Jojachin en de ballingen weggevoerd
Nebukadnezar voert koning Jojachin met de vorsten, de helden en de vaklieden van Jeruzalem weg naar Babel. Ezechiël, die zijn jaren telt naar deze wegvoering, hoorde bij deze ballingen (Ezechiël 1:2-3).
Chebar (Hebreeuws כְּבָר, Kevar). De naam is waarschijnlijk de Hebreeuwse vorm van een Babylonische kanaalnaam, die vaak wordt uitgelegd als het grote kanaal; de precieze betekenis is onzeker.
De rivier Chebar was een waterloop in Babylonië waar een groep weggevoerden uit Juda woonde. Daar zag de priester Ezechiël rond 593 voor Christus de heerlijkheid van de HEERE en werd hij tot profeet geroepen (Ezechiël 1:1-3). De naam komt alleen in het boek Ezechiël voor.
Ook bekend als: Chebar, Kebar, Kevar
De Chebar lag in het land der Chaldeeën, Babylonië, in het zuiden van Mesopotamië (Ezechiël 1:3). Het was geen grote natuurlijke rivier zoals de Eufraat of de Tigris, maar waarschijnlijk een van de brede kanalen die het water van de Eufraat over het vlakke land verdeelden. Aan de oever lag de woonplaats Tel-Abib, waar een groep Judese ballingen woonde (Ezechiël 3:15).
De Chebar wordt meestal gelijkgesteld met een groot kanaal bij de oude stad Nippur, ten zuidoosten van Babylon in het huidige Irak. Babylonische spijkerschriftteksten uit Nippur noemen een kanaal met een gelijkende naam. Die identificatie is waarschijnlijk, maar niet zeker; de loop van het kanaal is niet precies bekend en Tel-Abib is niet teruggevonden.
Nebukadnezar voert koning Jojachin met de vorsten, de helden en de vaklieden van Jeruzalem weg naar Babel. Ezechiël, die zijn jaren telt naar deze wegvoering, hoorde bij deze ballingen (Ezechiël 1:2-3).
In het vijfde jaar van de wegvoering van Jojachin worden bij de rivier Chebar de hemelen geopend. Ezechiël ziet de heerlijkheid van de HEERE en wordt tot profeet geroepen.
Ezechiël komt bij de ballingen te Tel-Abib aan de rivier Chebar en zit zeven dagen verbaasd in hun midden. Daarna stelt de HEERE Ezechiël tot wachter over het huis Israëls.
In de vallei ziet Ezechiël de heerlijkheid van de HEERE opnieuw, gelijk de heerlijkheid die hij bij de rivier Chebar had gezien.
Als de heerlijkheid van de HEERE de tempel verlaat, herkent Ezechiël de cherubs als hetzelfde dier dat hij bij de rivier Chebar had gezien.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van de rivier Chebar in de Schrift beter te begrijpen.
De rivier Chebar lag in Babylonië, het land der Chaldeeën (Ezechiël 1:3), in het zuiden van het huidige Irak. Het was waarschijnlijk een groot irrigatiekanaal van de Eufraat bij de stad Nippur, ten zuidoosten van Babylon. Spijkerschriftteksten uit Nippur noemen een kanaal met een gelijkende naam. Die identificatie is waarschijnlijk, maar de precieze loop is onbekend.
Dat is niet zeker. Chebar, in het Hebreeuws Kevar, is waarschijnlijk de Hebreeuwse vorm van de naam van een Babylonisch kanaal. Die naam wordt vaak uitgelegd als het grote kanaal, wat past bij een brede waterloop die het water van de Eufraat over het land verdeelde. De Bijbel zelf verklaart de naam niet. De Statenvertaling schrijft steeds de rivier Chebar.
Bij de rivier Chebar zag de priester Ezechiël rond 593 voor Christus de gezichten Gods: een stormwind met vuur, vier levende wezens, raderen en daarboven de gelijkenis van de heerlijkheid van de HEERE (Ezechiël 1). Daar werd hij tot profeet geroepen voor de weggevoerden uit Juda. Hij woonde zelf onder de ballingen aan de Chebar.
De Statenvertaling spreekt van de rivier Chebar, maar het ging waarschijnlijk om een gegraven kanaal. In Babylonië werd het water van de Eufraat door brede kanalen over het land verdeeld, en sommige daarvan waren zo groot dat ze als rivier golden. Psalm 137:1 spreekt in die zin van de rivieren van Babel.
Tel-Abib was de woonplaats van een groep Judese ballingen aan de rivier Chebar, waar Ezechiël zeven dagen in hun midden zat (Ezechiël 3:15). In het Hebreeuws klinkt de naam als heuvel van jonge aren; veel onderzoekers denken dat er een Babylonische naam voor een oude ruïneheuvel achter zit. De moderne stad Tel Aviv ontleent haar naam aan dit vers.
De Chebar komt alleen voor in het boek Ezechiël, in acht verzen: Ezechiël 1:1 en 1:3, 3:15 en 3:23, 10:15, 10:20 en 10:22, en 43:3. De eerste verzen vertellen over de roeping van Ezechiël; in de latere verzen verwijst hij terug naar het gezicht dat hij bij de rivier had gezien.
Niet als herkenbare waterloop. De Chebar was waarschijnlijk een gegraven kanaal bij de oude stad Nippur in het zuiden van het huidige Irak. Zulke kanalen verzandden of kregen een andere loop toen het bevloeiingsstelsel in verval raakte. Waar het kanaal precies liep, is niet bekend, en ook Tel-Abib, de woonplaats van de ballingen aan de Chebar, is niet teruggevonden.
Niet precies. Psalm 137:1 spreekt in het algemeen van de rivieren van Babel, de waterlopen en kanalen waar de ballingen woonden. De Chebar was een van die waterlopen. De Psalm zegt niet aan welke rivier de zangers zaten, maar Psalm en Ezechiël beschrijven wel dezelfde ballingschap.
Babylon
De ruïnes van Babylon liggen in Irak, ongeveer 85 kilometer ten zuiden van Bagdad, bij de stad Hilla
Eufraat
De Eufraat stroomt nog altijd door Turkije, Syrië en Irak; de identificatie is zeker
Jeruzalem
Jeruzalem bestaat nog en is een van de oudste voortdurend bewoonde steden ter wereld
Tempel van Salomo
Op de plaats van de tempel ligt nu het verhoogde plein dat de Tempelberg of Haram al-Sharif heet, met de Rotskoepel uit de late zevende eeuw en de al-Aqsa-moskee
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van de rivier Chebar? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden aan de rivier Chebar.
Plaats de rivier Chebar in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over de rivier Chebar.
Uitleg bij bijbelgedeelten over de rivier Chebar.
Verken thema's die verbonden zijn met de rivier Chebar.