Ga naar hoofdinhoud
Oude TestamentOergeschiedenis (na de zondvloed)

Nimrod in de Bijbel

Nimrod (נִמְרֹד, Hebreeuws) - “Onzeker; vaak uitgelegd als rebel”

Wie was Nimrod?

Nimrod was een zoon van Cusch en een achterkleinzoon van Noach. Genesis 10:8-10 noemt hem een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN en de eerste met een eigen rijk, dat begon met Babel, Erech, Accad en Calne in het land Sinear. Dat hij de toren van Babel bouwde, is latere traditie.

Nimrod komt in de Bijbel maar op drie plaatsen voor, en alle drie zijn kort. Het belangrijkste stuk staat in Genesis 10:8-12, midden in de volkenlijst die de nakomelingen van Sem, Cham en Jafeth opsomt. Daarnaast noemt 1 Kronieken 1:10 hem in het geslachtsregister, en de profeet Micha spreekt over "het land van Nimrod" (Micha 5:5). Wat Genesis over hem zegt, valt op tussen de lange rijen namen. Bij de anderen staat alleen wie wie gewon; bij Nimrod staat een kort portret. Hij was een zoon van Cusch, en Cusch was een zoon van Cham (Genesis 10:6). Van hem staat: "deze begon geweldig te zijn op de aarde" (Genesis 10:8). Hij was een jager van naam, zo bekend dat het een gezegde werd: "Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN" (Genesis 10:9). Daarna volgt iets dat bij niemand anders in de volkenlijst staat: hij had een rijk. "En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear" (Genesis 10:10). Nimrod is daarmee de eerste in de Bijbel die over een rijk heerst. Het volgende vers vertelt dat Assur uit dat land uitging en Nineve bouwde; hier lopen de vertalingen uiteen, zoals bij de historische context wordt uitgelegd. Veel lezers kennen Nimrod vooral als de bouwer van de toren van Babel. Dat staat niet in de Bijbel. Genesis 11:1-9 vertelt over de stad en de toren in het land Sinear, maar noemt geen naam van een leider. Het verband loopt alleen via Genesis 10:10, waar Babel het begin van zijn rijk heet. Dat Nimrod de drijvende kracht achter de toren was, is uitleg van joodse schrijvers zoals Josephus en latere overlevering, geen woord van de Schrift. Wie meer wil weten over de toren zelf, vindt dat op de pagina over de toren van Babel.

Historische context

Nimrod hoort bij de oergeschiedenis van Genesis 1 tot en met 11. Hij leefde enkele geslachten na de zondvloed, maar een jaartal is niet te geven. De volkenlijst van Genesis 10 is geen chronologisch verslag maar een overzicht van volken en landen. Zo sluit de lijst de zonen van Cham en van Sem af: "naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen" (Genesis 10:20 en 10:31). Het woord gewinnen kan in zulke lijsten ook een verdere afstamming aanduiden. Ook de volgorde van Genesis 10 en 11 is niet strikt: de verstrooiing van Genesis 11 verklaart juist hoe de volken van Genesis 10 over de aarde verdeeld raakten. Nimrods afstamming loopt van Noach via Cham en Cusch (Genesis 10:6-8). Elders in de Bijbel duidt Cusch meestal het gebied ten zuiden van Egypte aan, het latere Ethiopië en Nubië. Omdat Nimrod juist in Mesopotamië heerst, denken sommige uitleggers dat hier een andere, oostelijke Cusch bedoeld is. De tekst zegt dat niet, dus dat blijft een vermoeden. De steden van zijn rijk liggen in het land Sinear, de vlakte tussen Eufraat en Tigris in het zuiden van het huidige Irak. Babel is het latere Babylon. Erech wordt meestal gelijkgesteld met Uruk, een van de oudste steden van Mesopotamië. Accad is waarschijnlijk Akkad, de hoofdstad van het latere Akkadische rijk. Waar Calne lag, is onbekend. Sinear komt later terug als het land van Amrafel (Genesis 14:1) en als het land waarheen Nebukadnezar de tempelvaten bracht (Daniël 1:2). Genesis 10:11 is een vers waarover vertalers verschillen. De Statenvertaling leest: "Uit ditzelve land is Assur uitgegaan, en heeft gebouwd Nineve, en Rehoboth, Ir, en Kalach." Assur is dan de zoon van Sem (Genesis 10:22), de stamvader van de Assyriërs. De Hebreeuwse zin laat ook de lezing toe dat Nimrod zelf naar Assur trok en daar die steden bouwde. Micha, die "het land van Assur" en "het land van Nimrod" in één adem noemt, past bij beide lezingen. Wij volgen hier de Statenvertaling, die Assur als bouwer noemt. Buitenbijbelse bronnen noemen geen Nimrod. Geleerden hebben hem wel vergeleken met Mesopotamische koningen zoals Sargon van Akkad of met de god Ninurta, maar geen van die vergelijkingen is zeker. Een opgraving bij Mosul, de oude Assyrische stad Kalach, draagt in het Arabisch de naam Nimrud. Die naam is veel later aan de ruïnes gegeven en zegt niets over Nimrod zelf.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Krachtig en ondernemend: hij begon geweldig te zijn op de aarde (Genesis 10:8)
  • Vaardig als jager, spreekwoordelijk om zijn bekwaamheid (Genesis 10:9)
  • Een heerser met een rijk, dat begon met Babel, Erech, Accad en Calne (Genesis 10:10)

−Zwakke kanten

  • De Bijbel noemt geen zonde van Nimrod; zijn negatieve beeld komt uit latere uitleg, al vroeg bij Josephus en ook bij reformatorische uitleggers

Theologische betekenis

De Bijbel oordeelt in Genesis 10 niet met zoveel woorden over Nimrod. Er staat geen zonde bij zijn naam en geen lof. Wel staat er een opvallende uitdrukking: hij was een geweldig jager "voor het aangezicht des HEEREN" (Genesis 10:9). Uitleggers lezen die woorden op twee manieren. Sommigen zien er een overtreffende trap in: een jager zo groot dat zelfs God het zag, of eenvoudig een jager zonder weerga. Anderen lezen het als tegenover de HEERE, in opstand tegen Hem. Reformatorische uitleggers, onder wie Calvijn, lazen het meestal in die laatste zin: een geweldenaar die zonder ontzag voor God heerste. Beide lezingen kunnen zich op het Hebreeuws beroepen. Wat in ieder geval vaststaat: niets van wat Nimrod deed, gebeurde buiten het oog van God. Het woord geweldig verbindt Nimrod met Genesis 6:4, waar de geweldigen van voor de zondvloed staan: "deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name." Na de vloed begint het opnieuw. De mensheid krijgt een nieuw begin, maar het streven naar macht en naam komt snel terug. Daar ligt ook het verband met Babel. Genesis 10:10 noemt Babel het begin van Nimrods rijk, en Genesis 11 vertelt hoe mensen in het land Sinear zeiden: "laat ons een naam voor ons maken" (Genesis 11:4). God verwarde hun spraak en verstrooide hen. Direct daarna roept God Abram, die met zijn vader uit Ur der Chaldeeën was getrokken (Genesis 11:31), uit diezelfde Mesopotamische wereld, en belooft: "Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken" (Genesis 12:2). Wat Babel zelf wilde grijpen, geeft God aan wie Hij roept. Veel uitleggers zien die tegenstelling als de bedoeling van de opbouw van Genesis, ook als de tekst Nimrod in Genesis 11 niet noemt. Babel, het begin van Nimrods rijk, en Assur, dat volgens de Statenvertaling uit hetzelfde land Sinear uitging (Genesis 10:11), worden later de grote vijanden van Israël en Juda. Nebukadnezar zei: "Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb" (Daniël 4:30), en werd vernederd. Micha belooft dat de Heerser uit Bethlehem zijn volk zal redden van Assur, en dat "het land van Nimrod" met het zwaard afgeweid zal worden (Micha 5:5). In het Nieuwe Testament klinkt dezelfde lijn: God heeft "machtigen van de tronen afgetrokken" (Lukas 1:52), en Openbaring 18 bezingt de val van het grote Babylon. Op de Pinksterdag hoort ieder de apostelen in zijn eigen taal spreken (Handelingen 2:6); veel uitleggers zien dat als een tegenhanger van de spraakverwarring in Babel. Menselijke rijken komen en gaan; het rijk van God blijft.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Nimrod (נִמְרֹד, Hebreeuws)

Betekenis

Onzeker; vaak uitgelegd als rebel

Sleutelmomenten

1

Uit het geslacht van Cham

Na de zondvloed worden de zonen van Noach opgesomd. Cham krijgt onder anderen Cusch, en uit Cusch komt Nimrod voort. Zo staat Nimrod in de lijn Noach, Cham, Cusch.

Genesis 10:6

2

Hij begon geweldig te zijn

Van Nimrod staat dat hij begon geweldig te zijn op de aarde. Hij is de eerste na de zondvloed die zo wordt getekend: een man van kracht en gezag.

Genesis 10:8

3

Een spreekwoordelijke jager

Zijn naam als jager was zo groot dat er een gezegde van kwam: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN. Wat de uitdrukking precies betekent, wordt verschillend uitgelegd.

Genesis 10:9

4

Het beginsel van zijn rijk

Nimrods rijk begint met vier steden in het land Sinear: Babel, Erech, Accad en Calne. Hij is daarmee de eerste in de Bijbel van wie een rijk wordt vermeld.

Genesis 10:10

5

Nineve en de steden van Assur

Uit het land Sinear gaat Assur uit en bouwt Nineve, Rehoboth, Ir, Kalach en Resen. Zo leest de Statenvertaling; andere vertalingen maken Nimrod hier tot onderwerp.

Genesis 10:11-12

6

Opnieuw in het geslachtsregister

Het geslachtsregister van Kronieken, dat van Adam tot na de ballingschap loopt, herhaalt de korte notitie: Cusch gewon Nimrod, die begon geweldig te zijn op aarde.

1 Kronieken 1:10

7

Het land van Nimrod bij Micha

Eeuwen later belooft Micha een Heerser uit Bethlehem die Israël zal redden van Assur. De vijand heet daar het land van Assur en het land van Nimrod.

Micha 5:5

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Nimrod beter te begrijpen.

Genesis 10:8

“En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.”

De eerste vermelding van Nimrod. Het woord geweldig duidt op kracht en gezag, hetzelfde woord als bij de geweldigen van Genesis 6:4.

Genesis 10:9

“Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.”

Zijn jachtroem werd een spreekwoord. Of voor het aangezicht des HEEREN lof of afkeuring uitdrukt, wordt verschillend uitgelegd.

Genesis 10:10

“En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear.”

Het eerste rijk in de Bijbel. Babel is het latere Babylon; Erech en Accad zijn waarschijnlijk Uruk en Akkad.

Genesis 10:11

“Uit ditzelve land is Assur uitgegaan, en heeft gebouwd Nineve, en Rehoboth, Ir, en Kalach.”

In de Statenvertaling bouwt Assur, de zoon van Sem, deze steden. Andere vertalingen lezen dat Nimrod naar Assur trok; de grondtekst laat beide lezingen toe.

Genesis 11:9

“Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de HEERE de spraak der ganse aarde, en van daar verstrooide hen de HEERE over de ganse aarde.”

Babel, het begin van Nimrods rijk, is ook de stad van de spraakverwarring. Nimrod wordt in Genesis 11 niet genoemd; het verband loopt via Genesis 10:10.

1 Kronieken 1:10

“Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde.”

Het geslachtsregister van Kronieken neemt de notitie uit Genesis bijna letterlijk over, zonder het verhaal over de jacht en het rijk.

Micha 5:5

“Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in deszelfs ingangen. Alzo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelve in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden.”

De enige vermelding van Nimrod buiten Genesis en Kronieken. Zijn naam is hier een aanduiding geworden voor het land van de vijand.

Tijdperiode

Oergeschiedenis (na de zondvloed)

Nimrod leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Nimrod laat zien hoe snel mensen na een nieuw begin weer naar macht en naam grijpen. De zondvloed lag nog maar enkele geslachten achter hen, en al begon er iemand geweldig te zijn op de aarde. Dat is geen ver verhaal. Ook wij zijn geneigd onze waarde te zoeken in wat wij presteren, opbouwen en bezitten. Tegelijk veroordeelt de Bijbel kracht en bekwaamheid niet. Nimrod was een vaardig jager en de eerste met een rijk, en de tekst zegt dat zonder afkeuring. Talenten zijn gaven. De vraag is niet of wij ze hebben, maar voor wie wij ze gebruiken. De woorden "voor het aangezicht des HEEREN" herinneren eraan dat alles wat wij doen, voor Gods aangezicht gebeurt, of wij daaraan denken of niet. Het verschil tussen Babel en Abram is daarbij leerzaam. In Babel wilden mensen zelf een naam maken; aan Abram belooft God dat Hij zijn naam groot zal maken (Genesis 12:2). Een naam die wij zelf bouwen, valt uiteen; een naam die God geeft, blijft. Jakobus zegt het zo: "God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade" (Jakobus 4:6). Ten slotte leert Nimrod ons voorzichtig om te gaan met wat er buiten de Bijbel over iemand verteld wordt. Over hem bestaan veel verhalen, van de toren tot de vurige oven van Abraham. Wie de Schrift wil kennen, onderscheidt wat er staat van wat er later bij verteld is.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Nimrod

Wie was Nimrod in de Bijbel?
Nimrod was een zoon van Cusch en een achterkleinzoon van Noach, uit de lijn van Cham. Genesis 10:8-10 zegt dat hij begon geweldig te zijn op de aarde en noemt hem een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN en de eerste met een eigen rijk. Dat rijk begon met Babel, Erech, Accad en Calne in het land Sinear, in het huidige Irak.
Wat betekent de naam Nimrod?
De betekenis van de naam Nimrod is onzeker. In het Hebreeuws lijkt de naam op een vorm van het werkwoord marad, in opstand komen, en daarom legt de joodse traditie hem vaak uit als rebel, of als een uitroep: laten wij in opstand komen. Veel geleerden denken dat het oorspronkelijk een niet-Hebreeuwse naam is, misschien verwant aan de Mesopotamische god Ninurta. Geen van die verklaringen is zeker.
Waar staat Nimrod in de Bijbel?
Nimrod komt op drie plaatsen voor. Het belangrijkste stuk is Genesis 10:8-12, in de volkenlijst na de zondvloed. Daarnaast noemt 1 Kronieken 1:10 hem in het geslachtsregister, en Micha 5:5 spreekt over het land van Nimrod naast het land van Assur. In Genesis 11, het verhaal van de toren van Babel, wordt hij niet bij naam genoemd.
Wat betekent "een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN"?
Deze woorden uit Genesis 10:9 worden op twee manieren uitgelegd. Sommige uitleggers zien er een overtreffende trap in: Nimrod was een jager van uitzonderlijke kracht, zo groot dat zelfs God het zag. Anderen lezen voor het aangezicht als tegen of in weerwil van de HEERE, en zien in Nimrod een man die zich tegen God verhief. Het Hebreeuws laat beide toe. Zeker is dat zijn jachtroem een spreekwoord werd.
Heeft Nimrod de toren van Babel gebouwd?
Dat zegt de Bijbel niet. Genesis 11:1-9 vertelt hoe mensen in het land Sinear een stad en een toren bouwden, maar noemt geen leider. Het verband met Nimrod loopt alleen via Genesis 10:10, waar Babel het begin van zijn rijk heet. De joodse geschiedschrijver Josephus en latere joodse en christelijke schrijvers maakten Nimrod tot de aanstichter van de torenbouw. Dat is uitleg en traditie, geen woord van de Schrift.
Welke steden behoorden tot het rijk van Nimrod?
Volgens Genesis 10:10 begon het rijk van Nimrod met Babel, Erech, Accad en Calne in het land Sinear. Babel is het latere Babylon. Erech wordt meestal gelijkgesteld met Uruk en Accad met Akkad, beide oude steden in het zuiden van Mesopotamië. Waar Calne lag, is onbekend. Sinear is de vlakte tussen Eufraat en Tigris.
Heeft Nimrod Nineve gebouwd?
Volgens de Statenvertaling niet. Daar staat in Genesis 10:11: "Uit ditzelve land is Assur uitgegaan, en heeft gebouwd Nineve, en Rehoboth, Ir, en Kalach." Assur is dan de zoon van Sem. Andere vertalingen lezen dezelfde Hebreeuwse zin zo dat Nimrod zelf naar Assur trok en de steden bouwde. De grondtekst laat beide lezingen toe. De ruïnes van Kalach dragen nu de Arabische naam Nimrud, maar die naam is veel later gegeven.
Van wie stamde Nimrod af?
Nimrod stamde af van Noach via diens zoon Cham. Cham had onder anderen een zoon Cusch, en Cusch gewon Nimrod (Genesis 10:6-8). Volgens de gewone lezing was Nimrod dus een achterkleinzoon van Noach. Cusch duidt elders in de Bijbel meestal het land ten zuiden van Egypte aan; sommige uitleggers denken dat hier een oostelijke Cusch bedoeld is, maar dat blijft een vermoeden.
Was Nimrod een reus?
De Bijbel noemt Nimrod geen reus maar een geweldige. Het Hebreeuwse woord dat de Statenvertaling met geweldig weergeeft, staat ook in Genesis 6:4 bij de geweldigen van voor de zondvloed. De oude Griekse vertaling, de Septuagint, gebruikt daar en bij Nimrod het woord voor reus. Daardoor ontstond het beeld van Nimrod als reus. De tekst zelf spreekt over kracht en gezag, niet over lichaamslengte.
Waarom noemt men een jager een nimrod?
In het Nederlands is een nimrod een hartstochtelijke jager. De uitdrukking komt rechtstreeks uit Genesis 10:9, waar Nimrod al in bijbelse tijd spreekwoordelijk was: "Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN." Zo is een bijbelse naam een gewoon woord geworden, net als een judas of een goliath.
Wat zegt de traditie over Nimrod?
Buiten de Bijbel werd Nimrod een beeld van de opstandige heerser. Josephus beschrijft hem als de tiran die de mensen tegen God opzette en de toren liet bouwen. Een joodse legende vertelt dat hij Abraham in een vurige oven liet werpen. In de negentiende eeuw verbond Alexander Hislop hem met Semiramis en heidense eredienst. Geen van die verhalen staat in de Bijbel; ze horen bij de traditie en de speculatie.
Wat kunnen wij leren van Nimrod?
Nimrod laat zien hoe snel mensen na een nieuw begin macht en naam zoeken. De Bijbel veroordeelt zijn kracht niet, maar zet hem voor het aangezicht des HEEREN: alles wat wij doen, gebeurt onder Gods oog. Het contrast tussen Babel, waar mensen zelf een naam wilden maken, en Abram, aan wie God een grote naam belooft (Genesis 12:2), leert ons dat een naam die God geeft blijft.

Stel een vraag over Nimrod

Wilt u meer weten over Nimrod? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Nimrod

Bijbelverhalen rond Nimrod

Verdiep u verder