Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~1e eeuw n.Chr.

Jakobus, broer van Jezus in de Bijbel

Iakobos (Grieks), van het Hebreeuwse Jakob - “Hielgrijper, naar de aartsvader Jakob”

Wie was Jakobus, broer van Jezus?

Jakobus was een van de broers van Jezus, genoemd in Markus 6:3. Eerst geloofde hij niet in Hem, maar na een verschijning van de opgestane Heere (1 Korinthe 15:7) werd hij een leider van de gemeente in Jeruzalem. Paulus noemt hem "den broeder des Heeren"; de traditie ziet in hem de schrijver van de Jakobusbrief.

Jakobus verschijnt in het Nieuwe Testament in twee verschillende rollen. In de evangeliën is hij een van de broers van Jezus in Nazareth, die niet in Hem geloofden. In Handelingen en de brieven van Paulus is hij een leider van de gemeente in Jeruzalem, genoemd naast Petrus en Johannes. Wat daartussen ligt, vat Paulus samen in één zin: "Daarna is Hij gezien van Jakobus" (1 Korinthe 15:7). Jakobus is de Griekse vorm van de naam Jakob, en de Statenvertaling schrijft hem steeds als Jakobus. De dorpsgenoten in Nazareth noemen hem als eerste van vier broers: Jezus is "de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon" (Markus 6:3); Mattheüs 13:55 noemt dezelfde vier namen, ook met Jakobus voorop. Dat hij steeds vooraan staat, kan erop wijzen dat hij de oudste van hen was, maar de tekst zegt dat niet. Paulus noemt hem "Jakobus, den broeder des Heeren" (Galaten 1:19). Hoe die verwantschap precies moet worden verstaan, als broer, halfbroer of neef, daarover lopen de uitleggingen uiteen; de historische context hieronder zet ze naast elkaar. Na de opstanding vinden we hem met de andere broers in de opperzaal (Handelingen 1:14). Daarna wordt hij een vaste gesprekspartner van de apostelen: Petrus laat zijn bevrijding aan hem melden (Handelingen 12:17), Paulus bezoekt hem meer dan eens, en op de vergadering in Handelingen 15 doet hij het voorstel dat de gemeente overneemt. De kerkelijke traditie en veel uitleggers zien in hem ook de schrijver van de brief die begint met "Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus" (Jakobus 1:1). Hij is niet te verwarren met Jakobus, de zoon van Zebedeüs en broer van de apostel Johannes, die door koning Herodes met het zwaard werd gedood (Handelingen 12:2). Meestal wordt hij ook onderscheiden van Jakobus, de zoon van Alfeüs, een van de twaalf (Mattheüs 10:3), al stellen Calvijn en de kanttekeningen bij de Statenvertaling die twee gelijk. Wie de Jakobus is die Markus 15:40 "den kleine" noemt, staat niet vast.

Historische context

Jakobus leefde in de eerste eeuw en groeide op in Nazareth in Galilea, in een kring met broers en zusters (Markus 6:3). Jozef treedt na de geschiedenis van de twaalfjarige Jezus in Lukas 2 niet meer zelf op (zijn naam valt nog in Lukas 4:22), en in Markus 6:3 heet Jezus "de zoon van Maria". Veel uitleggers leiden daaruit af dat Jozef toen al overleden was. Over de aard van deze verwantschap bestaan drie uitleggingen. De eerste ziet in hen zonen van Jozef en Maria, geboren na Jezus. Men wijst op "totdat zij dezen haar eerstgeboren Zoon gebaard had" (Mattheüs 1:25) en op de broers die samen met Maria optreden (Johannes 2:12). In de latere protestantse uitleg is dit de gangbare opvatting. De tweede ziet in hen zonen van Jozef uit een eerder huwelijk, dus halfbroers. Die gedachte komt uit het apocriefe Protevangelie van Jakobus (tweede eeuw) en leeft voort in de oosters-orthodoxe kerken. De derde ziet in hen neven of andere verwanten. Hiëronymus verdedigde dat aan het eind van de vierde eeuw, en in de rooms-katholieke traditie wordt meestal zo gedacht. Men wijst erop dat Lot, de neef van Abram, in Genesis 14:14 "zijn broeder" heet; daartegen staat dat het Nieuwe Testament een eigen woord voor neef kent (Kolossenzen 4:10). Ook in de gereformeerde traditie komt deze lijn voor: Calvijn en de kanttekeningen bij de Statenvertaling lezen broeders als bloedverwanten en verbinden Jakobus en Joses met Maria, "de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses" (Markus 15:40). De Schrift beslist de vraag niet met zoveel woorden. Drie jaar na zijn bekering kwam Paulus te Jeruzalem "om Petrus te bezoeken", en van de andere apostelen zag hij alleen Jakobus (Galaten 1:18-19). Nadat Petrus rond 44 n.Chr. uit de gevangenis van Herodes was bevrijd en "naar een andere plaats" vertrok (Handelingen 12:17), treedt Jakobus duidelijker naar voren. Rond 49 n.Chr. kwam in Jeruzalem de besnijdenis van heidenen op tafel (Handelingen 15:1-6). In Antiochië trok Petrus zich van de heidenen terug toen er "sommigen van Jakobus gekomen waren" (Galaten 2:12); wat Jakobus zelf daarvan wist of wilde, zegt de tekst niet. Bij Paulus’ laatste bezoek, waarschijnlijk eind jaren vijftig, telde de gemeente duizenden Joden die "allen ijveraars van de wet" waren (Handelingen 21:20). Het Nieuwe Testament vertelt niet hoe Jakobus stierf. De Joodse geschiedschrijver Josephus vermeldt in zijn Joodse oudheden (boek 20) dat de hogepriester Ananus, tussen de dood van stadhouder Festus en de komst van Albinus, de broer van Jezus die Christus genoemd werd liet stenigen, gewoonlijk gedateerd in 62 n.Chr. Een latere overlevering van Hegesippus, bewaard bij de kerkhistoricus Eusebius, geeft hem de bijnaam de Rechtvaardige en vertelt uitvoeriger over zijn dood; die details zijn moeilijk te toetsen.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Nederig: in de brief die zijn naam draagt, stelt de schrijver zich voor als dienstknecht, niet als broer van de Heere (Jakobus 1:1)
  • Wijs bemiddelaar: hij zocht een weg waarin Joodse en heidense gelovigen samen konden leven (Handelingen 15:19-21)
  • Gegrond in de Schrift: hij toetste de ervaring van de zending aan de profeten (Handelingen 15:15-17)
  • Ruimhartig: hij erkende de genade die aan Paulus gegeven was (Galaten 2:9)
  • Praktisch in zijn geloof: de brief die zijn naam draagt, houdt de gemeente voor dat geloof zonder werken dood is (Jakobus 2:26)

−Zwakke kanten

  • Ongeloof: tijdens het openbare optreden van Jezus geloofde hij, met de andere broers, niet in Hem (Johannes 7:5)

Theologische betekenis

De lijn van Jakobus loopt van Johannes 7:5 naar 1 Korinthe 15:7. Wie Jezus van kindsbeen af kende, geloofde niet in Hem; pas de opgestane Heere bracht hem tot geloof. Veel uitleggers zien in die ommekeer een opvallende aanwijzing voor de werkelijkheid van de opstanding. Tegelijk laat het evangelie zien dat familiebanden geen voorrang geven. Toen Zijn moeder en broers buiten stonden, zei Jezus: "zo wie den wil van God doet, die is Mijn broeder" (Markus 3:35). Jakobus werd op die nieuwe manier broeder, en de brief die zijn naam draagt, opent dan ook met "Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus" (Jakobus 1:1). Op de vergadering in Handelingen 15 ging het om de vraag of heidenen eerst Jood moesten worden om zalig te worden. Jakobus begon niet bij een eigen mening maar bij de profeten: God zou "weder opbouwen de tabernakel van David, die vervallen is" (Handelingen 15:16), opdat de heidenen de Heere zouden zoeken. Hij citeert Amos 9:11-12 in een vorm die dicht bij de Griekse vertaling staat. Zijn conclusie, "dat men degenen, die uit de heidenen zich tot God bekeren, niet beroere" (Handelingen 15:19), bevestigde dat het heil niet aan de besnijdenis hangt. De vier onthoudingen die hij voorstelde, dienden volgens veel uitleggers vooral het samenleven met Joodse gelovigen, want "Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken" (Handelingen 15:21); de onthouding van hoererij is daarbij ook een blijvend zedelijk gebod. De brief die zijn naam draagt, raakt een vraag die de kerk blijft bezighouden. Jakobus schrijft "dat een mens uit de werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleenlijk uit het geloof" (Jakobus 2:24), terwijl Paulus besluit "dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet" (Romeinen 3:28). Luther noemde de brief in 1522 een strooien brief in vergelijking met andere boeken. De gereformeerde uitleg ziet geen tegenspraak: Paulus spreekt over de grond van de rechtvaardiging voor God, Jakobus over het geloof dat zich toont: "Toon mij uw geloof uit uw werken" (Jakobus 2:18). Beiden beroepen zich op Abraham. Artikel 24 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt in dezelfde lijn dat het ware geloof niet ledig kan zijn in de mens. Paulus noemt Jakobus met Cefas en Johannes de mannen "die geacht waren pilaren te zijn" (Galaten 2:9). Hun handslag bevestigde één evangelie, met twee zendingsvelden en de opdracht de armen te gedenken (Galaten 2:10).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Iakobos (Grieks), van het Hebreeuwse Jakob

Betekenis

Hielgrijper, naar de aartsvader Jakob

Betekenis van de naam Jakobus: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Een broer in Nazareth

Wanneer Jezus in de synagoge van Nazareth leert, vragen de dorpsgenoten verwonderd waar Hij die wijsheid vandaan heeft. Zij kennen Zijn familie: Maria, de broers Jakobus, Joses, Judas en Simon, en Zijn zusters.

Markus 6:3

2

Ook Zijn broeders geloofden niet

Vlak voor het Loofhuttenfeest dagen de broers Jezus uit om naar Judea te gaan en Zich aan de wereld te openbaren. Johannes tekent erbij aan dat zij niet in Hem geloofden.

Johannes 7:3-5

3

De opgestane Heere verschijnt

In zijn opsomming van de getuigen van de opstanding noemt Paulus Jakobus apart. Over deze verschijning vertellen de evangeliën niets, maar zij verklaart de ommekeer in zijn leven.

1 Korinthe 15:7

4

Biddend in de opperzaal

Na de hemelvaart zijn de broers van Jezus erbij wanneer de apostelen, de vrouwen en Maria eendrachtig volharden in het gebed. De broers die eerst buiten stonden, staan nu binnen.

Handelingen 1:14

5

Boodschapt dit aan Jakobus

Na zijn wonderlijke bevrijding uit de gevangenis van Herodes vraagt Petrus de gelovigen om dit aan Jakobus en de broeders te melden. Jakobus is dan kennelijk al een aanspreekpunt in de gemeente.

Handelingen 12:17

6

Een van de pilaren

Jakobus, Cefas en Johannes, die golden als pilaren, erkennen de genade die Paulus gegeven is en geven hem en Barnabas de rechterhand der gemeenschap. Of dit bezoek samenvalt met Handelingen 11 of 15, is onder uitleggers omstreden.

Galaten 2:9

7

Het woord op de vergadering

Wanneer de vraag naar de besnijdenis van heidenen in Jeruzalem wordt besproken, verbindt Jakobus het verslag van Petrus met de profeet Amos. Hij stelt voor de bekeerde heidenen niet te beroeren en hun alleen vier onthoudingen te vragen.

Handelingen 15:13-21

8

Paulus’ laatste bezoek

Jakobus en de ouderlingen ontvangen Paulus en loven de Heere om wat God door zijn dienst onder de heidenen deed. Met het oog op de Joodse gelovigen raden zij hem aan zich met vier mannen te heiligen.

Handelingen 21:18-25

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jakobus, broer van Jezus beter te begrijpen.

Markus 6:3

“Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geergerd.”

De dorpsgenoten in Nazareth noemen Jakobus als eerste van de broers. Zij kennen het gezin, en juist daardoor nemen zij aanstoot aan Jezus.

Johannes 7:5

“Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.”

Een korte aantekening van Johannes. Wie Jezus het langst kenden, geloofden tijdens Zijn openbare optreden nog niet in Hem.

1 Korinthe 15:7

“Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen.”

De enige vermelding van deze verschijning. Zij verklaart hoe de ongelovige broer een getuige van de opstanding werd.

Galaten 1:19

“En zag geen ander van de apostelen, dan Jakobus, den broeder des Heeren.”

Hier staat de aanduiding "broeder des Heeren". Of Paulus hem daarmee tot de apostelen rekent of hem juist als uitzondering noemt, laat de zin open.

Galaten 2:9

“En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter hand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan;”

Jakobus staat hier vooraan. De leiders in Jeruzalem erkennen de zending van Paulus onder de heidenen.

Handelingen 15:19

“Daarom oordeel ik, dat men degenen, die uit de heidenen zich tot God bekeren, niet beroere;”

Het voorstel van Jakobus op de vergadering in Jeruzalem. Heidenen hoeven niet eerst Jood te worden om bij de gemeente te horen.

Jakobus 1:1

“Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus; aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn: zaligheid.”

De opening van de brief die de traditie aan hem toeschrijft. De schrijver beroept zich niet op een familieband met Jezus.

Jakobus 1:22

“En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende.”

Een kernzin van de brief. Horen zonder doen noemt Jakobus zelfbedrog.

Jakobus 2:26

“Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.”

Het slot van zijn betoog over geloof en werken. Waar geloof leeft, wordt het zichtbaar in daden.

Tijdperiode

~1e eeuw n.Chr.

Jakobus, broer van Jezus leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Bijbelboeken over Jakobus, broer van Jezus

Lessen voor vandaag

Jakobus groeide op in de directe familiekring van Jezus en geloofde toch niet in Hem. Nabijheid, opvoeding en een vrome familie maken nog geen geloof. Tegelijk geeft zijn geschiedenis hoop aan ouders, broers en zussen die bidden voor iemand die niet gelooft. De Heere liet Jakobus niet los, en de broer die eerst buiten stond, zat later biddend in de opperzaal. Als de brief van hem is, zoals de kerk van oudsher aanneemt, dan is ook opvallend hoe hij over zichzelf spreekt. Hij had zich kunnen beroepen op zijn familieband, maar hij noemt zich "een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus" (Jakobus 1:1). Wat ons bij Christus brengt, is niet afkomst of positie maar genade, en wie dat weet, kan de minste plaats innemen. Op de vergadering in Jeruzalem liet Jakobus eerst anderen uitspreken, opende daarna de Schrift en zocht een uitkomst waarmee beide groepen verder konden. Voor gemeenten die het oneens zijn, is dat een bruikbaar voorbeeld: luisteren, toetsen aan het Woord, de kern vasthouden en in wat niet wezenlijk is rekening houden met de ander. En ten slotte vraagt de brief die zijn naam draagt om een geloof dat handen en voeten krijgt. "De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en den Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld" (Jakobus 1:27). Dat maakt de rechtvaardiging door het geloof niet kleiner, maar laat zien waar zij uitkomt. Wij worden geroepen om daders van het Woord te zijn, en niet alleen hoorders.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Jakobus, broer van Jezus

Wie was Jakobus, de broer van Jezus, in de Bijbel?
Jakobus was een van de broers van Jezus uit Nazareth (Markus 6:3). Tijdens Jezus’ openbare optreden geloofde hij nog niet in Hem (Johannes 7:5), maar na een verschijning van de opgestane Heere (1 Korinthe 15:7) werd hij een leider van de gemeente in Jeruzalem. Paulus rekende hem tot de pilaren van de gemeente (Galaten 2:9), en op de vergadering in Handelingen 15 deed hij het beslissende voorstel over de heidenen. De traditie ziet in hem de schrijver van de brief van Jakobus.
Wat betekent de naam Jakobus?
Jakobus is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Jakob en betekent zoiets als hielgrijper. Genesis 25:26 verbindt die naam met de geboorte van de aartsvader, wiens hand "Ezau's verzenen hield", en Ezau speelt er later op in: "dat hij mij nu twee reizen heeft bedrogen" (Genesis 27:36). Omdat Joodse ouders hun zoon vaak naar de aartsvader noemden, komen er in het Nieuwe Testament meerdere Jakobussen voor. Paulus onderscheidt deze daarom als "den broeder des Heeren" (Galaten 1:19).
Waar staat Jakobus, de broer van Jezus, in de Bijbel?
In de evangeliën wordt hij genoemd in Mattheüs 13:55 en Markus 6:3, en zonder naam behoort hij tot de broers in Markus 3:31-35 en Johannes 7:3-5. Paulus noemt hem in 1 Korinthe 15:7 en in Galaten 1:19, Galaten 2:9 en Galaten 2:12. In Handelingen staat hij in 12:17, 15:13-21 en 21:18. De brief van Jakobus begint met zijn naam (Jakobus 1:1), en de schrijver van de Judasbrief noemt zich "broeder van Jakobus" (Judas 1:1).
Was Jakobus een echte broer, halfbroer of neef van Jezus?
De Bijbel spreekt van broeders, maar beslist niet met zoveel woorden welke verwantschap bedoeld is. Er zijn drie uitleggingen. Volgens de eerste waren de broers zonen van Jozef en Maria, geboren na Jezus; dat is in de protestantse uitleg gangbaar. Volgens de tweede waren het zonen van Jozef uit een eerder huwelijk, dus halfbroers, zoals in de oosters-orthodoxe traditie. Volgens de derde waren het neven of andere verwanten, de lijn van Hiëronymus en de rooms-katholieke traditie, maar ook van Calvijn en de kanttekeningen bij de Statenvertaling. Elke opvatting heeft haar argumenten.
Wat betekent "broeder des Heeren" in Galaten 1:19?
Paulus schrijft dat hij in Jeruzalem geen andere apostel zag "dan Jakobus, den broeder des Heeren" (Galaten 1:19). Met de Heere bedoelt hij Jezus, en de toevoeging onderscheidt deze Jakobus van de andere. Het woord broeder kan in de Schrift ook een ruimere verwant aanduiden: Lot, de neef van Abram, heet in Genesis 14:14 "zijn broeder". Daarom gebruiken voorstanders van de verschillende uitleggingen dit vers allemaal; het vers zelf zegt alleen dat Jakobus tot de familie van Jezus behoorde.
Is Jakobus, de broer van Jezus, dezelfde als de apostel Jakobus?
Onder de twaalf waren twee mannen met de naam Jakobus (Mattheüs 10:2-3). Met Jakobus, de zoon van Zebedeüs, is hij niet dezelfde: die werd rond 44 n.Chr. door Herodes gedood (Handelingen 12:2), terwijl de broer van de Heere daarna nog leiding geeft in Jeruzalem. Of hij dezelfde is als Jakobus, de zoon van Alfeüs, wordt verschillend beantwoord. Calvijn en de kanttekeningen bij de Statenvertaling stellen hen gelijk en lezen broeder als bloedverwant. Veel latere protestantse uitleggers onderscheiden hen, omdat de broers volgens Johannes 7:5 niet in Jezus geloofden toen de twaalf al gekozen waren (Markus 3:14-18).
Geloofde Jakobus eerst niet in Jezus?
Tijdens het openbare optreden van Jezus geloofde hij nog niet in Hem. Johannes schrijft over het moment vlak voor het Loofhuttenfeest: "Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem" (Johannes 7:5). Markus vertelt dat Zijn moeder en broers Hem buiten lieten roepen (Markus 3:31-35). De ommekeer kwam na Pasen: "Daarna is Hij gezien van Jakobus" (1 Korinthe 15:7). Na de hemelvaart bidden de broers mee in de opperzaal (Handelingen 1:14).
Heeft Jakobus, de broer van Jezus, de brief van Jakobus geschreven?
De brief noemt als schrijver alleen "Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus" (Jakobus 1:1). De kerkelijke traditie en veel uitleggers denken aan de broer van de Heere, omdat hij de bekendste Jakobus in de gemeente was en de zoon van Zebedeüs al vroeg stierf. Sommige uitleggers twijfelen aan die toeschrijving. De brief is gericht aan de twaalf stammen in de verstrooiing (Jakobus 1:1) en bevat geen persoonlijke gegevens die de vraag beslissen.
Wat zei Jakobus op de vergadering in Jeruzalem (Handelingen 15)?
Nadat Petrus, Barnabas en Paulus hadden gesproken, begon Jakobus met "Mannen broeders, hoort mij" (Handelingen 15:13). Hij verbond hun verslag met Amos 9:11-12, waar God belooft de vervallen tabernakel van David weer op te bouwen, en concludeerde "dat men degenen, die uit de heidenen zich tot God bekeren, niet beroere" (Handelingen 15:19). Wel vroeg hij hun zich te onthouden van wat door afgoden besmet is, van hoererij, van het verstikte en van bloed.
Spreekt Jakobus Paulus tegen over geloof en werken?
Het lijkt zo, want Jakobus schrijft "dat een mens uit de werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleenlijk uit het geloof" (Jakobus 2:24), en Paulus dat de mens "door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet" (Romeinen 3:28). De gereformeerde uitleg ziet geen tegenspraak. Paulus spreekt over de grond waarop God de zondaar rechtvaardigt, Jakobus over het geloof dat zich in daden toont. Beiden noemen Abraham als voorbeeld.
Hoe is Jakobus, de broer van Jezus, gestorven?
Dat staat niet in de Bijbel. De Joodse geschiedschrijver Josephus vermeldt dat de hogepriester Ananus hem liet stenigen, in de tijd tussen de dood van stadhouder Festus en de komst van Albinus; dat wordt meestal in 62 n.Chr. gedateerd. Een latere overlevering van Hegesippus, bewaard bij Eusebius, noemt hem de Rechtvaardige en vertelt dat hij van de tempel werd geworpen. Die details zijn moeilijk te toetsen.
Wat kunnen wij leren van Jakobus, de broer van Jezus?
Dat wie van dichtbij met Jezus opgroeit, nog steeds tot geloof moet komen, en dat de Heere ook een ongelovige broer kan omkeren. Verder dat ware grootheid in dienen ligt: de brief die zijn naam draagt, opent met dienstknecht, niet met broer. Zijn optreden in Handelingen 15 laat zien hoe een gemeente met verschil van inzicht omgaat door te luisteren en de Schrift te openen. En zijn brief roept ons op "daders des Woords" te zijn (Jakobus 1:22).

Stel een vraag over Jakobus, broer van Jezus

Wilt u meer weten over Jakobus, broer van Jezus? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Jakobus, broer van Jezus

Bijbelverhalen rond Jakobus, broer van Jezus

Verdiep u verder