Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~597 v.Chr.

Jojachin in de Bijbel

Jehojachin (יְהוֹיָכִין, Hebreeuws) of Jechonias (Grieks) - “Waarschijnlijk: de HEERE bevestigt”

Wie was Jojachin?

Jojachin was de zoon van Jojakim en regeerde drie maanden als koning van Juda. In 597 voor Christus gaf hij zich over aan Nebukadnezar en werd hij naar Babel weggevoerd. Na zevenendertig jaar liet Evilmerodach hem vrij en at hij levenslang aan diens tafel (2 Koningen 25:27-30).

Jojachin is de koning van Juda met wie de grote wegvoering naar Babel begon. Zijn korte regering staat in 2 Koningen 24:6-17 en 2 Kronieken 36:8-10; zijn vrijlating sluit het boek 2 Koningen af (2 Koningen 25:27-30) en wordt in Jeremia 52:31-34 herhaald. Jeremia spreekt over hem in Jeremia 22:24-30, 24:1, 27:20, 28:4 en 29:2, Ezechiël rekent naar zijn ballingschap (Ezechiël 1:2) en Mattheüs noemt hem in het geslachtsregister van Jezus (Mattheüs 1:12). De Statenvertaling gebruikt verschillende vormen van zijn naam. In de geschiedboeken en bij Ezechiël heet hij Jojachin. In 1 Kronieken 3:16, Jeremia 24:1 en Esther 2:6 heet hij Jechonia, in Jeremia 22:24 en 22:28 Chonia en in Jeremia 37:1 Chonja. In Mattheüs 1:12 staat de Griekse vorm Jechonias. Mattheüs 1:11 noemt Jechonias een zoon van Josia; de kanttekeningen verstaan daar zijn vader Jojakim, die dan ook Jechonias heet, en in vers 12 Jojachin zelf. De lijn van zijn verhaal is kort. Hij volgde zijn vader op, terwijl Babel al tegen Jeruzalem optrok. Na drie maanden ging hij met zijn moeder, zijn dienaren en zijn vorsten naar Nebukadnezar uit. De koning, de tempelschatten en de bovenlaag van het volk werden naar Babel gevoerd. Daar bleef Jojachin zevenendertig jaar gevangen, tot de nieuwe koning Evilmerodach "het hoofd van Jojachin, den koning van Juda, uit het gevangenhuis, verhief" (2 Koningen 25:27). Niet te verwarren met zijn vader Jojakim, die elf jaar regeerde en de rol met de woorden van Jeremia in het vuur liet werpen (Jeremia 36:23), en ook niet met zijn oom Zedekia, de laatste koning van Juda (2 Koningen 24:17; 2 Kronieken 36:10 noemt Zedekia zijn broeder, wat veel uitleggers als bloedverwant verstaan). De namen Jojakim en Jojachin lijken op elkaar, maar het zijn vader en zoon.

Historische context

Jojachin werd koning in 597 voor Christus, aan het begin van de zesde eeuw, in een tijd waarin Babel Egypte als grootmacht had verdrongen: "de koning van Babel had, van de rivier van Egypte af tot aan de rivier Frath, ingenomen al wat van den koning van Egypte was" (2 Koningen 24:7). Zijn vader Jojakim was drie jaar een vazal van Nebukadnezar geweest en daarna in opstand gekomen (2 Koningen 24:1). Toen Jojakim stierf en Jojachin hem opvolgde, trok het Babylonische leger tegen Jeruzalem op. Over zijn leeftijd verschillen de teksten: 2 Koningen 24:8 zegt achttien jaar, 2 Kronieken 36:9 "Acht jaren". De kanttekeningen verklaren dat acht slaat op de tijd waarin hij met en onder zijn vader regeerde, en achttien op de tijd waarin hij alleen regeerde. Zijn moeder heette Nehusta, de dochter van Elnathan, uit Jeruzalem (2 Koningen 24:8). Zij wordt steeds naast hem genoemd, ook bij de wegvoering (2 Koningen 24:15; Jeremia 29:2). Veel uitleggers denken daarom dat het woord van Jeremia "Zeg tot den koning en tot de koningin" (Jeremia 13:18) over Jojachin en zijn moeder gaat. De overgave viel volgens 2 Koningen 24:12 "in het achtste jaar" van Nebukadnezar; Jeremia 52:28 noemt een wegvoering in het zevende jaar. Het verschil wordt meestal verklaard uit een andere manier van tellen. De Babylonische kroniek, een kleitablet in spijkerschrift, vermeldt dat Nebukadnezar in zijn zevende jaar de stad van Juda innam en de koning gevangennam; omgerekend is dat het voorjaar van 597 voor Christus. Ook de getallen van de ballingen lopen uiteen (2 Koningen 24:14 en 16; Jeremia 52:28), waarschijnlijk omdat verschillende groepen geteld zijn. In Babel bleef Jojachin een koning zonder land. Bij opgravingen in Babel zijn kleitabletten gevonden met lijsten van olierantsoenen voor gevangenen en buitenlanders aan het hof; Ernst Weidner publiceerde ze in 1939. Daarop staat Jojachin als koning van Juda, samen met zijn zonen. Die rantsoenen gaan vooraf aan zijn vrijlating. In het zevenendertigste jaar van zijn ballingschap, rond 561 voor Christus, werd Evilmerodach koning. 2 Koningen 25:27 noemt de zevenentwintigste dag van de twaalfde maand, Jeremia 52:31 de vijfentwintigste. Vanaf dat moment kreeg Jojachin "een gedurige tering" van de koning, "al de dagen zijns levens" (2 Koningen 25:30). Hoe lang hij daarna nog leefde, zegt de Bijbel niet.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Ging zelf naar de koning van Babel uit, met zijn moeder en zijn hof, toen de stad belegerd werd; volgens de kanttekeningen mogelijk op raad van Jeremia, om tempel en volk te sparen (2 Koningen 24:12)

−Zwakke kanten

  • Deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar alles wat zijn vader gedaan had (2 Koningen 24:9)

Theologische betekenis

De Bijbel oordeelt kort over Jojachin: "hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader gedaan had" (2 Koningen 24:9). Zijn wegvoering hoort bij het oordeel dat de profeten lang hadden aangekondigd. Het woord van Jeremia is scherp: "ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken" (Jeremia 22:24). Een zegelring was het teken van gezag; zelfs de koning uit het huis van David kon God niet aan Zich binden. Daarna volgt Jeremia 22:30: "Schrijft dezen zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids". Jojachin had wel kinderen (1 Kronieken 3:17). Het woord ziet daarom op de troon: geen van zijn nakomelingen zou nog als koning in Juda regeren, en dat is ook niet gebeurd. Zerubbabel, volgens Mattheüs 1:12 en Haggaï 1:1 zijn kleinzoon via Sealthiel (1 Kronieken 3:19 noemt Pedaja als zijn vader), stond na de ballingschap aan het hoofd van Juda, maar werd geen koning. Toch staat Jechonias in het geslachtsregister van Jezus (Mattheüs 1:12). Uitleggers geven daarvoor verschillende verklaringen. Veel gereformeerde uitleggers wijzen erop dat Mattheüs de wettelijke lijn via Jozef geeft, terwijl Jezus niet uit Jozef geboren is (Mattheüs 1:16), en dat Lukas een andere lijn geeft, via Nathan, de zoon van David (Lukas 3:31). Ook Lukas noemt een Salathiel en een Zorobabel (Lukas 3:27), maar als zoon van Neri; of het om dezelfde personen gaat, is onder uitleggers verschillend beantwoord. Anderen wijzen op Haggaï 2:24, waar God over Zerubbabel zegt: "Ik zal u stellen, als een zegelring". Daar lijkt het beeld van Jeremia 22:24 te worden omgekeerd; de kanttekeningen zien in dit vers Christus, Die naar het vlees uit Zerubbabel zou voortkomen. Beide gedachten sluiten elkaar niet uit; de Schrift zelf legt het verband niet uitdrukkelijk. Opvallend is ook het slot van 2 Koningen. Het boek eindigt niet bij de brand van de tempel, maar bij een koning uit het huis van David die uit de gevangenis wordt gehaald en aan de tafel van de koning van Babel eet. De tekst trekt geen conclusie, maar veel uitleggers lezen hierin een eerste teken dat God Zijn belofte aan David niet had ingetrokken (2 Samuël 7:16). Jeremia sprak in dezelfde tijd van een rechtvaardige Spruit van David, Die wel "voorspoedig" zal zijn (Jeremia 23:5): in de Statenvertaling hetzelfde woord dat bij Jojachin ontbrak.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Jehojachin (יְהוֹיָכִין, Hebreeuws) of Jechonias (Grieks)

Betekenis

Waarschijnlijk: de HEERE bevestigt

Sleutelmomenten

1

Koning na Jojakim

Na de dood van zijn vader wordt Jojachin op achttienjarige leeftijd koning in Jeruzalem. Hij regeert drie maanden en doet wat kwaad is in de ogen des HEEREN, net als zijn vader.

2 Koningen 24:8-9

2

Het woord over de zegelring

Jeremia spreekt over Chonia, de zoon van Jojakim: al was hij een zegelring aan Gods rechterhand, toch zal God hem wegrukken en met zijn moeder in een vreemd land werpen. Hij moet als kinderloos worden ingeschreven, omdat niemand van zijn zaad voorspoedig op de troon van David zal zitten.

Jeremia 22:24-30

3

Overgave aan Nebukadnezar

De knechten van Nebukadnezar belegeren Jeruzalem en de koning van Babel komt zelf naar de stad. Jojachin gaat met zijn moeder, zijn knechten, zijn vorsten en zijn hovelingen naar hem uit en wordt gevangengenomen.

2 Koningen 24:10-12

4

Weggevoerd naar Babel

Nebukadnezar neemt de schatten van de tempel en het paleis mee en voert de vorsten, de krijgslieden en de timmerlieden en smeden weg. Alleen het arme volk blijft achter. De koning gaat met zijn moeder en zijn vrouwen in ballingschap.

2 Koningen 24:13-16

5

De twee vijgenkorven

Na de wegvoering van Jechonia ziet Jeremia twee korven vijgen voor de tempel. God noemt de weggevoerden de goede vijgen: Hij zal Zijn oog op hen stellen ten goede en hen terugbrengen.

Jeremia 24:1-7

6

Jaartelling van de ballingen

Ezechiël, die met deze groep was weggevoerd, dateert zijn roeping in het vijfde jaar van de wegvoering van koning Jojachin. Onder de ballingen blijft Jojachin het ijkpunt van de tijd.

Ezechiël 1:1-3

7

Vrijlating door Evilmerodach

In het zevenendertigste jaar van zijn ballingschap haalt Evilmerodach hem uit het gevangenhuis. Hij spreekt vriendelijk met hem, stelt zijn stoel boven die van de andere koningen en laat hem levenslang aan zijn tafel eten.

2 Koningen 25:27-30

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jojachin beter te begrijpen.

2 Koningen 24:8

“Jojachin was achttien jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Nehusta, een dochter van Elnathan, van Jeruzalem.”

De korte inleiding op zijn regering, met zijn leeftijd en de naam van zijn moeder, die steeds naast hem genoemd wordt.

2 Koningen 24:12

“Toen ging Jojachin, de koning van Juda, uit tot den koning van Babel, hij, en zijn moeder, en zijn knechten, en zijn vorsten, en zijn hovelingen; en de koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar zijner regering.”

De overgave tijdens het beleg. Hiermee begint de wegvoering waarnaar de ballingen later hun jaren tellen.

Jeremia 22:24

“Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken.”

Jeremia noemt hem Chonia. Zelfs een koning die zo dicht bij God stond als een zegelring, ontkomt niet aan het oordeel.

Jeremia 22:30

“Zo zegt de HEERE: Schrijft dezen zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids, en heersende meer in Juda.”

Het woord over zijn nakomelingen. Het gaat niet over kinderen, maar over koningschap: niemand van hen zou nog in Juda regeren.

Jeremia 24:5

“Zo zegt de HEERE, de God Israels: Gelijk die goede vijgen, alzo zal Ik kennen de gevankelijk weggevoerden van Juda, die Ik uit deze plaats naar het land der Chaldeen heb weggeschikt, ten goede.”

Na de wegvoering van Jechonia noemt God juist de ballingen de goede vijgen. De toekomst ligt bij hen, niet bij wie in Jeruzalem achterbleef.

Ezechiël 1:2

“Op den vijfden derzelve maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van den koning Jojachin),”

Ezechiël dateert zijn profetieën naar de ballingschap van Jojachin, niet naar de regering van Zedekia.

2 Koningen 25:27

“Het geschiedde daarna in het zeven en dertigste jaar der wegvoering van Jojachin, den koning van Juda, in de twaalfde maand, op den zeven en twintigsten der maand, dat Evilmerodach, de koning van Babel, in het jaar, als hij koning werd, het hoofd van Jojachin, den koning van Juda, uit het gevangenhuis, verhief.”

De vrijlating na zevenendertig jaar. Het boek der Koningen eindigt met dit teken van genade voor het huis van David.

2 Koningen 25:29

“En hij veranderde de klederen zijner gevangenis, en hij at geduriglijk brood voor zijn aangezicht, al de dagen zijns levens.”

De gevangenkleren worden afgelegd en Jojachin eet voortaan aan de tafel van de koning.

Mattheüs 1:12

“En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;”

In het geslachtsregister van Jezus loopt de lijn van David via Jechonias door de ballingschap heen.

Tijdperiode

~597 v.Chr.

Jojachin leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Jojachin leert ons dat Gods oordeel ernstig gemeend is. Het huis van David had grote beloften, maar dat gaf geen vrijbrief om kwaad te doen. Ook als zegelring aan Gods hand kon Chonia worden weggerukt (Jeremia 22:24). Wij kunnen ons evenmin beroepen op afkomst, kerk of traditie als ons leven tegen Gods woord ingaat. Tegelijk laat zijn geschiedenis zien dat God doorwerkt waar alles voorbij lijkt. Juist de weggevoerden noemde Hij de goede vijgen, met de belofte: "Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen" (Jeremia 24:7). Wat voor mensen een einde was, werd bij God een nieuw begin. Zijn vrijlating na zevenendertig jaar spreekt van geduld. Jojachin zat een groot deel van zijn leven gevangen, en de Bijbel zegt niets over wat er in hem omging. Toch eindigt 2 Koningen met een tafel en nieuwe kleren. De psalmdichter zegt: "de HEERE maakt de gevangenen los" (Psalm 146:7). Wie lang moet wachten, mag weten dat God Zijn tijd heeft. Dat geldt ook voor mensen die vastzitten of vergeten lijken: bij God zijn zij niet uit het zicht, en de Heere Jezus noemt het bezoeken van gevangenen iets wat aan Hemzelf gedaan is (Mattheüs 25:36). Ten slotte wijst Jojachin vooruit. De lijn van David liep door de ballingschap heen, via Jechonias en Zerubbabel naar Christus (Mattheüs 1:12-16). Wat voor ons oog afgebroken lijkt, gebruikt God om Zijn belofte te vervullen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Jojachin

Wie was Jojachin in de Bijbel?
Jojachin was een koning van Juda, de zoon van Jojakim en een kleinzoon van Josia. Hij werd op achttienjarige leeftijd koning en regeerde drie maanden (2 Koningen 24:8). Toen Nebukadnezar Jeruzalem belegerde, gaf hij zich over en werd hij in 597 voor Christus met zijn moeder, zijn hof en duizenden anderen naar Babel gevoerd. Na zevenendertig jaar gevangenschap haalde koning Evilmerodach hem uit de gevangenis en liet hem levenslang aan zijn tafel eten (2 Koningen 25:27-30). Via hem loopt de lijn van David in Mattheüs 1.
Wat betekent de naam Jojachin?
De Hebreeuwse naam Jehojachin wordt meestal uitgelegd als: de HEERE bevestigt, of: de HEERE richt op. Hij bestaat uit een verkorte vorm van de Godsnaam en een werkwoord dat vaststellen of bevestigen betekent. De vormen Jechonia en Chonia zijn varianten van dezelfde naam, met de delen in een andere volgorde of verkort.
Waar staat Jojachin in de Bijbel?
Zijn regering staat in 2 Koningen 24:6-17 en 2 Kronieken 36:8-10. Zijn vrijlating staat aan het einde van 2 Koningen (2 Koningen 25:27-30) en opnieuw in Jeremia 52:31-34. Jeremia spreekt over hem in Jeremia 22:24-30, 24:1, 27:20, 28:4 en 29:2. Verder noemen 1 Kronieken 3:16-17 zijn nakomelingen, Esther 2:6 de wegvoering met Jechonia, Ezechiël 1:2 de jaartelling naar zijn ballingschap en Mattheüs 1:12 het geslachtsregister van Jezus.
Zijn Jojachin, Jechonia en Chonia dezelfde persoon?
Ja. De Statenvertaling gebruikt meerdere vormen van zijn naam. In 2 Koningen, 2 Kronieken, Jeremia 52 en Ezechiël 1:2 heet hij Jojachin. In 1 Kronieken 3:16, Jeremia 24:1, 27:20, 28:4, 29:2 en Esther 2:6 heet hij Jechonia. Jeremia 22:24 en 22:28 noemen hem Chonia, Jeremia 37:1 Chonja. In Mattheüs 1:12 staat de Griekse vorm Jechonias. Dat dezelfde koning bedoeld is, blijkt meestal uit de toevoeging zoon van Jojakim (Jeremia 22:24; 24:1; 27:20; 28:4; 37:1). In Mattheüs 1:11 verstaan de kanttekeningen onder Jechonias zijn vader Jojakim.
Wie was Nehusta, de moeder van Jojachin?
Nehusta was de moeder van Jojachin, een dochter van Elnathan, uit Jeruzalem (2 Koningen 24:8). Zij wordt steeds naast haar zoon genoemd: zij ging met hem naar de koning van Babel uit (2 Koningen 24:12) en werd met hem weggevoerd (2 Koningen 24:15). Jeremia 29:2 noemt bij die wegvoering naast koning Jechonia ook "de koningin". Veel uitleggers denken daarom dat het woord "Zeg tot den koning en tot de koningin" (Jeremia 13:18) over Jojachin en zijn moeder gaat. Of haar vader dezelfde is als Elnathan, de zoon van Achbor, zegt de tekst niet.
Hoe oud was Jojachin toen hij koning werd?
Volgens 2 Koningen 24:8 was Jojachin achttien jaar oud; in 2 Kronieken 36:9 staat "Acht jaren". De kanttekeningen bij de Statenvertaling houden beide teksten voor juist: acht slaat op de tijd waarin hij met en onder zijn vader in de regering was, achttien op de tijd waarin hij alleen en met volle macht regeerde. Dat hij bij de wegvoering al vrouwen had (2 Koningen 24:15), past bij achttien als leeftijd bij zijn eigen regering. Anderen denken bij acht aan een vroege fout bij het overschrijven. Over de duur van zijn regering zijn beide boeken het eens: drie maanden, volgens 2 Kronieken met tien dagen erbij.
Wat betekent de vloek over Jojachin in Jeremia 22:30?
Jeremia zegt: "Schrijft dezen zelfden man kinderloos" (Jeremia 22:30). Toch had Jojachin zonen (1 Kronieken 3:17). Het vervolg van het vers legt uit wat bedoeld is: er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids. Het gaat dus om koningschap. Dat is uitgekomen: na hem regeerde alleen nog zijn oom Zedekia, en geen van zijn nakomelingen werd koning in Juda. Zerubbabel, een nakomeling van hem (Mattheüs 1:12), leidde na de ballingschap Juda onder Perzisch gezag, maar werd geen koning.
Hoe kan Jechonias in het geslachtsregister van Jezus staan?
Mattheüs noemt Jechonias en zijn zoon Salathiel in het geslachtsregister van Jezus (Mattheüs 1:12). Uitleggers verklaren dat verschillend. Veel gereformeerde uitleggers wijzen erop dat Mattheüs de wettelijke lijn via Jozef geeft, terwijl Jezus niet uit Jozef geboren is (Mattheüs 1:16), en dat Lukas een lijn via Nathan geeft (Lukas 3:31), met een Salathiel en Zorobabel als nakomelingen van Neri (Lukas 3:27). Anderen wijzen op Haggaï 2:24, waar God Zerubbabel een zegelring noemt en zo het oordeel van Jeremia 22:24 lijkt om te keren. De Bijbel legt het verband zelf niet uitdrukkelijk.
Wat gebeurde er met Jojachin in Babel?
Jojachin zat zevenendertig jaar gevangen in Babel. In het jaar dat Evilmerodach koning werd, rond 561 voor Christus, haalde die hem uit het gevangenhuis. Hij "sprak vriendelijk met hem, en stelde zijn stoel boven den stoel der koningen, die bij hem te Babel waren" (2 Koningen 25:28). Jojachin legde zijn gevangeniskleren af, at voortaan aan de tafel van de koning en kreeg dagelijks onderhoud, al de dagen van zijn leven (2 Koningen 25:29-30). Wanneer hij stierf, zegt de Bijbel niet.
Waarom rekent Ezechiël naar de ballingschap van Jojachin?
Ezechiël was met Jojachin naar Babel weggevoerd en dateert zijn roeping in "het vijfde jaar van de wegvoering van den koning Jojachin" (Ezechiël 1:2), rond 593 voor Christus. Ook later rekent hij naar die wegvoering. Veel uitleggers leiden daaruit af dat de ballingen Jojachin als hun koning bleven zien, ook al regeerde Zedekia in Jeruzalem. Dat paste bij het woord van Jeremia 24, waarin God juist de weggevoerden de goede vijgen noemt.
Is Jojachin ook buiten de Bijbel bekend?
Ja. De Babylonische kroniek, een kleitablet in spijkerschrift, vermeldt dat Nebukadnezar in zijn zevende jaar de stad van Juda innam en de koning gevangennam, zonder zijn naam te noemen. Bij opgravingen in Babel zijn bovendien kleitabletten gevonden met lijsten van olierantsoenen voor gevangenen aan het hof, door Ernst Weidner in 1939 gepubliceerd. Daarop wordt Jojachin, de koning van Juda, met zijn zonen genoemd. Die vondsten bevestigen dat hij als koning in ballingschap aan het hof van Babel leefde.
Wat kunnen wij leren van Jojachin?
Jojachin leert ons dat God Zijn oordeel ernstig meent: ook een koning uit het huis van David werd als een zegelring van Gods hand gerukt (Jeremia 22:24). Tegelijk laat zijn vrijlating na zevenendertig jaar zien dat God Zijn beloften niet vergeet, ook niet in een lange ballingschap (2 Koningen 25:27-30). De lijn van David liep via hem door naar Christus (Mattheüs 1:12). Wat voor mensen afgebroken lijkt, kan God gebruiken om Zijn werk voort te zetten.

Stel een vraag over Jojachin

Wilt u meer weten over Jojachin? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Jojachin

Verdiep u verder