Inleiding tot Jeremia 51
Jeremia hoofdstuk 51 vormt het hart van een uitgebreide profetie tegen Babylon die begon in hoofdstuk 50. Dit krachtige hoofdstuk van 64 verzen verkondigt Gods definitieve oordeel over het machtige Babylonische rijk en biedt tegelijkertijd hoop en bevrijding aan Gods volk in ballingschap.
De Grote Thema's van Jeremia 51
Gods Gerechtigheid en Wraak (verzen 1-14)
Het hoofdstuk opent met Gods aankondiging van vernietiging over Babylon. De profeet gebruikt krachtige beeldspraak: "Zie, Ik wek tegen Babylon en tegen de inwoners van Leb-Kamai een verderfelijke wind op" (vers 1). Deze 'verderfelijke wind' symboliseert de complete verwoesting die over Babylon zal komen.
God roept de naties op om zich tegen Babylon te verzamelen, omdat dit Zijn wraak is voor wat Babylon Jeruzalem en de tempel heeft aangedaan. Dit toont aan dat God gerechtigheid eist, ook van machtige wereldrijken die Zijn volk onderdrukken.
Oproep tot Bevrijding (verzen 6, 45-46, 50)
Een centraal thema is Gods dringende oproep aan Zijn volk om uit Babylon te vluchten: "Vlucht uit Babylon en red ieder zijn leven, opdat gij niet weggevaagd wordt door haar ongerechtigheid" (vers 6). Deze oproep wordt herhaald in vers 45: "Ga uit haar midden, mijn volk, en red ieder zijn leven voor de hitte van de HEERE's toorn."