geschiedschrijving heet hij Cyrus, naar de Griekse vorm van zijn naam. De Statenvertaling schrijft in Kronieken, Ezra en Daniël "Kores" en in Jesaja "Cores". Babel, dat Jeruzalem had verwoest en het volk had weggevoerd, viel in handen van de Meden en de Perzen. Kort daarna, "in het eerste jaar van Kores, koning van Perzie" (2 Kronieken 36:22), verwekte de HEERE zijn geest om een bevel door zijn hele rijk te laten gaan (Ezra 1:1). De Joden mochten terugkeren, de tempel mocht worden herbouwd, en de vaten die Nebukadnezar had meegenomen, gingen mee terug. Wat Kores bijzonder maakt, is dat God hem al lang van tevoren bij name had genoemd. Jesaja noemt hem Gods herder, die "al Mijn welgevallen volbrengen" zal (Jesaja 44:28), en spreekt hem aan als "Zijn gezalfde" (Jesaja 45:1). Dat woord gebruikt het Oude Testament anders voor koningen, priesters en uiteindelijk voor de Messias. Tegelijk zegt dezelfde profetie tweemaal dat Kores God niet kende (Jesaja 45:4-5). Kores was een werktuig in Gods hand, niet een belijder van Zijn Naam. Kores is niet te verwarren met Darius de Meder, die in Daniël 6 het koninkrijk ontvangt, en ook niet met de latere Perzische koning Darius onder wie de tempel werd voltooid (Ezra 6:15).

Historische context

Kores is de koning die in de geschiedschrijving Cyrus II of Cyrus de Grote heet. Hij was een Pers uit het koningshuis van de Achaemeniden en regeerde volgens de gangbare datering van ongeveer 559 tot 530 voor Christus. Binnen enkele decennia bracht hij Medië, het rijk van Lydië in Klein-Azië en ten slotte Babel onder zijn gezag. Zo ontstond het grootste rijk dat het Midden-Oosten tot dan toe gekend had. Babel viel in 539 voor Christus. Daniël 5 vertelt dat koning Belsazar in die nacht werd gedood en dat het rijk aan de Meden en de Perzen werd gegeven (Daniël 5:28-30). Babylonische bronnen, zoals de zogenoemde Kroniek van Nabonidus, beschrijven de inname van de stad zonder grote strijd. Jesaja had over koperen deuren en ijzeren grendels gesproken die voor Kores open zouden gaan (Jesaja 45:1-2). Het bevel om de tempel te herbouwen dateert uit het eerste jaar van Kores als koning over Babel, rond 538 voor Christus. De Bijbel geeft het in twee vormen: als openbare afkondiging in het Hebreeuws (Ezra 1:2-4, ook 2 Kronieken 36:23) en als een Aramese gedachtenis in het archief, die later in Achmetha werd teruggevonden (Ezra 6:3-5). Die tweede vorm noemt zelfs maten en zegt dat de kosten "uit des konings huis" betaald zullen worden. Dat Perzische koningen lokale tempels steunden, past bij wat buitenbijbelse bronnen laten zien. De Cyruscilinder, een kleicilinder uit Babel die nu in het British Museum ligt, vertelt hoe Kores weggevoerde volken en hun godenbeelden naar hun eigen plaatsen liet terugkeren. De Joden worden daarin niet genoemd, maar het beleid is hetzelfde. De eerste groep ballingen trok op met Sesbazar, "den vorst van Juda" (Ezra 1:8), en met Zerubbabel en Jesua (Ezra 2:2). De hele gemeente telde 42.360 personen, naast knechten en maagden (Ezra 2:64-65). Of Sesbazar en Zerubbabel dezelfde persoon zijn, is onder uitleggers omstreden. In het tweede jaar na aankomst werd het fundament van de tempel gelegd (Ezra 3:8-10), maar tegenstanders verstoorden het werk "al de dagen van Kores, koning van Perzie" (Ezra 4:5). Pas onder Darius ging de bouw verder en werd de tempel voltooid. De Bijbel zegt niets over de dood van Kores. Volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotus sneuvelde hij rond 530 voor Christus in een veldtocht in het noordoosten van zijn rijk. Een graf in Pasargadae, in het huidige Iran, geldt van oudsher als het zijne.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Een werktuig voor Gods volk: hij liet de ballingen gaan en gaf het bevel om de tempel te bouwen (Ezra 1:2-3)
  • Royaal: hij gaf de geroofde tempelvaten terug en liet de bouw uit de koninklijke schatkist betalen (Ezra 6:4-5)
  • Hij erkende dat zijn macht hem gegeven was: de God des hemels had hem de koninkrijken gegeven (Ezra 1:2)

−Zwakke kanten

  • Hij kende de HEERE niet, zegt Jesaja tot tweemaal toe (Jesaja 45:4-5)

Theologische betekenis

Het eerste wat de Schrift over Kores zegt, gaat niet over Kores maar over God. Jesaja 44:24-28 is een lofzang op de HEERE, "Die alles doet", Die de wijzen dwaas maakt en het woord van Zijn knechten bevestigt. Pas aan het slot valt de naam van Kores. Hetzelfde patroon staat in Kronieken en Ezra: niet Kores nam het initiatief, maar "verwekte de HEERE den geest van Kores" (Ezra 1:1). Wat Spreuken 21:1 zegt, wordt hier geschiedenis: "Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken." Opvallend is de titel gezalfde (Jesaja 45:1). Dat woord, in het Hebreeuws masjiach, gebruikt het Oude Testament voor de koningen uit Davids huis, voor priesters en voor de beloofde Messias. Het wordt hier gegeven aan een heidense vorst, die bovendien God niet kende (Jesaja 45:4-5). De meeste uitleggers verstaan het daarom als aanstelling voor een taak: God zonderde Kores af om Zijn volk te bevrijden en Jeruzalem te laten bouwen. Het zegt niets over zijn persoonlijke geloof. Zijn eigen woorden in Ezra 1:2-3 klinken vroom, maar passen ook bij de beleidstaal waarin Perzische koningen de goden van hun onderdanen eerden. Kores staat ook voor de trouw van God aan Zijn woord. Kronieken en Ezra zeggen beide dat het bevel kwam "opdat volbracht wierd het woord des HEEREN" door Jeremia (2 Kronieken 36:22). Jeremia had zeventig jaren in Babel aangekondigd (Jeremia 29:10), en Daniël had daarom gebeden (Daniël 9:2-3). In de gangbare Hebreeuwse volgorde van de Bijbel is 2 Kronieken het laatste boek, zodat het Oude Testament daar eindigt met het bevel van Kores en de oproep "hij trekke op". De geschiedenis staat open naar wat God nog zal doen. Daarin wijst Kores met mate vooruit. Hij bevrijdde gevangenen en liet de stad van God bouwen, "niet voor prijs, noch voor geschenk" (Jesaja 45:13). Jesaja spreekt in dezelfde hoofdstukken van de Knecht des HEEREN, en Christus past later woorden uit Jesaja op Zichzelf toe: Hij is gezalfd om aan gevangenen vrijheid te verkondigen (Lukas 4:18-19). Kores bracht een volk uit Babel naar Jeruzalem; de ware Gezalfde verlost van zonde en dood. Het verschil is even belangrijk als de overeenkomst: Kores kende God niet, Christus is de Zoon. Wat de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 13 belijdt over Gods voorzienigheid, wordt in de geschiedenis van Kores concreet.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Koresj (כּוֹרֶשׁ, Hebreeuws) of Kyros (Grieks)

Betekenis

Betekenis onzeker (Perzisch Kurus)

Sleutelmomenten

1

Bij name aangekondigd

In een lofzang op Gods macht over de schepping en de geschiedenis noemt Jesaja Kores bij name. Hij is Gods herder, en door hem zal God tot Jeruzalem zeggen dat zij gebouwd zal worden.

Jesaja 44:24-28

2

Gods gezalfde

God spreekt Kores aan als Zijn gezalfde, vat zijn rechterhand en opent poorten voor hem. Dat gebeurt om Jakob en Israël, en opdat men van oost tot west zou weten dat er buiten de HEERE geen God is.

Jesaja 45:1-7

3

Babel valt

Daniël legt het schrift aan de wand uit: het koninkrijk van Belsazar wordt aan de Meden en de Perzen gegeven. Nog diezelfde nacht wordt Belsazar gedood.

Daniël 5:28-30

4

Het bevel in het eerste jaar

De HEERE verwekt de geest van Kores. Hij laat mondeling en op schrift afkondigen dat de God des hemels hem heeft opgedragen een huis te bouwen in Jeruzalem, en dat wie wil mag optrekken.

Ezra 1:1-4

5

De tempelvaten terug

Kores laat de vaten die Nebukadnezar uit de tempel had weggevoerd, door zijn schatmeester Mithredath aan Sesbazar overdragen. Het gaat om 5.400 gouden en zilveren vaten.

Ezra 1:7-11

6

Daniëls laatste visioen

In het derde jaar van Kores ontvangt Daniël zijn laatste gedateerde openbaring. Daniël had het hele Babylonische tijdperk meegemaakt en had voorspoed in het koninkrijk van Kores (Daniël 6:29).

Daniël 10:1

7

Tegenstand bij de bouw

Zerubbabel en Jesua wijzen de hulp van de omringende bewoners af met een beroep op het bevel van Kores. Daarna maken die tegenstanders het werk moeilijk, al de dagen van Kores.

Ezra 4:1-5

8

Het bevel teruggevonden

Jaren later laat koning Darius zoeken, en in de burcht van Achmetha wordt de rol gevonden met het bevel van Kores. Daarin staat dat het huis Gods gebouwd zal worden en dat de onkosten "uit des konings huis" gegeven zullen worden (Ezra 6:4).

Ezra 6:1-5

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Kores beter te begrijpen.

Jesaja 44:28

“Die van Cores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welgevallen volbrengen; zeggende ook tot Jeruzalem: Word gebouwd; en tot den tempel: Word gegrond.”

De eerste keer dat Kores bij name genoemd wordt in de profetie, ruim een eeuw voor zijn optreden, in de spelling Cores. Herder was in het oude Oosten een titel voor koningen.

Jesaja 45:1

“Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden:”

Een heidense koning heet hier Gods gezalfde. God stelt hem aan voor een taak en baant hem de weg.

Jesaja 45:4

“Om Jakobs, Mijns knechts wil, en Israels, Mijns uitverkorenen; ja, Ik riep u bij uw naam, Ik noemde u toe, hoewel gij Mij niet kendet.”

Het doel van Kores ligt niet bij hemzelf maar bij Gods volk. Dat hij God niet kende, zegt de tekst zonder omwegen.

Jesaja 45:13

“Ik heb hem verwekt in gerechtigheid, en al zijn wegen zal Ik recht maken; hij zal Mijn stad bouwen, en hij zal Mijn gevangenen loslaten, niet voor prijs, noch voor geschenk, zegt de HEERE der heirscharen.”

De taak van Kores in één zin: de stad laten bouwen en de gevangenen laten gaan, zonder losgeld.

2 Kronieken 36:22

“Maar in het eerste jaar van Kores, koning van Perzie, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, door den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzie, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende:”

Het slot van de Kronieken: na de verwoesting van Jeruzalem eindigt het boek met het begin van het herstel.

Ezra 1:2

“Zo zegt Kores, koning van Perzie: De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven; en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, hetwelk in Juda is.”

Het bevel van Kores in zijn eigen woorden. Hij erkent dat zijn macht hem gegeven is.

Ezra 1:7

“Ook bracht de koning Kores uit, de vaten van het huis des HEEREN, die Nebukadnezar uit Jeruzalem had uitgevoerd, en had gesteld in het huis zijns gods.”

Wat Nebukadnezar als buit in zijn tempel had gezet, gaat terug naar het huis van de HEERE.

Ezra 6:3

“In het eerste jaar van den koning Kores, gaf de koning Kores dit bevel: Het huis Gods te Jeruzalem, dat huis zal gebouwd worden, ter plaatse, waar zij offeranden offeren, en de fondamenten daarvan zullen zwaar zijn; zijn hoogte van zestig ellen, en zijn breedte van zestig ellen;”

De Aramese gedachtenis uit het archief van Achmetha. Dankzij deze teruggevonden rol mocht de bouw onder Darius doorgaan.

Tijdperiode

~539 v.Chr.

Kores leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Kores leert ons in de eerste plaats dat God de geschiedenis regeert. Babel leek onoverwinnelijk, en toch viel het in één nacht. Ook vandaag zien wij machthebbers opkomen en verdwijnen. De Schrift vraagt ons niet om daar onverschillig onder te zijn, maar wel om onze hoop niet op hen te bouwen. Des konings hart is in de hand des HEEREN (Spreuken 21:1). Wij leren ook dat God Zijn beloften houdt, op Zijn tijd. Zeventig jaar is een mensenleven; velen die in Babel aankwamen, zagen Jeruzalem nooit terug. Toch kwam het woord van Jeremia uit. Wie lang op Gods antwoord wacht, mag zich daaraan vasthouden. God gebruikt middelen die wij niet zouden kiezen. Een Perzische koning werd de bevrijder van Israël. Dat maakt ons voorzichtig met het oordeel over wie God wel of niet kan gebruiken, en dankbaar voor de vrijheid die overheden soms aan Gods kerk geven. Ten slotte is een rol in Gods plan iets anders dan God kennen. Kores deed veel voor Gods volk, maar Jesaja zegt nuchter dat hij God niet kende. Het bevel eindigde met een uitnodiging: "Wie is onder ulieden van al Zijn volk?" Niet iedereen ging. Ook wij worden niet geroepen om alleen Gods leiding in de geschiedenis te bewonderen, maar om zelf op te trekken naar Hem, Die door de ware Gezalfde Christus gevangenen vrijmaakt.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Kores

Wie was Kores in de Bijbel?
Kores was de Perzische koning die in 539 voor Christus Babel innam en daarna de Joodse ballingen toestond naar hun land terug te keren. In zijn eerste jaar liet hij afkondigen dat de tempel in Jeruzalem herbouwd moest worden, en hij gaf de tempelvaten terug die Nebukadnezar had geroofd (Ezra 1:1-11). De profeet Jesaja noemde hem al bij name en sprak van hem als Gods herder en gezalfde (Jesaja 44:28 en Jesaja 45:1). In de geschiedschrijving heet hij Cyrus de Grote.
Is Kores dezelfde als koning Cyrus?
Ja. Kores en Cyrus zijn twee vormen van dezelfde naam. Kores komt van het Hebreeuwse Koresj, Cyrus van de Griekse vorm Kyros; de Perzische vorm was Kurus. De Statenvertaling schrijft in 2 Kronieken, Ezra en Daniël "Kores" en in Jesaja "Cores". Nieuwere vertalingen en geschiedenisboeken gebruiken meestal Cyrus. Het gaat steeds om Cyrus II, ook Cyrus de Grote genoemd, de stichter van het Perzische rijk.
Wat betekent de naam Kores?
De betekenis van de naam Kores is onzeker. Het is een Perzische naam (Kurus) die via het Hebreeuws als Koresj en via het Grieks als Kyros bekend werd. Een oude Griekse verklaring, onder meer bij Plutarchus, verbindt de naam met het Perzische woord voor zon, maar taalkundigen houden die afleiding voor onzeker. Andere verklaringen zijn evenmin vast. Wat de naam in de Bijbel betekenis geeft, is niet de etymologie, maar dat God hem bij die naam riep (Jesaja 45:4).
Waar staat Kores in de Bijbel?
Kores staat aan het slot van 2 Kronieken (36:22-23) en aan het begin van Ezra (hoofdstuk 1), waar zijn bevel tot terugkeer en tempelbouw staat. Ezra 3 tot 6 noemt hem nog verschillende keren, onder meer bij de tegenstand en bij het teruggevonden bevel in Ezra 6:1-5. In Daniël wordt hij genoemd in Daniël 1:21, 6:29 en 10:1. De profetie over hem staat in Jesaja 44:28 en Jesaja 45:1-13.
Waarom noemt Jesaja Kores Gods gezalfde?
In Jesaja 45:1 zegt de HEERE "tot Zijn gezalfde, tot Cores". Het woord gezalfde (masjiach) werd anders gebruikt voor koningen en priesters van Israël en voor de beloofde Messias. Bij Kores betekent het dat God hem aanstelde en uitrustte voor een taak: Babel ten val brengen, de ballingen vrijlaten en Jeruzalem laten bouwen. Dat het niet over zijn geloof gaat, blijkt uit dezelfde profetie, die tweemaal zegt dat Kores God niet kende (Jesaja 45:4-5).
Hoe kon Jesaja de naam Kores van tevoren noemen?
Jesaja profeteerde rond 700 voor Christus, ruim anderhalve eeuw voordat Kores Babel innam. Dat hij hem bij name noemt, ziet de Schrift als bewijs van Gods macht: God kondigt aan wat komt en voert het uit (Jesaja 44:26). Veel kritische uitleggers schrijven Jesaja 40 tot 55 daarom toe aan een latere profeet in de ballingschap. De gereformeerde uitleg houdt vast aan Jesaja als profeet van het hele boek. Josephus vermeldt dat Kores de profetie over zichzelf zou hebben gelezen (Joodse oudheden, boek 11).
Wat stond er in het bevel van Kores?
Het bevel staat in Ezra 1:2-4 en 2 Kronieken 36:23. Kores verklaart dat de HEERE, de God des hemels, hem alle koninkrijken heeft gegeven en hem heeft opgedragen een huis te bouwen in Jeruzalem. Wie van Gods volk wil, mag optrekken, en wie achterblijft, moet bijdragen met zilver, goud, have en vee. De Aramese gedachtenis in Ezra 6:3-5 voegt toe dat de kosten uit de schatkist van de koning komen en dat de gouden en zilveren vaten teruggegeven worden.
Geloofde Kores in de God van Israël?
Waarschijnlijk niet in de zin waarin Israël geloofde. Jesaja zegt het tweemaal tegen hem: "hoewel gij Mij niet kendet" (Jesaja 45:4) en "hoewel gij Mij niet kent" (Jesaja 45:5). In zijn bevel noemt Kores de HEERE wel "de God des hemels" (Ezra 1:2), maar in de Cyruscilinder eert hij op dezelfde manier de Babylonische god Marduk. De Bijbel benadrukt dan ook niet het geloof van Kores, maar dat de HEERE zijn geest verwekte (Ezra 1:1).
Is Kores dezelfde als Darius de Meder?
Volgens de meeste uitleggers niet. Daniël 6:1 zegt dat Darius de Meder het koninkrijk ontving na de val van Babel, en Daniël 6:29 noemt het koninkrijk van Darius en dat van Kores na elkaar. Wie Darius de Meder historisch was, is een open vraag. Sommigen denken aan een stadhouder van Kores, anderen aan een Medische vorst. Een minderheid leest Daniël 6:29 zo dat Darius en Kores dezelfde koning zijn. Darius de Meder is in elk geval niet de latere Darius onder wie de tempel voltooid werd (Ezra 6:15).
Wat is de Cyruscilinder?
De Cyruscilinder is een tonvormige kleicilinder, in 1879 in Babel gevonden en nu in het British Museum in Londen. De tekst, in Babylonisch spijkerschrift, vertelt hoe Kores Babel innam en weggevoerde volken en hun godenbeelden naar hun eigen plaatsen liet terugkeren. De Joden worden er niet in genoemd. Het document bevestigt dus niet het bevel uit Ezra 1, maar laat wel zien dat de terugkeer van de Joden past bij het beleid van Kores.
Wanneer liet Kores de Joden terugkeren?
Het bevel kwam "in het eerste jaar van Kores, koning van Perzie" (2 Kronieken 36:22, vergelijk Ezra 1:1), gerekend vanaf de val van Babel. Dat is rond 538 voor Christus. Een eerste groep van 42.360 personen trok op met Sesbazar, Zerubbabel en Jesua (Ezra 1:11, Ezra 2:2 en Ezra 2:64). De Bijbel ziet hierin de vervulling van de zeventig jaren die Jeremia had aangekondigd (Jeremia 29:10 en 2 Kronieken 36:21-22). Veel uitleggers rekenen die jaren vanaf de eerste wegvoering rond 605 voor Christus; anderen rekenen ze tot de herbouw van de tempel (vergelijk Zacharia 1:12).
Wat kunnen wij leren van Kores?
Van Kores leren wij dat God de geschiedenis regeert, ook door heersers die Hem niet kennen: de HEERE verwekte zijn geest (Ezra 1:1). Wij leren dat God Zijn beloften houdt, ook als het zeventig jaar duurt. En wij leren dat een rol spelen in Gods plan iets anders is dan God kennen: Kores deed veel voor Gods volk, maar kende de HEERE niet (Jesaja 45:4). Zijn bevel eindigde met een uitnodiging, "hij trekke op", die ook ons om een persoonlijk antwoord vraagt.

Stel een vraag over Kores

Wilt u meer weten over Kores? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Kores

Bijbelverhalen rond Kores

Verdiep u verder