Ga naar hoofdinhoud

Tempel van Salomo in de Bijbel

Beit HaMikdash (Hebreeuws) — "huis van de heiliging" of "heilig huis". Ook "Beit YHWH" — "huis van de HEERE". De Hebreeuwse Bijbel noemt het gebouw vaak simpelweg habbayit, "het huis", omdat het bij uitstek het huis van God was.

De tempel van Salomo, gebouwd op de berg Moria in Jeruzalem rond 966 voor Christus, was het eerste permanente heiligdom voor de HEERE. Zeven jaar lang werkten duizenden bouwvakkers aan dit huis, waar de ark van het verbond een plaats kreeg tot de verwoesting door Babel in 586 voor Christus.

Ook bekend als: Eerste tempel, Huis van de HEERE, Tempel op de berg Moria, Beit HaMikdash

Ligging

De tempel stond op de berg Moria, de noordelijke heuvel van Jeruzalem, op de dorsvloer van Ornan (Arauna) de Jebusiet die David had gekocht (2 Kronieken 3:1, 2 Samuel 24:18-25). De berg ligt op ongeveer 740 meter boven zeeniveau, iets ten noordoosten van de Davidsstad. Volgens de traditie is dit dezelfde plek waar Abraham bereid was Izak te offeren (Genesis 22).

Vandaag

Op de plek waar de tempel van Salomo stond, bevindt zich vandaag de Haram al-Sharif (Tempelberg), met de Rotskoepel (Qubbat al-Sakhra, voltooid in 691 na Chr.) en de Al-Aqsa-moskee. Van Salomo's tempel is niets meer zichtbaar. Wat resteert zijn de onderbouw van de latere tempel van Herodes, waarvan de westelijke steunmuur bekend staat als de Klaagmuur. Archeologische opgravingen rondom de berg tonen herodiaanse en oudere lagen.

Geschiedenis

Het verlangen om een huis voor de HEERE te bouwen kwam oorspronkelijk van David. Toen hij in zijn paleis van cederhout woonde, vond hij het onverdraaglijk dat de ark van het verbond nog in een tent stond (2 Samuel 7:1-2). Via de profeet Nathan kreeg hij echter te horen dat niet hij, maar zijn zoon het huis mocht bouwen — David was een man van bloedvergieten (1 Kronieken 22:8, 28:3). Wel mocht hij alles voorbereiden: materialen verzamelen, ambachtslieden aannemen en het ontwerp door de Geest ontvangen (1 Kronieken 28:11-19). In het vierde jaar van zijn regering, in de maand Ziv (ongeveer april/mei van het jaar 966 voor Christus), begon Salomo met de bouw, 480 jaar na de uittocht uit Egypte (1 Koningen 6:1). De tempel werd gebouwd op de berg Moria, op de dorsvloer van Ornan, waar David al een altaar had opgericht nadat de pest was gestopt (2 Samuel 24:25, 2 Kronieken 3:1). Salomo sloot een verdrag met Hiram, de koning van Tyrus, die ceders en cypressen van de Libanon leverde in ruil voor tarwe en olie (1 Koningen 5). Voor het houwen en transporteren van de stenen en het bewerken van het hout mobiliseerde Salomo dertigduizend mannen uit Israel, plus zeventigduizend lastdragers en tachtigduizend steenhouwers (1 Koningen 5:13-16). Tyrische ambachtslieden, waaronder de kunstenaar Hiram-Abi, werkten aan het bronswerk (1 Koningen 7:13-14). De tempel had bescheiden afmetingen: zestig el lang, twintig el breed en dertig el hoog (ongeveer 30 x 10 x 15 meter), oftewel tweemaal de afmetingen van de tabernakel. Het gebouw bestond uit een voorhal (ulam), het heilige (hekal) van twintig el lang en het allerheiligste (debir of "het binnenste huis") van twintig el in het kubusvorm, waar de ark zou staan. Binnen bevonden zich de gouden kandelaars (tien stuks), de tafel van de toonbroden, het reukofferaltaar en de twee grote cherubs van olijfhout die over de ark uitstaken (1 Koningen 6-7). Het gebouw was volledig met hout bekleed en met goud overtrokken. Op de voorhof stonden de bronzen zee (een groot waterreservoir rustend op twaalf bronzen runderen), tien kleinere wasvaten, het grote brandofferaltaar en de twee bronzen zuilen Jachin en Boaz voor de ingang (1 Koningen 7:15-51). Alles was gemaakt volgens het door God aan David getoonde patroon. De bouw duurde zeven jaar (1 Koningen 6:38). Bij de inwijding in de zevende maand (tijdens het Loofhuttenfeest) bracht Salomo de ark vanuit de tent van David naar het allerheiligste en hield een lange inwijdingsrede en gebed (1 Koningen 8). De heerlijkheid van de HEERE vervulde het huis in de vorm van een wolk, zodat de priesters niet konden blijven staan om dienst te doen (1 Koningen 8:10-11). Vuur daalde uit de hemel en verteerde de brandoffers (2 Kronieken 7:1-3). Salomo offerde tweeentwintigduizend runderen en honderdtwintigduizend schapen, en het feest duurde veertien dagen. De tempel stond bijna vierhonderd jaar. Koningen brachten er offers, koning Joas herstelde het gebouw (2 Koningen 12), Hizkia verwijderde de afgoden en reinigde het (2 Koningen 18), Manasse plaatste er afschuwelijke beelden in (2 Koningen 21), en Josia voerde een grote reformatie uit na de vondst van het wetboek in de tempel (2 Koningen 22-23). Uiteindelijk, in 586 voor Christus, verwoestte Nebuzaradan, overste van de lijfwacht van Nebukadnessar, de tempel door brand. Al het goud, zilver en brons werd weggevoerd naar Babel, inclusief de bronzen zee en de zuilen Jachin en Boaz (2 Koningen 25:8-17). De ark verdween en is nooit teruggevonden.

Betekenis in de Bijbel

De tempel van Salomo was de vervulling van Gods belofte aan David: "Hij zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen" (2 Samuel 7:13). Tegelijk was het een voorbereiding op een grotere vervulling — de ware Zoon van David, Jezus Christus, die de levende tempel zou zijn. De tempel was allereerst de plaats waar de HEERE Zijn Naam liet wonen. God zei tegen Salomo: "Ik heb dit huis geheiligd dat u gebouwd hebt, door Mijn Naam daar tot in eeuwigheid te vestigen" (1 Koningen 9:3). Dit betekent niet dat God opgesloten was in het gebouw — Salomo zelf beleed: "De hemel, ja, de hemel der hemelen kan U niet bevatten, hoeveel te minder dit huis dat ik gebouwd heb" (1 Koningen 8:27). Maar de tempel was wel de plaats van Zijn bijzondere tegenwoordigheid, waar Hij Zich liet vinden in gebed, offers en aanbidding. De tempel was ook de plaats van verzoening. Jaarlijks op de Grote Verzoendag (Jom Kipoer) ging de hogepriester met het bloed van een bok het allerheiligste binnen om voor de zonden van het volk te verzoenen (Leviticus 16). Dagelijks werden er morgen- en avondoffers gebracht. Al deze offers waren schaduwen van het volmaakte offer van Christus, zoals Hebreeen uitlegt: "Maar Hij is eenmaal in de voleinding van de eeuwen geopenbaard om de zonde teniet te doen door Zichzelf te offeren" (Hebreeen 9:26). Ten derde was de tempel het centrum van lofprijzing en gebed. Salomo bad bij de inwijding dat God uit de hemel zou horen wanneer mensen naar deze plaats baden (1 Koningen 8:28-53). De Psalmen, vele gezongen door de Levieten in de tempel, bezingen de vreugde van de pelgrimstocht naar dit huis. "Hoe lieflijk zijn Uw woningen, HEERE van de legermachten" (Psalm 84:2). Maar het diepst wijst de tempel vooruit naar Christus. Jezus zei van Zijn eigen lichaam: "Breek deze tempel af, en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen" (Johannes 2:19). Hij is de ware tempel, waar God en mens elkaar ontmoeten. En door Zijn Geest worden ook gelovigen gezamenlijk "een heilige tempel in de Heere" (Efeze 2:21). De steen en het goud van Salomo's tempel waren slechts beeld; Christus is de vervulling.

Sleutelgebeurtenissen in Tempel van Salomo

1

Belofte aan David dat zijn zoon een huis zal bouwen

Via de profeet Nathan belooft God aan David dat niet hij, maar zijn zoon een huis voor de Naam van de HEERE zal bouwen en dat diens troon eeuwig zal zijn.

2 Samuel 7:12-13

2

Begin van de bouw in Salomo's vierde regeringsjaar

Vierhonderdtachtig jaar na de uittocht uit Egypte, in de maand Ziv, begint Salomo met de bouw van de tempel op de berg Moria met materialen uit Libanon.

1 Koningen 6:1

3

Voltooiing van de tempel na zeven jaar

In het elfde jaar, in de maand Bul, wordt de tempel geheel afgebouwd volgens al haar voorgeschreven afmetingen en details. Zeven jaar bouwtijd.

1 Koningen 6:38

4

Verplaatsing van de ark naar het allerheiligste

De priesters brengen de ark van het verbond naar de debir, onder de vleugels van de twee grote cherubs. In de ark liggen alleen nog de twee stenen tafelen.

1 Koningen 8:6

5

De heerlijkheid van de HEERE vervult het huis

Een wolk vult de tempel zodat de priesters niet kunnen blijven staan om dienst te doen, want de heerlijkheid van de HEERE vervult het huis van de HEERE.

1 Koningen 8:10-11

6

Salomo's inwijdingsgebed

Salomo knielt voor het altaar met opgeheven handen en bidt een lang gebed waarin hij God vraagt te horen wanneer Zijn volk zich tot deze plaats richt in berouw en nood.

1 Koningen 8:22-53

7

Verwoesting door Nebuzaradan in 586 voor Christus

In het negentiende jaar van Nebukadnessar verbrandt de Babylonische overste het huis van de HEERE. Goud, zilver en bronzen voorwerpen worden naar Babel gevoerd.

2 Koningen 25:8-17

Theologische betekenis

De tempel van Salomo belichaamt de diepste vraag van de Bijbel: hoe kan de heilige God wonen te midden van een zondig volk? Het antwoord dat de tempel gaf, was voorlopig en onvolkomen. De scheiding tussen het heilige en het allerheiligste, tussen priester en leek, tussen Israel en de volken, tussen voorhof en het huis — alles in de tempel herinnerde eraan dat toegang tot God beperkt was. Alleen de hogepriester mocht eenmaal per jaar en alleen met offerbloed het allerheiligste binnengaan. Door al die beperkingen heen wees de tempel echter vooruit naar iets beters. Wanneer Jezus sterft, scheurt het voorhangsel van boven naar beneden (Mattheus 27:51). De weg naar Gods aangezicht gaat open, niet meer door het bloed van dieren, maar door het bloed van Christus (Hebreeen 10:19-22). De tempel had zijn werk gedaan; de werkelijkheid was gekomen. De verwoesting van de tempel in 586 voor Christus en opnieuw in 70 na Christus was geen mislukking van Gods plan, maar onderdeel ervan. Gods werkelijke wens was nooit een gebouw van steen, maar een tempel van levende stenen — een gemeenschap waarin Hij Zelf woont door Zijn Geest (1 Petrus 2:5, Efeze 2:19-22). De tempel van Salomo, hoe luisterrijk ook, was slechts de schaduw van de werkelijkheid die in Christus en in Zijn kerk werd geopenbaard. Voor ons vandaag leert de tempel dat God aanbidding zoekt in geest en waarheid (Johannes 4:23-24), dat offers niet in onze kracht maar in Christus' offer liggen, en dat wij zelf gezamenlijk Gods tempel zijn (1 Korinthe 3:16). De glorie die eens in Salomo's tempel woonde, woont nu in en onder Zijn volk dat door het evangelie tot een nieuw "huis van de HEERE" is geworden.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen je om de rol van Tempel van Salomo in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Tempel van Salomo

Wanneer werd de tempel van Salomo gebouwd?

De bouw begon in het vierde regeringsjaar van Salomo, in de maand Ziv (1 Koningen 6:1). Dit komt overeen met ongeveer 966 voor Christus. De bouw duurde zeven jaar en werd voltooid in de maand Bul (1 Koningen 6:38). De tempel stond bijna vierhonderd jaar, tot de verwoesting door Babel in 586 voor Christus.

Hoe groot was de tempel van Salomo?

Volgens 1 Koningen 6:2 was de tempel zestig el lang, twintig el breed en dertig el hoog — ongeveer 30 x 10 x 15 meter. Dit is tweemaal de afmetingen van de tabernakel. Het was bescheiden in afmetingen vergeleken met sommige heidense tempels, maar buitengewoon rijk versierd met cederhout en goud.

Waarom mocht David de tempel niet bouwen?

God zei tegen David: "U hebt veel bloed vergoten en grote oorlogen gevoerd; u zult voor Mijn Naam geen huis bouwen" (1 Kronieken 22:8). Niet als straf, maar omdat Davids oorlogvoering hem ongeschikt maakte voor deze rol. Zijn zoon Salomo — wiens naam "vrede" betekent — zou als vredeskoning de tempel bouwen in een tijd van rust en welvaart.

Wat stond er in het allerheiligste?

In het allerheiligste (debir) stond alleen de ark van het verbond, met daarin de twee stenen tafelen van de wet. Boven de ark stonden twee grote cherubs van olijfhout, overtrokken met goud, wiens vleugels de hele breedte van de ruimte bedekten (1 Koningen 6:23-28, 8:9). Volgens 1 Koningen 8:9 lagen er ten tijde van Salomo geen andere voorwerpen meer in de ark.

Hoe werd de tempel verwoest?

In 586 voor Christus, tijdens het negentiende regeringsjaar van Nebukadnessar, belegerde en veroverde de Babylonische koning Jeruzalem. Zijn overste Nebuzaradan verbrandde de tempel, brak de muren van de stad af en voerde het goud, zilver en brons — waaronder de bronzen zee en de zuilen Jachin en Boaz — weg naar Babel (2 Koningen 25:8-17). Het was een nationale ramp die eeuwen in het geheugen bleef.

Wat gebeurde er met de ark van het verbond?

Na de verwoesting van de tempel in 586 voor Christus wordt de ark nergens meer genoemd. 2 Makkabeeen 2:4-8 (apocrief) vertelt een legende dat Jeremia haar verborg op de berg Nebo. Anderen denken dat zij naar Babel werd meegevoerd of vernietigd. In de tweede tempel stond het allerheiligste leeg. De Bijbel zelf laat het lot van de ark onbeantwoord.

Wat was de relatie tussen de tempel van Salomo en die van Herodes?

De eerste tempel (Salomo) stond van ca. 966 tot 586 v.Chr. Na de ballingschap werd onder Zerubbabel een veel bescheidener tweede tempel gebouwd (voltooid in 516 v.Chr.). Deze werd vanaf 20 v.Chr. door Herodes de Grote uitgebreid en verfraaid tot een majestueus complex — de tempel die Jezus kende. De Romeinen verwoestten deze in 70 na Chr. Salomo's tempel kende niemand in de tijd van Jezus meer; zij bestond alleen nog in de Schrift en de traditie.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Tempel van Salomo

Leer meer over Tempel van Salomo met AI BijbelAssistent

Wil je dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Tempel van Salomo? Onze AI-assistent helpt je verder.

Verdiep u verder