Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~600 v.Chr.

Nebukadnezar in de Bijbel

Nebukadrezar (Hebreeuws, naast Nebukadnezar; Akkadisch Nabû-kudurri-uṣur) - “Waarschijnlijk: Nabu, bescherm de grenssteen”

Wie was Nebukadnezar?

Nebukadnezar was koning van Babel (ongeveer 605-562 v.Chr.). Hij voerde Juda in ballingschap en verwoestte rond 586 Jeruzalem en de tempel (2 Koningen 25:1-12). In het boek Daniël droomt hij van een groot beeld, laat hij drie Joden in de oven werpen en leert hij door vernedering dat God heerst.

Nebukadnezar is de koning die in het Oude Testament het einde van het koninkrijk Juda bezegelt. Zijn naam staat in 2 Koningen 24-25, 1 Kronieken 6:15, 2 Kronieken 36, Jeremia, Ezechiël, Ezra, Nehemia, Esther en vooral in Daniël 1-4, en terugblikkend in Daniël 5. De Statenvertaling schrijft hem op twee manieren: Nebukadnezar in Koningen, Kronieken, Ezra, Nehemia, Esther, Daniël en het grootste deel van Jeremia 27-29, en Nebukadrezar in de overige teksten van Jeremia en in Ezechiël. Beide vormen geven dezelfde Babylonische naam weer. De spelling Nebucadnezar, met een c, komt in de Statenvertaling niet voor. Het verhaal loopt langs twee lijnen. De geschiedboeken tonen de veroveraar: hij belegert Jeruzalem, voert koning Jojachin weg, zet Zedekia op de troon en verwoest de stad en de tempel als Zedekia in opstand komt (2 Koningen 24:10-17; 2 Koningen 25:1-12). Jeremia gaat nog verder en laat God zelf spreken over "Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht" (Jeremia 27:6). De koning was het werktuig van Gods oordeel over een volk dat de profeten niet wilde horen. Het boek Daniël laat de mens achter de macht zien. Nebukadnezar droomt van een beeld met een gouden hoofd en hoort van Daniël: "gij zijt dat gouden hoofd" (Daniël 2:38). Hij richt een gouden beeld op en ziet de drie vrienden van Daniël ongedeerd in de vurige oven wandelen. In Daniël 4 vertelt hij zelf, in een brief aan alle volken, hoe zijn hoogmoed hem zijn verstand kostte en hoe hij daarna de Allerhoogste ging prijzen. Niet te verwarren met Belsazar, de koning van Daniël 5, die in de tekst "zijn zoon" heet (Daniël 5:22), en ook niet met Beltsazar, de Babylonische naam die Daniël aan het hof kreeg "naar den naam mijns gods" (Daniël 4:8).

Historische context

Nebukadnezar (in het Akkadisch Nabû-kudurri-uṣur) was de tweede koning van het Nieuw-Babylonische rijk. Volgens de Babylonische kronieken, kleitabletten in spijkerschrift, volgde hij zijn vader Nabopolassar op in 605 voor Christus en regeerde hij tot zijn dood in 562. Dat jaar 605 is ook het jaar van de slag bij Karchemis aan de Eufraat, waar hij het leger van farao Necho versloeg. Jeremia noemt die slag en dateert hem "in het vierde jaar van Jojakim" (Jeremia 46:2); Daniël 1:1 spreekt van het derde jaar, wat meestal verklaard wordt uit een verschillende manier van regeringsjaren tellen. Na Karchemis kwam heel het gebied tot aan Egypte onder Babel: "de koning van Babel had, van de rivier van Egypte af tot aan de rivier Frath, ingenomen al wat van den koning van Egypte was" (2 Koningen 24:7). Jojakim werd drie jaar zijn knecht en kwam daarna in opstand (2 Koningen 24:1). Onder zijn zoon Jojachin volgde in 597 een belegering. De Babylonische kroniek vermeldt de inname van de stad van Juda in het zevende jaar van de koning, en Jeremia 52:28 telt in datzelfde zevende jaar 3023 weggevoerde Joden; 2 Koningen 24:12 spreekt van het achtste jaar, waarschijnlijk opnieuw een andere telling. Onder de ballingen was de priester Ezechiël, die zijn profetieën dateert naar de wegvoering van Jojachin (Ezechiël 1:2-3). Zedekia, door Nebukadnezar op de troon gezet, zocht steun bij Egypte en kwam in opstand (Ezechiël 17:15). De belegering begon in zijn negende jaar en duurde tot de vierde maand van zijn elfde jaar (2 Koningen 25:1-3). Zedekia vluchtte, werd bij Jericho gegrepen en in Ribla voor de koning gebracht, waar zijn zonen voor zijn ogen gedood werden (2 Koningen 25:5-7). In het negentiende jaar van Nebukadnezar, meestal gedateerd op 586, verbrandde zijn bevelhebber Nebuzaradan de tempel (2 Koningen 25:8-9). Babel zelf was onder Nebukadnezar een grote bouwstad. Bakstenen uit de ruïnes dragen zijn naam en titels, en de Isjtarpoort met haar geglazuurde dierenfiguren stamt uit zijn regering. Dat past bij zijn woorden in Daniël 4:30 over "het grote Babel, dat ik gebouwd heb". Ezechiël vermeldt daarnaast een langdurig beleg van Tyrus (Ezechiël 29:18). Kleitabletten uit Babel noemen rantsoenen voor Jojachin, de koning van Juda, en zijn zonen. Na Nebukadnezars dood werd Evilmerodach koning, die Jojachin uit de gevangenis haalde (2 Koningen 25:27).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Erkent openlijk wat God doet en spreekt dat uit voor zijn hele rijk (Daniël 4:1-3)
  • Bereid om ongelijk toe te geven: hij looft de God van de drie mannen die zijn bevel weerstonden (Daniël 3:28)
  • Herkent wijsheid en geeft Daniël en zijn vrienden verantwoordelijkheid (Daniël 2:48-49)
  • Ontziet de profeet Jeremia bij de val van Jeruzalem (Jeremia 39:11-12)

−Zwakke kanten

  • Hoogmoedig: hij schrijft de grootheid van Babel toe aan de sterkte van zijn eigen macht (Daniël 4:30)
  • Eist afgodische aanbidding van zijn gouden beeld en tart de God van Israël: "wie is de God, Die ulieden uit mijn handen verlossen zou?" (Daniël 3:5-6; Daniël 3:15)
  • Driftig en wreed: hij dreigt de wijzen in stukken te laten houwen, laat de oven zevenmaal heter stoken en laat de zonen van Zedekia voor diens ogen doden (Daniël 2:5; Daniël 3:19; 2 Koningen 25:7)

Theologische betekenis

De rode draad bij Nebukadnezar is dat God over de koninkrijken van de wereld regeert. Daniël zegt het al in zijn dankgebed: "Hij zet de koningen af, en Hij bevestigt de koningen" (Daniël 2:21). Jeremia laat God zeggen dat Hij alle landen in de hand van Nebukadnezar gegeven heeft, en noemt de koning daarbij "Mijn knecht" (Jeremia 27:6). Dat is geen eretitel voor een vrome koning, maar de aanduiding van een werktuig. Hetzelfde boek zegt ook dat God na zeventig jaar de ongerechtigheid van de koning van Babel zou bezoeken (Jeremia 25:12). God gebruikt Babel zonder dat Babel daardoor onschuldig wordt. De droom van Daniël 2 plaatst die macht in een groter verband. Nebukadnezar is het gouden hoofd, maar na hem komen andere rijken, en al die rijken worden vermaald door een steen die "zonder handen" werd afgehouwen. Daniël legt uit dat God in de dagen van die koningen "een Koninkrijk verwekken" zal dat in eeuwigheid niet verstoord wordt (Daniël 2:44). Gereformeerde uitleggers hebben die steen van oudsher betrokken op Christus en Zijn Koninkrijk. Jezus spreekt van de steen die vermorzelt op wie hij valt (Lukas 20:18), een woord waarin veel uitleggers Daniël 2 horen doorklinken. De metalen lezen gereformeerde uitleggers, onder meer de Kanttekeningen, van oudsher als Babel, Medo-Perzië, Griekenland en Rome; anderen delen het anders in. De kern is dat geen menselijk rijk blijft. In Daniël 4 vertelt een heidense koning zelf, in de ik-vorm, wat God met hem gedaan heeft. Het doel van zijn vernedering wordt met zoveel woorden genoemd: "opdat de levenden bekennen, dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen" (Daniël 4:17). De man die zei "dat ik gebouwd heb" eindigt met de belijdenis: "Hij is machtig te vernederen degenen, die in hoogmoed wandelen" (Daniël 4:37). Of dat een blijvende bekering was, zegt de tekst niet; uitleggers verschillen daarover. Later wordt zijn geschiedenis een spiegel. Daniël houdt haar Belsazar voor: "En gij, Belsazar, zijn zoon! hebt uw hart niet vernederd" (Daniël 5:22). Maria zingt dat God "machtigen van de tronen afgetrokken" heeft (Lukas 1:52). En in Openbaring wordt Babylon, "die grote stad", het beeld van een wereldmacht die God niet erkent en zal vallen (Openbaring 14:8).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Nebukadrezar (Hebreeuws, naast Nebukadnezar; Akkadisch Nabû-kudurri-uṣur)

Betekenis

Waarschijnlijk: Nabu, bescherm de grenssteen

Sleutelmomenten

1

Jeruzalem belegerd, de eerste ballingen

In het derde jaar van Jojakim komt Nebukadnezar naar Jeruzalem. Hij neemt een deel van de tempelvaten mee naar het huis van zijn god en laat jongemannen van koninklijke afkomst naar Babel brengen, onder wie Daniël, Hananja, Misaël en Azarja.

Daniël 1:1-6

2

De droom van het grote beeld

Geen van de wijzen kan de koning zijn droom vertellen. God openbaart hem aan Daniël: een beeld van goud, zilver, koper, ijzer en leem, dat door een steen zonder handen wordt vermaald. De steen wordt een berg die de hele aarde vult.

Daniël 2:31-45

3

Het gouden beeld en de vurige oven

Nebukadnezar richt in het dal Dura een gouden beeld op; de tekst noemt daarbij geen jaartal. Sadrach, Mesach en Abednego weigeren het te aanbidden en worden in de oven geworpen. De koning ziet vier mannen los wandelen in het vuur en looft daarna hun God.

Daniël 3:1-28

4

Jojachin weggevoerd

Nebukadnezar belegert Jeruzalem opnieuw. Jojachin geeft zich over en wordt met zijn moeder, zijn hof, de vorsten en de vaklieden naar Babel gevoerd. Zijn oom Mattanja wordt koning en krijgt de naam Zedekia.

2 Koningen 24:10-17

5

De val van Jeruzalem

Na de opstand van Zedekia belegert Nebukadnezar de stad tot de honger toeslaat. Zedekia wordt gevangen en verblind; Nebuzaradan verbrandt de tempel, het paleis en de huizen en breekt de muren af.

2 Koningen 25:1-12

6

Een bevel over Jeremia

Nebukadnezar geeft Nebuzaradan opdracht de profeet Jeremia te sparen. Jeremia wordt uit het voorhof van de bewaring gehaald en aan Gedalia toevertrouwd.

Jeremia 39:11-14

7

Hoogmoed en val

Twaalf maanden na de waarschuwing van Daniël roemt de koning op zijn paleis in het grote Babel dat hij gebouwd heeft. Een stem uit de hemel zegt dat het koninkrijk van hem gegaan is, en hij leeft als een dier tussen de dieren.

Daniël 4:28-33

8

Herstel en lofprijzing

Aan het einde van die tijd heft Nebukadnezar zijn ogen op naar de hemel en keert zijn verstand terug. Hij prijst de Allerhoogste en krijgt zijn koninkrijk terug.

Daniël 4:34-37

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Nebukadnezar beter te begrijpen.

Jeremia 27:6

“En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen.”

God noemt de koning van Babel Zijn knecht: het werktuig waarmee Hij Juda en de omringende volken oordeelt.

2 Koningen 25:9

“En hij verbrandde het huis des HEEREN, en het huis des konings, mitsgaders alle huizen van Jeruzalem; en alle huizen der groten verbrandde hij met vuur.”

In het negentiende jaar van Nebukadnezar verbrandt zijn bevelhebber Nebuzaradan de tempel van Salomo. Daarmee eindigt het koninkrijk Juda.

Daniël 2:37

“Gij, o koning! zijt een koning der koningen; want de God des hemels heeft u een koninkrijk, macht, en sterkte, en eer gegeven;”

Daniël erkent de macht van Nebukadnezar, maar zegt er direct bij van Wie hij die ontvangen heeft.

Daniël 3:28

“Nebukadnezar antwoordde en zeide: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, Die Zijn engel gezonden, en Zijn knechten verlost heeft, die op Hem vertrouwd hebben, en des konings woord veranderd, en hun lichamen overgegeven hebben, opdat zij geen god eerden noch aanbaden, dan hun God.”

Na de vurige oven looft de koning de God van de mannen die zijn eigen bevel weerstonden.

Daniël 4:17

“Deze zaak is in het besluit der wachters, en deze begeerte is in het woord der heiligen; opdat de levenden bekennen, dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen, en geeft ze aan wien Hij wil, ja, zet daarover den laagste onder de mensen.”

De droom van de boom noemt zelf het doel van wat de koning zal overkomen: erkennen dat God heerst.

Daniël 4:30

“Sprak de koning, en zeide: Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een huis des koninkrijks, door de sterkte mijner macht, en ter ere mijner heerlijkheid!”

De woorden waarmee Nebukadnezar zich op zijn paleis beroemt. Nog terwijl hij spreekt, valt het oordeel.

Daniël 4:37

“Nu prijs ik, Nebukadnezar, en verhoog, en verheerlijk den Koning des hemels, omdat al Zijn werken waarheid, en Zijn paden gerichten zijn; en Hij is machtig te vernederen degenen, die in hoogmoed wandelen.”

Het slot van de brief van de koning: hij prijst de Koning des hemels, Die hoogmoedigen vernedert.

Daniël 5:20

“Maar toen zich zijn hart verhief, en zijn geest verstijfd werd ter hovaardij, werd hij van den troon zijns koninkrijks afgestoten, en men nam de eer van hem weg.”

Daniël houdt Belsazar de geschiedenis van Nebukadnezar voor als waarschuwing.

Tijdperiode

~600 v.Chr.

Nebukadnezar leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Nebukadnezar leert ons dat geen macht op aarde zelfstandig is. De koning van Babel hoorde van een balling: "de God des hemels heeft u een koninkrijk, macht, en sterkte, en eer gegeven" (Daniël 2:37). Dat geeft rust aan wie zich zorgen maakt over regeringen en wereldpolitiek: er is niemand die Gods hand kan afslaan (Daniël 4:35). Zijn verhaal is ook een spiegel voor ons eigen hart. Het gevaar zat niet in het bouwen van Babel, maar in de woorden "dat ik gebouwd heb". Wij kunnen dezelfde houding hebben tegenover ons werk, ons gezin of onze kerk. De Schrift zegt het nuchter: "God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade" (1 Petrus 5:5). Nebukadnezar laat ook zien dat God geduldig waarschuwt. Daniël riep hem op zijn zonden af te breken door gerechtigheid (Daniël 4:27), en pas twaalf maanden later viel het oordeel. Zelfs het oordeel had een doel: herstel. Daniël 4 eindigt daarom niet met een vonnis, maar met een lofzang uit de mond van dezelfde koning. Wie door God vernederd wordt, is daarmee niet opgegeven. De ballingen naast hem zijn eveneens een voorbeeld. Daniël en zijn vrienden dienden trouw in Babel, zochten de vrede van de stad (Jeremia 29:7) en bogen toch niet voor het gouden beeld. Zo mogen ook wij in de samenleving meewerken en tegelijk weten waar onze grens ligt.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Nebukadnezar

Wie was Nebukadnezar in de Bijbel?
Nebukadnezar was koning van Babel, ongeveer van 605 tot 562 voor Christus. Hij onderwierp het koninkrijk Juda, voerde in verschillende rondes ballingen weg, onder wie Daniël en koning Jojachin, en verwoestte rond 586 Jeruzalem en de tempel (2 Koningen 25:1-12). In het boek Daniël droomt hij van een groot beeld, laat hij drie Joodse mannen in de vurige oven werpen en wordt hij door God vernederd, totdat hij erkent dat de Allerhoogste over de koninkrijken der mensen heerst (Daniël 4:34-37).
Wat betekent de naam Nebukadnezar?
Nebukadnezar is de bijbelse weergave van de Babylonische naam Nabû-kudurri-uṣur. Die naam is een gebed tot de god Nabu en wordt meestal vertaald als: Nabu, bescherm de grenssteen. Het middelste woord kan ook erfgenaam of oudste zoon betekenen; daarover verschillen de taalkundigen. De naam drukt dus vertrouwen uit op een Babylonische god, wat zijn latere lofprijzing van de God van Israël in Daniël 4 des te opvallender maakt.
Waar staat Nebukadnezar in de Bijbel?
Zijn veldtochten tegen Juda staan in 2 Koningen 24-25 en 2 Kronieken 36. Jeremia noemt hem tientallen keren, onder meer in Jeremia 21, 25, 27, 39 en 52, en Ezechiël spreekt over zijn veldtochten tegen Tyrus en Egypte (Ezechiël 26 en 29). Een persoonlijk beeld van hem geeft Daniël 1-4: de eerste ballingen, de droom van het beeld, de vurige oven en zijn vernedering. Ook Ezra, Nehemia en Esther noemen hem als de koning die Juda wegvoerde.
Is het Nebukadnezar, Nebukadrezar of Nebucadnezar?
De Statenvertaling gebruikt twee vormen. Nebukadnezar staat in Koningen, Kronieken, Ezra, Nehemia, Esther en Daniël, en ook in het grootste deel van Jeremia 27-29 (bijvoorbeeld Jeremia 27:6). Nebukadrezar staat in de meeste andere teksten van Jeremia en in Ezechiël, bijvoorbeeld in Jeremia 21:2. Die tweede vorm ligt dichter bij de Babylonische naam. De spelling Nebucadnezar met een c komt in de Statenvertaling niet voor, maar wordt wel in andere teksten gebruikt.
Wat was de droom van Nebukadnezar?
In Daniël 2 droomde Nebukadnezar van een groot beeld met een hoofd van goud, borst en armen van zilver, buik en dijen van koper, benen van ijzer en voeten van ijzer en leem. Een steen die "zonder handen" werd afgehouwen, vermaalde het beeld en werd een berg die de hele aarde vulde (Daniël 2:31-35). Daniël legde uit dat Nebukadnezar het gouden hoofd was, dat er andere rijken zouden volgen en dat God een Koninkrijk zou verwekken dat eeuwig blijft (Daniël 2:44).
Wat zag Nebukadnezar in de vurige oven?
Nebukadnezar zag vier mannen los in het vuur wandelen, terwijl hij er drie gebonden in had laten werpen. De vierde was, zei hij, "gelijk eens zoons der goden" (Daniël 3:25). Hij had in het dal Dura een gouden beeld opgericht, en Sadrach, Mesach en Abednego weigerden het te aanbidden. In zijn woede liet hij de oven zevenmaal heter stoken (Daniël 3:19). Na wat hij zag, riep hij de drie naar buiten en loofde hij hun God, Die "Zijn engel gezonden" had (Daniël 3:28).
Waarom at Nebukadnezar gras als een os?
Daniël 4 vertelt dat God hem vernederde om zijn hoogmoed. Daniël had hem gewaarschuwd en opgeroepen zijn zonden af te breken. Een jaar later zei de koning op zijn paleis: "Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb" (Daniël 4:30). Direct daarna werd hij uit de mensen verstoten en at hij gras als de ossen, tot zijn verstand terugkeerde (Daniël 4:33-34). Babylonische bronnen vermelden deze periode, voor zover bekend, niet duidelijk; sommigen denken aan een ziekte, maar de Bijbel noemt alleen de oorzaak en het doel.
Heeft Nebukadnezar zich bekeerd?
De Bijbel laat Nebukadnezar eindigen met lofprijzing: "Nu prijs ik, Nebukadnezar, en verhoog, en verheerlijk den Koning des hemels" (Daniël 4:37). Of dat een echte en blijvende bekering was, zegt de tekst niet. Sommige uitleggers zien hier een oprechte omkeer, anderen een erkenning van Gods macht zonder dat hij zijn eigen goden losliet. Duidelijk is wel dat God zijn doel bereikte: de koning erkende openlijk dat de Allerhoogste heerst.
Wanneer verwoestte Nebukadnezar Jeruzalem?
De Bijbel dateert de verwoesting in het negentiende jaar van Nebukadnezar (2 Koningen 25:8), meestal omgerekend naar 586 voor Christus. Daaraan gingen eerdere ingrepen vooraf: rond 605 nam hij de eerste ballingen mee (Daniël 1:1-2) en in 597 voerde hij koning Jojachin weg (2 Koningen 24:10-17). Babylonische kronieken bevestigen de inname van Jeruzalem in 597.
Waarom noemt God Nebukadnezar "Mijn knecht"?
In Jeremia 25:9, Jeremia 27:6 en Jeremia 43:10 noemt God de koning van Babel "Mijn knecht". Dat betekent niet dat hij een gelovige was, maar dat God hem gebruikte om Zijn oordeel over Juda en de omringende volken uit te voeren, nadat het volk lang de profeten had genegeerd. Dezelfde Jeremia zegt dat God na zeventig jaar ook Babel zou straffen (Jeremia 25:12). God gebruikt machten zonder hun daden goed te keuren.
Wie volgde Nebukadnezar op?
Na de dood van Nebukadnezar werd Evilmerodach koning van Babel. In het jaar dat hij koning werd, haalde hij Jojachin, de koning van Juda, uit de gevangenis (2 Koningen 25:27). Volgens Babylonische bronnen was hij een zoon van Nebukadnezar en regeerde hij maar kort. Daniël 5 noemt Nebukadnezar later de "vader" van Belsazar (Daniël 5:18); dat woord kan ook voorvader of voorganger betekenen. Belsazar is niet te verwarren met Beltsazar, de naam die Daniël aan het hof kreeg (Daniël 1:7).
Wat kunnen wij leren van Nebukadnezar?
Wij leren van Nebukadnezar dat alle macht van God komt en dat God die macht weer kan wegnemen. Zijn val begon met de woorden "dat ik gebouwd heb" (Daniël 4:30). Dat waarschuwt tegen hoogmoed in ons eigen leven en werk. Tegelijk laat zijn verhaal Gods geduld zien: God waarschuwde hem eerst en herstelde hem daarna. En wie zich zorgen maakt over machthebbers, mag weten dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen (Daniël 4:17).

Stel een vraag over Nebukadnezar

Wilt u meer weten over Nebukadnezar? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Nebukadnezar

Bijbelverhalen rond Nebukadnezar

Verdiep u verder